Netsensei

Much Ado About Nothing

Trein

Teveel karretjes

Ik werk in een grote zaal die gevuld is met collega’s. Een verdieping lager zijn er werkateliers, gescheiden door een open trapgat. Vandaag werden er een boel gevulde archiefdozen verhuisd. Om de vijf minuten dokkerden karren voorbij. Het denderende geluid vulde onze zaal. Geen noise-cancelling hoofdtelefoon kan daar tegen op. Gelukkig is dat geen dagelijks gebeuren.

Volgende week schaffen ze de P-trein van 17u24 tussen Gent en Brugge permanent af. Ik neem die regelmatig met een collega die tussen-in afstapt. Een geëngageerde pendelaar ging rond met een online petitie om de trein toch te behouden. We hebben gelijk onze digitale handtekening gezet.

Ik werk aan een hobby project. De code staat op GitHub. Die willen we regelmatig uitrollen naar een server. Gelukkig zijn er GitHub Actions waarmee ik dat volledig kan automatiseren. Ik heb het net zo geconfigureerd dat we op gerichte momenten een versie naar een productie of test-omgeving kunnen sturen. Kostte heel weinig moeite.

Ik heb een nieuw dagritme

Met de nieuwe job zien mijn werkdagen er tegenwoordig zo uit:

  • 7:10 Opstaan – Badkamer – Ontbijt
  • 7:40 Bus
  • 7:58 Trein
  • 8:25 Tram
  • 8:35 Aankomst op de Campus Boekentoren
  • 12:00 Middag pauze. Ofwel een broodje / soepje van de kantine. Ofwel een warme lunch ergens in de vele eetgelegenheden.
  • 17:00 Richting Sint-Pieters. Al dan niet te voet.
  • 17:40 Trein
  • 18:25 Thuis – Avondeten – Huishouden
  • 20:00 Ontspanning
  • 23:00 Dodo

Dat is een verschil met vroeger. Toen ging ik geregeld de baan op. Antwerpen, Brugge, Leuven, Brussel,… Zo’n verplaatsing breekt meteen de week. Er waren dagen dat ik vroeg thuis was, om een dag later pas tegen halfacht aan de keukentafel te verschijnen. En de ene middag stond ik in de rij voor een broodje in slagerij Finesse, bij Carlos en Geraldine, in Gent. En de andere middag was het aanschuiven voor een snelle panini van de eettent in de ondergrondse onder Brussel-Centraal.

Een vast ritme, dat geeft verrassend veel rust in het hoofd.

Things keep a changing

In de categorie: dingen die ik nauwelijks een jaar, laat staan een half jaar, geleden niet bepaald had zien aankomen.

  • Ondertussen reeds zo lang bij het Lief verblijven dat ik de term “logeren” toch wel bijzonder breed moet beginnen interpreteren.
  • Zeker als je Poäng draaizetel, TV en gezellige Orgel Vreten bij datzelfde Lief een plaatsje hebben gevonden. Reacties van kleinhandelaars tegen de Mini van het Lief genre: “Ah, wilt ge een paaseitje? En de papa mag er ook eentje nemen!” Erm… kuch… 
  • De nieuwste versie van de theorie/praktijk oefenboekjes voor de rijschool in huis halen.
  • Een andere dagelijkse stopplaats bij het pendelen met de trein dan diegene waar je initieel voor tekende.

Soms, hé.

Control

Gisterenavond mocht ik nog eens een drugscontrole op de trein ondervinden. Dat was ook weer even geleden. In al die jaren sporen heb ik dat al enkele keren mogen meemaken.  En telkens wordt er op dezelfde manier te werk gegaan.  Twee geblokte agenten in burger zetten de toegang tot de wagon af terwijl een hondenbegeleider zijn hond – denk model duitse scheper met een gewicht aan de haak van +30 kg – door de pendelaars en bijhorende zaken en tassen jaagt.

De hond luistert dan gedwee naar de begeleider die dan uw richting wijst en dingen roept zoals: “Tussen de benen”, “Jas”, “Rugzak”,… Juist. Natuurlijk doet die hond dan ook niets voor niets: op tijd en stond wordt hij beloond met een koekje. Een ervaren beest gaat dan ook methodisch op zoek naar verdovende middelen en verdoet niet meer tijd dan nodig. Het kostte dan ook niet meer dan vijf minuten om in onze wagon een ietwat slonzige dame eruit te pikken met een zakje wiet in haar jaszakken.

Maar in plaats van uit de zetel te worden geplukt moest ze nog even blijven zitten. Na het echte werk passeerde er een tweede hond. Eentje in training. Een wups, speels ding dat met veel opwinding en redelijk onstuimig te werk ging. De tweede begeleider moest wat moeite doen om het beest in het gareel te houden. In onze coupé bleef ze wat hangen. Onder de zetels, tussen de benen, in de vuilbak,… veel willekeurig gesnuffel zonder echt resultaat.

En toen zei begeleider: “Op de schoot” terwijl hij naar mij wees. Eum. Neen. Liever niet. Maar ’t is dat een burger overgeleverd aan een macht met het monopolie op geweld niet echt veel keus heeft. En grapjes maken zoals “Ja, maar mijn ticketje is al gecontroleerd.”, daar waag je je beter niet aan. Gelukkig vertoonde het beest tekenen van insurbordinatie. Dus moest ik maar recht staan en mijn hebben en houden laten liggen zodat de hond alles kon besnuffelen. In een overvolle wagon. Ogen in mijn richting gepriemd. Iedereen nieuwsgierig. Niet dat ik mij ongerust maakte, maar ik stond er toch mooi met een rood hoofd.  Afin, gelukkig mocht ik terug gaan zitten en kreeg ik een knipoog als bedanking van de begeleider.  All ends well.

En de betrapte dame? De leerling had het ook daar bij het rechte eind. Die kreeg een koekje en een aai over de bol terwijl het dametje vriendelijk werd verzocht de agenten te volgen.

Aan de ene kant overvallen ze er een mens wel even mee. En is het ook allemaal wat intimiderend. Maar een drugscontrole vind ik dan wel weer een heel goeie zaak. Als er iets is wat een harde aanpak verdient, dan is het wel die vuiligheid.

Spoorloos

De NMBS. My pet peeve! Gisterenavond mochten we nog eens proeven van alles wat er fout kan lopen bij het Belgische Spoor. Ik was iets vroeger vertrokken op het werk en wilde de rechtstreekse trein naar Oostende van 16u25 halen. Eenmaal in Berchem Station bleek die afgeschaft te zijn en heerste er absolute chaos met vertragingen. De borden toonden verder geen informatie. Geen mooi begin van het weekend dus.

De trein naar Rijsel over Gent van 16u10 bleek een 15-tal minuten vertraging te hebben. Met een overstap in Gent Sint-Pieters was dat wel doenbaar. 15 minuten werden al snel 35 minuten. Ondertussen werd het perron voller en voller. De boekenbeurs in combinatie met de vrijdagavonddrukte is een cocktail voor extra stress. Uiteindelijk arriveerde de trein met 42 minuten vertraging. Ik heb ze laten schieten omdat er niemand meer bij kon en ik geen zin had om recht te staan. De volgende trein naar Gent-Rijsel van 16u56 volgde met vijf minuten vertraging en was iets rustiger. Oef. Met een beetje geluk zou ik toch nog tegen 18u thuis zijn.

Buiten Antwerpen werd er omgeroepen dat de trein beperkt werd tot Lokeren. Grote consternatie bij de reizigers. Er werd niet gezegd waarom. Enkel dat er een directe trein in Lokeren voorzien was naar Oostende. Gelukkig. Met een slakkegang vanuit Sint Niklaas arriveerden we in Lokeren. Daar stond er een oud stel met een beperkt aantal zitplaatsen. Blijkbaar waren de voorgaande treinen daar ook gestopt wat tot ongeziene chaos leidde. Op het perron kregen we te horen dat de trein tot Gent reed. Zonder meer. Dit bleek geen IC trein te zijn maar een L trein die tussen Lokeren en Gent Dampoort boemelde. Vreselijk. Ik had het geluk een zitplaats te veroveren.

Tussen Gent-Brugge en Gent Sint Pieters werd eindelijk gemeld wat de oorzaak van de vertraging was: een afgerukte bovenleiding in Merelbeke waardoor al het verkeer tussen Gent, Antwerpen en Brussel over twee sporen moest. Het duurde nog eens 25 minuten om de afstand tussen Dampoort en Gent Sint Pieters af te leggen.

Rond 18u30 arriveerden we in Gent Sint Pieters. De borden waren er leeg en er bleken slechts twee treinen te rijden. Eentje was de L trein tussen Gent en Brugge van 18u47. De massa bestond ondertussen uit de Boekenbeursgangers, werkmensen en kotstudenten. Allemaal moesten ze op dat boemeltje. Uiteindelijk werd het 19u30 toen ik in Brugge arriveerde. Met nog eens een verplaatsing naar huis kostte het me ongeveer 3u45 minuten van deur tot deur om de afstand te overbruggen.

Op Ter Zake liep er later op de avond een reportage over de verbeteringen die de NMBS, of beter Infrabel, voorziet in de bottleneck van de Noord-Zuid verbinding. De woordvoerder van Infrabel kwam vertellen dat er tegen 2017 verbetering zou moeten zijn (GEN, Diablo,…). Dat er een pak ambitieuze plannen op tafel liggen. Minster Hilde Crevits kwam ook aan bod. Zij vertelde dat ze vanuit haar Vlaamse bevoegdheid van plan is om De Lijn en de NMBS beter op elkaar af te stemmen (eengemaakt biljet). Dat er gezocht wordt naar oplossingen om het verkeer op de Brusselse Ring te optimaliseren,… Maar in een zucht schoof ze de verantwoordelijkheid van gemaakte beslissingen af op de vorige administratie.

Mooie woorden allemaal.

Waarom kon er niet beter, efficienter en vooral correct worden gecommuniceerd op zo’n crisismoment? Hoe komt het dat er een bovenkabel wordt afgerukt en viel er op hetzelfde moment op dezelfde lijn ook nog eens een locomotief defect? Waarom werd er niet wat flexibiliteit getoond en konden er geen extra bussen tussen Dampoort en Sint Pieters worden ingelegd?

Laten we eerlijk zijn. Dit zijn geen toevallige missers. Jaren van immobilisme bij de beleidsmakers, verkeerde beslissingen, manke investeringen, foute prioriteiten, afschuiven van verantwoordelijkheid, tegenstrijdige belangen, lobbyisme,… Mobiliteit in België, de NMBS op kop, is een veelkoppige hydra geworden. We liggen jaren achter terwijl reizigers, bedrijven en de economie daarvan de dupe worden.

Geen dure analyses, beloftes of verschoningen meer. Concrete plannen en resultaat. Daar betalen we belastingen voor. Dat willen we zien.

Nu.

Stevig ontbijt

Bon. Ik heb er al vaak overgeschreven. Maar zoals dat gaat, zit ik ’s morgens al eens op de trein terwijl die door een slaperig Vlaanderen dendert. Dat was vanmorgen niet anders. Het was redelijk rustig. Wat dagjesmensen, de werkmens die iets later begon en een paar studenten. In Sint-Niklaas stapte er een joelend klasje kindjes op, maar niks dat niet met een iPod op te lossen valt.

Ik had mij in de rapte een ontbijt gekocht en dat op de zetel naast mij gelegd. Bij mijn boekentas. Met één hand probeerde ik de Metro open te houden terwijl ik in de andere een Cécemel had. Ik lette even niet. Er streek wat toch en er passeerde een schaduw langs mijn coupé. Het volgend moment bleek mijn ontbijt verdwenen. Foetsjie. Weg. Vanished in thin air.

Ik was eerder verbaasd dan wat anders. Dus mijn kopje ging over de zetels op zoek naar de dader. Ik zag een zwarte schaduw verdwijnen uit het rijstel. Mijn busje Cécemel nog in de hand sprong ik recht, pakte mijn tas en zette de achtervolging in. Ik moest en zou de onverlaat te pakken krijgen. Nobody gets between me and my food.

De schaduw bewoog zich razendsnel doorheen de stellen. De trein schokte terwijl hij over wissels reed en ik vloog tegen de zetels aan. De schaduw leek het allemaal niet te deren. Uiteindelijk haalde ik hem in het laatste rijtuig.

Voor mij stond een klein mannetje wijdbeens in een zwarte pijama. Het gezicht was verborgen achter een zwart masker. Achter zijn rug priemde het heft van een katana.

Jawel.
Een onvervalste ninja.
Ik kon het moeilijk geloven.
Maar toch, een ninja!
Hier ging bloed vloeien.
Geweld en al.
Zoals in de films.

In zijn linkerhand klemde hij een zakje met van de Panos met daarin onmiskenbaar twee croissants. Even leek de tijd stil te staan terwijl we elkaar aanstaarden. Hij zag er vrij lening uit en leek heel snel de situatie te evalueren.

Ik kwam terug tot de werkelijkheid. Misschien was het maar een acteur of een grapjurk. Terwijl ik het busje Cécemel iets beter vastpakte, sommeerde ik hem luid de zak met croissants rustig op de grond te zetten. Hij leek te glimlachen achter zijn masker. Opeens ging het razendsnel. Hij greep achter zijn rug en het volgende moment suisden er twee shuriken langs mijn rechteroor. Tegelijk maakte hij een tijgersprong, greep het bagagerek vast en sprong over mij terwijl ik naar de grond duikte.

“HAAARRRRR!”

Een luide grom donderde door het treinstel en het geluid van metaal tegen metaal klonk boven mijn hoofd. Ik keek even over mijn schouder en zag hoe de ninja met zijn katana een piraat te lijf gaat. Ik lieg dus niet. Een piraat. Een echte. Zoals op zee. De piraat droeg een scharlakenrode jas op een wit hemd met veel franje, een zwarte broek en laquéschoenen met dikke goude gespen. Hij had dik lang, git zwart haar waarop hij een leren hoed droeg. Onder de hoederand kwamen twee rokende lonten uit. Maar het meest opvallend was zijn gezicht. Doorgroefd door jaren wind en zeezout, met een vertrokken mond en één oog waarin de hel zelf leek te gloeien.

“HAAAARRR! Kapitein Zwartbaard wil die croissants!”

De piraat zwaaide met zijn degen en kliefde een paar zetels in twee. Eén van die lelijke appelblauwzeegroene tafeltjes zeilde door de cabine. De ninja bleef de piraat maar te lijf gaan. Hij sprong op diens rug maar de piraat plukte hem gewoon op en zwaaide hem door de lucht. De ninja viel dwars door het glas van de binnendeur. Even leek het erop of de strijd was gestreden maar een luide “BANZAI!” maakte brandhout van die gedachte. De ninja vloog terug op de piraat en hakte met zijn katana de haak van diens rechterarm af. De piraat schreeuwde uitzinnig van woede. Hij greep de pijama van de ninja en begon die door elkaar te schudden.

Hoe harder de piraat schudde, des te harder leek het hele treinstel mee te schudden. Het ging maar harder en harder en harder. De Panos zak met croissants viel uit de gordel van de ondertussen bewustloze ninja. Ik kon ze net vastgrijpen met mijn ondertussen fijngeknepen Cécemel. Het schudden ging maar door.

“Ticketje alstublieft.”

Ik werd wakker en keek een ietwat verveelde conducteur aan. “Ticketje alstublieft!” Nog wat gedesoriënteerd overhandigde ik hem mijn ticket. Ik schudde mijn hoofd en keek naast me. Op de zetel lag een geplet zakje croissants en een leeg, kapotgewrongen busje Cécemel. Waarschijnlijk kapotgetrokken in mijn slaap.

Ik keek voor me. Tegenover mij staarde een gedrongen, aziatische medereiziger mij onverstoorbaar aan. Op zijn gelaat kon ik niks lezen over ’s mans gemoedstoestand. Zijn donkere ogen geleden naast me. Ik keek achter mij en zag in het andere gangpad een boom van een kerel zitten. Met donker, gitzwart haar en een witte plakker over zijn rechteroog. Zijn linkeroog leek te gloeien terwijl hij verbeten terug terug staarde.

Ik draaide me terug om, zette mijn iPod op en deed een schietgebedje dat de trein snel in Gent mocht aankomen vandaag. Liefst zonder vertragingen.

Blighty

En toen was ik in Engeland. De tocht naar Croydon was een odyssee. Eerst rond 16 uur met de trein naar Gent Dampoort waar het verzamelen blazen was met de collega’s. Valiezen in het minibusje proppen en de route uitstippelen. Collega T. bleek zich van trein gemist te hebben dus met een ommetje langs Gent Sint Pieters ging het gezappig richting Calais.

We namen de ferry naar Dover. Dat moet van jaren geleden geweest zijn dat ik nog eens op een boot heb gevaren. Het had allemaal een heel sterk schoolreisgevoel. Terwijl de zon in de zee onderging stonden we op het dek in de volle zeewind. P&O ferries is een trip naar de jaren tachtig: arcade halls op de boot, versleten toiletten, grootkeuken met bijna niet te vreten fish ’n chips en de ganse wereld die de oversteek over een van de drukste zeeroutes maakt.

Vanuit Dover was het nog eens een uurtje of twee rijden tot Croydon. We passeerden langs de befaamde London Road waar het amper een week of twee geleden onrustig was. Veel viel er niet van te merken, maar het is duidelijk wel een verpauperde buurt. Croydon zelf is ook niet bepaald wat heet modern. Veel pakistaanse, chinese en indische winkels en restaurants. En daartussen dan oerbritse drogisterijen of general practices. En veel platte commercie. Het is hier wat heet een pak “volkser” dan bij ons als ik het zo mag omschrijven.

We besloten nog een pintje te drinken in een pub, maar dat viel ook wat tegen. We hadden nauwelijks besteld of er werd aangedrongen “to please finish your drinks” omdat de zaak sloot. Sluitingsuren worden hier dus serieus genomen.

Vandaag probeer ik er een werkdag van te maken. Geen idee waar ik mijn werktent ga opslaan. Straks registreren we ons alvast voor DrupalCon op Fairfield Halls.

Subiet no koffiekoeken for you!

Jawel, I have them: slechte gewoontes. ’t Is natuurlijk wat een mens onder “slecht” verstaat. Neem nu het ontbijt. Dat wordt bestempeld als zowat de belangrijkste maaltijd van de dag. En dus probeer ik daar aan te houden. Proberen, want ondanks het verhuizen moet ik nog heel regelmatig sporen. Dat betekent ’s morgens vroeg op staan en mij haasten om de trein te halen. Dus komt het erop aan om snel een kommetje ontbijtgranen binnen te werken.

Dan zit ik al snel een uur of meer op de trein om toe te komen op het bureau in het besef dat ik pas tegen 1 uur ’s middags (of later) weer een bord zal zien. Wat doe ik dan? In het station van aankomst nog eens boterkoeken bij de Panos kopen. Een croissant en eentje met chocolade (vanmorgen was het een dubbele) En die dan onderweg binnen proppen om de middag te kunnen halen.

Slechte gewoonte? Ik zou een stuk fruit of een yoghurtje kunnen meenemen tegen het hongertje. Ach, tot nog toe blijft het allemaal niet aan mijn lijf plakken. ’t Is dat ik het liever anders zie maar in mijn huidige leventje op dit moment niet echt te vermijden valt.

Zaterdagmiddagen

Een warme zaterdagmiddag, da’s zo’n beetje de aanloop naar een zaterdagavond op een terrasje. Ik was mij donderdag- en vrijdagmiddag redelijk stierlijk aan het vervelen en ik wilde daar nu net geen vervolg aan breien. En dus trok ik richting stad.

Eerste halte: Fnac.

Tegenwoordig reis ik nogal wat af met de trein. Ik zou kunnen die tijd kunnen gebruiken om te computeren, maar eerlijk gezegd kan ik het moeilijk opbrengen om na lange uren aan bureau’s ook nog eens op de trein mijn laptop open te slaan. Zelfs al is het maar om een film te bekijken. Jaren geleden, toen ik naar Antwerpen pendelde, had ik altijd een boek in mijn tas. Ik heb zo redelijk wat afgelezen. Met de laatste woelige jaren was lezen niet meteen iets waar ik toe leek te komen: tegenwoordig hou ik mij ledig met het luisteren naar de iPod maar ook dat kan niet altijd beklijven. Hoog tijd voor leesvoer en het oppikken van wat eigenlijk een fijne gewoonte. Het is John leCarré geworden met Spion aan de Muur. Boeken die over spionnen, geheime operaties en what-not gaan: dat lees ik al eens graag. Vroeger heb ik nog ettelijke werken van Tom Clancy verslonden. En er zijn nog zo tal van boeken die ik zou willen lezen. Dingen zoals Cryptonomicon van Neal Stephenson. Moet ik dus drrringend iets aan doen.

Verder kocht ik mij ook meteen de drie laatste episodes uit de Largo Winch reeks. Jawel, ik ben fan van Largo. Veel humor, avontuur, geld, schone vrouwen, idealisme, kapitalisme,… en natuurlijk een heel fijn, goed uitgewerkt plot. Vergeet de flauwe afkooksels op TV en we zullen maar zwijgen over de film. Largo Winch moet je in stripvorm lezen.

Volgende stop: Bean around the world.

Ah, koffiehuizen. Ik geniet al eens van een fijn gezette koffie. Tot het najaar had je in Brugge onder andere de Koek en Zopie. Daar durfde ik al eens op zaterdagmorgen zwarte bonen nuttigen bij een krant. Maar aangezien de uitbater meer brood zag in het rondtoeren met een tot koffieshop omgebouwde caravan, is het zoeken naar een nieuwe koffiestek. Las ik een tijd terug bij Dominiek een rant over Bean around the World en hun twitterpraktijken. Ik besloot mijn vooroordelen op zij te zetten en even te proberen.

De zaak ligt aan het Genthof. Vanop de terrasjes op het Jan Van Eyckplein merk je niet dat er nog een koffiezaak is. Beetje jammer. De zaak wordt uitgebaat door een sympathieke Amerikaanse met de ambitie een fijne plek voor koffieminnend Brugge te worden. Wat ze zeker niet zijn is de zoveelste tourist trap: voor heel schappelijke prijzen krijg je er lekkere koffie (ik kocht voor 2.50 EUR een stevige kop capuccino), een fijne babbel (ik bleef er uiteindelijk net geen 2 uur plakken) en kan je er allerhande americana vinden (Mountain Dew! Tyfoon! Red Vines!) Het interieur in een klein Brugse huisje is, wel, klein maar gezellig met tafels en zetels verdeeld over twee verdiepingen. De uitbaatster zou graag meer met haar zaak willen doen en onder andere ook open mic avonden en what-not organiseren. Waarom niet? Een nieuwe plaats waar je je creatief ei kwijt kan, dat kan ik alleen maar toejuichen. Het zal me benieuwen of ze grond zal vinden in Brugge. Maar de Twitter gevoeligheden wil ik wel met de mantel der liefde bedekken als je daarvoor in ruil een nieuwe fijne, eerlijke stek krijgt.

Limburg

Dezer dagen troon ik vanuit verre Leuven regelmatig naar het nog verdere Hasselt om daar training te geven.  En Limburg, dat is voor iemand uit West-Vlaanderen hetzelfde als de achterkant van de maan: je weet dat het er is, maar zonder echte reden ga je toch niet snel even die kant heen. Of het moet zijn voor een weekendje uit of om verre nonkels en tantes te bezoeken.

Hoeft het dan te verbazen dat Limburg mij stevig wist te verrassen? Vooral dan als je met de trein de provincie binnenrijdt.

Neem nu Vlaanderen. Van Oostende tot Brussel en Antwerpen, zijn dat afgehekte velden en akkers, omzoomd met kreupelhout. Afgewisseld met bouwvallige koterijen, lelijke erven en schroothopen. Als je dan in Gent of Brussel aankomt, wordt je vooral geconfronteerd met de stedelijke koterij: schotelantennes, vieze vervallen panden, grafitti, slecht onderhouden daken en noem maar op. Tussendoor word je bij wijlen via het spoor ook nog eens getuige van het fileleed wanneer een snelweg wordt gekruist. Vlaanderen mag je gerust Grauw noemen. Met een kapitale G.

Maar Limburg?

Dat begint al zodra je Leuven buiten rijdt richting Tienen. Tot mijn grote verrassing mag ik vast stellen dat alle viezigheid plaats ruimt voor weidse, glooiende landschappen. Akkers en velden zo ver het oog kan zien. Af en toe zie je een proper onderhouden boerderij, kasseiwegels en zelfs een abdij met ranke torenspitsen. Het deprimerende grijs van het beton maakt plaats voor een pracht van een uitzicht. En met elke bocht krijg je weer een nieuwe visuele opkikker voorgeschoteld.

Wat. Een. Verademing.

Dezer dagen zit het licht dan ook nog eens helemaal goed zo vlak voor het vallen van de avond. Dan krijgt het landschap in het avondrood en de nevel helemaal iets sprookjesachtig. Stiekem hoop ik dan zelfs dat de trein op dat moment even vertraging krijgt zodat ik er extra van kan genieten.

Dat uurtje ’s morgens en ’s avonds op de trein richting Limburg, daar kijk ik dus graag naar uit. Wat jammer dus dat het morgen alweer de laatste dag is dat ik er les geef.  Je moet het ze nageven: de limburgers zijn verduiveld gelukkige mensen met zo’n mooie provincie!

« Vorige blogposts Pagina 1 van 4 pagina's Volgende blogposts »