Server onderhoud

Sinds 2010 host ik mijn digitale zoo op een VPS van Linode. Op één gelegenheid na, ben ik vrij tevreden van hun diensten.  Tot op heden betaalde ik ook een aardig bedrag voor die server: 20$ per maand. Plus 5$ voor een dagelijkse en wekelijkse geautomatiseerde backups. Sinds 2010 kreeg ik occasioneel wel meer bang for the buck – extra RAM geheugen, meer disk space – maar aan de prijs zelf is nooit gezakt.

Eind vorig jaar merkte ik dat Linode haar tarieven had aangepast en de Linode 2048 VPS naar de low-end was opgeschoven. Voor 10$ plus 2.5$ per maand koop ik exact dezelfde service.

Verder had ik mijn server indertijd manueel had geconfigureerd. Veel werk dat ik niet opnieuw wilde uitvoeren. Sinds enkele jaren bestaan er software tools zoals Puppet, Chef en Ansible die zeer veel server management taken automatiseren en waarmee administrators hele serverparken kunnen beheren. In plaats van elke server apart opnieuw te configureren, schrijf je eenmaal een configuratiebestand en rol je dat dan uit op alle servers.

En dus heb ik in de afgelopen weken af en aan gewerkt om het huishouden op punt te zetten.

Ten eerste heb ik mijn hele configuratie vastgelegd in Ansible scripts gebaseerd op Phansible. Op mijn Macbook laat ik een lokale ontwikkelingskopie van de hosting lopen die ik aanstuur met Vagrant. Met mijn Ansible scripts kan ik die kopie volledig geautomatiseerd dezelfde configuratie geven als de server die bij Linode loopt. Het mooie aan die opzet is dat ik zo zeker ben dat wat ik op mijn laptop bouw, ook zal werken op de server wegens exact dezelfde setup. Verder kan ik nu ook zeer snel naar een andere server, of zelfs een andere hosting dienst, verhuizen mocht dat nodig blijken.

Ten tweede is er het beheer van elke individuele site. Zowel Drupal als WordPress komen met nogal wat plugins en modules die op hun beurt ook regelmatig updates en upgrades krijgen. Dat betekent dus regelmatig werk op de plank om al die code uit te testen en up te daten. Vroeger deed ik dat nog handmatig maar dat is vandaag quasi ondoenbaar. Tegenwoordig gebruik ik Capistrano om updates voor individuele sites als aparte releases te verpakken en uit te rollen op de server. Mijn specifieke setup heb ik gepubliceerd op Github.  Ook hier heb ik met één commando een hele waslijst aan taken geautomatiseerd.

Allemaal goed en wel. Maar wat betekent dat nu concreet? Wel, vandaag heb ik de laatste site gemigreerd naar een nieuwe, goedkopere server en de oude server finaal uitgezet. Een kleine mijlpaal die ik vooral in mijn factuur voor hosting ga voelen. Zo bespaar ik op jaarbasis maar eventjes 150 USD. En verder betekent het ook dat ik minder tijd moet steken in onderhoud naar de toekomst.

Een maand zonder met Tournée minérale

Tournée Minérale Tournée Minérale

Yup. Ik doe ook mee met Tournée Minérale. Eén maand bewust geen alcohol. Waarom? Daarom.

  1. Ben ik zelf een veeldrinker? Niet bepaald. Eerder een gelegenheidsdrinker. Ik drink al eens graag een pintje. In onze barkast bewaar ik onder andere een aantal uitgelezen whisky’s. En er zijn de sociale gelegenheden waar al snel een glaasje cava, de sjampieter of wijn wordt aangeboden. Vele kleintjes maken een onzichtbare grote. Groter dan we misschien zelf wel zouden vermoeden. Het is goed om daar eens heel bewust bij stil te staan.
  2. Alcohol doet wat met het lijf. En veel heb je niet nodig om effect te voelen. Drink ik ’s avonds een Tripel Karmeliet, dan moet ik de dag erna iets dieper gaan om een fysieke inspanning te kunnen leveren. Ik merk dat als ik op de fiets zit of in de klimgordel hang. Bovendien geraak ik sneller gedehydrateerd en moet ik meer water drinken na een avondje door zakken. Onthouding heeft duidelijke directe, fysieke voordelen.
  3. Ik merk dat ik ook mentaal beter in mijn vel zit wanneer ik even droog sta. Ik kan beter en langer focus houden. Bovendien verbetert de kwaliteit van mijn slaap.
  4. Alcohol en vieze ziektes zijn beste maatjes. Met het ouder worden ben ik daar een stuk bewust in aan het worden: ik heb maar één gezond lichaam gekregen en dat hoor ik vandaag in ere houden zodat ik er morgen ook van zal kunnen genieten.
  5. Alcohol en rijden. Tjah. Ik hou daar een bijzonder eenvoudig principe aan: Heb ik de autosleutels op zak, dan raak ik geen druppel aan. Een ongeluk zit immers in een klein hoekje. Je moet zelfs geeneens gedronken hebben. Als het me dan toch ooit overkomt, dan wil ik alvast daar over geen verwijten naar mezelf toe moeten maken.

Mijn laatste glas dateert van 27 januari. Ik sta dus een kleine 10 dagen bewust droog. Ik voel me fantastisch en ik heb nog geen moment moeite gehad met het feit dat ik mezelf verplicht nuchter te blijven. Het is nu ook niet de eerste keer dat ik voor langere tijd nuchter ben. Maar bewust een volle maand met een volle agenda? Die uitdaging ga ik graag aan.

En jullie? Doen jullie mee met Tournée Minérale? Waarom? Wat denk je zelf over je eigen alcohol consumptie?

We kochten een huis

We hebben een huis gekocht! Jawel. We kunnen het nog niet helemaal bevatten, maar we hebben een echt huis van baksteen met een dak, muren, ramen en een voordeur gekocht.

We huren sinds enkele jaren een ruim appartement in hartje Oostkamp. Louise gaat hier dichtbij naar school, dus verhuizen was niet meteen opportuun. Nu komt de overstap naar het middelbaar wel zo zoetjes aan in zicht. Dat betekent dus een andere school. Ondertussen vonden we voor onszelf ook wel dat de tijd rijp was om eens voorzichtig na te denken over een eigen huis.

De vastgoedmarkt betreden, daarvoor moet je je kieten smout’n. De prijzen en de kwaliteit van het aanbod gaan alle kanten uit. Toen we een paar weken geleden besloten om eens onze neus voorzichtig in de wind te steken, gingen we er nog van uit dat het maanden en maanden zou duren vooraleer we iets zouden vinden dat een beetje aan onze eisen zou beantwoorden.

Alleen draaide het helemaal anders uit…

Vlak na nieuwjaar wonnen we een eerste keer financieel advies in. Wat is ons budget? Hoeveel kunnen we lenen? Waar moeten we op letten? Daarna begonnen we de vastgoedwebsites in het oog te houden. Elke avond een half uurtje rond kijken om een idee te krijgen van wat je voor je geld kan krijgen. En dat viel op het eerste zicht nogal hard tegen. Het gros van de huizen zijn – om het zacht uit te drukken – in lamentabele staat. Makelaars zijn bedreven in het hanteren van eufemismen zoals “Op te frissen” of “Heeft potentieel”. Maar een renovatieproject, dat zagen wij helemaal niet zitten. Een betaalbare, afgewerkte woning vinden, dat zou dus een zeer stevige uitdaging worden.

Half januari besloten we om toch maar eens een teen in het water te steken. We hadden online een huis gezien dat qua prijs wel oké was en er op de foto’s nu ook niet zo onaantrekkelijk uit zag. Toevallig stond er in een parallelle straat een tweede huis te koop. Iets duurder, maar zeer recent gerenoveerd. “Ach.”, dachten we, ” Waarom ook niet?” En dus legden we twee afspraken op dezelfde dinsdagavond vast.

Onze eerste afspraak bracht ons naar het tweede, duurdere huis. Het was instant liefde zodra we een voet over de drempel hadden gezet. Een recent aangepakte arbeiderswoning. Ideaal voor ons drieën. Niet zo erg groot, maar wel zeer efficiënt ingedeeld. Een ruime, lichte leefruimte met moderne keuken, garage, vier slaapkamers, een mooie badkamer en een aangenaam terras. De eigenaars zitten zelf in het vastgoed en hadden eigenhandig de renovatiewerken aangepakt. En het is wel duidelijk dat ze op kwaliteit en afwerking mikten: op een lik verf en een poetsbeurt na, zijn er hoegenaamd geen structurele bouwwerken nodig. Na een half uur stonden we beiden uitgeschud op straat. Dat kon nu toch niet waar zijn dat we gelijk het eerste huis dat we bezochten, zouden kopen? We wisten niet goed wat we ervan moesten denken.

Dat andere huis, dat was het andere uiterste. Zodra we er binnen waren wisten we dat dit het niet was. Er zou bijzonder veel werk bij komen kijken om er enigszins ons ding van te maken. Het bevestigde alleen maar harder wat we vonden van het eerste huis.

We beseften gelijk dat we snel moesten beslissen. Het huis was nog maar pas op de markt, maar de makelaar liet weten dat er nog gegadigden waren. Na een korte nacht hakten we de knoop door. De volgende morgen belden we naar de makelaar: we brachten een bod uit op het huis. Die avond, nauwelijks 24 uur na ons eerste bezoek, zaten we terug in diezelfde fijne leefruimte om de eerste papieren te tekenen samen met de eigenaars. Die lieten ons gelijk weten dat ze het bod hadden aanvaard. Onze breinen konden amper bevatten hoe snel het allemaal ging.

In de voorbije dagen gingen we door een rush van papierwerk. De kredietaanvraag opstarten, een notaris kiezen, het stedebouwkundige dossier inkijken, de formele verkoopovereenkomst laten opstellen,.. Deze week was het dan zo ver. We hebben de compromis getekend. De volgende stap is het laten verlijden van de akte. En dan is het officieel ons huis.

Het huis zelf ligt in de Sint-Katarina wijk in Brugge. We gaan vlak buiten de Brugse stadswallen wonen. Je hoeft enkel de ring over te steken en je bent in het historische centrum van de stad. Dicht bij alles en iedereen. Een persoonlijke plus voor mezelf is dat we op een paar honderd meter van de klimzaal én het station gaan wonen.

Iets moois om naar uit te kijken. Dat zeker!

 

 

All the light we cannot see

Ik zet 2017 literair in met All the Light We Cannot See van Anthony Doerr. Deze roman won in 2015 nog een Pulitzer dus dat scherpt de verwachtingen enigszins aan. Dit project is het resultaat van een jarenlange weg die Doerr heeft afgelegd. En dat valt goed op.

Het hele verhaal draait rond twee personages. Marie-Laure Leblanc is een jonge blinde Parisienne. Haar vader, Daniel, is de slotenmaker van het Museum voor Natuurgeschiedenis. Werner Pfennig is een wees die samen met zijn zus, Jutta, opgroeit in Zollverein, een mijnstad vlakbij Essen. De Tweede Wereldoorlog dient zich net aan. Beide kinderen groeien op in een wereld die gaandeweg uit elkaar valt. Marie-Laure duikt met haar vader onder in Saint-Malo nadat die laatste van zijn overste de taak krijgt om een zeer waardevolle diamant te verbergen voor de bezetter. Werner wordt ingelijfd en geïndoctrineerd in de Duitse oorlogsmachine en beland eveneens in Saint-Malo. Daarnaast zijn er nog een stuk of wat secundaire verhaallijnen. De rode draad doorheen het verhaal is de radio die in de jaren ’40 stormenderhand de wereld had veroverd.

Net zoals in GRRM’s Game of Thrones vertelt Doerr het verhaal afwisselend vanuit het standpunt van de personages. Dat zorgt voor een gedegen page turner. Alleen springt het verhaal tussen drie grote tijdsvakken in flashbacks en flash forwards. Dat maakt het bij wijlen wat lastig om te volgen.

Doerr slaagt er in om de personages te laten groeien doorheen het boek. Waar het aan het begin van de Oorlog nog om kinderen gaat, zijn het bij de bevrijding twee jongeren die te snel volwassen moesten worden. Zowel Werner als Marie-Laure verliezen gaandeweg hun houvast en onschuld door allerlei omstandigheden: naaste familie, vrienden, mede-studenten, leraars, officieren,… Doerr beschrijft vanuit een zekere onbevangenheid en het onvermogen om de ernst van het gebeuren volledig te vatten. De droomwereld, met radio’s, modelhuisjes en een karbonkel van een diamant, waarin ze als kinderen leven wordt gaandeweg doorprikt door de realiteit.

Eerste punt van kritiek is dat Doerr zich bedient van nogal gezwollen taal. De tekst bulkt van de metaforen, polysyndetons… en andere stilistische hoogstandjes. Doerr probeert zo Saint-Malo en Zollverrein, Oekraïene, Schulpforta, Berlijn,… te schetsen in een modernistische Ligne Claire stijl maar slaagt daar niet altijd even goed in. Soms komt de tekst nogal hoogdravend en zelfs regelrecht cliché over. Het vraagt bovendien wat inspanning om in een aangenaam leesritme te komen. Tweede punt van kritiek is dat Doerr de gruweldaden van het Nazisme daardoor in een eerder steriele, dichterlijke vorm giet. In de verhaallijn van Werner flirt hij daardoor af en toe met de grens van het stereotype. Veel schrijvers bezondigen zich juist aan het tegenovergestelde: te viscerale beschrijvingen van menselijk lijden die het grote verhaal overschaduwen. Het is en blijft een moeilijke lijn om te bewandelen.

All the Light We Cannot See liet mij uiteindelijk wat op mijn honger zitten. Doerr lijkt met de primaire verhaallijn doorheen het boek één richting uit te gaan, maar slaat naar het einde toe toch een andere weg in. Door die bocht lijken de laatste vijftig bladzijden er eerder bij gebreid om toch nog ergens te kunnen landen. Ook niet alle secundaire verhaallijnen worden helemaal afgewerkt. Doerr laat de ruimte aan de lezer om zelf te interpreteren hoe Marie-Laure, Werner en de andere personages uiteindelijk uit de Oorlog komen.

Doerr verdient zijn Pulitzer duidelijk wel. All the Light We Cannot See zuigt je zo mee in een verhaal met veel lagen. Hij slaagt er wonderwel in om de Tweede Wereldoorlog vanuit twee perspectieven te tonen. Desondanks vervalt hij net iets te hard in clichés om helemaal in zijn opzet te slagen. Neemt niet weg dat ik dit boek toch een aanrader vind. Tenslotte leent deze roman zich te over tot verfilming, dus is het nu gewoon wachten op Hollywood.

Ik herstelde een kapotte hoofdtelefoon

En toen zaten we thuis met een knalroze, kapotte hoofdtelefoon. Ergens halverwege was de draad naar het rechteroorstuk geknapt. Nu, het is allemaal plastiek, en het kost minder moeite om een vervanger on line te bestellen dan om ze te laten herstellen. En toch, is zelf herstellen echt zo moeilijk?

Blijkt dus van niet. Ik had mijn soldeerbout al boven gehaald, maar uiteindelijk had ik al voldoende aan een breekmes, een aansteker en wat heatshrink.

Herstellen doen we zo:

  1. Je snijdt een stuk heatshrink van 2 à 3 centimeter en je duwt deze over één van de twee geknapte uiteinden. Vergeet deze stap niet want je kan dit later niet meer doen.
  2. Met het breekmes (en een stuk karton als onderlegger) strip je voorzichtig 1 à 1,5cm van de plastic isolatie van elk uiteinde. Binnen zitten (minstens) 2 dunne gekleurde koperdraadjes: positief en negatief.
  3. De draadjes duw je per uiteinde voorzichtig uit elkaar zodat je een T vorm krijgt.
  4. Je brengt de uiteinde bij elkaar zodat de 2 T uitsteeksels met de passende kleuren – rood op rood, koper op koper – tegen elkaar liggen.
  5. Je draait voorzichtig de gekleurde uitsteeksels in elkaar. Op dit punt zijn de twee uiteinden nu terug met elkaar verbonden. Op zich is dit nog niet voldoende om je hoofdtelefoon te laten werken.
  6. De twee polen in de draad zijn gecoate koperfilament verwerkt in katoen isolatie. Zowel isolatie als coating moeten we nu weg werken. Dat doe je door de laatste halve centimeter van elk gedraaid uitsteeksel in de vlam van de aansteker te houden. Zo brand je de isolatie weg en maken de koperen filamenten contact. Op dit punt zou je hoofdtelefoon nu wel terug moeten werken.
  7. Nu kan je de gebrande uiteinden omplooien. Zorg ervoor dat ze elkaar niet raken, anders creëer je een korstsluiting en werkt de hoofdtelefoon niet. Je kan nu de heatshrink schuiven over de twee blanke koperfilamenten. Met de vlam van de aansteker verhit je de heatshrink waardoor deze krimpt om de filamenten.  Zo krijg je een mooie, afgesloten, sterke isolatie.

(Je kan ook een relevant YouTube instructiefilmpje bekijken)

Ik was – uiteraard – stap 1 vergeten uit te voeren. Maar op dat punt had ik al een tiental pogingen ondernomen. Het is en blijft prutswerk en het vraagt wat volharding voor het in de vingers zit. Het resultaat ziet er zo uit:

Allez ju. Van alle markten thuis. #diy #headphone

A post shared by Matthias Vandermaesen (@netsensei) on

Bij deze, weer enkele tientallen euro’s uitgespaard. En mezelf een nieuwe skill aangeleerd. Dubbele winst zou ik zo zeggen.

Het oranje toestel is een FumeFan Extractor. Het is een blazer met een koolstoffilter. De dampen die vrijkomen bij het solderen of – in dit geval – het branden van koper met een aansteker, worden door dit toestel opgezogen. Ideaal om voor het occasionele hobbyproject aan de keukentafel.

Havermoutkoekjes met witte chocolade en jeneverbessen

In de kerstvakantie smeet ik mij in de patisserie. Dat moet van sinds de kooklessen geleden zijn gweest. In onze meter staat Thuis Gebakken van de Colruyt. Ik had er op tien minuten twee projectjes uit gekozen waar ik mij wel aan wilde wagen: havermoutkoekjes met witte chocolade en jeneverbessen en brownies met pistache- en amandelnoten. Ik had die twee nog nooit gemaakt, maar blijkt dus dat dat andermaal doodsimpel is. In deze blogpost: de havermoutkoekjes.

Zie hier de stapel ingrediënten waarmee alles begon.

Allemaal dingen die in de Colruyt te vinden zijn. Ik haalde alles uit de plaatselijke Delhaize wegens dichter bij huis.

Dit is het recept. Moeilijk is het niet. In de kookles leerde ik dat patisserie wel om exacte hoeveelheden vraagt. Dus alles afwegen is een must.

De chocolade moet ik hier nog fijn hakken. Dat moeten geen schilfers zijn, maar ook geen grote brokken. Kleine brokjes volstaan. (Excuus voor de kwaliteit van de foto)

Moving on.

De volgende stap is boter laten smelten in een pannetje en ondertussen de suiker, veenbessen, bloem, ahornsiroop, bakpoeder en chocolade mengen in een kom. Eenmaal gesmolten, roeren we de boter onder het koekjesdeeg. Het geheel wordt een soort sticky prut.

Let wel op. Ik heb de koekjes tweemaal gemaakt. De eerste keer had mijn mengsel een mooie consistentie. De tweede keer was mijn beslag te loperig. Ik vermoed door de siroop. In dat geval is het lastiger om de koekjes te bakken.

Nu is het kwestie van de koekjes te vormen op een bakplaat met bakpapier. Dat kan je met de hand doen. Of door van quenelling te doen met twee lepels. Ik ging voor de laatste stap omdat het mengels hierboven best wel plakkerig was en je op die manier mooie, gelijke hoeveelheden koekjesdeeg kan verdelen.

Na een tiental minuutjes in de oven: zie hier het resultaat.

Hier ten huize is die eerste lading bijzonder snel in de buiken verdwenen. Als je het een beetje in de vingers hebt, kan je makkelijk in 30 minuten tijd een bakplaat vol produceren.

Smakelijk!

Passengers

Net terug thuis van de cinema. Ik heb er Passengers gezien. Deze film is een mix tussen sci-fi, avontuur en romantiek met Chris Pratt & Jennifer Lawrence in de hoofdrollen. Goeie film? Bekijk eerst even de trailer!

Opgelet, spoilers!!

Er is een luxueus ruimteschip met aan boord zo’n 5.000 passagiers op weg naar een tweede aarde. Omdat zo’n reis nogal lang duurt, zijn alle aanwezigen in een kunstmatig slaap gebracht. Na enkele decennia loopt het mis. De systemen krijgt kuren na een aanvaring met een zwerm meteoren. Passagier Jim (Chris Pratt) wordt per ongeluk gewekt wanneer zijn “hibernation pod” het begeeft. Hij komt al snel tot de conclusie dat het schip niet kan terug keren naar de aarde en dat hij, alleen in een leeg ruimteschip, zal sterven van ouderdom nog voor het schip haar eindbestemming heeft bereikt. Na een tijd begint de eenzaamheid te knagen. In de wetenschap dat ze ook zal sterven op het schip, maakt hij, tegen beter weten in, Aurora (Jennifer Lawrence) wakker.

De film brengt de romance die tussen deze twee verloren zielen groeit, gaandeweg in beeld. Maar de chemie tussen Pratt en Lawrence, tja, die overtuigt toch niet echt. Eerlijk gezegd roept Jim hoegenaamd weinig sympathie op. Pratt speelt de rol ook met een soort vlakke, verwerpelijke gelatenheid die weinig doordrongen is van echte emotie zoals schuldgevoel of empathie. Het profiel van Aurora is evenzeer een cliché: een jonge schrijfster die weg vlucht van haar eigen verleden. Met zo weinig om mee te werken speelt Lawrence vooral zichzelf. Uiteraard wordt de romance doorprikt wanneer Aurora ontdekt dat Jim haar bewust heeft gewekt. Het gemak waarmee de androïde barman Arthur (Michael Sheen) Jim en Aurora aanstuurt in dit alles, roept nogal wat vragen op. De scheldtirade van Aurora – een terechte “You murdered me!” – en beeld-zonder-klank sectie wordt al snel onderbroken door de echte problemen. Het ruimteschip is het aan het begeven door allerlei technische problemen. Er is zelfs een deus-ex-machina voor nodig om de twee vechtende tortelduiven terug bij elkaar te brengen. De makers laten in de laatste act Jim & Aurora McGyver-gewijs het ruimteschip herstellen in een aantal explosieve sequenties. De film krijgt een happy ending zoals dat dan heet.

De film plakt visueel op groot scherm, maar dat heeft te maken met de stijlvolle decors, de gelekte holodecks, het organisch uitziende ruimteschip en de spectaculaire zero-gravity sequenties. Maar uiteindelijk kunnen die het fundamentele probleem van de film niet verhullen. Het is Aurora die, tegen elke logica in, wordt gedwongen om de verachtelijke, egoïstische daad van Jim te vergeven. Dat ze dat doet om 5.000, zich van niets bewuste, passagiers de redden, dat is het al vrij ver drijven. Dat ze daar bovenop toch nog voor Jim blijft kiezen, is al helemaal tenen krullend.

Een aanrader? Welja, het is geen slechte film. Maar als je gaat kijken, leg de lat dan ook niet al te hoog.

Deze boeken las ik in 2016

Ik heb vorig jaar een fijne selectie fictie en non-fictie gelezen. Als ik er zo op terug blik, dan blijkt dat geen lange lijst van must reads te zijn. Ik lees dan ook geen uren doorheen een zondagmiddag of een donderdagavond. Ik lees onderweg, op de trein, of ’s avonds in bed op mijn trouwe Kindle. Ik schaf boeken aan uit de Amazon store aan waardoor ik overwegend engelstalige literatuur lees. Een bewuste keuze want ik lees graag in het Engels. Meestal kies ik dan wat er op dat moment mij interesseert. De gustibus et coloribus. Af en toe lees ik wel eens een Nederlandstalig werk, maar dan is dat via een met wat kunst- en vliegwerk manueel opgeladen ePub bestand.

Ik klok vorig jaar af op deze titels.

  • Neil Gaiman – American Gods
  • Neil Gaiman – Stardust
  • Katie Hafner – Where Wizards Stay Up Late: The Origins Of The Internet
  • Yuval Harari – Sapiens. A brief history of Mankind.
  • Conn Iggulden – Ravenspur
  • Conn Iggulden – Bloodline
  • Douglas Adams – The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy (1 – 3)
  • Michael Witwer – Empire of imagination. Gary Gygax and the birth of Dungeons & Dragons.
  • David Kushner – Masters of Doom: How Two Guys Created an Empire and Transformed Pop Culture

Momenteel ben ik halfweg All the light we cannot see van Anthony Doerr. Page turner. Blog ik later nog over.

In 2017 hoop ik meer gericht en bewust te lezen. Mijn Amazon Wishlist kan evenwel nog wat aanvulling gebruiken. Een gezonde mishmash van fictie en non-fictie? Graag. Wat zouden jullie mij aanraden om zeker te lezen in 2017?

16/17

bonfire bonfire

Acht januari. Driekoningen is net gepasseerd. 2017 is goed en wel ingezet. 2016 afgesloten. Wat een jaar was het. Een mooi jaar en een bewogen jaar. Er is veel om over te reflecteren. Waar moet ik beginnen? Hm. Niet eenvoudig. Laat ik beginnen bij het meest concrete: mijn blogje.

Een jaar geleden nam ik me voor om terug actiever te bloggen. Ben ik daar in geslaagd? Wel, ik klokte vorig jaar af op 44 blogposts. In 2015 waren er dat slechts 20. Een aanzet van een opwaartse trend, zowaar. Evenwel ver onder topjaar 2011 met zijn 139 blogposts. De herlancering van mijn blog op het einde van november is een belangrijk moment geweest. In de laatste weken van het jaar schreef ik nog 11 blogposts. Cijfers zeggen niet alles. Wat er echt toe doet is de waarde van het schrijven zelf. En dus hoop ik in 2017 in een comfortabel ritme te kunnen vallen en verder te groeien in mijn eigen schrijfkunsten. Zonder al te veel verwachtingen overigens.

Voor de wereld was 2016 een bewogen jaar. Er is genoeg stof om in een continue staat van verontwaardiging en moedeloosheid te leven. Er was een tijd dat ik dagelijks met de nodige zin voor nieuwsgierigheid ’s morgens de papieren krant las en ’s avonds het journaal bekeek. Ik laafde mijn dorst naar kennis aan trage, zorgvuldig gecureerde, analoge informatiestroompjes. Vandaag is dat anders. We worden overspoeld door een ware stortvloed aan informatie via sociale en andere media outlets. 24/7 on. Geen rust. Geen pauze. Harder. Sneller. Dichter. Hoge definitie. In 2016 ben ik bij mezelf daar echt serieus vragen bij beginnen stellen. Tijd voor een digitale detox? Wel, de realiteit is wat ze is. Daar valt weinig aan te ontkennen. Maar leren leven in een wereld in verandering met de nodige zin voor mindfulness, dat zou al heel wat betekenen in 2017.

Op persoonlijk gebied is 2016 een bijzonder jaar gebleken. Er waren heel veel mooie momenten waarvoor ik alleen maar dankbaar om kan zijn. We zijn andermaal op reis geweest naar Italië én Zwitserland. We deden van flink wat uitstapjes met ons gezin. Ik kan terug voluit klimmen. Ik heb heel boeken en nieuwe auteurs ontdekt. We genoten van samenzijn met familie en vrienden. Op het werk heb ik heel wat mogen bijleren en realiseren. Het was een vol jaar. Dat zeker. Maar er is ook een stevige reality check geweest met flink wat persoonlijke groei en groeipijnen. Tijd en boterhammen. Meer valt daar niet over te vertellen.

In ieder geval, vat ik 2017 met veel positivismus aan. Er ligt een nieuw jaar voor mij vol kansen om van elk moment te genieten en iets te maken. Hier en nu gebeurt het, dus smout mo je kieten. Zo zeggen we dat in deze contreien toch. Ik hoop voor jullie hetzelfde.

(Foto: CC0 / Joshua Newton)

Pukka Yellow Curry en Bruschetta

Vandaag had ik het commando over het potten en pannen. We hebben hier dan wel een meter kookboeken staan… maar het eindigde er mee dat ik inspiratie ging zoeken op het Internet. Ik besloot om Jamie Oliver’s Pukka Yellow Curry te serveren. Met een bruschetta als voorgerechtje.

Een curry maken is niet zo moeilijk. Het recept bevat grotendeels basisingrediënten die je gewoon in de supermarkt kan vinden. Er komen ook geen speciale roer- of baktechnieken bij kijken. Wat je wel nodig hebt is een portie geduld. Een curry wordt alleen maar beter als je ze voldoende tijd geeft om op smaak te komen. Reken dus snel een anderhalf uur werk.

We starten met een berg ingrediënten:

De bruine zakken, da’s iets nieuws in de plaatselijke Delhaize. Tot voor kort waren er enkel plastic zakjes om je verse groenten in te draaien. Uiteraard niet goed voor het milieu, een enkele citroen in een plastic zakje. Sinds kort hangen er dus die bruine zakken als alternatief (het plastic hangt er – vreemd genoeg – nog altijd) Uiteraard verkies ik papier boven het plastic, wanneer het kan. Beetje jammer dus dat de verse kruiden dan weer in plastic worden aangeboden.

Volgende stap: de curry pasta.

Niet zo moeilijk om te maken, gooi deze ingrediënten in de keukenrobot en verwerk ze tot een pasta:

  • 1 Ajuin
  • 2 Gele paprika’s
  • 2 gestripte chili pepers
  • 5 cm gember
  • 1 blokje groentebouillon
  • 1 theelepel kurkuma
  • 2 theelepels kerriepoeder
  • 15 gram koriander
  • 1 eetlepel honing

Ondertussen gaan er 8 kippenboutjes in de stoofpot. Ik bak ze goudbruin in een royale hoeveelheid olijfolie. En met royaal bedoel ik: genoeg om te maken dat het vel niet aanbakt aan de bodem van de casserole.

Na een minuutje of 10 horen ze goudbruin gebakken te zijn. Dan mag je ze er terug uit halen en apart bewaren. Volgende stap: de resterende ajuin en gele paprika opbakken in de resterende olijfolie in 5 minuten. Vervolgens doen we er de zelfgemaakte currypasta, 400 gram kikkererwten en een kledder tomatenconcentraat bij. Goed omroeren in 2 minuten.

Dan voegen we 500 ml kokend water toe en goeien we de kippenbouten terug in de pot.

Het zwaarste hebben we zowat gehad. Nu is het kwestie van het deksel op de pot te houden en de boel gedurende 45 minuten te laten sudderen op een middelmatig vuur. Af en toe eens controleren of de saus al is ingedikt.

Dat geeft ons nu de tijd om de bruschetta te maken. Nog doodsimpel-der. Ik haalde dit in huis:

  • Een ciabatta
  • Een paar tomaten
  • Een bosje basilicum

Ciabatta schuin in stukken van 1cm dik snijden. De bovenkant eerst goed inwrijven met een gekneusde, dikke knoflookteen. Dan insmeren met olijfolie en afkruiden met een beetje zeezout en peper. Ciabatta op een bakplaat (of ovenschaal) en dan gedurende 5 à 10 minuten roosteren in de oven. Daarna terug uit halen en garneren met schijfjes tomaat en versneden basilicum.

Vooraleer je geniet van de brusschetta: hou de tijd even in de gaten. 15 minuten voor de curry klaar is, maak je wat witte basmati rijst klaar. Dat kan in een builtje, maar wij gaan hier thuis voor de losse rijst in de Tupperware Rijstkoker.  Snij schijfjes citroen, versnijd de resterende koriander en dump wat magere yoghurt in een kommetje.

Als je goed hebt getimed, dan kan je vrijwel aansluitend na het voorgerechtje genieten van de curry. Zo ziet de curry er na 45 minuten uit in de casserole:

En zo ziet ze er uit gegarneerd en al:

En hoe het smaak? In één woord: machtig! Een goede curry is er eentje rijk aan smaken en indrukken. Pikant natuurlijk ook. Het vlees valt van de kippenbout. De kikkererwten zijn zacht en mals. De yoghurt kan je op de curry zelf doen, maar ook als side dish serveren.

Ik heb nog een restje in de koelkast staan. Benieuwd hoe het morgen zal smaken na een nachtje verder trekken.

Merci Jamie Oliver!