Netsensei

Much Ado About Nothing

Wonen en Dagelijks Leven

Kookles

Voor zover jullie je dat mochten afvragen: ja, ik ga nog steeds naar de kookles! Met veel plezier. Het mogen dan wel de absolute speciallekes zijn die we maken, ik heb er al veel opgestoken. En het is met een toffe bende dat we elke vrijdagavond achter de potten en de pannen staan.

Om u even jaloers te maken: dit was het menu van vanavond:

  • Escargots met aardappelchips vergezeld van marshmallows van soja met sashimi van zalm en “Mi Shima u Kan”
  • Schuimige soep van bospaddenstoelen met gerookte eendenborst en kervel
  • Gegrilde zalmmoot met aardappelpuree, katenspek en een coulis van basilicum
  • Crème brulée met compote van rode vruchten en Italiaanse merengue

’t Is dat wel met 13 zijn om dat allemaal klaargemaakt te krijgen. Vanavond deed ons team de soep. Een kleine kilo paddestoelen kuisen, dat geeft verdomd veel prutswerk, maar het was het meer dan waard! Volgende week doen we het hoofdgerecht voor het kerstdiner. En er werd al gepolst of we ons volgend semester opnieuw willen inschrijven.

Ik zie dat best wel zitten!

Districthuis

Uiteindelijk heeft het 1.5 uur geduurd vooraleer huisbaas J. en ik ons mochten aanbieden bij een loket in het Districtshuis om onze identiteitskaart te laten vernieuwen. En ook nu weer was de ervaring er één van georganiseerde chaos, lang wachten en zowat de ganse wereld in één wachtzaal(tje). Gedeelde smart en al. Maar… over drie weken liggen onze kaarten klaar. Ik help hopen dat we niet nog eens door alle hoepels mogen springen om onze handtekening te zetten en ze mee te krijgen.

Identiteitskaart

Vorige week viel er een kaartje in de bus. Het was een vriendelijke uitnodiging van De Overheid om mijn identiteitskaart te laten vernieuwen. Zo’n digitaal geval vind ik namelijk bijzonder praktisch. Je kan er immers meer mee doen dan alleen maar je belastingbrief invullen. Ik denk dan aan het digitaal aanschaffen van je NMBS ticket. Niks geen gedoe met een loket en een papier dat je kan kwijt geraken. Het staat mooi geregistreerd op je kaart. ’t Is een beetje jammer dat ze dan wel een aparte MoBiB kaart zullen invoeren in plaats van dat te koppelen aan je eID. Peter heeft daar onlangs nog een mooi boompje over opgezet.

Zoals dat gaat mocht ik meteen nog eens pasfoto’s laten maken. Ik ben gelijk naar de fotograaf geweest. Ze zijn er vriendelijk en lang moet je er niet wachten. Even de stoel op, in de lens kijken en ’t is zo gepiept. Het was wel even de vingers kruisen dat ik door het regenweer geen indruk zou nalaten als een natte, geslagen hond. ’t Viel allemaal nog wel mee. Ik zal met een gerust hart de komende jaren mijn pas mogen tonen zonder mij in allerlei bochten te moeten wringen. Dat was wel wat anders met mijn internationaal paspoort: die foto werd genomen de ochtend na mijn afscheidsfeestje bij een vorige werkgever. Ge kent dan: wallen onder de ogen, uitgebluste blik,… Hmgr!

Donderdagavond gaat het richting districtshuis. De laatste keer heb ik daar uren verloren om mij te domiciliëren. Je staat er in een ellenlange rij te wachten, het is er een drukte van jewelste en je hoort  en ziet er zo ongeveer alle mogelijke talen en culturen die je kan verwachten in een kleine wereldstad. Not my cup of tea. Naar het schijnt zou het sneller gaan als het is om een identiteitskaart te vernieuwen.

Zijt ge al verhuisd?

Tegenwoordig is dat de eerste vraag die mensen mij toewerpen. Of ik al verhuisd ben. En jammer genoeg is het antwoord ‘neen’. De huurster wijkt maar niet. Ondertussen zijn we drie maanden verder en blijven er nog drie over. Haar zoektocht levert geen resultaat op. Of beter, het aanbod voldoet niet aan de verwachtingen. Om het zacht uit te drukken.

All quiet on the Western front, dus.

Ik hoop dat ze voor eind februari alsnog verhuisd geraakt. Maar met elke week die er verstrijkt, begint die hoop wat af te brokkelen. Wie al eens iets gehuurd heeft, weet dat er toch al eens wat tijd kan verstrijken tussen iets vinden en effectief verhuizen. Elke dag dunt het veld aan huurwoningen die in aanmerking kunnen komen verder uit.

Ondertussen voelt het wachten wat aan als limbo. Ik val zo ergens tussen in. Wetende dat er verandering op komst is, terwijl ik nog altijd met een stevig been in de laatste zeven jaren van constant onderweg zijn sta. Nu eens hier, dan weer daar. Harde keuzes maken en met mijn hoofd een paar keer tegen de muur lopen. Dat heeft me gebracht waar ik vandaag ben. Op heel wat vlakken heb ik er veel uit opgestoken, op andere heb ik het gevoel dat mijn leven nog volop in de startblokken staat. En ja, het is bijzonder frustrerend dat ik bepaalde hoofdstukken voorlopig nog niet kan afsluiten.

Mja, kijkt, ik ben een geduldige mens, ik. Moet ook wel zo onderhand.

(*Gni* De knoert van een DT fout in de titel is verholpen.)

Spoorloos

De NMBS. My pet peeve! Gisterenavond mochten we nog eens proeven van alles wat er fout kan lopen bij het Belgische Spoor. Ik was iets vroeger vertrokken op het werk en wilde de rechtstreekse trein naar Oostende van 16u25 halen. Eenmaal in Berchem Station bleek die afgeschaft te zijn en heerste er absolute chaos met vertragingen. De borden toonden verder geen informatie. Geen mooi begin van het weekend dus.

De trein naar Rijsel over Gent van 16u10 bleek een 15-tal minuten vertraging te hebben. Met een overstap in Gent Sint-Pieters was dat wel doenbaar. 15 minuten werden al snel 35 minuten. Ondertussen werd het perron voller en voller. De boekenbeurs in combinatie met de vrijdagavonddrukte is een cocktail voor extra stress. Uiteindelijk arriveerde de trein met 42 minuten vertraging. Ik heb ze laten schieten omdat er niemand meer bij kon en ik geen zin had om recht te staan. De volgende trein naar Gent-Rijsel van 16u56 volgde met vijf minuten vertraging en was iets rustiger. Oef. Met een beetje geluk zou ik toch nog tegen 18u thuis zijn.

Buiten Antwerpen werd er omgeroepen dat de trein beperkt werd tot Lokeren. Grote consternatie bij de reizigers. Er werd niet gezegd waarom. Enkel dat er een directe trein in Lokeren voorzien was naar Oostende. Gelukkig. Met een slakkegang vanuit Sint Niklaas arriveerden we in Lokeren. Daar stond er een oud stel met een beperkt aantal zitplaatsen. Blijkbaar waren de voorgaande treinen daar ook gestopt wat tot ongeziene chaos leidde. Op het perron kregen we te horen dat de trein tot Gent reed. Zonder meer. Dit bleek geen IC trein te zijn maar een L trein die tussen Lokeren en Gent Dampoort boemelde. Vreselijk. Ik had het geluk een zitplaats te veroveren.

Tussen Gent-Brugge en Gent Sint Pieters werd eindelijk gemeld wat de oorzaak van de vertraging was: een afgerukte bovenleiding in Merelbeke waardoor al het verkeer tussen Gent, Antwerpen en Brussel over twee sporen moest. Het duurde nog eens 25 minuten om de afstand tussen Dampoort en Gent Sint Pieters af te leggen.

Rond 18u30 arriveerden we in Gent Sint Pieters. De borden waren er leeg en er bleken slechts twee treinen te rijden. Eentje was de L trein tussen Gent en Brugge van 18u47. De massa bestond ondertussen uit de Boekenbeursgangers, werkmensen en kotstudenten. Allemaal moesten ze op dat boemeltje. Uiteindelijk werd het 19u30 toen ik in Brugge arriveerde. Met nog eens een verplaatsing naar huis kostte het me ongeveer 3u45 minuten van deur tot deur om de afstand te overbruggen.

Op Ter Zake liep er later op de avond een reportage over de verbeteringen die de NMBS, of beter Infrabel, voorziet in de bottleneck van de Noord-Zuid verbinding. De woordvoerder van Infrabel kwam vertellen dat er tegen 2017 verbetering zou moeten zijn (GEN, Diablo,…). Dat er een pak ambitieuze plannen op tafel liggen. Minster Hilde Crevits kwam ook aan bod. Zij vertelde dat ze vanuit haar Vlaamse bevoegdheid van plan is om De Lijn en de NMBS beter op elkaar af te stemmen (eengemaakt biljet). Dat er gezocht wordt naar oplossingen om het verkeer op de Brusselse Ring te optimaliseren,… Maar in een zucht schoof ze de verantwoordelijkheid van gemaakte beslissingen af op de vorige administratie.

Mooie woorden allemaal.

Waarom kon er niet beter, efficienter en vooral correct worden gecommuniceerd op zo’n crisismoment? Hoe komt het dat er een bovenkabel wordt afgerukt en viel er op hetzelfde moment op dezelfde lijn ook nog eens een locomotief defect? Waarom werd er niet wat flexibiliteit getoond en konden er geen extra bussen tussen Dampoort en Sint Pieters worden ingelegd?

Laten we eerlijk zijn. Dit zijn geen toevallige missers. Jaren van immobilisme bij de beleidsmakers, verkeerde beslissingen, manke investeringen, foute prioriteiten, afschuiven van verantwoordelijkheid, tegenstrijdige belangen, lobbyisme,… Mobiliteit in België, de NMBS op kop, is een veelkoppige hydra geworden. We liggen jaren achter terwijl reizigers, bedrijven en de economie daarvan de dupe worden.

Geen dure analyses, beloftes of verschoningen meer. Concrete plannen en resultaat. Daar betalen we belastingen voor. Dat willen we zien.

Nu.

De eigendom

“Zeg, ben je nu al verhuisd?”, Is zo’n beetje een vraag die ik af en toe te horen krijg. Neen. Nog steeds niet. Tot nog toe woont er nog steeds een huurster in mijn appartement. De huur is wel opgezegd in het begin van september, maar ze mag wettelijk gezien nog zes maanden blijven. Dus tot eind februari. Gelukkig is ze wel vol goeie moed op zoek naar een nieuwe woonst maar het resultaat blijft wat uit.

En dus bevind ik mij in een soort Vagevuur der Eigenaren.

Financieel voer ik een spreidstandje uit. Aan het begin van de maand betaal ik mijn lening af. En op het einde van de maand wordt de huur van de studio in Antwerpen bekostigd. Dat laatste wordt, gelukkig, dan meteen gedekt door de huur van het appartement in Brugge.

Maar desondanks draag ik wel de lasten.

  • Mijn domicilie ligt in Antwerpen maar ik pendel regelmatig naar Brugge voor familie, vrienden en afspraken. Daarnaast maak ik regelmatig spoortrips voor het werk, die gelukkig wel worden terug betaald. Treinkaarten kosten 74 euro. Op lange termijn is het de goedkoopste manier om te reizen, maar om eerlijk te zijn: als je werkt en niet meer in aanmerking komt om toffe kortingen te krijgen, dan is dat toch een redelijke hap uit het budget.
  • Er is de syndicus van het appartement waaraan ik voorschotten betaal op energie, gemeenschappelijke kas voor herstellingswerken,… De bijkomende kosten die de huurster betaalt, dekken die niet helemaal.
  • Er zijn de nutskosten van het appartement in Antwerpen.
  • Als er nu iets stuk gaat in het appartement in Brugge, dan brengt dat extra kosten met zich mee.

Dat laatste, daar ben ik gisteren nog mee geconfronteerd: de kranen in de badkamer en in de keuken besloten simultaan er de brui aan te geven. Een stielman laten komen kost walgelijk veel geld, maar gelukkig kon ik betrouwen op handige harry A. die zich bereid vond om zijn zaterdagmiddag op te offeren. Wij dus naar de Brico waar ik toch nog een dikke 77 euro aan sanitair mocht ophoesten.

Vooralsnog draag ik dus alleen de lasten zonder het genot. En dat is bij momenten redelijk frustrerend. Dezer dagen houd ik de PC banking nauw in de gaten. Nu heb ik de goede gewoonte gekweekt om in een Excel sheet mijn kosten te projecteren. Mijn vaste kosten heb ik in kaart kunnen brengen en één keer in de week werk ik bij wat mijn variabele uitgaven waren. Niet dat ik elk pintje, broodje of zo opteken, zo detaillistisch ben ik (nog) niet. Het idee is om bij te houden waar ik op het einde van de maand zal staan. Zo kan ik op tijd compenseren wanneer het nodig mocht zijn. En dat werkt wel.

Gelukkig is het maar een tijdelijke situatie. Zodra ik verhuisd ben zou de zaak een stuk eenvoudiger moeten worden:

  • Het gedoe met de huur valt volledig weg.
  • De treinkosten horen grotendeels weg te vallen.
  • De extra die ik betaal aan gas en elektriciteit in Antwerpen vallen weg.

Dat gezegd zijnde troost ik mij met de gedachte dat blijven huren hoe dan ook geen optie meer is en dat investeren in vastgoed een mooie zaak is die nog gaat renderen op lange termijn.

Stevig ontbijt

Bon. Ik heb er al vaak overgeschreven. Maar zoals dat gaat, zit ik ’s morgens al eens op de trein terwijl die door een slaperig Vlaanderen dendert. Dat was vanmorgen niet anders. Het was redelijk rustig. Wat dagjesmensen, de werkmens die iets later begon en een paar studenten. In Sint-Niklaas stapte er een joelend klasje kindjes op, maar niks dat niet met een iPod op te lossen valt.

Ik had mij in de rapte een ontbijt gekocht en dat op de zetel naast mij gelegd. Bij mijn boekentas. Met één hand probeerde ik de Metro open te houden terwijl ik in de andere een Cécemel had. Ik lette even niet. Er streek wat toch en er passeerde een schaduw langs mijn coupé. Het volgend moment bleek mijn ontbijt verdwenen. Foetsjie. Weg. Vanished in thin air.

Ik was eerder verbaasd dan wat anders. Dus mijn kopje ging over de zetels op zoek naar de dader. Ik zag een zwarte schaduw verdwijnen uit het rijstel. Mijn busje Cécemel nog in de hand sprong ik recht, pakte mijn tas en zette de achtervolging in. Ik moest en zou de onverlaat te pakken krijgen. Nobody gets between me and my food.

De schaduw bewoog zich razendsnel doorheen de stellen. De trein schokte terwijl hij over wissels reed en ik vloog tegen de zetels aan. De schaduw leek het allemaal niet te deren. Uiteindelijk haalde ik hem in het laatste rijtuig.

Voor mij stond een klein mannetje wijdbeens in een zwarte pijama. Het gezicht was verborgen achter een zwart masker. Achter zijn rug priemde het heft van een katana.

Jawel.
Een onvervalste ninja.
Ik kon het moeilijk geloven.
Maar toch, een ninja!
Hier ging bloed vloeien.
Geweld en al.
Zoals in de films.

In zijn linkerhand klemde hij een zakje met van de Panos met daarin onmiskenbaar twee croissants. Even leek de tijd stil te staan terwijl we elkaar aanstaarden. Hij zag er vrij lening uit en leek heel snel de situatie te evalueren.

Ik kwam terug tot de werkelijkheid. Misschien was het maar een acteur of een grapjurk. Terwijl ik het busje Cécemel iets beter vastpakte, sommeerde ik hem luid de zak met croissants rustig op de grond te zetten. Hij leek te glimlachen achter zijn masker. Opeens ging het razendsnel. Hij greep achter zijn rug en het volgende moment suisden er twee shuriken langs mijn rechteroor. Tegelijk maakte hij een tijgersprong, greep het bagagerek vast en sprong over mij terwijl ik naar de grond duikte.

“HAAARRRRR!”

Een luide grom donderde door het treinstel en het geluid van metaal tegen metaal klonk boven mijn hoofd. Ik keek even over mijn schouder en zag hoe de ninja met zijn katana een piraat te lijf gaat. Ik lieg dus niet. Een piraat. Een echte. Zoals op zee. De piraat droeg een scharlakenrode jas op een wit hemd met veel franje, een zwarte broek en laquéschoenen met dikke goude gespen. Hij had dik lang, git zwart haar waarop hij een leren hoed droeg. Onder de hoederand kwamen twee rokende lonten uit. Maar het meest opvallend was zijn gezicht. Doorgroefd door jaren wind en zeezout, met een vertrokken mond en één oog waarin de hel zelf leek te gloeien.

“HAAAARRR! Kapitein Zwartbaard wil die croissants!”

De piraat zwaaide met zijn degen en kliefde een paar zetels in twee. Eén van die lelijke appelblauwzeegroene tafeltjes zeilde door de cabine. De ninja bleef de piraat maar te lijf gaan. Hij sprong op diens rug maar de piraat plukte hem gewoon op en zwaaide hem door de lucht. De ninja viel dwars door het glas van de binnendeur. Even leek het erop of de strijd was gestreden maar een luide “BANZAI!” maakte brandhout van die gedachte. De ninja vloog terug op de piraat en hakte met zijn katana de haak van diens rechterarm af. De piraat schreeuwde uitzinnig van woede. Hij greep de pijama van de ninja en begon die door elkaar te schudden.

Hoe harder de piraat schudde, des te harder leek het hele treinstel mee te schudden. Het ging maar harder en harder en harder. De Panos zak met croissants viel uit de gordel van de ondertussen bewustloze ninja. Ik kon ze net vastgrijpen met mijn ondertussen fijngeknepen Cécemel. Het schudden ging maar door.

“Ticketje alstublieft.”

Ik werd wakker en keek een ietwat verveelde conducteur aan. “Ticketje alstublieft!” Nog wat gedesoriënteerd overhandigde ik hem mijn ticket. Ik schudde mijn hoofd en keek naast me. Op de zetel lag een geplet zakje croissants en een leeg, kapotgewrongen busje Cécemel. Waarschijnlijk kapotgetrokken in mijn slaap.

Ik keek voor me. Tegenover mij staarde een gedrongen, aziatische medereiziger mij onverstoorbaar aan. Op zijn gelaat kon ik niks lezen over ’s mans gemoedstoestand. Zijn donkere ogen geleden naast me. Ik keek achter mij en zag in het andere gangpad een boom van een kerel zitten. Met donker, gitzwart haar en een witte plakker over zijn rechteroog. Zijn linkeroog leek te gloeien terwijl hij verbeten terug terug staarde.

Ik draaide me terug om, zette mijn iPod op en deed een schietgebedje dat de trein snel in Gent mocht aankomen vandaag. Liefst zonder vertragingen.

Pijpajuin

Vrijdagavond. Kookles. Vanmorgen opgestaan, mijn handen ruiken gelijk nog naar de pijpajuin wegens dat ik een bussel van heb versneden. Maar ’t was wel machtig lekker. H., A. en ik namen het voorgerecht voor onze rekening: maatje met granaatappelvinaigrette met een slaatje van aardappelen en boontjes begeleid door een toef tuinkers. En lekker dat dat was!

Haar

Zo. Ik ben geknipt en gekapt. Mijn haar, daar durf ik al eens lastig van worden.  Doorgaans draag ik mijn haar graag een ietsje langer, maar als het te lang wordt, dan valt er een bles voor mijn ogen en dreig ik af te stevenen op, wel, een soortement nektapijtje. Er is een sweet spot waar mijn haar niet te lang is, maar ook niet te kort.

Het is ’s morgens altijd het hartje bang vasthouden of ik geen bad hair day ga hebben. Ik heb dunne, bruine manen met eigen willetje. Die durven dan wel eens alle kanten uit staan. Of ze vallen gewoon compleet plat. Een coupe zonder veel volume geeft dat dan. Nu, ik zou daar gel en wax en dingen in kunnen doen. En dan met een haardroger allerlei truuken uithalen. Ik ken er die daar ’s een heel ochtendlijk ritueel van maken. Zelf ben ik nogal praktisch ingesteld: de tijd die ik in de badkamer spendeer, dat moet geen kleine eeuwigheid duren. En haarproducten, daar blijf ik liever van wegens hoe gezond kan dat ook maar zijn. In de ideale wereld: wassen, drogen en proper kammen. Meer moet dat niet zijn.

Nu, het valt allemaal eigenlijk best wel mee. De haarlijn is in de loop der jaren weliswaar onvermijdelijk wat geweken, maar niets om dramatisch over te doen.

Wat wel een moeilijkheid blijft is een goede kapper vinden. Sinds jaar en dag ging ik vroeger naar eentje in de gemeente. Hoewel de mens degelijk werk afleverde, was het resultaat veelal ouwbollig. Of gewoon kort. Zeg maar coupe jatte. Ik ben een paar maanden in hartje Brugge naar een, wat heet trendy en hip, salon geweest. Loungy muziek, Ché en Menzo achteloos op de kaptafels en dartele jonge knipdeernes die de scharen hanteerden. Het probleem is dat ik elke keer moest diets maken wat ik wilde terwijl de kapster van dienst niet altijd met veel vertrouwen aan de slag ging. Het salon dat ik vandaag bezocht werd uitgebaat door wat meer ervaren knipdames die gewoon de schaar en scheermes ter hand nemen en gewoon hun job doen zonder dat ik daarvoor meticuleuze aanwijzingen moest geven. Hey, ik kreeg zelfs een glaasje cava voor de Dag van de Klant! Volgende kreeg ga ik nog eens terug want zoals dat heet: je kunnen bevestigen met een evenwaardige prestatie.

Uniform beige

Reeds jaar en dag sjees ik door het land per trein. En een van de dingen die ik graag doe is mensjes observeren. Je ziet namelijk alles en iedereen op de trein. Studenten, ouders met bleirende kinderen, toeristen, voetbalsupporters,… en natuurlijk Senioren!

Het blijft soms een klasse appart. Ik herinner mij hoe kameraad TDW ze jaren geleden omschreef als de “Kamikazes van het Spoor”. Soms terecht, ik herinner me nog een voorval waar mij een wandelstok tussen de benen werd gestoken om te verhinderen dat ik eerst zou opstappen. Nu moet je weten dat de trein in kwestie in kopstation Antwerpen Centraal nog twintig minuten stil stond en dat ik en de dader in kwestie de enigen waren die wilden opstappen. Ik zweer het u, zo’n hardhouten geval, dat komt aan.

Afin, wat mij opvalt is dat senioren onderweg een soort uniforme dresscode hebben. De heren dragen een soortement vlak beige vest boven een lichtblauw of -roze hemd en een gelijk gekleurde broek met daaronder van die hagelwitte sportschoenen. De dames durven al eens manlief te kopiëren of dragen zo’n beige regenjas, met daaronder van die nylon kousen en zwarte, platte, orthopedische schoenen. Je zou haast denken dat het een bende is. Of een soortement sekte. Misschien hebben ze geheime rituelen of zo. Een geheime handdruk die enkel gekend is door vijfenzestigplussers.

Vanmorgen stapte er zo een groepje op. Een man of zes. Heel amusant om ze te zien twijfelen in welke richting de trein zou rijden (de andere richting dan waar ze vandaan kwam, duh!) en wie aan het raam zou zitten. Allen waren ze in het bleke beige gekleed. De treinrit ging de gemoedelijke discussie over onderwerpen zoals daar zijn: chronische slaapapneu, recente overlijdens, de kleinkinders,…

Ik moest een lach onderdrukken, het was zo keihard Man Bijt Hond.

« Vorige blogposts Pagina 9 van 32 pagina's Volgende blogposts »