Netsensei

Much Ado About Nothing

Reizen en Recreatie

Valentijn

Haja! Valentijn was het gisteren! En we wilden toch wel eens op stap gaan in ons eigen Brugge. We weten dat de stad zichzelf profileert als chocoladestad bij uitstek en dat er dan ook tal van evenementen en activiteiten worden georganiseerd. Denk maar aan het jaarlijkse chocoladefestival in het Oud Sint-Jan! De winterwebsite van de toeristische dienst leert dat er ook (on)geleide chocoladewandelingen doorheen de stad zijn. Dat zagen we wel zitten.

We besloten de ongeleide wandeling te proberen. In de In & Uit aan het concertgebouw kochten we twee gidsen voor 20 euro. Je krijgt in ruil een kaartje, wat uitleg bij een paar chocoladegerelateerde punten in de stad, en 4 bons: 3 proevertjes bij de chocolatiers op het traject en een kortingsbon voor het afsluitende bezoek aan de ChocoStory, het Brugse chocolademuseum.

De wandeling begon aan het Jan Van Eyckplein en voerde ons via de Academiestraat naar de Eiermarkt. Eerste halte was het snoepwinkeltje en de aanpalende speciaalzaak Cornelius Bachus waar we een chocoladejenever kregen. De winkel zelf bestaat nog maar een aantal jaar. Het stoken van de jenever gebeurt elders, maar het mengen met de chocolade doen ze wel zelf. Een fijn desertdrankje. Daarna ging het naar het overbekende chocolatier Dumon op de hoek van de Kuiperstraat. Het winkeltje ligt wat verzonken in de grond en beetje een touristmagnet. We kregen er pralines met een speciale vulling. Niet slecht maar de chocolade wordt er enkel verkocht en niet gemaakt. De wandeling voerde ons daarna richting Markt. Op de hoek met de Steenstraat ligt chocolatier Galler. Nu was chocolade vroeger in eerste instantie een medicinaal product dat je enkel bij apothekers kon krijgen. Galler huist in zo’n oude apothekerswoning. In de gevel wordt het verleden herinnerd door de stenen kop van een ietwat ziekelijke man die zijn tong uitsteekt. Voorbij de Inno doken we de Sint-niklaasstraat in en kwamen we uit op de Oude Burg. Op de hoek vinden we in de gevel een beeld van, jawel, Sint-Niklaas. Uiteraard heeft de goedheilig man bijzonder veel met chocolade te maken. Daarna ging het richting Simon Stevinplein. Eigenlijk bevinden er zich op het plein een pak chocolatiers: het recent geopende Dumon op de hoek met de Mariastraat, waar je een warme chocolademelk kan drinken, tot het bijzonder fijne The Chocolate Line waar we een 100 gram venezolaanse chocolade kochten. Je kan in die laatste door een venster in de keuken kijken waar twee chefs constant bezig zijn met de bereiding. Hou er wel rekening mee dat het er bijzonder druk kan zijn. Via de Mariastraat kwamen we uit op het Gruuthuse en de Dijver. Onderweg kwamen we chocolatier Depla tegen. Niet dat die deel uitmaken van de wandeling, maar uit ervaring kan ik hen wel aanbevelen als een van de fijnste chocolademakers van Brugge.  Via de Dijver liepen we richting Burg en zo richting Walplein om daar de ChocoStory te bezoeken. Helaas was de middag net te kort. Het museum sloot al om 17 uur. De tip hier is dus de wandeling vroeg genoeg te beginnen want het museumbezoek duurt toch al snel een uurtje.

Alvast een heel fijne en lekkere valentijnswandeling!

’s Avonds ging het richting Zedelgem waar we een toneelvoorstelling bijwoonden: Emmeken. Gebaseerd op het verhaal van Mariken van Nymegen. Theatergezelschap Het Ongerijmde bracht het stuk met 3 acteurs die constant van rol wisselen. Bovendien wordt het stuk volledig in rijm gebracht. Ik vond het alvast een heel mooie en frisse voorstelling van dit mirakelspel. Een aanrader als ze in jouw buurt spelen.

Vermont

De laatste dagen beschikte ik niet meteen over internet om goed te bloggen. Het hotel in Montreal bood namelijk een verbinding aan die gewoonweg weigerde te werken. Jammer. Vandaag vertrekken we terug naar Europa. Momenteel blog ik dit vanop Burlington Intl Airport in Vermont, US of A. Jawel, omdat onze huurauto in de States werd gehuurd moesten we vamorgen vanuit Montreal de grens terug oversteken. De intercontinentale vlucht vertrekt vanavond immers vanaf JFK, New York. Dat betekent dus dat we hier de huurauto vanmorgen in Burlington achterlieten en over twee uur met een binnenlandse vlucht naar New York vliegen.

We landen dinsdagmorgen om 8u30 in Zaventem.

Toronto II

Verslagje met een dagje vertraging. Gisteren hebben we Toronto verder verkend. We trokken eerst naar Yorktown. Dit is het oude centrum van de stad en naar volgens de Lonely Planet gids zouden er heel wat leuke winkeltjes en een pittoreske buurt aantreffen. We vonden er de indrukwekkende St Lawrence market, een overdekte hal voor een permanente markt. Op de gelijkvloerse en ondergrondse verdieping stonden er rij na rij met togen vol verse vis, vlees, specerijen, brood en meer. Tussendoor merkten we ook afrikaanse stalletjes met prullaria op. De wijk zelf stelde dan weer teleur. Veel meer dan de gemiddelde lei met herenhuizen in het Antwerpse was er niet te zien.

Rond de middag trokken we dan maar naar de andere kant van de stad: Kensington market en Chinatown. Halverwege vonden we het toch net iets te koud en besloten we in Toronto’s fabuleuze ondergrondse PATH systeem te duiken. We bevonden ons onder het kloppende financiële hart van de stad en Canada: de Toronto Stock Exchange. En dat merkten we aan de drukte en de talloze zakenmannen en -vrouwen die er gehaast lunchten. Eén van de mooie wonderbaarlijke elementen in het PATH systeem zijn de zogenaamde Food halls: een hall vol met publieke – gemeenschappelijk onderhouden – tafeltjes en stoeltjes en daarond talloze stallen van grote ketens zoals McDonalds tot de lokale Thaï, Griek of Italiaan die een snelle hap aanbieden. Iedereen koopt er zijn lunch en het had veel weg van een drukke Alma, Overpoort of Brug. Met dat verschil dat het er vol liep met kantoorwerkers, accountants en dies meer. Allemaal in druk gesprek of verslingerd aan hun mobieltje of blackberry.

Kensington Market en ChinaTown bereikten we uiteindelijk met de ultragoedkope metro. Eerlijk gezegd viel ook die wijk wat tegen. Veel was er nu niet te zien en op straat waren de meesten te gehaast om de eerste koude te ontsnappen. Chinatown was dan wel weer speciaal: letterlijk Azië in het midden van Toronto. Op een streep van een kilometer loopt het vol met aziaten, Chinezen, Thaï, Vietnamezen,… zelfs de straatnaambordjes zijn in het Chinees vertaald. En de winkels die toch op straat hun waren uitstalden hadden de meest exotische groenten, vlees,… uit het verre oosten in de aanbieding.

Uiteindelijk belandden we terug op Yonge Street. ’s Avonds brachten we door in het Iers/Canadese café tegenover het hotel. De Toronto Maple Leafs speelden een hockey thuismatch tegen Annaheim. Hockey is hier de nationale sport. Persoonlijk vind ik een spelletje hockey meer schwung hebben dan voetbal. De puck gaat razendsnel rond en de dik ingepakte spelers schieten razendsnel en trefzeker over het ijs. Best wel spectaculair om groot scherm te zien.

Vandaag zijn we met de auto dan weer een goede 500 kilometer noordoostelijker getrokken. We checkten in de late middag in in ons hotel dat een toch wel zeer fancy motel blijkt te zijn. Tot nu toe hebben we geen klagen over de verblijven: allemaal zeer proper en de kamers zijn bijzonder ruim naar Europese standaarden. Bovendien krijgen we – bij wijlen gebrekkig – internet en de beruchte Amerikaanse cable tv bij. Het inchecken ging tot nu toe altijd zeer vlot. De receptionist had ons vanavond wel de verkeerde kamer toegewezen. Met onze sleutelkaart konden we een kamer binnen die bezet was door een andere hotelgast. Gelukkig was de persoon in kwestie niet aanwezig en we vertrokken meteen toen we de bagage zagen liggen. De receptionist wees ons meteen een andere kamer toe.

Ottawa zelf is samen met Montreal één van die laatste grote stedelijke centra voor het wilde en natuurlijke Canada begint. Op weg hier naartoe hebben we de natuur gaandeweg zien veranderen. Alles ziet er hier net iets meer verweerd uit door de winterkoude. En de flora ziet er ook redelijk robuust uit. Vooral veel dennen. Op weg hier naartoe zagen we redelijk wat kadavers – ook wel roadkill genoemd – van herten, possums en andere beesten langs de kant van de weg. Zij die het niet haalden van het verkeer op de highway.

Het weer is hier trouwens sinds een dag of twee omgeslagen en het kwik heeft een flinke duik genomen. Het vriest hier ’s nachts en overdag staat er buiten een strakke, ijskoude wind. Niet echt weer om buiten te komen. Ottawa heeft zeker niet de grandeur van de reeds bezochte steden. Wat opzoekwerk leert ons dat er wel wat klassieke kunstmusea zijn maar uiteindelijk is de hoofdstad van Canada vooral een administratieve bestuurscentrum vol publieke kantoren en instellingen. We plannen straks onze dag van morgen en we vertrekken vrijdagmorgen vroeg naar het grotere broertje: Montréal.

Toronto

Gisteren trokken we onze stapschoenen aan (en na koffie bij Starbucks) en verkenden we Toronto. Het hotel ligt hier in een zijstraat van Yonge Street. Dit is een befaamde asfalt strook hier en staat bekend als de langste straat van Toronto. In Toronto strekt ze zo’n 100 kilometer ver maar in ruime zin loopt ze eigenlijk door tot in Minneapolis. Yonge is het kloppend hart van commercieel Toronto. Vandaar trokken we naar Bloor Street waar alle hippe kledingzaken zich bevonden. Fashionminded zoals we zijn hielden we het op wat etalage kijken.

De eerste echte stop was de wijk Annex: een residentiële wijk waar je heel wat typische Amerikaanse huizen vindt. Met de herfst en het nakende Halloween heerst er een nogal spokerige indruk. O ja, heel wat huizen zijn hier mooi versierd met pompoenen, poppen, kransen en meer. Grappig. Hoogtepunt van de Annex is het beklimmen van een klif die ooit de waterlijn van, het nu uitgedroogde, Lake Iroquois was. Dat deden we via de Baldwin Steps. Toronto zelf ligt immers op de prehistorische meerbodem. Op de klif zelf ligt Casa Loma. Dit herenhuis is een ecclectisch geheel van torentjes, waterspuwers, bouwstijlen, gebrande ramen en meer. De bouwheer was een rijke zakenman die aan het begin van de 20ste eeuw het kitscherige huis neer liet zetten maar na een paar jaar failliet ging en het van de hand moest doen. Sindsdien is het een toeristische trekpleister.

Van Casa Loma namen we de, zeer proper onderhouden en erg efficiënte, metro naar de University. U of T zoals deze alma mater heet, is een gigantische campus aan de rand van de stad. Het loopt er vol van studenten en personeel. We bezochten even door de oude gebouwen van Trinity College en Hart House. Na het middageten besloten we af te zakken naar het moderne Toronto.

Eerste stop waren de gebouwen van de CBC of Canadian Broadcasting Center. Er was een klein museum waar je een heleboel props, poppen uit kinderprogramma’s, microfoons en machines terug kan vinden uit hun TV geschiedenis. We namen ook een kijkje in de radiostudio’s van de CBC. Vlakbij ligt de befaamde CN Toren. Dit is zo’n beetje de hoogste toren van de streek met 500+ meter. Inclusief Antenne. Voor een paar dollar namen we de lift omhoog waar we getrakteerd werden op een prachtig uitzicht ondanks het bewolkte en ietwat regenachtige weer. Speciaal is de ‘glass floor’: een glazen vloer waaronder 500 meter leegte gaapt. Niet voor mensen met hoogtevrees. Tenslotte besloten we terug richting Yonge te trekken via het PATH systeem. Toronto is niet alleen een bovengrondse stad, maar ook een ondergrondse. Een systeem van gangen, ondergrondse winkelcentra en veel meer vormen een gigantisch systeem van tunnels die je toelaat om door het centrum te lopen zonder ooit bovengronds te komen. Gezien de complexiteit neem je beter een plannetje mee want je verdwaalt er zo in. Maar speciaal is het wel.

De avond besloten we met een maaltijd in het lokale, zeer hippe Hard Rock Café. Tijdens het wachten op een plaatsje buiten werden we een paar aangesproken met de vraag of we geen ‘bouncers’ waren. Niet dus. Vandaag trekken we richting Kensington Market en Little Italy. Het is hier een stuk kouder dan gisteren. Dat belooft!

Niagara Falls

Gisteren hielden we halt in Niagara Falls. Op de kaart is dat een klein ommetje op weg naar Toronto en dus vonden we het de moeite waard om daar een nacht te blijven. De watervallen zelf vormen een deel van de Niagara River die Lake Erie met Lake Ontario verbindt. De watervallen werden in de 18de eeuw door de Henegouwse pater Louis Hennepin ontdekt. Sindsdien hebben ze een ware aantrek gehad op industriëlen die de kracht wilden harnassen in energie tot de gewone toerist. Vandaag is er rond de watervallen een klein stadje ontstaan dat enkel maar leeft van het toerisme. De watervallen liggen trouwens net op de grens tussen de States en Canada wat het grenstoerisme alleen maar voedt.

De watervallen zelf zijn, wel, schilderachtig en bijzonder indrukwekkend. Vanaf de Candadese kant kregen wij een fantastisch panorma voorgeschoteld. De foto zal wel voor zich spreken. We konden langs een klein voetpad op de Canadese klif (waarom sluiten ze de autoweg niet af en maken ze er geen esplanade van?) helemaal tot het uiterste punt waar het water in de kloof stort, lopen. Er stijgt constant een gigantisch wolk waterdamp waardoor het hele stadje in een constante nevel lijkt te hangen.

Waar toeristen komen vind je ook een uitgebouwde middenstand om de geldbuidel bij wat lichter te maken. Zo wordt de Canadese kant gedomineerd door de Skylon Tower. Een enorme betonnen piek waarop UFO gewijs een roterend restaurant zit. Uiteraard zijn wij daar gisterenavond een hapje wezen eten. Een beetje aan de dure kant, uiteraard, maar het onvergetelijke uitzicht en het lekkere eten was het geld meer dan waard. Twanne en ik waren het er duidelijk over eens dat we elk eigenlijk met de verkeerde persoon aan tafel zaten om hiervan te genieten.

Er bevinden zich ook een aantal casino’s en voor de lol wilden we wel eens eentje binnen stappen. We hadden immers nog een paar US dollars over. Eerlijk gezegd liet dat bezoek een gemengde indruk na. Rij na rij met slotmachines waar Amerikaanse toeristen van alle leeftijden en beroepen gebiologeerd werden door de goedkope MIDI jingles en de felle kleurtjes. Bedoeling is dat je je geld in de gleuf van een machine steekt, op een knop duwt en hoopt dat er meer geld terug uitkomt. Uiteraard ben je je geld nog sneller kwijt dan je het erin kan steken. Ik vond er absoluut niets aan en gewoon dom. Er waren ook ettelijke poker- en blackjacktafels. Stapels chips rolden er goedkoop en de mensen die je er zag hadden duidelijk al een flinke speeltijd opzitten. Ik vond het steeds zieliger en dommer worden. Uiteindelijk speelden we elk goed 25 dollar kwijt en gingen we op zoek naar beter vertier. Niet dat we dat echt vonden want eigenlijk is Niagara Falls ’s nachts niets meer dan een veel te duur pretpark voor flauw, kitscherig en fout amusement. We hielden het dan ook op een late night koffie in de Starbucks voor we naar bed trokken.

Vanmorgen legden we op goed 3 uur de afstand naar Toronto, 130 kilometer verder, af. Scarlett, zo hebben we onze GPS ondertussen gedoopt, stuurde ons een enkele keer verkeerd in downtown Toronto. De stad kan trouwens wedijveren qua drukte met New York of Londen. We arriveerden hier tegen 14 uur en hebben de buurt hier ondertussen wat verkend. We zitten hier drie nachten. Morgen trekken we de stad écht in.

Detroit II

Steak in het Hard Rock Café Detroit. Da’s wel een belevenis. Ik kreeg gisterenavond een groot lap vlees met lookboter en bijhorende brocolli en patatjes met kaas op mijn bord. En lekker dat dat was! Terwijl we nog aan het nagenieten waren van het dessert, sorbet, nam er een bandje plaats en moest de rockmuziek plaats maken voor country. Hoog tijd om te vertrekken. We bezochtten nog een tweetal lokale cafés en hadden een paar leuke gesprekken met de locals.

Stereotypen over de oude en de nieuwe wereld werden bevestigd, maar er zijn ook verrassende dingen naar boven gekomen. Amerikanen zijn absoluut openhartig en joviaal, maar de mensen die wij ontmoetten zijn ook wel enorm zelfbewust. Ze beseffen dat de wereld rond hen draait maar het is geen rol die hen altijd even graag aanstaat of waarvan ze de impact goed kunnen inschatten. Ze staan ervan versteld hoe wij in Europa met argusogen naar Amerika kijken en ten dele beseffen ze ook wel dat de TV en de media hier maar een heel beperkt venster op de wereld tonen. Amerikaanse televisie is trouwens een aparte blogpost waard.

Vandaag ging het terug naar The Henry Ford om het museum te bezoeken. Beeld je zo’n beetje de expohallen te Gent in maar dan tot de nok gevuld met vliegtuigen, auto’s, bussen, treinen, stoommachines en nog veel, veel, veel meer. We zagen er de allereerste Ford, de auto waarin JFK werd vermoord, de bus waarin Rosa Parks een revolutie in de burgerrechten ontketende, de ghostbusters cadillac, de batmobiel en zelfs de Mayer Wiener worstenmobiel! Er was een expo over de jeugd in de twintigste eeuw: er stonden slaapkamers van teenagers doorheen de decennia naast mekaar. En er was ook een expo rond kostuums en fashion in sci-fi films. Te bezichtigen: star trek en star wars pakjes, waaronder hét Dart Vader pak, de ghostbuster, battlestar galactica kostuums en nog veel meer.

Afin, het was een beetje rondlopen als een kind in een speelgoedwinkel. Wat opviel was dat je overal op, onder, over, achter kon lopen. En je er probleemloos foto’s kon maken. Waar we natuurlijk dankbaar gebruik van maakten. The Henry Ford is trouwens een replica van liberty hall in Philadelphia en dat levert niets minder dan kitsch, kitsch en nog eens kitsch op. En temidden dat alles: de typische Amerikaanse toerist in witte sneakers en sokken, korte broekjes, bierbuik en petjes.

We sloten de dag af met een film in het lokale IMAX theater. Morgen vertrekken we redelijk vroeg naar de volgende stop: Niagara Falls. We ruilen dan ook de States meteen in voor Canada. Detroit laat een blijvende indruk na: een authentieke, geleefde stad met een stevig verleden en met uitdagingen voor de toekomst. We zullen de Motown wel missen.

Chicago – Detroit

Ondertussen zijn we hier vanavond gearriveerd in Detroit. We hebben een goede 400+ kilometer achter de kiezen. Al bij al verliep de rit vrij rustig. Wat opvalt is dat Amerikanen zeer gedisciplineerd, haast mak, rijden. Anderzijds is er ook een zekere vrijheid die tot chaos leidt. Of wat dacht je ervan dat rechts inhalen geen probleem is? Of de overdreven hoffelijkheid door niet te willen invoegen?

De Amerikaanse highway is een attractie op zichzelf. Al was het maar voor de grappige borden langs de kant. Zo kwamen onderweg opschriften tegen zoals ‘Women’s Surgery, less is more.’ en ‘Prison area. Don’t pick up hitchhikers’. Verder reden we ook voorbij plaatsen met namen zoals Parma, Toledo, Paw Paw, Springfield en Watervliet! Jawel, naar Watervliet nabij Eeklo!

Tijdens de rit verloren we bovendien een uur omdat we nu in een nieuwe tijdszone zitten. We kwamen rond iets voor negenen aan in de gietende regen. Het weer viel vandaag dan ook wat tegen. De hotelkamer is ook iets minder luxueus als in Chicago maar daarom niet minder geriefelijk en gezellig. Sleutelwoorden: wollig tapijt, wollig tapijt, wollig tapijt. We blijven hier een drietal nachten. Dus twee volle dagen om Detroit te bezoeken.

O ja, om een paar vragen te beantwoorden:

Mountain Dew smaakt naar een opgewaardeerde 7Up met nog meer caffëine en suiker. Wall Mart winkels zijn werkelijk groot. Je kan ze nog het best vergelijken met de Makro. De gemiddelde Amerikaan is bijzonder vriendelijk maar ook bijzonder wereldvreemd. En ja, ze hebben hier Belgisch bier. We dronken gisteren elk Stella in een Iers restaurant in Chicago. De bierkaart bevatte naast de inbevbieren ook een aantal ‘Belguim’ (sic!) bieren. Navraag bij de ober leerde dat er effectief in Michigan een brouwerij was die het ‘Belguim’ label brouwt. De TV spotjes zijn inderdaad zo extreem: gericht op dichten van kredietschulden, pillerij, bescherming van je kind en zo veel meer onheil.

Zo. En nu kijken we nog wat verder naar het debat tussen McCain en Obama. Want de verkiezingskoorts leeft hier toch wel als je de vele pins, petjes en andere merchandising in het straatbeeld ziet.

Chicago

We stonden met het zonnetje en de wekkerradio vanmorgen op. Twanne had die ingesteld op een publiek station waarop we met het lokale nieuws werden vergast. Ik heb, we sinds we gisteren arriveerden, het Simcity gevoel en luisteren/kijken naar nieuwsflashes helpt er zeker niet aan.

De eerste halte was een Starbucks voor een koffieontbijt. Overigens is de straat observeren vanuit het raam op zich al een belevenis. Zo blijken de wijkagenten hier te patrouilleren op Segways wat een grappig tafereel opleverde.

Tweede halte was de Sears tower. Voor 12 dollar kregen we er een film te zien en mochten we met een lift naar het Skydeck op de hoogste verdieping om van het uitzicht te genieten. De Sears tower was tot voor de Petronas torens zo’n beetje het hoogste gebouw ter wereld. En we hadden geluk want het weer was vandaag quasi helder waardoor we zo’n 50 mijl ver konden zien.

Daarna trokken we naar hetMillennium park. Een stuk groen in hartje Chicago dat in 2004 werd opgericht. Een van de blikvangers is de Sky Gate van Kapoor in de volkmond ook wel the bean genoemd: een gigantische glanzende metalen boon die leuke optische effecten toont. Andere blikvangers zijn Frank Gehry’s concerthal en de Crown fountain waar op twee grote glazen torens gezichten van Chicagoans worden geprojecteerd. Indrukwekkend allemaal! We hebben er even een korte rustpauze ingelast om van de natuur te genieten: we zagen pakken eekhoorns en de laatste momenten van de indian summer zorgden ervoor dat de bomen een mooi hersterig kleurtje aangemeten kregen. Heerlijk!

’s Middags volgden we een toer die in onze Lonely Planet gids stond. We vertrokken vanaf het Chicago Picasso beeld op Daley plaza en bracht ons langs allerlei plekjes met public art en architectuur zoals het Kluscynski building, Chicago Theatre en Old Marshal Fields’ Clock. Eindigen deden we in Union Station alwaar we in de bijzonder indrukwekkende wachtzaal even uitrustten met een fles(je) Mountain Dew. Daar bevond zich ook de befaamde trap waar Brian DePalma de beruchte ‘kinderkoets-van-de-trap’ scene uit de Untouchables heeft gefilmd. Tegenwoordig passeren er vooral veel pendelaars.

Chicago’s hart is trouwens een drukte van bedoening en een heksenketel qua verkeer. Het viel op dat Amerikanen best wel hoffelijk zijn in het verkeer. Een stuk meer zelfs dan europeanen. Bij een stop-teken wordt er ook effectief op de rem gestaan. Het centrum van Chicago is eigenlijk omgord door een soort verhoogd spoor boven de straat waar de trams/metro rijden. Je rijdt dus met de metro boven straatniveau. Die gordel wordt, de Loop genoemd, werkt zeer efficiënt en produceert een hels lawaai en extra drukte.

Natuurlijk hebben we ook wat winkels bezocht. Zo stopten we in een seven/eleven voor flessen Mountain Dew, Dr Pepper, Hershey chocolade en meer. Allemaal bijzonder ongezond uiteraard. We zijn ook een comicwinkel binnengestapt waar Marvel Comics koning is. En tenslotten stapten we ook een fotowinkel binnen. Of beter: een paradijs voor de fotograaf. Als je ooit in Chicago bent stap je best in Camera Center op South Wabash Ave. Een winkel vol camera’s, cameratoebehoren, lenzen, tassen, zakken, fotopapier, chemicaliën, boeken, documentatie, magazines, tweedehands spul en nog veel meer. We informeerden even en alles ging aan weggeefprijzen. Of wat dacht je van een Nikon 18-200 DX VR voor 600 dollar? Ze hadden ook een Pentax Spotmatic in de contoir liggen. Het ding kostte 220 dollar maar de verkoper vertelde ons dat het toestel dan ook volledig is opgekalfaterd. Ze nemen er hun reputatie en klanten zeer serieus.

Uiteindelijk hebben we vandaag maar het topje van de ijsberg gezien. Chicago is een heel veelzijdige stad met nog tal van musea, gallerijen en veel meer. Er is nog zoveel te zien hier. Chicago is dus absoluut een aanrader om nog eens terug te keren. Zeer snel zal je je hier niet vervelen.

Straks gaan we nog een hapje gaan eten in downtown Chicago. Morgen gaat het met een paar tussenstops richting Detroit.

Gearriveerd

Het is hier 7PM lokale tijd en we zijn net aangekomen in het hotel. De klok van de computer zegt dat het nu 2AM dinsdagmorgen in België moet zijn. De reis verliep vrij voorspoedig en rustig. Delta airlines is een belevenis. De transatlantische duurde goed 11 uur. Om het uur passeerden de stewardessen met gratis drankjes. In eerste instantie had ik, tot hun grote consternatie, niet meteen iets nodig. Wat wel leuke situaties leverde. Van vliegtuigeten verwacht ik doorgaans niet veel betere kwaliteit dan wat men in grootkeukens serveert, maar dit was toch wel vrij uitgelezen. Een heerlijke ravioli, een stuk pizza, ijs, en veel meer. Minpuntje was dan weer de filmkeuze: brave familiefilms met Steve Carrell zijn nu niet bepaald zeer entertainend.

Onze poort tot de US was Atlanta. Daar moesten we door de US border patrol of BCP. Spannend moment want op voorhand moesten we een aantal formulieren invullen. Na de eerste security na aankomst werden we aan de tand gevoeld door een vrouwelijke sergeante met een nog hoger ‘don’t mess with me’ gehalte. We maakten meteen een paar foutjes: zo schuif je beter niet met twee tegelijk aan tenzij de ander familie van je is. Verder vul je de formulieren in kwestie best uitgeslapen in. Tenslotte onthoud je best wat je van plan bent om in de US of A te bezoeken. Ik was wat onder de indruk na alle sterke verhalen en dat had ze duidelijk door. Er kon een glimlach en sympatie vanaf. Tof!

In Atlanta namen we een binnenlandse vlucht naar Chicago O’Hare. Het was nogal touch en go daar. Atlanta is de grootste hub voor vliegverkeer van Delta en dat hebben we geweten. Het was ook de eerste kennismaking met de Amerikanen: ze nemen hier het vliegtuig als was het de trein. Vertragingen en overboekingen worden vlug en professioneel afgehandeld. En het volkje zelf? Wel, ze zijn van zeer uitgebreid pluimage. Na goed twee uur, tijd voor een drankje en sanitaire stop, ging het naar Chicago. Een vlucht van 2 uur die vlotjes en rustig verliep. Achter ons zat een ganse familie Indiërs, een paar rijen voor ons een stijlvolle dame en schuin voor ons een jong gezin.

We zijn hier rond 5 uur in Chicago geland. Met een bus werden we meteen door Alamo Car Rental opgepikt die ons naar de ‘car lot’ bracht waar ons reispaard stond te wachten. Twanne hield zich bezig met wat formaliteiten. Ik geraakte aan de praat met een groepje verpleegsters uit Texas die blijkbaar zeer geïntegreerd waren door onze twee zwarte hoedjes. Mission accomplished want we willen ons ook niet weg steken en mensen ontmoeten!

We mochten zelf onze auto kiezen en meteen is duidelijk geworden dat de maten hier toch wat anders worden genomen. Onder een mid size car verstaan ze hier een mini van. De onze is een bordeauxkleurige Chevrolet Uplander, een auto waar je best wel in kan wonen.

We hebben een uurtje files in richting hartje Chicago moeten tackelen. Maar de beloning was er dan ook naar: een fantastisch zicht op de skyline tijdens de rit. Ondertussen zijn we ingechecked en staat de auto veilig op stal. Straks gaan we nog een hapje eten en morgen verkennen we Chicago.

Bijna ermee weg

Zo. We zijn ondertussen in de internationale zone in Zaventem. De check-in bij Delta Airlines liep vrij vlot. Toen we in de rij stonden werden we meteen aan ondervraging onderworpen. Hadden we wapens bij? Verboden producten? De security had duidelijk een hoog ‘you don’t mess with us’ gehalte.

Straks gaan we door alle security controles heen vooraleer we naar de gate gaan. Een spannend moment dus. En daarna: 9 uur op het vliegtuig richting Altanta. En daarna een binnenlandse vlucht richting Chicago alwaar we om 16u45 lokale tijd op O’Hare Intl. zullen arriveren.

« Vorige blogposts Pagina 5 van 16 pagina's Volgende blogposts »