Netsensei

Much Ado About Nothing

Gezondheid en Welzijn

14/15

We hebben de overgang vlotjes gemaakt dus tijd voor het obligate persoonlijke-jaaroverzicht-blogpostje.

De highlights van 2014:

  • Verkocht ik mijn appartement
  • Behaalde ik mijn definitieve rijbewijs
  • Organiseerden we andermaal 3 edities van Pecha Kucha Brugge.
  • Bezocht ik nog eens Amsterdam
  • Mag ik afstrepen van de Bucket list: Toscane met Sienna en Firenze
  • Kocht ik een e-reader en haalden we Netflix in huis.
  • Las ik heel wat boeken. Geen grote hoeveelheden, wel een fijne selectie.

2014 was een jaar waarin ik ook een aantal fijne zij projectjes deed.

2014 was een jaar waarin ik leerde dat uw gezondheid en conditie uw grootste rijkdom zijn. De persoonlijke calvarietocht met de schouder daar gelaten, wens ik iedereen na het afgelopen jaar meer dan ooit een gezond – of toch een met beterschap gevuld – nieuw jaar toe. Verzorg uzelf!

2014 was bij momenten ook een jaar van stille woede of verontwaardiging.  Eerlijk gezegd waren er dagen dat ik echt geen zin had in de confrontatie met de lawine van onheils- en andere tijdingen op sociale en traditionele media. Een oude Chinese vloek zegt “Moge je in interessante tijden leven.” Juist.

Of ik voornemens en doelstellingen heb voor 2015? Buiten de klassiekers zoals meer bloggen, lezen of voor inbox zero gaan: niets bijzonders. Er liggen wel een aantal grote uitdagingen op mij te wachten.  Niet in het minst hoop ik mijn lijf enigszins terug op orde te krijgen. Andere uitdagingen komen later nog aan bod. Het belooft in ieder geval een spannend jaar te worden.

Fitness

Sinds begin september trekken we hier ten huize meermaals naar de fitness.  De ene om van crosstraining te doen in het kader van een terugkeer naar de klimzaal, de ander om gewoon wat extra beweging te hebben.  Nooit gedacht dat ik ooit nog op stoere fitness toestellen zou zitten.  Mij leek het iets van een andere wereld.  Aangezien ik tegenwoordig tussen collega’s zit die niet aan kijken tegen een kilootje meer op de barbell, lag de lat om mezelf ook aan een regelmatige work-out te wagen, een stuk lager.

We hebben ondertussen allebei een abonnement in de zaal hier om de hoek. Lekker dichtbij motiveert nog zoveel meer om even de gym te hitten.  Gedurende een klein uur-en-half doe ik een tiental oefeningen om het bovenlijf aan te sterken.  Ja, er wordt daarbij wat af gezweet. En soms is het met wat bekkengetrek als er de zwaartekracht weer eens wordt getrotseerd. Maar leuk en uitdagend is het zeker.

Denk nu vooral niet dat ik allerlei schema’s volg, calorieën tel en gebalanceerde proteïneshakes drink. Ik heb niet de ambitie om opeens de kleerkast van een gorilla aan te kweken. Wel is het de bedoeling dat mijn lijf en leden geprikkeld te houden. Uiteindelijk zit ik – gelijk zovelen – gemakkelijk het grootste deel van de dag gewoon achter een (computer)scherm. Mens sana in corpore sano en al. Tegenwoordig fiets ik zelfs dagelijks heen/terug naar het station van Brugge, wat mij nog eens een kleine extra 14 kilometers op de pedalen oplevert. Qua cardio is dat ook al een fijn begin.

Aanrader? Aanrader!

Ice Bucket Challenge

So I was nominated for the ALS Ice Bucket Challenge.

In this age, it’s important to keep an altruistic stance towards others. From what I have gathered, the Challenge sparked an increase in donations well over $ 100 million world wide towards the goal of funding ALS research. With that, we can call the Challenge an explicit success in activating a large group in contributing towards a specific goal.

However, I can’t be blind towards some of the criticisms that have been raised against the Challenge. Despite it’s success, the Challenge is not necessarily the most effective display of altruism.

Over these past few weeks, I’ve seen countless videos of close and distant friends, strangers, even the odd co-worker. In a lot of those films, the original message is omitted or often just implied. Pouring ice water over yourself and calling out to others is only part of the Challenge. In fact, the ice water should just be the trigger that prompts you to take action towards the goal. Explicitly stating why you would do this and calling upon others to make a donation is equally as important. Without it, the act loses a lot of it’s value and even runs the risk of appearing more or less self congratulatory.

ALS really affects patients and their loved ones. It’s a horrible disease which wreaks havoc in young people’s lives. However, ALS research is only one of many important endeavours towards making our lives better for ourselves and our children. Therefore, I feel that by participating in this challenge, we shouldn’t limit ourselves to a single goal. If anything, we should take the opportunity to grasp the attention of the many and raise collective awareness not only for ALS research, but also for the countless of – even more pressuring – causes out there.

Having said that, I still want to appeal to the original message of the Challenge and actively contribute towards a cause.

Personally, I feel very strongly about human rights and in particular: freedom of speech, privacy and free access to knowledge. While modern technology has made it appear that these rights are becoming an integral part of our DNA, the truth is that even today, fierce battles are still waged over these rights. We should not assume that these are rights are commonplace, let alone should be taken for granted in our western world.

The reality is that we have increasingly become dependent on modern technology to connect with others, share information, publish our thoughts and our concerns. Never before has it been so easy to make one’s voice heard and gather such large audiences.  Large for-profit organisations who’ve been in control of these channels, feel increasingly threatened by this evolution. As commercial interests come under pressure, they are waging a complicated yet subtle war against those rights on battlegrounds known as, but not exclusively, SOPA, Net Neutrality and data retention. Those who did not have a voice in the past, such as independent artists, authors, civil journalists and others, are now in danger of losing that voice again.

That’s why I’ve decided to make a donation to these two non-profit organisations: Electronic Frontier Foundation, which defends our rights in a digital world, and Amnesty International, which fights for human rights in our ‘real’ world.

As proof, I’ve added screenshots of both donations below.

I am not inclined to nominate anyone at this point, but whoever reads this blogpost, please feel free to choose a cause that you feel strong about – ALS research, cancer research, human rights activism, a local organisation,… – and make a donation. Or write a blogpost. Or volunteer. Or reach out in anyway possible that might foster that cause.

Thank you!

EFF Donation
EFF Donation
Amnesty International Donation
Amnesty International Donation

Schouder

Alle verwoede pogingen van kinesist Bart ten spijt, bleef ik maar last hebben van een nukkige schouder. Af en toe zeurende pijn bij het opstaan. Het gevoel het samenspel der spieren niet soepel loopt. Op en af stoppen, weken rusten, opnieuw proberen klimmen, weer merken dat er iets niet pluis is.

Een tijdje terug mocht ik, na een bezoek bij de huisarts, langs de dienst radiologie lopen. Een echografie bracht geen goed nieuws. Ik sukkel nog altijd met ontstoken slijmbeurzen en daarboven zit er een scheur in de rotator cuff pezen. Een ontstekig kan je met veel rust en oefening wel wegwerken. Een scheur niet. Pezen genezen immers niet uit zichzelf.

Wat ik heb is een typische, gevreesde klimmersblessure. Zoiets krijg je door overbelasting. De ene is er gevoeliger voor de andere. Leeftijd, levensstijl,… het speelt allemaal mee. Ik denk dat ik mijn blessure bij mijn korte passage in Gent heb opgelopen en daarna nooit helemaal is geheeld. Bovendien ben ik van zekeringtoestel gewisseld. Vroeger gebruikte ik een grigri, tegenwoordig een reverso. Die laatste vraagt meer kracht bij het zekeren. Zo’n verval gebeurt sluipend. Ik voelde niet dat er iets ernstig mis was, dus ik bleef doorgaan.

Op het internet lees je dat heel wat klimmers zich moeten laten opereren en maanden revalideren om terug te kunnen klimmen.  De meesten keren terug. Maar je moet er wel wat voor over hebben. Momenteel ben ik, buiten af en toe wat zeurende pijn, niet gehandicapt in mijn dagdagelijks leven. Ik mag alleen geen zware lasten dragen. Denk meubels of pakken bloempotaarde. Het is dat ik niet weet wat de gevolgen op lange termijn zijn. En ik ga mezelf moeten afvragen of ik terug wil kunnen klimmen.

Over een paar weken mag ik op bezoek bij een schouderspecialist. Ik ben benieuwd wat die mij gaat vertellen.

Byebye les vacances

Maandagmorgen werd ik terug gewekt tot de harde realiteit van de Werkmens. Gedaan met lang uitslapen. Terug op tijd er uit en mee op de cadans van het openbaar vervoer, de Google Calendar en de timesheets. Het doet pijn om de vrijheid terug te moeten inleveren, en toch ben ik ook wel blij terug aan de slag te kunnen. Er ligt genoeg op de plank om het jaar goed mee in te zetten.

Tegelijk vind ik zo’n vakantie enorm noodzakelijk. Tussen de laatste aaneengesloten 2 weken vrij zijn en deze zaten 4 maanden. De volgende langere time off zal pas voor de zomervakantie zijn. Niet geheel toevallig publiceerden de mensen van 37 Signals vandaag Healthy Benefits for the Long Haul. Lees maar even wat ze allemaal naast het loonzakje krijgen qua vakantietijd. Bovendien wordt elke werknemer om de 3 jaar een maand op sabbatical gestuurd. Ongezien. En zeker ongehoord in de Verenigde Staten.  Het hoger management heeft dan ook duidelijk begrepen waar de klepel hangt.

Instead we focus on benefits that get people out of the office as much as possible. 37signals is in it for the long term, and we designed our benefits system to reflect that. One of the absolute keys to going the distance, and not burning out in the process, is going at a sustainable pace.

In België mogen we niet klagen over vakantie. Door de band genomen zijn er genoeg modaliteiten: voor elk wat wils. En als ik de koppen mag geloven is een burn-out of een depressie dé hedendaagse gesel van het werkvolk.

Hoe kan dat?

Werkgevers beweren dat werknemers teveel hooi op hun vork nemen. Werknemers klagen van stress op het werk en alles wat daarbij hoort. Eerlijk gezegd geloof ik dat alleman en niemand gelijk heeft. Dat er niet één aha-oorzaak is. De wereld bestaat gewoon uit heel veel we-moeten-x-of-y.  Het is maar hoe we ermee omgaan. We zijn geen supermensen die alles tegelijk kunnen. We worden al eens geconfronteerd met tegenslagen. En het idee dat we het leven kunnen plannen, dat heb ik ook al lang laten varen. Neemt niet weg dat we slim kunnen omgaan met onze tijd. Austin Kleon schreef voor het nieuwe jaar een fantastisch artikel getiteld Something small, every day. En daarin schrijft hij:

Don’t say you don’t have enough time. We’re all busy, but we all get 24 hours a day. People often ask me, “How do you find the time for the work?” And I answer, “I look for it.” You find time the same place you find spare change: in the nooks and crannies. You find it in the cracks between the big stuff—your commute, your lunch break, the few hours after your kids go to bed. You might have to miss an episode of your favorite TV show, you might have to miss an hour of sleep, but you can find the time to work if you look for it.

Wat hij eigenlijk wil zeggen: wees gewoon slim met de tijd die je toebedeeld krijgt. Er zal ongetwijfeld, tot ieders frustratie, tijd verloren gaan, maar als je goed zoekt, vind je elke dag wel een gaatje waarin je jezelf kan ontplooien.

Neemt niet weg dat vakantie noodzakelijk is. Omdat we juist dan even de tijd hebben om afstand te nemen van alle “moetens” in ons leven zodat we nadien met een frisse blik kunnen terug keren.

Lijf en leden

Hoe het tegenwoordig gaat met lijf en leden? Breek me de bek niet open! De laatste weken ben ik een beetje op de sukkel geraakt.

Begin oktober heb ik het klimmen weer moeten laten voor wat het is. De ontsteking in mijn rechterschouder stak zijn lelijke kop terug op. Na twee weken pijn heb ik het tijdens een doktersbezoek op tafel gegooid. Ik kreeg rust, veel ijs en ontstekingsremmers voorgeschreven. En een kine-kuur. Wegens praktischer ben ik te rade gegaan bij de kinesist op het einde van de straat. Voorlopig houdt hij het op duwen, trekken en sleuren op de schouder om de boel los te krijgen en het genezingsproces te activeren. Zijn verdict: zolang ik klim zal ik daarnaast nog extra oefeningen moeten doen met gewichten. Het is niet de bedoeling om een spierbundel te worden, wel om mijn schouderspieren aan te scherpen. Anders zal ik altijd blijven sukkelen met ontstekingen. Urgl.

Zo goed als ik wat gerecupereerd geraakte van de verkoudheid, werd ik, en een pak collega’s, geveld door een bijzonder gemeen buikvirus. Ik heb twee dagen rillend in de zetel doorgebracht terwijl ik overleefde op thee en cracotten. Gelukkig verdween het beestje even snel als het zich in mijn maag had genesteld.

Door al dat geziek heb ik sinds half oktober geen 100 meter meer gelopen in mijn looptenue. Ik hoop binnenkort terug de loopschoenen te kunnen aanbinden en rustig aan opnieuw van start te gaan.

Running shoes

De kop is er af. De eerste kilometers heb ik in de benen. Deze week heb ik voor het eerst gelopen sinds de collegejaren. Anderhalf decennium terug was dat wekelijkse prik: lopen rond het voetbalveld, coopertests, duurlopen,… Het ging me toen allemaal vrij goed af. Toen ik de schoolpoort achter mij liet, gingen de versleten adiddas lopertjes aan de haak.

Tot deze week.

Sinds ik Born to Run uit heb, is het terug beginnen kriebelen. Zomaar sportschoenen aantrekken en löss gaan leek me geen zo’n strak plan. Ik heb in de laatste jaren per slot van rekening, buiten de klimavonturen en de fietsafstanden, vooral heel veel op een bureaustoel gezeten.

De Decathlon was ideaal om goedkoop wat trainingskleren te scoren, maar de sportschoenen, die heb ik gekocht in een gespecialiseerd Running Center.  Ik werd er op de loopband gezet terwijl er een camera op mijn hielen was gericht.  Mijn rechtervoet komt correct neer, maar mijn linkeronderbeen knikt licht naar buiten. Met wat goeie raad van de specialist stapte ik met een paar aangepaste Izumi’s buiten. Een kleine investering, maar wel eentje waarmee ik heel wat ellende hoop uit te sparen in de nabije toekomst.

Om de motivatie er in te houden heb ik mij Zombies, Run! aangeschaft.  De premise: je bent terecht gekomen in een post-apocalyptische wereld waar zombies de dienst uit maken. Als ‘Runner Five’ moet je missies oplossen voor een kleine gemeenschap die zich terug getrokken heeft in één van de laatste menselijke bastions. Je moet de veilige muren van de basis ruilen voor de gevaarlijke buitenwereld waar je lopend zombies moet zien te ontwijken om voorraden te verzamelen. Tijdens je oefensessie krijg je via je oortjes instructies. Elke missie brengt je iets verder in de verhaallijn. Clever, want je wil weten wat er verder gebeurt en dus ga je verder mee in het verdoken trainingsschema.

En dan staat een mens op een donkere oktoberavond aan de voordeur in zijn nagenieuwe jogging en hagelwitte lopertjes. En zet de dwingende stem van een radio-operator je aan om in een  jog tempo van start te gaan.

Het eerste doel is mijn lichaam langzaam te laten wennen aan het lopen. Dit is niet hetzelfde als klimmen of fietsen.  Lopen moet je blijkbaar leren. Voorzichtig opbouwen is de mantra.

Dus liep ik begin deze week voor het eerst. Ik koos voor een tempo dat mij goed lag. Ik voelde hoe mijn t-shirt zich vol zoog met zweet terwijl ik focuste op mijn ademhaling. Een goede 30 minuten later had ik de eerste 5 kilometer achter de rug. *slik* Is dat niet waar al die Start To Run fans naar toe werken? Was dat te veel? Heb ik te snel gelopen? Of ben ik gewoon in betere conditie dan ik zelf vermoedde?

De volgende twee dagen deden mijn benen pijn. Ouch! Tegen dag drie trok de pijn weg. Goed. Spierpijn dus. Voldoende rust nemen tussendoor is het ordewoord. Het weer zat de laatste dagen tegen, dus dat kwam mij even mooi uit.

Gisteren was het kalm en fris. Ideaal om opnieuw te lopen. Weer dezelfde afstand en ietsje meer. Nu gaat het een stuk beter. Ik probeer opnieuw toe zoeken naar het juiste tempo en de juiste loopwijze. Bovenal: ik probeer te luisteren naar mijn lichaam. Beginnen de kuiten ongemakkelijk aan te voelen? Kies dan voor een wandeltempo. Voel ik mijn hart hard bonzen? Schakel een versnelling lager.

De spierpijn steekt vandaag minder hard door. Opnieuw laat ik er een paar dagen tussen om te recupereren. Oostkamp is niet zo heel erg groot, maar best wel een mooie speelterrein om zombies te ontlopen.

Ik ben benieuwd waar het verhaal mij zal leiden.

Chuck Norris is een mietje

Vergeleken bij de strapatsen van Adrian Carton de Wiart is Chuck Norris’ round house kick een gimmick voor mietjes.

Lieutenant-General Sir Adrian Paul Ghislain Carton de Wiart1 VC, KBE, CB, CMG, DSO (5 May 1880 – 5 June 1963), was a British Army officer of Belgian and Irish descent. He served in the Boer War, First World War, and Second World War, was shot in the face, head, stomach, ankle, leg, hip and ear, survived a plane crash, tunneled out of a POW camp, and bit off his own fingers when a doctor wouldn’t amputate them. He later said “frankly I had enjoyed the war.”

Via: Wikipaedia

Uw boterham verdienen

Via Ine kwam ik terecht bij een crowdfunding campagne voor Soylent.

Hier komt het op neer: de jonge Amerikaanse entrepreneur Rob Rhinehart vond dat hij te veel tijd verloor met het klaar maken van wat hij ‘crappy’ dagdagelijkse maaltijden noemde. In plaats daarvan ontwikkelde hij een soort vloeibare substantie genaamd Soylent, waarin alle stofjes zitten die een mens nodig heeft om van te kunnen leven. Die substantie kan heel efficiënt worden geproduceerd. Zo spaart Rob geweldig veel tijd uit die hij in zijn eigen zaak kan steken. In de bijzonder hoogcompetitieve start-up wereld waar elk uur telt is die tijd letterlijk broodnodig. Rob heeft door dit soort “biohacking” een voordeel op de concurrentie.

De bedoeling van de kickstarter is om de formule te commercialiseren. Niks dan voordelen volgens het project: minder voedselverspilling, goedkoop,…

Dat roept meteen een aantal interessante vragen op.
Wil je wel je de smaak van je dagelijkse maaltijd inruilen voor een artificiële pap?
Wil je echt het plezier van het dagelijkse koken laten vallen?
Wil je de daad van het eten reduceren tot een paar slokken?

Toen ik het verhaal las, vond ik er een paradox in terug. Wat is onze motivatie om te werken? Ongeacht rang of stand: om in onze primaire behoeften te voorzien. Een dak boven ons hoofd en eten op tafel. Werken staat daarom niet voor niets synoniem met de uitdrukking “Je dagelijkse boterham verdienen”. Het klinkt dus bizar dat je door biohacking één van de primaire redenen om te werken wil uitschakelen, net omdat het je werk in de weg staat.

Sinds het ontstaan van landbouw een kleine 12.000 jaar geleden is de keuken in zowat alle culturen en beschavingen alles waar het om draait. Ons leven draait rond die 2 of 3 dagelijkse momenten waarbij we rond de tafel zitten en eten. Eten, koken, voedsel klaarmaken is zo’n basale daad dat het in ons cultureel DNA zit ingebakken. En de impact van eten op sociaal, economisch en zelfs religieus vlak zijn niet te onderschatten. Niet voor niets breekt en deelt Jezus het brood bij het Laatste Avondmaal.

Wat is de impact dan van zo’n vloeibaar sapje? Zou het een gamechanger of een disrupter kunnen zijn?

Rob beweert dat hij niet de bedoeling heeft om het samen uit gaan eten wil uitschakelen. Wel het monotone van de ongezonde “vlug-tussen-door” maaltijden. Denk aan broodjes, pizza, noodles, frietjes,… Ook daar zie ik een paradox.

De aard van onze maaltijden weerspiegelt de aard van onze samenleving. En eerlijk gezegd: het ziet er niet goed uit. We leven een jachtig, Westers bestaan tussen vergaderingen, smartphones, files, grootwarenhuizen,… Het koele vooruitgangsdenken gaat er van uit dat alles beter, sneller en efficiënter kan. We zijn werkende consumenten en we moeten mee in een ratrace waar het beste product of de beste service het haalt. Net de snelle, ongezonde hap tussen door vertelt ons iets: dat we reeds toegevingen hebben gedaan als het om een primaire behoefte gaat, om toch maar mee te kunnen. Heel wat mensen zijn zich van die toegeving bewust en hebben daar een grens getrokken. Geen wonder dat er bewegingen zoals slow food ontstaan.

Het idee achter Soylent is net het tegenovergestelde van slow food: laten we nog een stap verder gaan en het hele aspect van eten uitschakelen zodat we een voetje voor hebben op anderen.

Dat brengt me meteen bij het storende effect van zo’n product. Stel dat, en ik spreek louter hypothetisch, genoeg mensen hun dieet overschakelen op zo’n substantie, dan zou het misschien kunnen dat ook de ‘normale’ eters gedwongen worden om mee te doen willen ze in de race blijven. Stel je immers voor: bij een ontslagronde kom jij misschien eerder in aanmerking voor de schopstoel omdat jij nog een broodje gaat halen terwijl je directe collega het eten kan houden op een sapje en zo extra billable uren haalt.

Klinkt Soylent als science fiction? Misschien wel. De menselijke aard maakt soms vreemde bokkensprongen. Aan de ene kant kan je niet heen om 10.000 jaar rituelen, culturen,… die ons van kindsbeen af worden aangeleerd. Anderzijds heeft de laatste eeuw ons getoond dat we relatief gemakkelijk, op een generatief of 3, oeroude gewoonten naar de prullenbak kunnen verwijzen.

Mocht het er ooit van komen en Soylent ligt hier naast de aardappeltjes in de winkelrekken, ik denk niet dat ik er snel voor zal kiezen. Net omdat ik werk om te kunnen leven. Niet andersom.

Autorijles

“Verdeel de rijbaan in twee gelijke delen. Zorg dat je rechterbeen bijna op de helft zit.”, zei de instructeur. Ik probeer de auto goed op koers te houden terwijl de betonnen blokken gevaarlijk dicht voorbij sjeesden. “Op tijd remmen. Niet op de koppeling duwen! Vertragen op de motor!”. Op semi-automatische piloot doe ik mijn best om de stroom van informatie te verwerken terwijl ik in de verte de haaientanden zie opdoemen. Here goes nothing. Ik probeer in te schatten wanneer ik op de rem mag staan. Ik voel hoe de rijinstructeur met de hulppedalen bijstuurde. De auto bolt bijna tot stilstand. Ik laat de koppeling voorzichtig slippen maar op dat moment verschijnt een monovolume van achter het heuveltje. Stoppen of doorrijden? Help! Even lijk ik alles te vergeten te zijn. Ik ga op de rem staan. Ai! Had ik niet mogen doen want al snel bleek de tegenligger een andere rijrichting in te slaan. “Niet erg, maar je had wel moeten door rijden. Je achterligger had er misschien niet op gerekend dat je op de rem zou staan.”, vermaant de instructeur. Ik laat de koppeling terug komen… en dan slaat de motor af. Ik vloek even binnensmonds. Vergeten terug te schakelen naar eerste. Niet panikeren. De instructeur noteert iets terwijl ik de wagen terug start. Ik kijk expliciet in alle spiegels, links en rechts. Geen verkeer? Geen fietsers? Geen voetgangers? Voorzichtig tuf ik de rotonde op. Pinkers aan, nog eens over mijn schouder kijken en dan kort afdraaien. Dat lukt niet helemaal. De instructeur trekt even aan mijn stuur. Ik beland net niet in het rijvak van de tegenliggers. Ik blaas even uit terwijl ik voorzichtig de zone 30 in rijdt. Oef. Even trager. Dat geeft me meer tijd om te leren anticiperen, mij omgeving te scannen en greep te krijgen op het gedrag van het gevaarte dat ik bestuur.

Vier uur rijles heb ik achter de rug. Nog zestien te gaan…

« Vorige blogposts Pagina 3 van 20 pagina's Volgende blogposts »