Autorijles

“Verdeel de rijbaan in twee gelijke delen. Zorg dat je rechterbeen bijna op de helft zit.”, zei de instructeur. Ik probeer de auto goed op koers te houden terwijl de betonnen blokken gevaarlijk dicht voorbij sjeesden. “Op tijd remmen. Niet op de koppeling duwen! Vertragen op de motor!”. Op semi-automatische piloot doe ik mijn best om de stroom van informatie te verwerken terwijl ik in de verte de haaientanden zie opdoemen. Here goes nothing. Ik probeer in te schatten wanneer ik op de rem mag staan. Ik voel hoe de rijinstructeur met de hulppedalen bijstuurde. De auto bolt bijna tot stilstand. Ik laat de koppeling voorzichtig slippen maar op dat moment verschijnt een monovolume van achter het heuveltje. Stoppen of doorrijden? Help! Even lijk ik alles te vergeten te zijn. Ik ga op de rem staan. Ai! Had ik niet mogen doen want al snel bleek de tegenligger een andere rijrichting in te slaan. “Niet erg, maar je had wel moeten door rijden. Je achterligger had er misschien niet op gerekend dat je op de rem zou staan.”, vermaant de instructeur. Ik laat de koppeling terug komen… en dan slaat de motor af. Ik vloek even binnensmonds. Vergeten terug te schakelen naar eerste. Niet panikeren. De instructeur noteert iets terwijl ik de wagen terug start. Ik kijk expliciet in alle spiegels, links en rechts. Geen verkeer? Geen fietsers? Geen voetgangers? Voorzichtig tuf ik de rotonde op. Pinkers aan, nog eens over mijn schouder kijken en dan kort afdraaien. Dat lukt niet helemaal. De instructeur trekt even aan mijn stuur. Ik beland net niet in het rijvak van de tegenliggers. Ik blaas even uit terwijl ik voorzichtig de zone 30 in rijdt. Oef. Even trager. Dat geeft me meer tijd om te leren anticiperen, mij omgeving te scannen en greep te krijgen op het gedrag van het gevaarte dat ik bestuur.

Vier uur rijles heb ik achter de rug. Nog zestien te gaan…

2 replies

Commentaar is gesloten