Netsensei

Much Ado About Nothing

Eten

Quarantine: Week 4

Of hoe het dagelijks leven op een zucht en een wip kan veranderen. Zonder verplichtingen buitenshuis verloopt de tijd anders. Niet trager of sneller. Anders. Ik ben er nog niet uit of dat beter of slechter is.

We koken veel meer. Afin, we zijn tout court meer bezig met eten dan voorheen. We houden ook wel van lekker eten. En een goede maaltijd is belangrijk fundament voor de mentale gezondheid. We bestellen wekelijks bij Hello Fresh. Soms eens drie maaltijden, soms vijf. En we wisselen af met wat bestellen via Coruyt’s Collect & Go. Ook dat is een ontdekking: hoe veel het Web kan helpen om zo min mogelijk – of zelfs gewoon niet – in winkels te moeten komen. Zelfs de bakker heeft nu een webshop met afhaal aan de deur.

We wandelen. Soms eens naar Brugge, maar heel vaak gewoon ’s avonds in onze buurt. Vooral de stilte valt op. Of nee, het ontbreken van het dreinende, veel te aanwezige lawaai van auto’s. En hoe andere geluiden die plaats nu innemen. Vogels die zich nu duidelijk laten horen, of geluiden van mensen een stuk verder in de straat, of vanuit tuinen. Brugge is een spookstad. Het leven dat de toerisme brengt is zo goed als verdwenen. In de binnenstad is het net zo stil als op de kerkpleintjes van de polderdorpjes.

De onbestemde angst van een paar weken geleden is weggedeemsterd. In de plaats is er nu een vreemde mengeling van aanvaarding en eent tik verontwaardiging. Ik kijk nog maar eens per dag naar de nieuwsberichten. Sommigen lijken niets liever te willen dan elkaar en zichzelf te verscheuren. Een pandemie is een natuurfenomeen. Eentje die de illusie van absolute controle over de realiteit doorprikt. De mens en de maatschappij zijn minder maakbaar dan we onszelf wijs maken. Net daarin schuilt een kans om met meer empathie voor onszelf en anderen in deze tijden te leven.

Uw boterham verdienen

Via Ine kwam ik terecht bij een crowdfunding campagne voor Soylent.

Hier komt het op neer: de jonge Amerikaanse entrepreneur Rob Rhinehart vond dat hij te veel tijd verloor met het klaar maken van wat hij ‘crappy’ dagdagelijkse maaltijden noemde. In plaats daarvan ontwikkelde hij een soort vloeibare substantie genaamd Soylent, waarin alle stofjes zitten die een mens nodig heeft om van te kunnen leven. Die substantie kan heel efficiënt worden geproduceerd. Zo spaart Rob geweldig veel tijd uit die hij in zijn eigen zaak kan steken. In de bijzonder hoogcompetitieve start-up wereld waar elk uur telt is die tijd letterlijk broodnodig. Rob heeft door dit soort “biohacking” een voordeel op de concurrentie.

De bedoeling van de kickstarter is om de formule te commercialiseren. Niks dan voordelen volgens het project: minder voedselverspilling, goedkoop,…

Dat roept meteen een aantal interessante vragen op.
Wil je wel je de smaak van je dagelijkse maaltijd inruilen voor een artificiële pap?
Wil je echt het plezier van het dagelijkse koken laten vallen?
Wil je de daad van het eten reduceren tot een paar slokken?

Toen ik het verhaal las, vond ik er een paradox in terug. Wat is onze motivatie om te werken? Ongeacht rang of stand: om in onze primaire behoeften te voorzien. Een dak boven ons hoofd en eten op tafel. Werken staat daarom niet voor niets synoniem met de uitdrukking “Je dagelijkse boterham verdienen”. Het klinkt dus bizar dat je door biohacking één van de primaire redenen om te werken wil uitschakelen, net omdat het je werk in de weg staat.

Sinds het ontstaan van landbouw een kleine 12.000 jaar geleden is de keuken in zowat alle culturen en beschavingen alles waar het om draait. Ons leven draait rond die 2 of 3 dagelijkse momenten waarbij we rond de tafel zitten en eten. Eten, koken, voedsel klaarmaken is zo’n basale daad dat het in ons cultureel DNA zit ingebakken. En de impact van eten op sociaal, economisch en zelfs religieus vlak zijn niet te onderschatten. Niet voor niets breekt en deelt Jezus het brood bij het Laatste Avondmaal.

Wat is de impact dan van zo’n vloeibaar sapje? Zou het een gamechanger of een disrupter kunnen zijn?

Rob beweert dat hij niet de bedoeling heeft om het samen uit gaan eten wil uitschakelen. Wel het monotone van de ongezonde “vlug-tussen-door” maaltijden. Denk aan broodjes, pizza, noodles, frietjes,… Ook daar zie ik een paradox.

De aard van onze maaltijden weerspiegelt de aard van onze samenleving. En eerlijk gezegd: het ziet er niet goed uit. We leven een jachtig, Westers bestaan tussen vergaderingen, smartphones, files, grootwarenhuizen,… Het koele vooruitgangsdenken gaat er van uit dat alles beter, sneller en efficiënter kan. We zijn werkende consumenten en we moeten mee in een ratrace waar het beste product of de beste service het haalt. Net de snelle, ongezonde hap tussen door vertelt ons iets: dat we reeds toegevingen hebben gedaan als het om een primaire behoefte gaat, om toch maar mee te kunnen. Heel wat mensen zijn zich van die toegeving bewust en hebben daar een grens getrokken. Geen wonder dat er bewegingen zoals slow food ontstaan.

Het idee achter Soylent is net het tegenovergestelde van slow food: laten we nog een stap verder gaan en het hele aspect van eten uitschakelen zodat we een voetje voor hebben op anderen.

Dat brengt me meteen bij het storende effect van zo’n product. Stel dat, en ik spreek louter hypothetisch, genoeg mensen hun dieet overschakelen op zo’n substantie, dan zou het misschien kunnen dat ook de ‘normale’ eters gedwongen worden om mee te doen willen ze in de race blijven. Stel je immers voor: bij een ontslagronde kom jij misschien eerder in aanmerking voor de schopstoel omdat jij nog een broodje gaat halen terwijl je directe collega het eten kan houden op een sapje en zo extra billable uren haalt.

Klinkt Soylent als science fiction? Misschien wel. De menselijke aard maakt soms vreemde bokkensprongen. Aan de ene kant kan je niet heen om 10.000 jaar rituelen, culturen,… die ons van kindsbeen af worden aangeleerd. Anderzijds heeft de laatste eeuw ons getoond dat we relatief gemakkelijk, op een generatief of 3, oeroude gewoonten naar de prullenbak kunnen verwijzen.

Mocht het er ooit van komen en Soylent ligt hier naast de aardappeltjes in de winkelrekken, ik denk niet dat ik er snel voor zal kiezen. Net omdat ik werk om te kunnen leven. Niet andersom.

Counting my blessings

’t Zit soms in de kleine dingen. Gelijk in plaats van thuis spaghettisaus op te warmen, improptu naar de Pili Pili te trekken om daar van tapas en een Pasta Maison vergezeld van een glas Oude Kaap Merlot/Shiraz 2010 te genieten. En natuurlijk een ijsje Bacio/Panna Cotta bij Da Vinci om af te sluiten!

Kookles

“Waarom kom je niet mee?”, vroeg kameraad H. in juni. Het was Feest in’t Park en het IVO had een standje waar er interactieve demonstraties werden gegeven door de cursisten van de kookles. Ik ging erheen en I had a heck of a time.

Wie mij kent weet dat ik graag kook. Niets geeft zoveel voldoening als zelf een lekkere dis uit je mouw te schudden. In al die jaren heb ik mij de kookkunst voornamelijk zelf moeten meester maken. Met vallen en opstaan. Er was in den beginne gelukkig de helpende hand van kameraad V., maar op het einde van de dag sta ik toch ’s avonds zelf alleen achter de potten.

Laten we wel wezen, als single is zelf mijn potje klaar stomen een gouden principe waar niks dan goeds uit kan voort vloeien:

  • Je kookt al sneller gezond.
  • Uw harde werk wordt beloond met een ongelofelijk gevoel van voldoening.
  • Creativiteit verruimt de geest
  • Je leert wat discipline aan de dag te leggen.
  • ’t Is goed voor uw zelfrespect en zelfvertrouwen
  • Enig kooktalent is een troef als je je toekomstige wil imponeren.

En dus besloot ik het erop te wagen: ik schreef mij in voor de cursus feestgerechten. En gisterenavond begon ook voor mij het schooljaar met de allereerste les.

Hoewel, les in de traditionele zin van het woord is het niet. Elke vrijdagavond komen we met de groep cursisten samen. In het leslokaal staan een aantal keukens. We verdelen ons in groepjes en we maken elk een deel van een viergangenmenu. Tijdens het werk worden we begeleid door de lesgeefster die ons overdondert met allerlei tips en tricks. En natuurlijk mogen we ook van ons zelfgemaakt feestmaal genieten.

Zo heb ik gisteren geleerd om een tartaar van st-jacobsschelp te maken. Aten we papillot van heilbout, een dessert assortiment op basis van aardbeien, en bestond ons voorgerecht uit een overheerlijke slasoep met een aardappeltoastje van zalm met honing en geitenkaas.

Heerlijk!

En natuurlijk zijn de cursisten een vrolijke, losgeslagen bende die op vrijdagavond in de kookles stoom kan aflaten na een stresserende werkweek. Meer moet dat niet zijn.

Iets zegt me dat ik de wekelijkse klim workout nog echt nodig ga hebben.

Kokeneten

Gisteren was het weer eens van Feest in ’t Park in Brugge. Mondiale muziek, standjes, vertegenwoordiging van alles ter linkerzijde, wereldkeuken en wat-nog-niet-meer maar bovenal: gezelligheid troef. Tussen dat alles stond standje van het IVO, het instituut voor volwassenenonderwijs. In een grote tenten werden er kookworkshops ingericht. Vrienden H. en A. gaan al sinds jaar en dag elke vrijdagavond naar de kookles en wisten mij te overtuigen om één van die workhops bij te wonen. Ziet u, ik ben tuk op lekker eten en ik zou graag wat dingen beter onder de knie krijgen. En dus overweeg ik in het najaar gedurende een trimester kookles te volgen.

Het werd een workshop rond zomerse hapjes. Zo konden die nadien voor de geïnteresseerde passanten worden opgediend. We maakten met ons groepje achtereenvolgens: een Verrine met broccoli en surimi, gazpacho en worteldip. Ik kan u zeggen: ronduit heerlijk. Weer iets bijgeleerd. En overtuigd dat de kooklessen naast het plezierige ook een nuttige kant hebben.

Overigens was ik van plan om vandaag penne met aubergine en tomaat te maken. Maar door omstandigheden wordt dat iets voor een later moment. Jawel, ook ik heb de weg ontdekt naar de heerlijke keuken van Mme Zsazsa. Lekkere dingen daar. En leuk gebracht. Aanrader voor wie op zoek is naar inspiratie. Voor zover u haar nog niet kende.

Ik heb nog willen merken dat mijn kookboek wat begint uit te puilen van de blaadjes vol afgedrukte recepten. Natuurlijk is de dikke van de KVLV ook in mijn bezit. Maar behalve als naslagwerk maak ik daar nauwelijks iets uit klaar. Liever haal ik mijn inspiratie on line of via via. Ik speelde deze week met de gedachte om eigen kookschrift aan te leggen. Lekkere recepten plakken of opschrijven. Eentje voor de ideeënlijst.

Rust

Kun’t ge het geloven? Maar ik ben met vakantie! Ik kan mij niet meer herinneren hoe lang het geleden is dat ik nog eens vakantie heb genomen. Echt vakantie dan. Het soort waar alle zorgen ver weg zijn en je enkel maar hebt te genieten van de rust.

Wel, ik ben dus op dat soort vakantie.

Eindelijk.

Vorige week was ik nog in Denemarken voor DrupalCon Kopenhagen en vandaar ben ik rechtstreeks doorgevlogen naar Zwitersland. Met een tussenstop in Zürich ben ik zaterdagmorgen aangekomen in Grächen, Mattertal. Ik tik tik dit in de relatieve schaduw van besneeuwde toppen zoals de Weisshorn, Seetalhorn, Bishorn en in de verte de Matterhorn.

Wat vooral opvalt is de stilte. En de tijd. Alles gaat hier een stuk trager en gemütlicher in de bergen. Puur onthaasten. Nu besef ik meer dan ooit in wat voor opgefokte ratrace we in België eigenlijk wel niet  leven. Serieus, gasten, een mens wordt daar eigenlijk moe van zonder het echt zelf te beseffen. Afin, tot ge in de bergen aankomt en de eerste vier dagen 12+ uren aan een stuk door slaapt.

Wat doe ik hier vooral? Bergwandelingen maken, vaneigens! Vandaag ben ik tot 2.230 meter geklommen. En morgen gaat het richting 2.600 meter. Alwaar een panorama over de Rhône-, Saas- en Mattervalei mij wacht. Dit is letterlijk het dak van Europa.  En het eten? Rösti mit Bratwurst! En fondue! En Raclette! En Apfelstrüdl! En genieten van de zon die hier momenteel zijn uiterste best doet. En, en, en… wel, vanalles eigenlijk. Alles behalve Internetten eigenlijk. Of toch, om dit even neer te pennen.

In ieder geval, de batterijen worden hier stevig opgeladen om als verfriste mens terug de draad op te pikken.

Wild

We wilden eens goed tafelen. En het mocht al eens wat kosten. Dus zijn we gisteren wild gaan eten in Brasserie Erasmus in de Wollestraat. Het is er nu eenmaal het seizoen voor. Het restaurant kiezen was eigenlijk nog niet eens zo heel erg eenvoudig. Brugge stikt blijkbaar van de betere eetgelegenheden. Maar beland je in één van de local tourist traps. Via een restaurantgids en de menu’s die op de websites van de restaurants stonden, lieten we de keuze dus vallen op Erasmus.

Het restaurant promoot zichzelf als een ettablissement met dik 200 bieren waarvan 16 van het vat. Mooi. Maar daar waren we nu net niet op uit. Gelukkig was de zaalmanager een wijnliefhebber en had die een fijn assortiment uitgelezen wijnen weten te introduceren. Ik koos voor de Spaanse huiswijn. Als voorgerecht kozen we een consommé van bosduif en gerookte paling en een toast van wildpaté. Gevolgd door het hoofdgerecht: fazant met witlof. We hadden nog nooit fazant gegeten, maar het smaakte wel naar meer. Tenslotte namen we als dessert ee meringue met fruit en een gratin van rode vruchten. Afsluiten deden we met thee.  Het verdict? Heerlijk eten! We hebben er van genoten!

Overigens viel de setting was zeer verzorgd. Zeker niet ouwbollig met kapotgezeten tafeltjes en ongemakkelijke stoelen.  Het was eigenlijk een bijzonder rustige avond maar ik had ook niet de indruk dat je als klanten op mekaars schoot werd gezet. De achtergrondmuziek beperkte zich tot de klassiekers onder de klassieke muziek: Ravel, Bizet,… En de bediening verliep zeer vlot en vriendelijk.

Eentje om te onthouden.

Engelse indruk

  • Het is hier bijzonder regenachtig
  • Het eten is hier bijzonder vettig
  • De Victoriaanse bouwstijl en het geleefde karakter van de gevels bevallen mij wel.
  • Het bier is niet te drinken. Maar daar vertel ik geen geheim mee.
  • De hostel waar we verblijven is zeer oké. De waardin spreekt ons constant aan met ‘love’ en ‘dear’.
  • Looseconnection.com zorgt ervoor dat een flink deel van de stad door WiFi gedekt is.
  • De Engelse treinstations worden zwaar bewaakt. Overal hangt het vol met camera’s.
  • Mijn lichaam moet wennen aan het plotse uurverschil
  • De engelsen zijn verder best wel fijne, relaxte mensen.

Conclusie: Engeland bevalt mij zeer zeker.

Werf

Antwerpen wordt soms de Werf van de Eeuw genoemd. Ik heb zo onderhand de indruk dat mijn tanden daar een serieus deel van de investeringen beginnen uit maken.

Vandaag mocht ik weer eens plaats nemen in de vertrouwde tandartsstoel. Een tijd vermoed ik reeds de aanwezigheid van een gat in een tand achteraan in mijn mond. En ja, dat werd dus vandaag bevestigd. Op mijn wijsheidstanden zitten vullingen die onder het tandvlees doorlopen. Omdat dat een met de tandenborstel nogal moelijk te bereiken plaats is, heeft zich daar een gaatje gevormd.

Blijkbaar gebruik ik mijn wijsheidstanden wel om te eten. En daarom wil de tandarts een poging doen om het gat te vullen en de tand te redden. Lukt dat niet, dan word het trekken.

Uiteraard hoop ik dat het optie 1 wordt. En 9 september is in deze d-day.

Ugh.

Sweeney Todd

Vanavond ben ik met Eline, Mirthe, Suiadan en Osahi naar een filmpje gaan pikken in de Decascoop Kinepolis Gent. We hadden afgesproken om eerst een hapje eten. Dat werd dus op de Vrijdagmarkt. Vrij letterlijk want met het zonnige weer stonden de terrasjes al uit en daar profiteerden we van. Het was nochtans niet bepaald warm en de dienster was een tikje onder de indruk dat we toch buiten wilden zitten. Het viel nochtans verbazend goed mee. Een warme jas was wel een must. Nog nooit meegemaakt, zo vroeg op het jaar zo ’s avonds buiten kunnen eten.

Zo iets voor zevenen trokken we naar Ter Platen. We hadden immers gekozen voor Sweeney Todd. Johnny Depp en Helena Bonham Carter die zingen? In een Tim Burton film? Dat moésten we toch wel gezien hebben.

Het verhaal zelf: Sweeney Todd is een barbier met een voorliefde voor het planten van zijn vlijmscherpe barbiersmessen in de halzen van zijn clientèle. De lijken worden door zijn partner-in-crime en taartjesverkoopster Mrs. Lovett vakkundig in de stuffing gedraaid en verkocht. Todd moordt uit wraak nadat hij ten onrechte was veroordeeld en aldus zijn gezin kwijtraakte. Zijn opperste doel is het doden van de rechter die hem dat lapte en tevens ook zijn dochter inpikte. Intussen dunt hij ineens ook half het 19de eeuwse mannelijke Londen uit. Geen makkelijk uitgangspunt om daar een lichtvoetige horror-musical van te maken (bestaat dit genre?)

Eerlijk gezegd wist ik niet goed wat ik ervan moest verwachten. Maar al snel bleek het vrij goed mee te vallen. De typische Burtonesque sfeer was er wel. Je weet wel, de fantasierijke decors, karakters en kostuums. Alleen viel dat aspect ietwat naar de achtergrond omdat het eigenlijk om een musical gaat. Dat zijn we niet gewoon en dus was het even terug wennen aan de zingende acteurs. Depp en Carter brachten het er zeker niet slecht van af. Alhoewel, in postproductie kan je geluid vrij goed rechttrekken. De trukendoos zal ook hier ongetwijfeld aangesproken zijn. Hilarisch en fijn was het optreden van Sacha Baron Cohen. En ook de anderen deden dat niet slecht. Dik in orde qua acteerwerk. Er zit ook genoeg vaart en plottwists in het verhaal zodat je aandacht niet meteen verslapt. Een knappe prestatie voor een fim van goed 120 minuten tegenwoordig. Sommige elementen blijven wat in de wind hangen. Wat met de dochter van Todd? En hoe zit dat met Anthony?

Al bij al is het uitbrengen van een musicalfilm niet zo evident. Maar het moet gezegd: dit is een geslaagde demonstratie dat het genre zeker niet hoeft te worden begraven.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 3 pagina's Volgende blogposts »