Netsensei

Much Ado About Nothing

Technologie en Wetenschap

Geheugenkaartje

Niets zo onbetrouwbaar als een geheugenkaartje. Zo denk ik er nu even over. Gisteren hebben we met het werk twee vertrekkende collega’s gevierd in een kelderzaaltje dat we voor de gelegenheid hadden afgehuurd. Ik had gelijk mijn camera meegenomen. Op het einde van de avond had ik 174 foto’s. In JPEG en in RAW.

Maaarrrr…

Toen ik vanmorgen de foto’s op mijn pc wilde gooien bleek en en ander grondig fout te zitten. Ik kon van slechts welgeteld 48 foto’s zowel de RAW als de JPEG versie overzetten. Van 65 heb ik enkel de JPEG versie en de laatste 61 werden zelfs carrément geweigerd.

Argh!

Nog pijnlijker want het zaaltje in kwestie was een donkere bedoening met blacklights en al. Ik had mijn 50mm prime opgeschroefd en foto’s vol op f1.8 met ruime belichtingstijd gemaakt om toch genoeg licht te hebben. Met de RAW versie zou ik dan wel het laatste eindje in Lightroom wel kunnen dichtroeien. Mis poes. Met JPEG foto’s zit er zo weinig rek op en wordt het meteen een heel knoeiwerk met curves en niveaus om er nog enigszins iets treffelijks uit te halen. Met mijn strenge selectiecriteria heb ik op dit moment bewerkte 13 foto’s. Pft.

Nu. Beste lazyweb: Wie heeft er toevallig weet van tooltjes om foto’s van corrupte geheugenkaartjes te redden? Who can save the day?

Open/closed NMBS?

Onlangs nog bedacht ik mij hoe handig het wel niet zou zijn als de NMBS – of beter: het achterliggende HAFAS – een open API zou voorzien naast haar website. Zo kunnen anderen leuke toepassinkjes ontwikkelen. Wat zou het leuk zijn om via Twitter treininfo te kunnen opvragen. Afin, de mogelijkheden zijn eindeloos. Anderen hebben immers bewezen: als je over interessante data beschikt en je zet de deur op een gecontroleerde kier open, dan kan dat leiden tot hoogst innovatieve toepassingen.

Helaas, driewerf helaas.

Vandaag lees ik op De Standaard online dat de NMBS in zee zou gaan met Microsoft om ‘gepersonaliseerde reizigersinformatie’ ter beschikking te stellen.

Daarnaast kondigde hij ook een testproject in samenwerking met de NMBS aan. Het is de bedoeling om gebruikers van WindowsLive toepassingen, zoals Hotmail en MSN, te verwittigen als er problemen zijn met hun treinverbinding.

Volgens Descheemaecker zal de informatie toegankelijk zijn via alle toestellen die Windows Live ondersteunen. Dat kunnen klassieke laptops zijn, maar ook sommige types pda’s of smartphones.

Compléét het tegenovergestelde. Immers, het raadplegen van de data is niet vrijblijvend: je moét een Windows Live account hebben en daar de nodige propriëtaire spullen voor installeren. MSN en Hotmail zijn immers notoire gesloten toepassingen. Ik durf te wedden dat een open api gebaseerd op open standaarden zodat anderen zelf leuke mash-ups en applicaties kunnen ontwikkelen helemaal out of the question zal zijn. Concreet denk ik dan meteen aan bijvoorbeeld de iPhone waarop diezelfde informatie moeilijker te raadplegen zal zijn. Microsoft krijgt hiermee weer een troef in handen om de betrekkelijke meerwaarde van zijn eigen – eerlijk gezegd beschamend belabberde – producten.

Op zich zou ik zo hard niet fulmineren tegen een dergelijke overeenkomst als de NMBS een volledig privé onderneming zou zijn geweest. Maar dat is ze nu eenmaal niet. Het gaat om een bedrijf van openbaar nut. Deels geprivatiseerd maar nog altijd met de wortels in de publieke sector geënt. Waarbij een deel gefinancierd wordt door belastingsgeld. Een dergelijke overeenkomst is in mijn ogen een schoolvoorbeeld van hoe een stuk publieke dienstverlening wordt misbruikt in een vorm van concurrentievervalsing. Zelf ben ik van mening dat dit soort door een publieke overheid gefinancierde databronnen juist bij uitstek open en vrij toegankelijk zouden moeten zijn.

En dan zeggen dat diezelfde federale overheid bij monde van fedict digitale informatie juist toegankelijker wil maken voor de burger! Wel, good going! Ik mag van harte hopen dat hierover ooit een parlementaire vraag wordt gesteld.

Birds on a wire

Ik ga even van web twee punt dink evangelist spelen: dat ik het nog gezegd heb vorige week!

Allez, toch niet in die woorden. Ik opperde in mijn talk – Birds on a wire. Thoughts about Twitter – dat Twitter pas meerwaarde krijgt naarmate er meer nuttige toepassingen voor worden gevonden. Want, laten we eerlijk zijn, microblogging zit ergens tussen IM en full scale bloggen. Vis nog vlees eigenlijk. En Bill Snyder heeft gelijk om te zeggen dat andere toepassingen de overlap maken.

Wat Twitter volgens mij aantrekkelijk maakt is dat het een open platform is. Zowel qua mogelijkheden naar ontwikkeling als qua communicatie. Bovendien kan je met 140 karakters heel wat doen. Ik denk dat ili.st een heel mooi vorbeeld is. (ik wilde zelf een eigen app tonen maar de mannen liepen verdiend met de eer heen)

Het blijft wel moeilijk om een killerapp te maken. Dingen zoals Twittervision, Foamee en zelfs Botanicalls Twitter zijn tof, maar ik noem ze five-minutes-of-fun toepassingen. Weinig of geen praktisch nut. Het wordt pas interessant als je Twitter kan integreren in andere dingen. Bijvoorbeeld, ideetje van Peter, een (bedrijfs)restaurant heeft een twitterbot. Stuur een berichtje via Twitter naar de bot en je krijgt een link per direct message of een mailtje in je mailbox met het dagmenu. Of je zou een Pizzadienst kunnen opstarten. Je registreert met je twitteraccount en je huidige adresgegevens bij een pizzadienst. Honger? Stuur een direct berichtje naar de twitterbot, bv. d pizzabot margueritte + coke en 15 minuten later staat de pizzakoerier voor je deur. Of je staat in het station met je iPhone en je wil weten welke trein naar bv. Brussel vertrekt. Stuur een d nmbsbot antwerpen brussel-centraal door en je krijgt terug welke trein je moet nemen evt. met overstappen en zo.

Ach, ideëen zat. Bruno wist te vertellen Twitter momenteel ca. 1 miljoen gebruikers kent. En volgens Stefan was Twitter het embryostadium nog niet helemaal ontgroeid. Akkoord. Maar ik vind dat adaptie van een dienst en het benutten van het potentieel met elkaar verband houden. Meer gebruikers creëeren een grotere drive om de mogelijkheden breder en anders te exploiteren wat op zijn beurt weer meer gebruikers kan aantrekken. De mannen van Facebook en afgeleiden hadden zo keihard door dat dat een flinke factor van betekenis is. Ik zeg één factor want fundamenteel staat of valt alles met de bestaansreden van Twitter: zeggen wat je momenteel doet of denkt in slechts 140 karakters en die informatie delen met anderen omdat die potentieel nuttig of interessant kan zijn.

I’m in ur interwebz messing wid yur konneksiun

Hah! Het LCL datacenter in Diegem ligt plat. Dat betekent dat ongeveer zowat alle hardware van Combell en het halve Belgische Interwebs sinds vanmiddag onbereikbaar is. Aangezien ik mij uitgeef voor ollander en mijn site boven de moerdijk wordt gehost, heb ik er geen last van. Ondertussen lossen de problemen zich zo zoetjesaan op. Ach, once in a blue moon…

Barcamp Gent II

Jup. Barcamp Gent zit erop. Ik heb mij alvast heel erg goed geamuseerd. Als ik het mag samenvatten:

  • Een pak nieuwe mensen leren kennen
  • Een pak on line persoonlijkheden in riel laif mogen ontmoeten
  • Gigantisch veel bijgeleerd.
  • Veel stof tot nadenken
  • Lijstjes zijn écht wel cool! (dank je atog en tomklaasen!)
  • Motivatie en creativiteit troef!
  • Weer een geeky t-shirt erbij
  • Op het IBBT hebben ze écht wel een pak mooie spulletjes
  • Weer flink wat op de gevoelige plaat digitale sensor vastgelegd geweest.
  • De nieuwe uitvalsbasis van Netlash ziet er bijzonder huiselijk uit. De neonsfeerlichtjes zullen er wel voor iets tussenzitten.
  • Ik heb een extra vlezeken gekregen van de frietmadam op het ITPro Geekdinner. Omdat ik lang moest wachten op mijn frietjes en omdat haar zoontje ook Matthias noemt. Dank u!

Oké. Stof tot nadenken. Ik denk dat ik nog wel één en ander ga schrijven naar aanleiding van gesprekken, discussies en presentaties.

BarcampGent I

’t Is dat ik even van lijfblogging wil doen. Ik hier dus op BarcampGent. Momenteel loopt er een eerste presentatie in één van de grote zalen. Maar ik wil mijn eigen presentatie nog iets beter bijwerken. Momenteel zit ik hier in een zithoek met 6 anderen laptoppers aan het hacken, presentatiebrouwen,…

Ik geef mijn eigen presentatie om 14u. De titel? ‘Birds on a wire. Some thoughts about Twitter’ Iets rond het gebruik van Twitter in collaboratieve context. En straks om 18u is er het ITPRO geekdinner in de kantoren van Netlash.

Het belooft een stevige dag te worden.

links for 2008-03-24

De naakte cijfers II

Wel, ik heb gisteren dan toch even optie genomen op Feedburner. Ik had dat natuurlijk al vééél eerder moeten doen. Na 24 uur is dit het resultaat:

feedburner

Ha! Inderdaad. Daar zitten jullie snoodaards dus allemaal! Mij volgen via de feeds.

Restate initial assumptions: op het huidige web arriveren bezoekers niet noodzakelijk via de voordeur. Bij uitbreiding stamp ik nog maar enkele open deuren in:

  • Feedreaders zijn in de blogosfeer incontournable.
  • Bloggers en bloglezers zijn daar de grootste gebruikers van.
  • Aggegratie van feeds, trackbacks,… (Google Reader, Technorati, Feedburner, Facebook, Del.icio.us, Twitter, whatnot) leiden ertoe dat mensen nieuwe blogs leren kennen zonder dat ze daarvoor expliciet je site zelf bezoeken. Eén keer kan volstaan: om je feed toe te voegen aan hun reader. En zelfs dat hoeft niet als een link naar je feed elders ook nog eens wordt gepubliceerd.
  • Hear-say is belangrijk: slimme feedreaders kunnen nieuwe feeds suggereren. Bijvoorbeeld ‘Hey, we’ve noticed you subscribed to feeds x and y. Maybe feed z can interest you?‘ Hetzelfde gebeurt ook off line bij meetings: ‘Ja, ik lees je blog’ wil zoveel zeggen als ‘Ja, je zit in mijn feedreader’
  • Vraag: bestaat dan niet de ‘valkuil’ dat je uiteindelijk enkel nog blogt voor die absolute incrowd? En is dat dan iets waar professionele bloggers bang van moeten zijn? Google AdSense op je blog zetten levert immers bitter weinig op. Hier heb je een verklaring!
  • Binnen andere contexten spelen domeinnamen, Google, SEO en het frontje (de ‘homepage’) een belangrijkere rol om bezoekers aan te trekken.
  • Is de vorm dan wel zo belangrijk voor een blog? Helemaal niet. Die is zelfs overbodig aangezien de inhoud een volledig eigen leven gaat leiden in feedreaders, feedbots, geaggregeerde databases,.. en het grote cachegeheugen van het web. Tenzij je natuurlijk van strak webdesign houdt.
  • Cijfers over bezoekers interpreteren is niet eenvoudig. Ik vraag mij af of Metatale er rekening mee houdt dat invloed ook gemeten kan worden via feeds en de verschillende contexten waarbinnen die worden aangewend.

Afin, stof tot nadenken. Toen ik dit en dat deze week las, dacht ik er zo het mijne van. Dat het toch allemaal wel héél erg relatief is wat feitelijk doen. Ach ja, ’t is dat ik de afgelopen week niet erg uitgerust ben, de laatste tijd wat chagrijnig rondloop en de dingen in vraag durf stellen.

De naakte cijfers

Ik heb sinds december Google Analytics op mijn blogje lopen. Ik had de code ertussen gesmeten en die daarna half vergeten. Vanmorgen herontdekte ik die en besloot ik even naar de resultaten te kijken. Die zijn, wel, vrij ontnuchterend:

Google Analytics

Volgens Google passeerden hier in de laatste maand dagelijks nog geen 5 mensen. Niet dat ik nu meteen een hithoer ben, maar op zo’n moment krab ik toch even in mijn haar. Bezoeken er werkelijk zo weinig mensen netsensei.nl? Of zijn die cijfertjes niet betrouwbaar? Je ziet zelfs geen piekje na de vele blogmeetings van de afgelopen weken.

De achtduizend.be cijfers liggen wel in de lijn van de verwachtingen. En, pakweg, Dikkie haalt met gemak dagelijks over de 400 bezoekers. In de blogosofeer heb ik toch niet meteen klachten over Google Analytics gehoord. Hoe zit dat dan?

Google Analytics maakt gebruik van een Javascript tracker die je installeert in de code van je eigen site. Als die wordt uitgevoerd, registreert GA die als een hit. Zoekrobots, spamrobots, mensen die geen javascript enabled hebben, bezoekers die mijn blog via RSS lezen, etc. die worden niet door GA geregistreerd. Wat je over houdt is dus nog altijd geen totaalbeeld van wat er werkelijk door de deur komt. Nochtans, GA registreert vooral de ‘menselijke’ activiteit.

De ruwe server logs bevestigen dit verhaal wat. Vandaag alleen al kreeg ik 3932 hits die terug te voeren zijn op 145 unieke bezoekers. In de top 10 van meest actieve ip’s staat een aziatische spammer (whois toont dat de host in Bangkok zit) die 2347 hits wist te genereren. Daarna kom ik zelf, Google, Verizon en nog een rist andere Amerikaanse hosts waarvan je kan vermoeden dat het bots zijn. O ja, metatale kwam er ook nog net door, overigens.

Uiteraard schrijf ik niet voor het plezier van spammers en robots die de boel komen indexeren of, godbetert, harvesten. Dus die 5 bezoekers per dag is toch wel érg weinig.

Uiteindelijk is de simpelste uitleg dat ik éigenlijk totaal oninteressant ben en schrijf. (Toegegeven, de laatste week was het hier meer een linklog maar wie is er in godsnaam geïnteresseerd in het feit dat ik gisteravond in Leuven pinten ben gaan pakken?) Ik kan hetzelfde zeggen over de rest van de blogosfeer:

Ik zou cassant kunnen worden en gemakkelijk kunnen scoren door een Brutiniaanse schrijfstijl te hanteren (eerlijk, Tom, _zó_ moeilijk is dat niet) Of ik zou godganser dagen op mijn quivive zijn en bij de minste storm in een glas water meerijden op de golven van de algehele verontwaardiging. Of ik kan over virals en marketing en hippe dinges zoals de iPhone bloggen. Of ik zou kunnen (foto)bloggen over mijn kinderen… o, wacht eens even… nevermind. It’s been done is het overheersende gevoel. Ik betrap me er wel op dat ik in mijn feedreader het gros van de posts gewoon skip omdat ik vind dat het voornamelijk meer van hetzelfde is. En ik maak me er zelf ook schuldig aan op mijn eigen blog. Ik zou er al ferm naast moeten zitten moest ik niet de enige zijn.

Inhoud is nog altijd king. Misschien moet ik maar eens goed nadenken of dit blogje het zoveelste scrapbook van een on line leven zoals zovele andere moet zijn. Tjah…

Apple galore

In the grand scheme of things dat ik momenteel voor sta, heb ik vandaag een nieuwe stap genomen en mij een aantal Apple goodies voor mijn iBook G4 gekocht: een keyboard en bijhorende mighty mouse.

Waarom? Sinds ik hier pc-loos op mijn studio zit, is mijn laptop mijn laatste reddingsboei. Een trackpadje en laptoptoetsen vind ik absoluut niet aangenaam om avond na avond mee te werken. Zodoende.

Geniet u even mee…

Apple gadgets Apple gadgets

Dit blogpostje is het eerste wat ik typ op mijn nieuwe Apple duwding en ik moet zeggen dat dit mij héél erg bevalt qua ergonomie. Omdat het bord nauwelijks randen en ultraslim is, heb ik het gevoel dat mijn handen over de toetsen zweven. Een bijzonder aangename gewaarwording.

De muis bevalt mij iets minder. De grote drukknop is nogal wennen en het scrollwieltje in het midden voelt o zo frèle en breekbaar aan. Al bij al voelt dit nog altijd superieur aan goedkopere muizen uit de mediamarkt dus klagen doe ik alvast niet.

O ja, ik heb gekozen voor de USB uitvoering. Bluetooth en geknoei met batterijen zag ik hélemaal niet zitten. De plus is trouwens dat het toetsenbord nog eens over twee USB uitgangen beschikt. Ideaal dus om de muis op aan te sluiten en de USB poorten op de laptop minimaal te benutten.

« Vorige blogposts Pagina 11 van 27 pagina's Volgende blogposts »