Netsensei

Much Ado About Nothing

Kunst en Cultuur

We tripten naar de Ardennen

Ik had vorige week vakantie. En we wilden al lang eens naar Ceci n’est pas un Corps – Expo Hyperrealisme in de Boverie in Luik. We maakten er meteen een midweek Ardennen met nog een aantal dagen in Eupen. Dit is een hele andere hoek van het land die we niet echt kenden. Ver genoeg om het reisgevoel beet te hebben, dicht genoeg dat je er ook weer geen dagen voor moet reizen.

Maar dus, Luik. Hyperrealisme is een stijlstroming in de visuele kunsten waarbij de kunstenaar probeert om op basis een schilderij, beeldhouwwerk of installatie te maken dat ze nauw mogelijk aanleunt bij de realiteit. Het resultaat zijn menselijke beelden waarbij elke sproet en elk haar minutieus werd aangebracht. Ze lijken zo echt dat ze op elk moment zouden kunnen opstaan. Een kunstwerk kan ook een interpretatie zijn die elementen uit het hyperrealisme verwerkt: een torso, een gezicht, een arm,… We liepen er toch dik anderhalf uur gefascineerd tussen de beelden.

Daarnaast bezochten we ook het Guillemins, het station ontworpen door Calatrava. Heel bijzonder om te zien wat er zoal met beton mogelijk is. De betonnen bogen lijken op een schelp die over de perons ligt, terwijl de ondergrondse doorgang nogal wat weg heeft van een onderzeese grot die bij laagwater droog is komen te staan. Ik vind het een architecturaal hoogstandje.

We bleven maar een middag en avond in Luik. Veel van de stad hebben we niet gezien. Hoe zou ik Luik omschrijven? Een grootstad, maar dan wel eentje die duidelijk te lijden heeft gehad onder de economische impasse van de laatste decennia. Een potpourri van statige parken en classicistische gebouwen afgewisseld door lelijke appartementsblokken en buildings.

Eupen was niet zo gek veel verder rijden. We huurden er een appartmentje in de benedenstad, vlakbij de rivier de Vesder. En een fantasisch ijssalon met een ietwat norse uitbater. Onze eerste uitstap was naar de dam en het meer van Gileppe. Een typische schoolreisbestemming. Ik was er 25 jaar geleden al eens geweest. Het is gek hoe een beeld in je herinnering iets anders wordt dan in het echt.

Onze tweede uitstap ging richting Monschau. Ik wilde graag eens de Vennbahn zien. Al was het maar omdat het een unieke grenssituatie gaat. Met dank aan het Verdrag van Versailles. Tegenwoordig is het een mooie fietsroute. Met de elektrische fiets eens een stukje rijden vonden we een fijn idee voor de toekomst.

Onze laatste uitstap was een wandeling in de Hoge Venen. Vanaf de Baraque Michel stapten we naar het Kruis van de Verloofden. We wilden graag even de benen strekken over de typische houten planken bruggetjes. Helaas, tegenwoordig is die route verhard met tonnen dolomiet steentjes. Het oude hout zie je nog steken tussen de stenen, maar op de route die we hadden uitgestippeld waren er geen intacte bruggetjes tussen het veen. Neemt niet weg dat het genieten was van de natuur op een warme, zonovergoten zomernammiddag.

Op vrijdag ging het terug huiswaarts. We keren zeker en vast nog terug. Met dank aan het fijne vakantiegevoel dat we mee namen.

Marie’s Room

Like Charlie is een Gentse Indie videogame studio. Pas begonnen. Hun debuut was Marie’s Room. De blurb op hun website:

Marie’s Room is a short story exploration game about an unconventional friendship between two classmates. You play as Kelsey, remembering Marie’s room as it was twenty years ago. But something’s off. What happened to Marie?

Dit spel is eigenlijk een kleine point ’n click adventure die je in een half uur uit kan spelen. De charme zit in de premise en de sterkte van het verhaal. Als Kelsey probeer je te achterhalen wat er met Marie is gebeurd door haar kamer te doorzoeken.

Zonder al teveel te willen verklappen: het verhaal gaat over vriendschap, kwetsbaarheid, verdriet en trauma. De personages zijn geen kartonnen borden of karikaturen zoals in vele andere spelletjes. Bovendien wordt er enorm ingespeeld op de verbeelding van de speler, waardoor dit nog zoveel meer diepgang krijgt.

Daarnaast is Marie’s tienerkamer een doosje dat steeds meer onthult naar mate je verder op onderzoek gaat. Het is verrassend hoe de makers met zo weinig speelruimte toch zo’n meeslepende ervaring wisten te creeeren.

Marie’s Room is zeker een aanrader.

Ondertussen zijn ze bij Like Charlie met Ghost on the Shore druk bezig aan de opvolger. Marie’s Room heeft alvast laten smaken naar meer.

Sam Mendes brengt spektakel met 1917

Ik ben onlangs naar de bioscoop geweest. De laatste film van Sam Mendes moest ik wel op groot scherm ervaren. 1917 is dan ook een cinematografische overdondering. Als superlatief kan dat wel tellen. In het genre, oorlogsfilms, zou je denken dat we alles wel eens hebben gezien. Grootse actieshots, een muur van geluid, decors, kostuums en effecten om de gruwel, de chaos, de verwarring en het lijden toch maar nabij te brengen.

Sam Mendes is er echter in geslaagd om een nieuwe beeldtaal te ontwikkelen. Veel is er geschreven over het feit dat zijn film een continuous tracking shot is. Geen cuts, geen overgangen. Je blijft de 2 hoofdrolspelers op de hielen volgen. Alleen doet dat de film enorm te kort.

Mendes speelt met een combinatie van cinematografie, premise, decors en muziek om de Eerste Wereldoorlog tot leven te brengen. Wat nog het hardst opvalt is dat Mendes gekozen heeft voor een evocatie die de Duitsers hooguit als dreigende schaduwen in beeld brengt. Daarentegen brengt Mendes voluit de nasleep van de strijd in al haar rauwheid in beeld. Als kijker krijg je slagvelden, kapotgeschoten boerderijen en verwoeste dorpen in al hun naakte detail voor de kiezen. Voor wie ooit foto’s van de verwoestingen in deze streek heeft gezien, zal de scenografie vertrouwd en daardoor confronterend aanvoelen.

De dreigende muziek van Thomas Newman jaagt de kijker niet alleen op, ze maakt keer op keer de aansluiting met de cinematografie en duwt je nog dieper in deze totaalervaring.

En om die ervaring is het Mendes duidelijk te doen. Want ook de keuze van de cast en het script reflecteert duidelijk zijn wens om de kijker zo veel mogelijk te vervreemden van de eigen realiteit. De hoofdrollen zijn jongeren die je even goed vandaag op de trein zou tegen komen. Onbekenden waarmee je even het pad kruist, flarden uit hun leven in gesprekken opvangt, en dan weer verdwijnen. Na 3 jaar oorlog beperken de overpeinzingen van de personages zich hooguit tot overleven en sakkeren over modder, het leger en het thuisfront. De kijker wordt volledig alleen gelaten om zelf te kiezen hoe de film kan worden geinterpreteerd.

In ieder geval vind ik het aantal oscarnominaties meer dan terecht. Hoewel dit geen ontspannen zaterdagavondfilm is, kan ik een cinemabezoek zeker aanraden.

We bezochten het Africamuseum in Tervuren

Probeer eens Afrika te vatten in een aantal zalen in een 19de eeuws paleis. Dat betekent onvermijdelijk keuzes maken. En de ene keuze leidde tot een beter resultaat dan de andere.

Veel volk. En niet weten waar eerst te kijken. Dat vat zo’n beetje mijn eerste indruk samen toen we gisteren het Africamuseum in Tervuren bezochten. Dat vele volk, daar zit natuurlijk de kerstvakantie, het gratis ticket van De Standaard en de recente opening voor iets tussen. Dat niet weten waar eerst te kijken, dat ligt aan de presentatie en de opstelling.

Zo is de hele presentatie ingedeeld in thema’s: talen en muziek, fauna & flora, geografie, maatschappij,… maar er is nauwelijks een duidelijke rode lijn tussen de thema’s. Een harde verhaallijn hoeft niet, maar een aantal duidelijke visuele broodkruimels zijn toch een absolute must. Ze leiden je doorheen de verzameling, haar geschiedenis en haar betekenis.

De opstelling in elke zaal? Information overload. Het museum heeft de oude, antieke tentoonstellingskasten gerenoveerd, en verder aangevuld met nieuwe – open – ensceneringen. Diezelfde kasten zijn enorm aanwezig waardoor je de indruk krijgt dat alles volgestouwd staat. Bovendien is het een hele uitdaging om de verlichting in dergelijke kasten in functie van de tentoongestelde objecten goed af te stemmen. Dat lukt de ene keer al beter dan de andere.

Op een evenwichtige en toegankelijke manier publieksteksten presenteren is een kunst. An sich bracht het museum het er zeker niet slecht van af, maar overdaad schaadt. Wil je alles grondig lezen, dan ben je snel enkele uren zoet. En op een drukke dag is het enorm mogelijk om voldoende de aandacht op te brengen. Al was het maar omdat de enorme balzalen geweldig weergalmen.

Het museum trekt de kaart van de nieuwe media. Grote touchscreens bieden audio, video, interactieve kaarten en infographics, quizzen,… Helaas is het in sommige zalen veel te veel waardoor de aandacht volledig wordt afgeleid van de objecten. En dat is een jammere zaak. Bovendien wordt de digitale content in vier talen aangeboden, maar is niet alles vertaald. De bezoeker krijgt een mengelmoes van Frans, Engels en Nederlands voor geschoteld. Opvallend is dat sommige schermen rechtstreeks pagina’s uit Wikipedia voor schotelen. Los van de serieuze inhoudelijke bedenkingen die ik bij die keuze heb, werkte dat technisch niet altijd even goed. Ik zag toch enkele keren Chrome’s “There is no internet connection” dinosaurus.

En dan is er de inhoud zelf. Er is veel gezegd en geschreven over ons koloniale verleden. Het museum neemt de vlucht vooruit en confronteert zichzelf en de bezoeker bij het binnenkomen met twee zalen waarin hard wordt afgerekend met de historische wantoestanden en de beeldvorming. Alleen trekt het museum de lijn niet helemaal door tot het heden in de paleiszalen. Zo is er een stevig luik over de ertswinning in Congo en het belang daarvan. De kostprijs die mens en natuur betalen worden weliswaar terloops vermeld, maar de aandacht gaat toch hoofdzakelijk uit naar de mineralen die naar boven werden en worden gehaald. Zo houdt het museum zich alsnog veilig op de vlakte zonder echt een standpunt in te nemen.

In de ondergrondse toegang van het museum passeer je een grote prauw en het opschrift “Alles gaat voorbij, behalve het verleden.” In veel opzichten is dat waar. Ik vertrok met een gemengd gevoel: Dit was een schoongemaakte les aardrijkskunde. En dat is het natuurlijk ook als je er even snel doorheen stapt. Maar dat is slechts het halve verhaal. Een museum hoort de bezoeker te doen reflecteren, en een museum dat zo hard vecht met haar eigen verleden en haar collectie slaagt daar indirect alsnog in. In de eerste zaal – het kolonialisme – hangen pancartes die duidelijk maakt dat een object hun waarden ontlenen uit de context waarin ze is ontstaan en gebruikt, en dat de objecten in dit museum uit hun context zijn gerukt. Maar ook dat is niet het volledige verhaal. Context stopt niet bij opname in een collectie. Het verhaal van een object stopt niet zodra in het een kast terecht komt. Het Africamuseum is net vernieuwd, en probeert zichzelf opnieuw te definiëren. Met een beladen verleden stopt die oefening niet bij een grote heropening. De vraag is hoe relevant en actueel haar presentatie zal blijven in de komende jaren en decennia.

ELAG 2018 in Prague

I’ll be travelling to Prague in 10 days to attend the ELAG 2018 conference. ELAG is the European Library Automation Group. It’s a network of European library and IT specialists. I’ll be presenting a talk on Tuesday aptly titled “The Datahub: blending/deblending museum data“.

Since 2015, my job largely revolves around building reusable tools and managing infrastructure that allows aggregation and sharing of data stored in the collection registration systems of museums. The goal is to unlock knowledge stored in those databases and allow new ways of reusing that knowledge in the digital space for the benefit of larger audiences and the museums themselves. My job isn’t exclusively technical oriented, it also extends to delivering consultancy, sharing knowledge and experiences within museums and between museum workers.

The field of museum informatics is fairly new and still emerging. It’s a subfield of cultural informatics and related to library science and archival informatics. It’s a interdisciplinary field at the intersection of culture, information sciences and digital technology. There’s a lot to explore in terms of knowledge and practices. The challenge is to keep pushing development in this field within often well established contexts.

Today, I’m brainstorming the slides of my presentation. My goal is to push beyond a bare technical description of the project itself and explore what we actually learned in these past few years. My mission is finding the right mix between the technical side and the human side of the story. And, of course, wrapping it all in an engaging, relatable narrative.

Meisje met de parel in hoge resolutie

Oh kijkt! Het Mauritshuis heeft haar gedigitaliseerd beeldmateriaal op Europeana geplaatst. Dat lijkt niet echt bijzonder, ware het niet dat er twee heel belangrijke nieuwtjes zijn aan dit verhaal.

  1. Het gaat om beelden op hoge resolutie. Dus digitale beelden waarbij je elke haarlijn van de borstel in detail kan bestuderen.
  2. De beelden worden ter beschikking gesteld in het Publieke Domein. Dat wil zeggen dat het Mauritshuis de intellectuele eigendomsrechten die er zouden zijn, weg zwaait. Iedereen mag ze dus gratis en zonder enige beperking gebruiken voor eigen doeleinden.

Dat betekent dus dat ik zomaar eventjes dit mag doen:

Zonder dat ik onder het beeld moet plaatsen “Copyright Mauritshuis 2017” of moet bang zijn dat ik morgen een mail krijg met de vraag om het bovenstaande beeldje van mijn website te halen.

Ja maar gebeurt dat dan?

Ja. Ja dat gebeurt. Het auteursrecht zegt dat niet alleen de rechten van de kunstenaar gevrijwaard blijven tot 70 jaar na diens dood, hetzelfde geldt ook voor de fotograaf of de organisatie die een foto maakt van een kunstwerk. En laat een digitaal beeld nu net dat zijn.

Je kan het copyright betwisten in de context van digitalisering met het argument dat het om een platte kopie gaat van een kunstwerk. Het zogenaamde ‘originele element’ ontbreekt wanneer je digitaliseert. Maar daar tegenover staat dat digitaliseren geld kost. Infrastructuur, tijd, verplaatsing, loonkost,… Om die kosten te recupereren leveren instellingen beelden aan kostprijs en dan wordt het verleidelijk te rechtvaardigen dat het claimen van rechten een noodzaak is.

Het auteursrecht vandaag is heel breed interpreteerbaar, terwijl de de digitale context de lat om beeldmateriaal te (her)gebruiken juist volledig heeft weg genomen. Dat spanningsveld maakt het lastig om beelden zonder meer opnieuw te publiceren en te hergebruiken.

Het project Display At Your Own Risk onderzoekt dit hele probleem en daagt uit om na te denken over  de wisselwerking tussen het gebruik van beeldmateriaal en de intellectuele rechten.

Hoe dan ook, het mooie aan wat het Mauritshuis doet is dat onderzoekers, kunstenaars, creatievelingen, studenten, publicisten,… de vrijheid krijgen om met die beelden aan de slag te gaan. En dat uiteindelijk de kunstwerken zelf daardoor een nieuw leven tegemoet gaan.

16 personalities

Persoonlijkheidstesten vind je in overvloed op de Interwebs en de social media’s. In de begindagen van Facebook waren ze zelfs schering en inslag. Vandaag verzeilde ik op 16personalities.com en was ik meteen geïntrigeerd. Deze test classificeert je aan één van 16 persoonlijkheidstypes – Architect, Mediator, Executive, Entrepreneur,… – en geeft je een mooi beschrijving van je type op verschillende vlakken.

Het geheel ziet er speels uit, maar het onderliggende model is wetenschappelijk opgebouwd. Het is een combinatie van verschillende psychologische theorieën zoals Jungs’ karaktereigenschappen, Myers-Briggs Type Indicator en de Big Five Personality Traits. Het is dus zeker geen test die je domweg vertelt of je “introvert” dan wel “extravert” bent. Het resultaat vertelt je ook of je meer op je intuïtie of op je zintuigen afgaat, hoe avontuurlijk je bent, of je meer met de voeten op de grond staat dan wel met je hoofd in wolken zit.

Wat mijn type is wel? *cue drumroll* Ik ben een INFP-T “Mediator”.  De INFP-T staat voor “Introverted – Intuitive – Feeling – Prospective – Turbulent”. Welja.

Mediator personalities are true idealists, always looking for the hint of good in even the worst of people and events, searching for ways to make things better. While they may be perceived as calm, reserved, or even shy, Mediators have an inner flame and passion that can truly shine. Comprising just 4% of the population, the risk of feeling misunderstood is unfortunately high for the Mediator personality type – but when they find like-minded people to spend their time with, the harmony they feel will be a fountain of joy and inspiration.

Yup. Dat klopt zo in grote lijnen ongeveer wel. Wat mij enigszins in het oog springt is dat ik blijkbaar een Zeldzaam Specimen ben. Okay dan.

Being a part of the Diplomat Role group, Mediators are guided by their principles, rather than by logic (Analysts), excitement (Explorers), or practicality (Sentinels). When deciding how to move forward, they will look to honor, beauty, morality and virtue – Mediators are led by the purity of their intent, not rewards and punishments. People who share the Mediator personality type are proud of this quality, and rightly so, but not everyone understands the drive behind these feelings, and it can lead to isolation.

Ik ben niet de man van de dogma’s, maar ik ben evenmin een zuivere pragmaticus. Ik vind dat de waarheid voor mezelf ergens in het midden ligt.

At their best, these qualities enable Mediators to communicate deeply with others, easily speaking in metaphors and parables, and understanding and creating symbols to share their ideas. Fantasy worlds in particular fascinate Mediators, more than any other personality type. The strength of their visionary communication style lends itself well to creative works, and it comes as no surprise that many famous Mediators are poets, writers and actors. Understanding themselves and their place in the world is important to Mediators, and they explore these ideas by projecting themselves into their work.

Spot on! Volgens Marjan ben ik een beelddenker. Dat betekent dat ik graag met beeldtaal uitdruk. Creatief schrijven vind ik heel leuk om te doen, maar ik geef mezelf dan weer te weinig ruimte om daar in te groeien. Nochtans weet ik dat er een pak meer in zit. Voorlopig hou ik het op lezen. Veel lezen. Maar de kriebel om zelf verhalen uit te werken, die is er wel degelijk.

If they are not careful, Mediators can lose themselves in their quest for good and neglect the day-to-day upkeep that life demands. Mediators often drift into deep thought, enjoying contemplating the hypothetical and the philosophical more than any other personality type. Left unchecked, Mediators may start to lose touch, withdrawing into “hermit mode”, and it can take a great deal of energy from their friends or partner to bring them back to the real world.

Jawel. Daarheen en weer terug. Heel herkenbaar. Ik vind het fantastisch om makkelijk in brede verbanden na te kunnen denken, maar dat heeft ook zijn nadelen. Met het ouder worden ben ik een stuk zelfbewuster geworden. Dat helpt enorm om de voetjes op de grond te houden wanneer het nodig is. Maar het blijft altijd wel een oefening.

Luckily, like the flowers in spring, Mediator’s affection, creativity, altruism and idealism will always come back, rewarding them and those they love perhaps not with logic and utility, but with a world view that inspires compassion, kindness and beauty wherever they go.

Welja, daar ga ik nu zelf eens geen commentaar op geven. Dat laat ik over aan zij die mij kennen. In ieder geval. Ik deel het pantheon met figuren zoals J.R.R. Tolkien, Johnny Depp, Alicia Keys en Björk.

Leuke test? Absoluut! Laat niet na om zelf ook eens te proberen!

Mijn job als: data conservator

Welke job doe je? En wat houdt die precies in?

Ik werk sinds twee jaar voor de Vlaamse Kunstcollectie. Ik werk dus voor de Vlaamse musea voor Schone Kunsten. Een data conservator is een digitale expert die binnen de muren van de musea opereert. Het betekent dat ik adviezen lever, digitale projecten trek of begeleid, directe ondersteuning bied aan mijn collega’s voor hun digitale vragen en bij houd wat er op (inter)nationaal vlak beweegt. Inhoudelijk schipper ik tussen harde technische vraagstukken, informatie architectuur, auteursrecht en naburige rechten, aanbestedingen, on line communicatie en project management. Heel wat dus eigenlijk feitelijk. En dat maakt het meer dan boeiend.

In de titel steekt het woord ‘data’. De ‘grondstof’ waarmee ik werk zijn gegevens die musea registreren over hun collecties. Van elk object houdt een museum een gedetailleerde digitale steekkaart bij. Daarin vind je niet alleen inhoudelijke aspecten, maar ook administratieve of materiaal-technische details bij. Denk maar aan restauraties, tentoonstellingen, bruiklenen,…  Natuurlijk betekent dat ook dat musea allerlei software inzetten om die digitale informatie te beheren en operationeel in te zetten. Mijn job bestaat er in om mee uit te werken hoe dat op een efficiënte wijze kan gebeuren.

Het grootste deel van mijn tijd gaat naar de bouw van een digitaal platform om registratiegegevens makkelijker te verzamelen en geautomatiseerd uit te wisselen. Een zeer interessant project want er komt nogal wat creatief denkwerk bij kijken. Het is niet het enige project waar ik in betrokken ben. Een ander is de publicatie van kunsthistorische gegevens als Linked Open Data op Wikidata. De gestructureerde basisregistratie van 30.000 kunstwerken werd on line geplaatst. In het voorbije jaar lanceerden we ook een nieuwe website over Abstract Modernisme. Je vindt er 774 abstract moderne werken van 43 artiesten bewaard in 9 instellingen terug.

Zoom je uit, dan vind je mij terug in het werkveld van de Digital Humanities. Dit veld past nieuwe digitale methodologieën toe om kennis uit verschillende domeinen – kunstgeschiedenis, geschiedenis, literatuur, sociale studies, archeologie, antropologie,… – te kruisen met elkaar. Zo kan men tot nieuwe inzichten komen, of erfgoed op nieuwe manieren ontsluiten voor een breed publiek. Het is een vrij jong veld en de digitale revolutie zorgt er dan ook voor dat er heel wat beweegt.

En hoe zit het bij jullie? Welke job doe jij?

Peter Pan: Het Echte Verhaal

We hadden een hele poos geleden via via tickets geboekt voor de musical Peter Pan: Het Echte Verhaal. Geen mega-productie in Antwerpen, wel een zeer fijne voorstelling van het Nationaal Jeugd Musical Theater in het Scheldetheater in Terneuzen.

We genoten dik twee uur van de exploten van Peter Pan, Wendy, Thomas, Michael, de Lost Boys en zoveel meer. Ik was alvast van A tot Z mee met de gehele voorstelling.

Deed me meteen denken aan Steven Spielbergs’ Hook. Ah, Robin Williams, je wordt gemist! Enkele dagen geleden deed de jongste van de originele Lost Boys nog een AMA op Reddit. Hij verhaalde een paar leuke anecdotes over de productie.

En natuurlijk was er ook Tick Tock. Shame on you! Upsetting the Captain! Jawel, jawel!

16/17

Acht januari. Driekoningen is net gepasseerd. 2017 is goed en wel ingezet. 2016 afgesloten. Wat een jaar was het. Een mooi jaar en een bewogen jaar. Er is veel om over te reflecteren. Waar moet ik beginnen? Hm. Niet eenvoudig. Laat ik beginnen bij het meest concrete: mijn blogje.

Een jaar geleden nam ik me voor om terug actiever te bloggen. Ben ik daar in geslaagd? Wel, ik klokte vorig jaar af op 44 blogposts. In 2015 waren er dat slechts 20. Een aanzet van een opwaartse trend, zowaar. Evenwel ver onder topjaar 2011 met zijn 139 blogposts. De herlancering van mijn blog op het einde van november is een belangrijk moment geweest. In de laatste weken van het jaar schreef ik nog 11 blogposts. Cijfers zeggen niet alles. Wat er echt toe doet is de waarde van het schrijven zelf. En dus hoop ik in 2017 in een comfortabel ritme te kunnen vallen en verder te groeien in mijn eigen schrijfkunsten. Zonder al te veel verwachtingen overigens.

Voor de wereld was 2016 een bewogen jaar. Er is genoeg stof om in een continue staat van verontwaardiging en moedeloosheid te leven. Er was een tijd dat ik dagelijks met de nodige zin voor nieuwsgierigheid ’s morgens de papieren krant las en ’s avonds het journaal bekeek. Ik laafde mijn dorst naar kennis aan trage, zorgvuldig gecureerde, analoge informatiestroompjes. Vandaag is dat anders. We worden overspoeld door een ware stortvloed aan informatie via sociale en andere media outlets. 24/7 on. Geen rust. Geen pauze. Harder. Sneller. Dichter. Hoge definitie. In 2016 ben ik bij mezelf daar echt serieus vragen bij beginnen stellen. Tijd voor een digitale detox? Wel, de realiteit is wat ze is. Daar valt weinig aan te ontkennen. Maar leren leven in een wereld in verandering met de nodige zin voor mindfulness, dat zou al heel wat betekenen in 2017.

Op persoonlijk gebied is 2016 een bijzonder jaar gebleken. Er waren heel veel mooie momenten waarvoor ik alleen maar dankbaar om kan zijn. We zijn andermaal op reis geweest naar Italië én Zwitserland. We deden van flink wat uitstapjes met ons gezin. Ik kan terug voluit klimmen. Ik heb heel boeken en nieuwe auteurs ontdekt. We genoten van samenzijn met familie en vrienden. Op het werk heb ik heel wat mogen bijleren en realiseren. Het was een vol jaar. Dat zeker. Maar er is ook een stevige reality check geweest met flink wat persoonlijke groei en groeipijnen. Tijd en boterhammen. Meer valt daar niet over te vertellen.

In ieder geval, vat ik 2017 met veel positivismus aan. Er ligt een nieuw jaar voor mij vol kansen om van elk moment te genieten en iets te maken. Hier en nu gebeurt het, dus s_mout mo je kieten_. Zo zeggen we dat in deze contreien toch. Ik hoop voor jullie hetzelfde.

(Foto: CC0 / Joshua Newton)

« Vorige blogposts Pagina 1 van 13 pagina's Volgende blogposts »