Africamuseum

Probeer eens Afrika te vatten in een aantal zalen in een 19de eeuws paleis. Dat betekent onvermijdelijk keuzes maken. En de ene keuze leidde tot een beter resultaat dan de andere.

Veel volk. En niet weten waar eerst te kijken. Dat vat zo’n beetje mijn eerste indruk samen toen we gisteren het Africamuseum in Tervuren bezochten. Dat vele volk, daar zit natuurlijk de kerstvakantie, het gratis ticket van De Standaard en de recente opening voor iets tussen. Dat niet weten waar eerst te kijken, dat ligt aan de presentatie en de opstelling.

Zo is de hele presentatie ingedeeld in thema’s: talen en muziek, fauna & flora, geografie, maatschappij,… maar er is nauwelijks een duidelijke rode lijn tussen de thema’s. Een harde verhaallijn hoeft niet, maar een aantal duidelijke visuele broodkruimels zijn toch een absolute must. Ze leiden je doorheen de verzameling, haar geschiedenis en haar betekenis.

De opstelling in elke zaal? Information overload. Het museum heeft de oude, antieke tentoonstellingskasten gerenoveerd, en verder aangevuld met nieuwe – open – ensceneringen. Diezelfde kasten zijn enorm aanwezig waardoor je de indruk krijgt dat alles volgestouwd staat. Bovendien is het een hele uitdaging om de verlichting in dergelijke kasten in functie van de tentoongestelde objecten goed af te stemmen. Dat lukt de ene keer al beter dan de andere.

Op een evenwichtige en toegankelijke manier publieksteksten presenteren is een kunst. An sich bracht het museum het er zeker niet slecht van af, maar overdaad schaadt. Wil je alles grondig lezen, dan ben je snel enkele uren zoet. En op een drukke dag is het enorm mogelijk om voldoende de aandacht op te brengen. Al was het maar omdat de enorme balzalen geweldig weergalmen.

Het museum trekt de kaart van de nieuwe media. Grote touchscreens bieden audio, video, interactieve kaarten en infographics, quizzen,… Helaas is het in sommige zalen veel te veel waardoor de aandacht volledig wordt afgeleid van de objecten. En dat is een jammere zaak. Bovendien wordt de digitale content in vier talen aangeboden, maar is niet alles vertaald. De bezoeker krijgt een mengelmoes van Frans, Engels en Nederlands voor geschoteld. Opvallend is dat sommige schermen rechtstreeks pagina’s uit Wikipedia voor schotelen. Los van de serieuze inhoudelijke bedenkingen die ik bij die keuze heb, werkte dat technisch niet altijd even goed. Ik zag toch enkele keren Chrome’s “There is no internet connection” dinosaurus.

En dan is er de inhoud zelf. Er is veel gezegd en geschreven over ons koloniale verleden. Het museum neemt de vlucht vooruit en confronteert zichzelf en de bezoeker bij het binnenkomen met twee zalen waarin hard wordt afgerekend met de historische wantoestanden en de beeldvorming. Alleen trekt het museum de lijn niet helemaal door tot het heden in de paleiszalen. Zo is er een stevig luik over de ertswinning in Congo en het belang daarvan. De kostprijs die mens en natuur betalen worden weliswaar terloops vermeld, maar de aandacht gaat toch hoofdzakelijk uit naar de mineralen die naar boven werden en worden gehaald. Zo houdt het museum zich alsnog veilig op de vlakte zonder echt een standpunt in te nemen.

In de ondergrondse toegang van het museum passeer je een grote prauw en het opschrift “Alles gaat voorbij, behalve het verleden.” In veel opzichten is dat waar. Ik vertrok met een gemengd gevoel: Dit was een schoongemaakte les aardrijkskunde. En dat is het natuurlijk ook als je er even snel doorheen stapt. Maar dat is slechts het halve verhaal. Een museum hoort de bezoeker te doen reflecteren, en een museum dat zo hard vecht met haar eigen verleden en haar collectie slaagt daar indirect alsnog in. In de eerste zaal – het kolonialisme – hangen pancartes die duidelijk maakt dat een object hun waarden ontlenen uit de context waarin ze is ontstaan en gebruikt, en dat de objecten in dit museum uit hun context zijn gerukt. Maar ook dat is niet het volledige verhaal. Context stopt niet bij opname in een collectie. Het verhaal van een object stopt niet zodra in het een kast terecht komt. Het Africamuseum is net vernieuwd, en probeert zichzelf opnieuw te definiëren. Met een beladen verleden stopt die oefening niet bij een grote heropening. De vraag is hoe relevant en actueel haar presentatie zal blijven in de komende jaren en decennia.