Netsensei

Much Ado About Nothing

Pijn

10 weken post op

Ondertussen ben ik zo’n tien weken post-op. Twee maanden en een beetje. Waar sta ik nu zo ongeveer?

  • Sinds twee weken rijd ik terug met de fiets. Ik leg dagelijks de 7 kilometer heen en terug naar het station af. Voor mijn operatie eindigde dat altijd met drukkende pijn vlak onder mijn sleutelbeen. Die is nu volledig verdwenen.
  • Ik kan terug alle dagdagelijkse bewegingen – van autorijden tot computeren –  uitvoeren zonder pijn. Dat was voorheen ook niet het geval.
  • Mijn arm blokkeert niet meer als ik die boven mijn hoofd gestrekt laat zakken. Mijn ROM is momenteel bijna 100%.

Allemaal goede dingen, maar een schouder is een complex geheel van drie gewrichten. Er is nog een hele weg te gaan naar de finish:

  • Actief zware lasten torsen – een flightcase in het jeugdhuis, de zware rolluik van onze slaapkamer,… – daar moet ik voorlopig nog voor passen.
  • Mijn schouder naar binnen of naar buiten plooien (denk: portefeuille in de achterzak steken) doet nog altijd pijn.  Die vermindert wel week na week, maar ik mag rekenen dat daar nog een lange weg te gaan is.
  • ’s Morgens sta ik op met een spieren die wat tijd moeten krijgen om los te komen.

Medicatie neem ik niet. Als mijn schouder zeurt, dan is het gewoon kwestie van een andere houding te vinden. De kinesist zie ik nog steeds drie keer per week.  Ondertussen zitten we volop in de actieve oefeningen: met lichte gewichten en zo werken. Thuis werk ik dagelijks enkele sets af met mijn Theraband. Oefening en tijd geven om rustig aan kracht te winnen zijn de sleutel.

Was het een goede zaak om mij te laten opereren? Absoluut. Ik ben vandaag beter af in vergelijking met enkele maanden terug. Nu de zomer in om de rest van de weg af te leggen.

Geblesseerd

Ah juist. Het gaat al een stuk beter, dank je wel. Af en toe is er nog eens wat pijn en de schouder voelt niet nog niet 100% aan, maar het ergste leed lijkt me geleden. Al ben ik nog altijd niet terug aan de klimmuur. Tot daar. Voor de zekerheid ben ik deze week op bezoek geweest bij de orthopedist. Een mens kan immers maar zeker zijn.

Geen gruwelverhalen van spuiten en onderzoeken en pillen. Verre van.

Blijkt dus dat ik inderdaad met een ontsteking zit en de juiste reactie had om tijdig te stoppen. Zoals ik nu merk geneest dat inderdaad langzaam aan met voldoende rust. Ik mag zelfs terug voorzichtig beginnen klimmen! (juij!!) Maar ik moet dat wel met de nodige dosis gezond verstand doen. Mijn schouderspieren hoor ik gerichter te trainen en te verstevigen met oefeningen zodat de boel minder snel geblokkeerd geraakt. Ik heb een paar beurten kine voorgeschreven gekregen omdat die aan te leren. En in de toekomst moet ik ook echt uitkijken tijdens het klimmen zelf, juiste klimtechniek hanteren, liefst onder begeleiding klimmen (lees: met zijn tweetjes) en bij voorkeur met een goeie opwarming vooraf. Logisch, dat wel, maar wel iets wat ik allemaal ga moeten leren.

In ieder geval, de orthopedist vertelde me dat de rek merkbaar uit een mens begint te gaan vanaf zijn 30. Voor veel amateursportlui is dat het moment om te stoppen. Maar klimmen is naar zijn mening geen zo’n blessuregevoelige sport en als ik goed naar mijn lichaam luister mag ik nog heel lang de klimgordel blijven aantrekken.

Juij! Met het gereis in het vooruitzicht pik ik de extra weken rust nog even mee. Eind augustus, begin september laat ik mij niet meer tegen houden om een teen in het water, erm, voet tegen de muur te plaatsen. Dat mag dan ook wel na twee maanden rust.

Geblesseerd

En onderwijl belandde ik deze week ook zo’n beetje  bij de radioloog. Ik heb net teveel pijn en ambetantie van mijn rechterschouder om het van mijn kant te laten gaan. Er werden foto’s genomen en met gel en sensor mijn schouder in kaart gebracht. De radioloog zag meteen het probleem: bursitis! Ontsteking van een vliesje tussen de spieren en het bot door overbelasting. Gelukkig is er dus niets gescheurd of zo. Minder leuk is dat ik de zaak voldoende rust moet geven om zich te herstellen. Hoe lang? Dat hangt af van Moeder Natuur.

Ondertussen ga ik straks mijn vierde week in zonder sport. Als voormalig onsportieveling is het nogal bevreemdend om vast te moeten stellen dat stil zitten nogal frustrerend kan zijn. Ik moet het wel volhouden tot de pijn bij het bewegen weg is en ondertussen tijdig soigneren met een ijspak.

Hopen dus dat het niet iets is waar ik héél lang mee op de sukkel ga blijven. In september gaat hier in Brugge de nieuwe klimzaal open, heb ik begrepen, en daar wil ik maar wat gebruik van kunnen maken.

Geblesseerd

Bon. Dat wordt hier niet erger, met die schouder van mij. Maar ook niet meteen beter. Niet dat ik beperkt ben, maar opstaan met kloppende pijn is nu ook niet echt acceptabel. Morgenavond mag ik op bezoek bij de huisarts. Aan de telefoon hoorde ik haar al neuzelen over “echografie” en zo.

I dearly hope it doesn’t come to that.

Prik

“En bij welke dienst zit je?” vroeg de bedrijfsarts van dienst. “BZ SA” antwoordde ik terwijl ik naar een kapstok zocht voor mijn jas. “Ga maar zitten.” zei ze kort terwijl ze een lange lijst van namen doorbladerde. Ik vermoed dat ik zowat de voorlaatste was en dat ze zowat de helft van het stadspersoneel moet hebben gezien.

Terwijl ik mijn mouw opstroopte vroeg ze nog of ik vroeger al geprikt was en of ik toen nergens last van had. “Neen. Helemaal niet.” Ik presenteerde bewust mijn linkerbovenarm. Van zo’n prik heb ik nadien altijd last van pijnlijke armspieren. Ik keek even weg terwijl ze de naald controleerde. Toen ik terugkeek was het al gebeurd. Zonder er iets van te voelen. De techniek staat voor niets. En oefening baart kunst. Geen minuut later sloot ik de deur van het provisoire kabinet op de dienst FI achter mij.

Ik kan er alvast weer de winter mee door.

Just abuse me

Hm. Het ei op mijn kin blijkt een flinke blauwe plek te zijn. Bovendien blijk ik op mijn voorhoofd ook een pijnlijke plek te hebben. Alsof ik ergens serieus ben tegenaan gelopen. Ik kan mij nochtans met geen mogelijkheid herinneren dat ik mijn hoofd ergens tegenaan heb gestoten. En neen, de laatste weken ben ik zeker niet mijn boekje te buiten gegaan dat ik ’s morgens wakker word zonder te weten wat ik de avond daarvoor heb uitgespookt.

Bizar.

En ’t is nog geen Pasen!

Tiens. Vanmorgen merkte ik dat ik rondloop met een ei op mijn kin. U weet wel, zo’n harde, pijnlijke bol waar het vlees onder de huid hoogstwaarschijnlijk aan het ontsteken en aan het tegen trekken is. Niet fijn.

Op dit moment heb ik de indruk dat het ei in omvang sinds vanmorgen niet meer gegroeid is, maar ook niet afgenomen. ’t Is geen puist of zweertje dat je duidelijk aan het oppervlak ziet. Daarvoor zit het te diep. Het enige wat het ei van zijn aanwezigheid verraadt is een lichtroze plek en zo’n doffe kloppende pijn als ik er tegen duw. Veel valt er wel niet aan te doen vermoed ik.

Afwachten wat het morgen wordt en hopen dat het niet verder groeit…

Oog om oog

Hm. Ik loop al een flink deel van de dag rond met pijn aan mijn linkeroog. ’t Is te zeggen. Niet aan mijn oog zelf, maar gelijk aan het ooglid. Alsof ik rondloop met een blauw oog. Ik heb al zitten betasten, bevoelen en begluren in de spiegel maar er valt weinig of niks aan te zien of op te merken. ’t Doet gewoon flink zeer als ik knipper of mijn ogen dichtknijp.

Ontstoken zal het wel niet zijn, want dat heb ik al mogen meemaken. Eén keer maar geen twee keer.

Eens zien hoe het naar morgen evolueert. Ik hoop vurig morgen niet met een duivenei op te staan.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's