Netsensei

Much Ado About Nothing

Wonen en Dagelijks Leven

Ik kocht een uurwerk

Het is van mijn studententijd geleden dat ik nog eens een horloge droeg. Toen was dat zo’n digitale, quartz gevalletje met plastic bandjes. Je weet wel, van die “water resistant” uurwerken die de geest gaven na een onfortuinlijke duik in een zomers zwembad, of een fietsrit door een fikse regenbui. Met de komst van digital devices leek me een horloge helemaal niet meer zo nodig. Dus stopte ik met horloges te dragen.

Een paar maanden terug begon het toch weer te kriebelen. Op Kickstarter kwam ik toevallig Helgray tegen. Mooie horloges, maar de meningen op het web bleken nogal verdeeld, dus ik hield de knip op de buidel. Het idee om te kiezen voor een automatisch, analoog horloge liet me niet los. En dus besloot ik om mij te verdiepen in de wondere wereld van de horlogerie.

Na flink wat verkennen, lezen, weifelen en twijfelen, heb ik uiteindelijk gekozen voor een Laco Aachen. Besteld op kerstdag, keurig geleverd een vijftal dagen later door Fedex.

Hier is ie rond mijn pols:

Laco Aachen
Laco Aachen

Waarom koos ik voor dit horloge?

Een horloge draag je niet alleen om te weten hoe laat het is: het is ook een accessoire waar je iets mee over jezelf zegt. Horloges heb je dan ook in alle soorten en maten: elegante voor sociale gelegenheden, stevige kasten om mee te sporten of extravagante om je te laten zien. De Aachen valt in de klasse van de Flieger of Pilotenuurwerken. Het zijn uurwerken die tot de verbeelding spreken: met hun zwarte wijzerplaat en witte wijzers keren ze terug naar de uurwerken die ontdekkingsreizigers en vliegeniers uit de eerste helft van de vorige eeuw droegen.

Een flink aantal modellen viel meteen af: horloges blijken nogal prijzige dingen te zijn. Ik wilde wel iets investeren, maar liefst zonder overdrijven. Laco biedt een best wel betaalbaar gamma.

Laco is een naam met geschiedenis. Het is een Duits bedrijf dat in 1925 werd gestart. In 1935, in volle aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, schreef het Reichs-Luftfahrtministerium een aanbesteding uit voor het leveren van een uurwerk voor de piloten van de Luftwaffe: de Beobachtingsuhr of B-Uhr.  De opdracht werd gegund aan een klein aantal leveranciers waaronder Laco. Na de oorlog bleef Laco actief. Anno 2000 keerden ze terug naar het ontwerp van de B-Uhr.  Naast exacte replica’s ontwikkelden ze een hele lijn gebaseerd op het oorspronkelijke ontwerp. Mijn uurwerk is daar dus een afstammeling van.

De Aachen is geen exacte replica: de wijzers zijn bijvoorbeeld geen blauw staal en op de wijzerplaat staat er “made in Germany”.  Het buitenwerk is Duits maar de beweging is Japans: een degelijke Miyota 821. Het zijn die verschillen die de prijs maken, but hey, het is dan ook een instapmodel.

Ondertussen draag ik mijn uurwerk een kleine week. Hoe bevalt het mij?

Wel, het 42mm x 12mm tonnetje metaal zit comfortabeler om mijn pols dan ik had verwacht. De leren bandjes ben ik verrassend snel gewoon geworden. In het begin was in het begin even zoeken naar hoe ik het moest opwinden en juist zetten. Het is natuurlijk geen atoomklok, maar tot nu toe blijft hij vrij correct lopen.

De B-Uhr blinkt uit in eenvoud. Het doet slechts één ding: uren, minuten en seconden bijhouden. Het complete gebrek aan toeters en bellen vind ik een verademing. En een geweldig statement in deze tijden waar toestellen en interfaces digitaliseren en steeds meer functies krijgen.

Heb je tips waar ik online meer info kan vinden? Natuurlijk!

  • Worn and Wound is een blog bijgehouden door enthousiastelingen Zach Weiss en Blake Malin.
  • Watchuseek is een grotere review site. Vooral hun fora zijn een goudmijn.
  • Last but not least: /r/watches op Reddit.

Laat ook niet na om eens binnen te stappen in de betere horlogewinkel. Een uurwerk online bestellen houdt ook een risico in: een panne betekent onvermijdelijk het kleinnood terug naar de fabrikant sturen en hopen dat ze die willen/kunnen herstellen. Maar laat dat u niet tegen houden: de kans is groot dat een horlogeverkoper uiteindelijk net hetzelfde zal doen.

Zo, en nu ga ik nog wat genieten van mijn nieuwe aanwinst.

Eerlijk vlees

Allen de hand op steken wie zijn vlees in de supermarkt koopt! Jawel, ook wij behoren tot die groep. Althans, tot voor kort. Het is een klassieker: bij je wekelijks rondje door de supermarkt is de vleesafdeling de vaste prik. Niks zo makkelijk om die piepschuim bordjes met een brok kip, varken of rund uit het koelvak in je karretje te mikken. Geen wachtrijen, snel en efficiënt.

Wij maken nogal wat gerechten met kip. Een ratatouille, wok, een pasta. Even een kipfilet versnijden en opbakken. Alleen ergerden we ons steeds meer aan de kwaliteit. Bakken was meer “koken in eigen vocht” en het resultaat was vaak droge, dradige onbestemde witte brokken met een bruinig randje. Afin, niet echt smakelijk.

En dus besloten we om eens kipfilets van de buurtslager te halen. De schellen vielen van onze ogen. Die eerste keer kwamen we thuis met oversized filets.  Maar ze bakten perfect en o wat smaakten ze heerlijk naar kip.

We weten natuurlijk hoe kip hoort te smaken. Vroeger kochten we regelmatig vlees bij de slager. Ik werd zelf er al eens op uit gestuurd door pa of ma met een lijstje en wat geld. Of er kwamen een paar pakketten mee van de zaterdagmarkt. Uiteindelijk waren wij nu zelf door het gemak van de supermarkt routine die smaak gewoon kwijt geraakt. Het was even wennen om ze terug te mogen proeven!

Sindsdien proberen we regelmatig vlees bij de slager te halen. En ja, we betalen er iets meer voor, maar dat proberen we dan op andere manieren op te vangen.  Meer restjes te eten of voor veggie kiezen. De realiteit is dat die meerprijs voor een lekker brok vlees ook de eerlijke prijs is die zoiets normaal kost. Wat in de supermarkt ligt, is immers massaproductie die je bezwaarlijk ecologisch kan noemen. Het zijn hier natuurlijk nog geen Amerikaanse toestanden, maar het verschil stemt wel tot nadenken over wat we eten en wat de impact is op onszelf en onze omgeving.

Onze eigen lolcat

En zo trok zaterdag een nieuwe bewoner ons appartement.

We zijn allebei kattenmensen, maar we hebben de boot lang af gehouden. In huisdier zit het woord huis en we hielden de jongste altijd voor dat een appartement geen huis is. Expectation management and all that. Maar we wisten allebei wel dat we eerder vroeg dan laat toch wel een beest in huis zouden halen.

Haar baasjes konden niet langer voor haar zorgen wegens allergische toestanden. In december lanceerden ze een eerste oproep. We hielden ons beschikbaar maar de zaak ging toen niet door. Uiteindelijk bleek deze week dat er toch actie moest worden ondernomen. En zo stapte Mabelle, de Britse korthaar, gisterenmorgen uit haar kooitje in onze living.

Ondertussen zijn we goed een dag verder en wordt hier duchtig verkend. Overal op springen, alles besnuffelen, geurtjes verspreiden,… We dachten dat ze zich nauwelijks zou vertonen, maar ze loopt hier ondertussen rond alsof de boel al helemaal van haar is. Het voetbankje dat bij mijn Pöang hoort, werd al opgeëist als favo ligplaatsje, elk geluid op straat is reden om aan het raam te staren en ze volgt ons overal zonder ons uit het oog te verliezen.

Benieuwd hoe ze het de komende weken zal doen.

Dishwashing bonanza

In het huishoudelijke departement zijn we (alsnog) niet voorzien van een vaatwasmachine. Plaatsgebrek en de afwezigheid van een goed geplaatst stopcontact zijn de grote spelbrekers. En dus betekent dat na het avondeten handwerk.

De afwastaak is mij te beurt gevallen. Terwijl ’t jonk door de molen van de avondrituelen wordt gehaald, sta ik alleen te plenzen in een zeepsopje. Dan gaat bij mij de koptelefoon met Spotify open.

Ik heb ondertussen een afspeellijst bij elkaar om mezelf wat te motiveren tijdens het schrobben van vettige pannen en het krabben van bakvormen. Ik wil die graag met mijn afwassende lotgenoten delen. Bij deze: mijn Dishwashing Bonanza.

Veel afwasplezier!

Dispatches

Ah juist, hoe gaat dat met Ze Crib waar je even geleden over blogde?

Wel, het zat er al een tijd aan te komen: vorige week heb ik mijn handtekening gezet onder het makelaarscontract om mijn appartement te koop te zetten. Ik had het gekocht met het idee er toch op zijn minst een aantal jaartjes in te kunnen wonen. Maar eens te meer bleek het leven bijzonder onvoorspelbaar te zijn: ik trok vrij snel in bij mijn madame en haar dochter.  Alles wel beschouwd blijkt vandaag dat het op de lange duur niet echt houdbaar is om er aan vast te houden.

Naast de gemeenschappelijke kosten waarin ik thuis deel, kijk ik ook aan tegen een maandelijkse lening, de onkosten en zorgen die vastgoed met zich meebrengt. Verkopen doe ik dan ook in de hoop daar terug in rustiger vaarwater terecht te komen.

En hoe zit het met het lijf?

Na een MRI en twee bezoeken aan de orthopedische specialist blijkt dat een operatie er niet in zit. Er zit weliswaar een scheurtje in mijn pees, maar niks dat mij zou mogen verhinderen om aan sport te doen. Sinds februari heb ik niet meer geklommen en de pijn is langzaam aan het verdwijnen. Ik mag terug een rondje kine doen en mits cross training (zwemmen, fietsen en – ja – zelfs roeien) zou ik terug kunnen klimmen. Niet dat ik nu helemaal stil zit, maar ik wil mezelf nog wel een paar weken geven voor ik echt de weg terug naar de klimzaal  aanvat. Blijkt dat ook die onderneming nergens op uitdraait, is het terug richting orthopedist.

Minder fijn is dat ik mijn rechterknie tijdens het lopen heb overbelast. Momenteel zit ik aan de Gambaran, maar ik ben er toch ook weer niet helemaal gerust op. ’t Zal me benieuwen waar we daar nog gaan eindigen…

Eindelijk rijbewijs

“Meneer, u rijdt gedurende 40 minuten waarbinnen u twee manoeuvres dient uit te voeren. Keren in een smalle straat en achteruit parkeren. U luistert verder naar mijn instructies. Mevrouw, voor u is het simpel: u zwijgt en maakt geen enkel teken. Hebt u nog vragen?”

“Ja. Is het hier naar links of rechts de parking uit?”

En  zo startte ik, ondertussen een week of twee eerder, aan mijn tweede examenpoging. Murw geslagen door de laatste dagen waarin ik op elk vrij moment intensief oefende. Ik had zelfs nog een laatste rijles genomen. En op de examendag had ik volledig vrijaf genomen. Zo weinig mogelijk aan het toeval over laten.

Nochtans, in de uurtjes voor het examen zag het er helemaal anders uit. Elke gefaalde poging om te parkeren, elke voetganger of fietser die ik miste, elke keer dat ik vergat de pinkers aan te zetten,… leek het even of ik een zenuwinzinking nabij was. “Ik ga dat niet kunnen” – “Gij gaat dat wel kunnen”. Rinse. Repeat.

Maar het examen zelf verliep quasi foutloos. Iedereen die ik voorrang verleende of liet oversteken zwaaide zelfs naar ons. Bonuspunten! Het parkeren en het keren deed ik op automatische piloot.  Waar het de eerste keer fout na fout was, betaalde alle oefening en frustratie van de voorbije maanden zichzelf terug.  Eenmaal terug op het examencentrum overhandigde de examinator mij breed lachend de papieren. Proficiat. Je slaagde zonet voor het praktijkexamen. Het zwarte beest is overwonnen. Eindelijk.

De papieren zijn ondertussen ingediend bij de gemeente. Normaal krijg ik volgende week mijn definitief elektronisch rijbewijs.

Mobiel

Hoe gaat het met dat rijbewijs? Wel, 4 maart is the date. Dan leg ik mijn praktisch rijexamen af. Nog een dikke maand te gaan dus. En ik zal het kunnen gebruiken.

Ondertussen is het ruim een half jaar geleden sinds ik de rijlessen heb genomen. Sindsdien mag ik alleen met de auto op pad. Die eerste maanden waren geen succes. Elke kans werd aangegrepen om het stuur niet te moeten vastnemen. Ik had geen zelfvertrouwen en ik stond doodsangsten uit. De eerste keer dat ik alleen die 6 kilometer tussen de klimzaal en thuis overbrugde ga ik niet snel vergeten

Ik heb doorgezet, met wat aanporring van het lief, en sindsdien is het zelfvertrouwen redelijk gegroeid. Ik heb al wat ritjes gemaakt naar Brussel en zo. Regelmatig boodschappen doen. De stad in voor een vergadering of een boodschap. Het gaat me allemaal vrij goed af. Ik heb leren rond mij te kijken, ver voor me te kijken, de spiegels te bezigen,… Ik heb vlot leren schakelen, het geluid van de motor te leren kennen en al die andere dingen. Ik stap tegenwoordig redelijk gezwind de auto in en ik ben zelfs blij om droog en vlot ergens in de wereld te kunnen geraken.

Het is natuurlijk maar een begin. Ik twijfel al eens bij sommige verkeerssituaties. En ik ga ook niet zeggen dat ik niet al eens panikeer of mij erger. Al was het maar dat er genoeg mensen de meest idiote of domme dingen uithalen. Verkeersveiligheid? Daar is hier nog een pak werk aan.

De grootste hindernis zijn mijn manoeuvres. Een V70 is geen kleine auto. Daar parkeer je niet zomaar mee. Als het lukt, dan parkeer ik vrij vlot, maar even goed loopt het volledig de mist in. Zomaar vlot een gaatje indraaien: dat is een échte uitdaging. Ik heb nog een maand om daar aan te werken. Er is zelfs nog een rijles gepland als generale repetitie.

Nog een paar weken serieus oefenen om dat begeerde roze papiertje binnen te halen.

Ordnung muss sein

In mijn pogingen om mijn leven iets beter geregeld te krijgen, probeer ik sinds begin dit jaar iets meer focus op persoonlijke planning te leggen. Met een gezinsleven erbij is tijd een gegeerd goed geworden. Als je de dingen gedaan wil krijgen, dan moet je ze plannen. Niet dat ik nu meteen helemaal Getting Things Done gegaan ben, maar met een paar eenvoudige ingrepen heb ik het mezelf wel een stuk makkelijker gemaakt, moet ik zeggen.

Zo pakken we het momenteel aan.

Todo lijstjes

wunderlist

Al een paar keer geprobeerd, maar ik hou het nooit echt vol. Nochtans zijn todo lijstjes een onmisbaar wapen als je dingen wil gedaan krijgen. Wunderlist is voor mij de redding geweest. Ik denk dat het zowat de nuttigste app is die ik de laatste jaren in gebruik heb genomen.  Ik gebruik het zo:

  • Voor elke dag maak ik een apart todo lijstje aan. Ik ga een paar dagen ver.
  • Afgewerkte lijstjes verwijder ik.
  • Er is een backlog van todo’s met een lage prioriteit. Die bekijk ik 1 keer per week.

Verder krijgen mijn on line projecten elk een eigen todo lijst. Zo heb ik Colada.be grotendeels gebouwd tijdens het pendelen op de trein. Had ik dat project niet hapklare brokken opgebroken, zou ik er een pak langer over gedaan hebben.  De bedoeling is uiteindelijk echt gericht met persoonlijke projecten om te gaan en niet langer  de hemel te bestormen.

Tenslotte heb ik ook lijstjes zoals ‘To watch’ waar ik alle series en films die ik wil zien, bij houdt, of ‘Wishlist’ waarin ik de hebbedingen oplijst die ik graag zou willen.

Het mooie aan Wunderlist is dat ik mijn lijstjes kan delen op mijn GSM, iPad en werklaptop en dat ik notificaties kan instellen. Zo vergeet ik niet snel dingen die moeten gebeuren.

Persoonlijke financiën

Eén van de dingen die ik graag onder controle heb zijn mijn persoonlijke financiën. Ik weet graag wat ik verdien en wat ik uitgeef.  Toen ik alleen woonde hield ik dat al bij, maar samenwonen én een appartement in eigendom, dat vraagt toch iets meer controle.

Ik heb een aantal Google Drive spreadsheets waar ik wekelijks de bewegingen op de rekeningen bij houdt. Daar staan onder andere de vaste kosten al in, noteer ik de variabele kosten en maak ik een projectie waar ik op het einde van de maand zal staan. Broodjes bij de Panos houd ik niet bij, wel geldopnames en kleine onkosten.

Op zondagavond trek ik een half uurtje uit om alles even te verwerken. Ik betaal dan ook meteen alle rekeningen die in de bus zijn gevallen.  Het mooie is dat ik betalingen ook niet langer uitstel dan nodig. Een rekening beschouw ik als zeurende kiespijn: daar wil je toch gewoon zo snel mogelijk van af. Desnoods met de korte pijn.

Kalenders

We hebben hier in huis aan ons bord een gemeenschappelijke kalender hangen. Zo weten we wie wanneer thuis is en of er een babysit moet worden ingezet voor de dochter.  Dat werkt super. Daarnaast heb ik natuurlijk ook mijn eigen Google Calendar waar ik de belangrijke afspraken in bij houdt.

Een goeie tip is om de afvalkalender te importeren in Google Calendar. Zo vergeten we minder snel wanneer de vuilniszakken de deur uit moeten.

De weekmenu

Ten huize is onze weekmenu een belangrijke verandering geweest.  En jawel, vandaag houden we het nog altijd vol. De ene week lukt het al wat beter dan de andere. Maar door onze weekmenu te combineren met onze kalender, hebben we een pak minder stress over boodschappen en koken terwijl we gezond en gevarieerd eten.  Veel van wat we maken gaat bovendien in de diepvries of nemen we een dag later mee als lunch naar het werk.

Nog een tip voor de boodschappen: de self scan in de Carrefour is de max! We zijn er sinds een aantal weken op over geschakeld om de lange wachtrijen aan de kassa’s te vermijden. Maar het échte verschil wordt gemaakt doordat we op de ‘scannette’ de totaalprijs van ons winkelkarretje zien. Niks zo makkelijk als we moeten kiezen in het aanbod van kazen, melken, yoghurts en what-not.

De papierwinkel

Ai! Een pijnpunt! In ons bureaucratisch land krijgt een mens jaarlijks pakken ‘belangrijke’ papieren in de handen geduwd. Belastingformulieren die je maanden moet bijhouden, loonattesten, verzekeringspapieren, contracten, garantiebewijzen, ziekenfondspapieren,… het houdt niet op. Vroeger had ik een klassement met archiefdozen, maar in de vele verhuizen van de afgelopen jaren is alles zo’n beetje verzeild in een paar plastic zakken die nu op archivering liggen te wachten.

Het plan is om opnieuw archiefdozen aan te schaffen, een aanpak te verzinnen en daar eens werk van te maken zodra het kan. Jawel, ik heb er een todo voor aangemaakt in mijn backlog!

Conclusie

Het is natuurlijk allemaal een work in progress, maar het lukt wel aardig om georganiseerd te blijven. Het vraagt ook wel wat tijd en discipline om te leren alle balletjes in de lucht te houden. De beloning is natuurlijk dat we wel alles gedaan krijgen wat we willen of moeten én dat er tijd over is om ook gewoon eens dolce far niente gewijs te luieren in onze nieuwe zetel of eens lekker uit te slapen in het weekend.

Transiente tijd

Dag drie. 65 uur sinds 2014 zich aandiende. En ik zit in transiënte tijd. De madame is niet thuis wegens ziekenbezoek. ’t Jonk komt vanavond terug thuis van een week weg. De drukte van de feestdagen en de eindejaarsperiode hebben we achter de rug. Maandag hervat ik pas de arbeid en dus beschik ik nu over tijd.

Het is geen zee van tijd zoals ik ze vroeger in mijn tienerjaren kende. Het is eventjes een luwte in de dagdagelijkse beslommeringen die anders wel domineren. Een moment van niks-moet-nu-echt. Het is die morzel tijd waar ik plannen voor maak in de waanzin van de ratrace, maar die ik uiteindelijk toch liefst gewoon aan me laat passeren. Het is letterlijk een lege tijd.

Begrijp me niet verkeerd. Er was genoeg om me vandaag mee bezig te houden. Ik heb de afwas gedaan, brood gehaald, een pak data op mijn laptop gearchiveerd, getelefoneerd met mijn grootvader, bitcoins gekocht, een paar berichtjes verstuurd en mijn agenda bijgewerkt.

Het zijn trivialiteiten die de tijd opvullen en dagen zoals deze geruisloos laten passeren.

Schaamteloze dolce far niente.

Vroem vroem

Ondertussen is het zo’n kleine zes maanden geleden sinds ik mijn voorlopig rijbewijs oppikte bij de bevoegde stadsdiensten. Hoe gaat het nu eigenlijk?

Wel, ik bezit zelf geen auto, maar ik leer rijden met de wagen van de madame. En dat is een Volvo V70. Wie het model niet kent en nog niet naar Google is gevlucht: u mag driemaal raden waarom we aan de bijnaam “De Boot” zijn gekomen. Het gaat om een voertuig waar geen einde aan lijkt te komen. De eerste keren achter het stuur waren spannend. Ik was de compacte Opel van de rijschool gewend. Bovendien krijg ik af en toe wel eens een rare blik wanneer mensen de L op de achterruit en de Maxi Cosi van ’t Jong op de achterbank zien.

Ondertussen ben ik het allemaal wel gewoon. Alles went immers.

Ik mag alleen de baan op met mijn voorlopig rijbewijs. De allereerste keer alleen achter het stuur was de 6 kilometer van huis tot aan de klimzaal. Het is een rechte weg met wat variatie in: een paar lichten, een kort stukje op de ring rond Brugge, een rondpunt en een zone 30. Niks bijzonders. Maar het was toch met klamme handjes, veel koud zweet en doodsangsten.

Ik moet mezelf wel aanporren om te oefenen. Ik kan vlot met de auto overweg, maar het zelfvertrouwen is niet altijd even groot. Soms moet ik wat moeite doen om alle rampscenario’s die mijn brein me voorschotelt, even weg zappen. De stoten die andere wegge/misbruikers soms uithalen (rechts voorbijsteken, volle witte lijnen en arceringen negeren, toeteren, bumperkleven, maximumsnelheid negeren,…) geven me niet meteen die extra boost.

Maar het neemt niet weg dat ik aan het doorbijten ben.

In de vriendenkring is vriendin J. ook volop aan haar stage rijden. Vandaag spraken we met onze respectieve partners af voor een middag intensief oefenen. De eerste januari is dé ideale dag om te oefenen: het was vrij rustig op de weg. Geen al te grote drukte en dus waren de straten van Groot Brugge even een speeltuin voor de beginnende automobilist. We hebben talloze malen geoefend op onze manoeuvres, we hebben van auto gewisseld (De V70 voor een BMW i316 – Van diesel naar benzine) en we hebben onze examenroutes verkend. Er waren kleine frustraties, maar ook overwinningen zoals toen ik keer op keer vlot na mekaar de V70 achteruit geparkeerd kreeg.

De komende dagen en weken ga ik nog veel, heel veel, achter het stuur door brengen. Het idee is om dat autorijexamen in het voorjaar nog af te leggen zodat ik nog tijd heb voor een herkansing mocht dat nodig zijn.

Op dit moment ben ik mild optimistisch over mijn kunnen. Met nog extra oefening moet het heus wel lukken. Want laat ons eerlijk zijn: het is al even geleden dat ik nog de fiets nam richting Brugge. En ik moet zeggen dat ik de koude en nattigheid écht niet mis.

« Vorige blogposts Pagina 5 van 32 pagina's Volgende blogposts »