Netsensei

Much Ado About Nothing

Zomer

A la recherche du temps perdu

Oef, veel aan mijn hoofd. Zo laten de laatste maanden zich tekenen. Er was een verhuis naar nieuwe burelen op het werk. Ik heb miserie gehad met een macbook die uiteindelijk werd omgeruild voor een nieuw toestel. De opleiding Knowledge Graph is in volle gang getrapt en ik krijg daar wekelijks huiswerk voor. Er is nog dat Italiaans waar ik nog meer huiswerk voor heb. En dat is dan nog naast een boel andere besognes.

Soms zijn er tijden waarin er meer zandzakjes op je schouders worden gelegd, dan dat je er zo meteen van kunt afleggen. De voorbije maanden zijn precies net dat.

Gelukkig heb ik er een week vakantie op zitten. En ondanks het natte, gure weer is ook de zomer niet zo heel erg ver meer. We hebben onze terras alvast schoon gemaakt en goed geschrobt. Dit weekend kochten we een nieuwe tuintafel en ditto stoelen. Nu is het de vingers kruisen dat de zon snel van achter de wolken tevoorschijn begint te piepen.

Indian summer

Early Autumn

September. Indian summer. Om de een of andere reden is dit mijn favoriete tijd van het jaar. Het is nog zomer, maar er zit verandering in de lucht. Het loof in de bomen ziet er steeds minder fris uit, het licht wordt anders – voller en kleurrijker naar mijn gedacht. Het wordt langzaam frisser en de geur van een kolenkacheltje dat voor het eerst terug wordt aangestoken, vult ’s avonds de straten.

En allerlei creaturen die zich het ganse jaar verscholen in donkere holen, maken zich even meester van de wereld.

Schoonheid in verval, jawel!

Cactusfestival 2011

Was er dit jaar weer eens editie van het Cactusfestival. Het enigste festival waarvoor ik nu eens niet op een trein moet kruipen en slaping voorzien om bij te kunnen wonen. Natuurlijk laat ik dat dan niet liggen. ’t Is ook zo’n beetje door de Grote Media uitgeroepen als het gezelligste zomerfestival te lande. Maakte het ook dit jaar zijn reputatie waar? Het zonnetje stak uit, ’t was niet te warm, er was aanvaardbaar veel volk en het Minnewaterpark lag er andermaal liefelijk bij.

Eerste puntje van kritiek: de dagprijs. 48 euro aan de kassa? What’s up with that? We hebben dan nog geeneens eten en drank. Want, laten we eerlijk zijn, in ’t park is een hotdog er ook niet goedkoper op geworden in de loop der jaren. Toegegeven, de gage van de artiesten speelt wel een rol. Op de affiche stonden toch nogal wat Grote Namen. En mocht u er nog aan twijfelen, de schreeuwerige stands van ING (deelden lelijke oranje cowboyhoedjes uit!) en Nieuwsblad maken duidelijk dat ook het Cactusfestival tot de mainstream is gaan behoren. Tjah, kwaliteit en professionalisering, daar betaal je nu eenmaal voor.

En de muziekskens? Hoe zat het daarmee?

Zondag werd geopend door de Intergalactic Lovers… die we niet zagen wegens wat later gearriveerd. Niet getreurd, genoeg kansen om hun pad later nog eens te kunnen kruisen. Junip uit Zweden bracht de nodige sfeer in de zomerse zondagmiddag. Ideaal om te chillen in het groene gras. Junips bouwt alles op rond een wall of sound geproduceerd door allerlei analoge organs en synths. Moog galore! Ze brengen een gebalanceerde mix van rock, soul en jazz voorzien van een stevige afrobeat. Hats off! Ze staan alvast genoteerd op het lijstje “nader te bestuderen”.

De vrolijke congolese bende van Staff Benda Billili veroverde reeds de harten van velen met de kleurige sounds geproduceerd uit blikken gitaren, ineengedraaide bongo’s en what-not. ’t Is dat ze duidelijk een hard leven hebben gekend. Ik telde drie rolstoelen en een paar krukken op de bühne. Respect! Halverwege hadden we het wel een beetje gehoord en zochten we de relatieve rust van de chill-out space op wegens wat veel van hetzelfde.

We pikten terug in bij Gentleman and the Evolution. Roots stevig afgekruid met reggae maar eigenlijk geïmporteerd uit Duitsland. Germania was echter ver. Heel ver. Frontman Otto Tillman predikte waarden zoals naastenliefde, respect en vrede en rapte de pannen van het dak. Ik ben zo geen grote fan van roots dus het klonk allemaal wat eender. Energiek en opzwepend dat zeker. Duidelijk een crowdpleaser.

Het park werd pas wakker op de tonen van Iron and Wine. Ha! Die kennen we sinds ik vorig jaar eens Garden State van Zach Braff had gezien. Such Great Heights is een plakker eerste klas. Hier brachten ze het stevigere gitaarwerk. Blues gemengd met indie rock en nog een handvol andere americana. Sam Beam serveerde het geheel überstrak. Op geen enkel moment zakte het tempo in elkaar. Heerlijk van genoten.

Als het de festivalzomer is van Triggerfinger, dan geldt dat minstens zo hard voor de gasten van Arsenal. Zij bouwen het park om tot hét hippe feestje van het weekend. Als een goedgeolied machinegeweer vuurden ze de ene na de andere hit het publiek in. ‘Switch’, ‘Estupendo’, ‘Melvin’ en ‘Saudade’ werden uit volle borst meegezongen. Wie er nog aan mocht twijfelen: dit zijn de publiekslievelingen van het moment.

Hoewel Arsenal perfect de zaak had kunnen afsluiten werd die eer voorbehouden aan Mogwai. Deze schotse gitaarhelden zijn nochtans geen logische keuze. Met hun donkere postrock en monumentale, tegendraadse soundscapes heten ze niet bepaald toegankelijk te zijn. Lyrics zijn ver zoek wat het al helemaal niet makkelijk maakt voor het publiek. Nochtans brachten ze een set die, wel, ronduit af was en heel gebalanceerd. Het werd een set waarin dreigend gegrom afgewisseld werd met sprankelende effecten. Stuart Braithwaite en de zijnen bewezen hun genialiteit. Op de achtergrond werden visuals waarin beelden van een desolate highlands afwisselden met abstracte lijnen en figuren geprojecteerd. Cactusfestival sloten ze af met een magistraal Fear Satan. Eén van mijn lievelingsnummers van het afgelopen jaar. Heerlijk om dat eindelijk live eens mee te mogen maken.

Het werd een memorabele editie. Volgend jaar opnieuw present in het Minnewaterpark!

Cheers!

Ik sta heet!

Eum. Foute bewoording. Ik ben eigenlijk dringend op zoek naar verfrissing. Na een kleine week zijn nu ook die laatste koele plekjes in huis ongemakkelijk warm geworden. Op zich kan ik warm zomerweer best wel genieten, maar hier in Vlaanderen lijkt het altijd van het ene extreem in het andere te gaan. Eerst maanden ijskoud voos stormweer en op drie dagen tijd lijkt de zon te schijnen like there’s no tommorow!

Alsof het interval tussen 20 en 25 graden op de thermometer gerust mag worden overgeslagen!

Nu zit ik hier wel consequent flessen water en appelsap leeg te zuipen, maar dat neemt niet weg dat mijn brein de neiging heeft om onherroepelijk trager te gaan werken. Een stukje schrijven of nadenken over een stuk code: ’t kost allemaal véél te veel tijd en ik word er alleen maar ongedurig van.

Overigens blijkt de NMBS ook weer last te hebben van de zomer want het materiaal faalt weer massaal. Problemen met stellen die niet meer willen rijden. Zo ook toen ik gisteren naar Wetteren wilde. Natuurlijk had ik prijs. Ik vroeg aan de conducteur, een zwetende 50 plusser met okselvijvers, welke aansluiting ik dan wel moest hebben in Gent. Zijn antwoord:

Kun je niet zoeken misschien?

Ik antwoordde met een droog ‘Toch wel’ en ik heb de mens zo keihard mijn meest ijskoude, dodelijke blik gegeven dat hij uiteindelijk plooide en mij alsnog de gewenste info verstrekte. Hij had duidelijk de hint begrepen dat ik op het randje stond om hem zijn vet te geven. Klantvriendelijkheid en correcte informatie zijn wel het minste dat ik verwacht als de treinen elke dag weer met vertraging rijden.

Afin, in mijn ogen zijn dit soort temperaturen enkel fashionable als je met een cocktail languit in een strandzetel ligt op een wit strand met palmbomen, chicks in strooien rokjes, ukéléle’s en parasol’s.

That time again

Het is weer zomer en dat betekent dat het Spoor zijn klassieke eendeksrijtuigen inruilt voor dubbeldekkers. De idee is om zo de grote jaarlijkse zondvloed aan dagjesmensen richting kust op te vangen. Een lovenswaardig initiatief maar de ervaring vandaag brengt mij er toe toch twee jaarlijks recurrente kanttekeningen te maken.

De zetels in de dubbeldekkers zijn naar het schijnt ergonomisch verantwoord. Niettegenstaande ik de NMBS dankbaar ben dat ze zo’n interesse vertoont in de gezondheidstoestand van mijn onderrug, moet ik toegeven dat de rotdingen mij meer rugbrekens opleveren dan dat ze een rustgevende invloed hebben. Probeer maar eens in zo’n zetel in te dommelen zonder op de schoot van de persoon tegenover u neer te kletsen. Om nog maar te zwijgen van die irritante bobbel in het midden van de zetel. Je kan ook niet vooruitzakken want de zetels staan zo dicht bij elkaar dat een ietwat uit de kluiten gewassen manspersoon al snel met zijn knieën in zijn nek zou moeten zitten. Grote turn off dus.

De bagagerekken in de dubbeldekkers zijn voornamelijk ornamenteel. Een goedgevulde boekentas vereist al enig propwerk. Een valies of tas met kleren wegstouwen is al helemaal een utopie.

Enfin, op zich zijn dat geen onoverkomelijkheden.

Desondanks was het vanmorgen eerder afzien. Al snel werden mijn medereizigers en ik geconfronteerd met een onaangename geur. In eerste instantie dacht ik aan het zwetende beleg op de zompige boterhammen van één of andere ambtenaar die een paar coupés verder aan het ontbijten was. Maar uiteindelijk kon ik er toch een vinger op leggen: iemand had een hele tijd geleden de treincoupés verwisseld voor het toilet. De schoonmaakploeg moet blijkbaar er niet in geslaagd zijn om het zaakje volledig weg te werken want de geur was overduidelijk blijven hangen. Natuurlijk treft de onwelvoegelijkheid van anderen de NMBS geen schuld. Doorgaans zijn de rijtuigen van de NMBS – afhankelijk van de lijn – relatief proper. Maar echt acceptabel kan een mens het moeilijk noemen.

Uiteindelijk vind ik wildplassen een vorm van desrespect, ja zelfs vandalisme. Ik hoop dat de dader betrapt kon worden en een stevige boete aan zijn/haar broek heeft gehad. ’t Zal hem/haar leren de pantalon/jupe te laten zakken en de sluizen te ongevraagd open te zetten.

Regen in de stad

Ik zit hier nog wat bij te lezen op Planet Debian en Planet Grep terwijl het buiten is beginnen stortregenen. Van een goede plensbui ’s avonds, vlak voor ik ga slapen kom ik altijd tot rust. Water schijnt immers rustgevend te zijn en ik kan dat volledig beamen. Het monotone geluid van stromend water vind ik ideaal om mee in slaap te vallen.

Thuis heb ik een dakraam. Wanneer het op het dubbelglas regent klinkt dat alsof er een ongeregeld legertje tamboers buiten staat te drummen. Alleen niet zo luid en begeleid door het klotsende water in de dakgoot.

O ja, heb ik al gezegd dat een regenbui op dit soort momenten, vooral in de zomer na een hete dag, mij altijd in een lyrische mood brengt?

Ban the ray

Het is elk jaar weer iets om naar uit te kijken: welke nieuwe, exuberante modetrends zullen er tijdens de zomer hun opwachting maken? Het zat er al een tijdje aan te komen maar naar mijn gevoel is het dit jaar echt wel raak: de zonnebril. Hoe modieuzer, hoe liever. Enfin, modieuzer: aan sommige populaire modellen wil ik mij wel eens ergeren.

Neem nu wat ik – bij grebrek aan een correcte benaming – noem ‘de berlin wall’ bril. Het gaat om het model waarachter het gezicht van de eigenaar grotendeels schuilgaat. Dat de wenkbrauwen quasi-volledig achter het UV werende glas schuilgaan is duidelijk de regel. Vaak is de bril uit één stuk gefabriceerd.

Het is vooral een ding dat jonge, doorgaans fashion-minded vrouwen op de neus zetten tegenwoordig. Deze zonnebril trekt werkelijk de volledige aandacht omwille van haar grootte. Anderzijds kan je absoluut niet raden in welke richting de draagster nu precies kijkt. Handig. Onder andere Paris Hilton heeft dit model, oorspronkelijk ontworpen door grote modehuizen zoals Versace en Dior, gelanceerd.

Afbeelding

Tegenwoordig zie je ze overal in het straatbeeld opduiken. Meer zelfs, de vintage Ray ban is tegenwoordig ook aan een opmars bezig. Ik vermoed dat de grote lenzen ook hier duidelijk een rol van betekenis spelen.

Persoonlijk vind ik ze vrij grotesk en maken ze het contact met de drager zelfs onpersoonlijk. Dat het model door verwende beroemdheden werd gelanceerd is bovendien géén goede zaak voor mijn associërend brein.

Enfin. Na botten met naaldhaken is dit dus mijn fashionergernis voor 2006: de veel-te-grote zonnebril.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's