Netsensei

Much Ado About Nothing

Wandelen

Uitstel maar geen afstel

Ik zou morgen richting Saint-Jean-Pied-de-Port sporen, maar ik heb mijn plannen gewijzigd en dit jaar wandel ik geen Camino.

Waarom? Mijn voorbereiding kwam niet bepaald van de grond. Drie weken geleden moest ik vaststellen dat ik niet met hetzelfde enthousiasme naar de trip toeleefde als de voorbije jaren. Ik voelde vooral zelf opgelegde druk, en da’s niet de juiste insteek om bijna 300km doorheen een land te trekken.

Ondertussen geniet ik nu van twee weken rust tijdens deze paasvakantie.

Camino Frances in 2025

De Camino de Santiago spreekt me al vele jaren aan. In 2022 wandelde ik de laatste 110 kilometer tussen Sarria in Santiago, en in 2023 kruiste ik vanaf Porto gedurende 11 dagen doorheen Portugal en Galicië. Dit jaar koos ik er bewust voor om de wandelschoenen te laten rusten. Nu kriebelt het genoeg om ze in 2025 terug aan te trekken, en dus ben ik volop aan het plannen.

Hoe begin je aan een Camino? Een pelgrimage is immers een stevige meerdaagse wandelreis over een lange afstand waarbij je uit je rugzak leeft.

De eerste drie vragen die ik mezelf stel: Hoeveel tijd wil en kan ik nemen? Welk stuk wil ik stappen? En is het doel om in Santiago aan te komen?

De eerste vraag is vrij eenvoudig. De beste periode om dit te doen zijn de twee weken na de paasvakantie. Ik heb dus een venster van 19 april tot en met 4 mei. Ik moet twee reisdagen heen en terug rekenen tussen thuis en de Camino. Dus dat geeft me maximaal 14 wandeldagen.

De tweede en derde vragen zijn iets moeilijker. Er zijn tal van pelgrimsroutes die naar Santiago leiden. Lang overwoog ik de Camino Primitivo uit Oviedo, maar het is wel de zwaarste route. Ze loopt immers doorheen de bergen. Nu hoef ik niet per se in Santiago aan te komen. Dat deed ik immers al twee keer eerder. Dat gaf me ruimte om over alternatieven na te denken.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor de Camino de Frances. Die route loopt een kleine 800 kilometer vanaf de Franse zijde van de Pyreneëen tot in Santiago. Het idee is om de route op te delen in 3 reizen. In 2025 neem ik de route tussen Saint-Jean-Pied-de-Port en Burgos. Goed voor een kleine 280 kilometer. Later kan ik dan van Burgos naar Léon wandelen en dan van daar uit naar Santiago.

Is dat wel haalbare kaart?

Gelukkig hoef ik geen diepgaande studies uit te voeren met kompas en kaart. Over de Camino Frances bestaat er veel literatuur. Tal van reisgidsen beschrijven de etappes, populaire stopplaatsen, highlights en zo meer. Ik leg de puzzel op basis van Stingy Nomads en Gronze.com. In een Google Spreadsheet leg ik de verschillende etappes naast elkaar, en bepaal ik hoe de etappes er uit zouden kunnen zien.

Camino planning in Google Spreadsheet
Camino planning in Google Spreadsheet

De Camino is een oude pelgrimsroute die in de laatste jaren enorm populair is geworden. Er is dus ook flink geïnvesteerd in infrastructuur en accomodaties voor pelgrims. Op de stopplaatsen in de spreadsheet vind je dan ook slaapplaatsen, restaurants, winkels,…

Onderweg hou ik niet noodzakelijk vast aan die planning. Afhankelijk van de omstandigheden kan ik kiezen om verder te stappen, of sneller te stoppen. Als het echt moet kan ik ook altijd een etappe overslaan door een bus of taxi te nemen om zo een rustdag in te lassen.

En hoe nu verder?

In de komende dagen en weken leg ik lijstjes aan met de contactgegevens van herbergen, hostels, pensions,… waar ik zou willen overnachten. Hoewel het bon ton is op de Camino om slechts enkele dagen op voorhand, of zelfs de dag zelf, te bepalen waar je terecht komt, heb ik graag op voorhand al een goed idee waar ik wil slapen. In sommige plaatsen, zoals Saint-Jean, Roncevalles en Zubiri, reserveer ik ruim op voorhand al een bed, omdat de capaciteit op die plaatsen eerder beperkt is.

Ook de heen- en terugreis is iets om in de komende weken te vast te leggen. Ik zou in een dag per trein kunnen reizen naar Saint Jean, en op het einde van de reis per vliegtuig vanuit Madrid terug naar huis te keren.

In de komende weken en maanden ga ik me ook fysiek voorbereiden. Door te wandelen, en door de fitness te bezoeken. Je hoeft niet sportief aangelegd te zijn om de Camino aan te vatten, maar een goede voorbereiding maakt de wandeling een stuk lichter en aangenamer.

Ondertussen vergaap ik mij aan de vlogs van Efrén Gonzalez op YouTube.

Mijn camino, tien indrukken

Ik heb gewandeld van Porto tot Santiago de Compostela. 12 dagen. 280 kilometer. Het drong pas door wat dat betekent toen de oudere baliemedewerker in de Oficina del Peregrino in Santiago expliciet zei dat mijn camino eindigde met de stempel die hij op mijn crédencial zette, om me daarna zachtmoedig te feliciteren.

Ook al waren we nog geen 24 uur in Porto, ik ben helemaal weg van de oude binnenstad. Dat leeft, dat bruist. Indrukwekkende muurschilderingen, kleine straatjes, buskers en fadó. De Douro die traag en majestueus naar de Atlantische Oceaan voert. De Ponte Dom Luis I die de rivier overspant. De geur van de heerlijke Portugese keuken die uit ontelbare kleine restaurantjes op je af komt.

Het gelovige kantje in mij vermoedt dat toen God de wereld schiep, hij Portugal als moestuin in gedachten had. We wandelden dagen doorheen een lappendeken van kleine akkers, wijngaarden, boerenwegels, kleine dorpjes, oude landerijen en glooiende heuvels.

Portugal, dat is ook afzien. Bij dageraad verlieten we de herberg om de hitte voor te zijn, ook al lukte dat niet altijd. De lange klim uit Barcélos naar Tamél ga ik niet snel vergeten. Of de beklimming van de Portela Grande op weg naar Rubiāes. De oude stenen van de Via Romana XIX waren moordend voor onze voeten en lijven.

Aankomen in Valença en de Portugees-Spaanse grens oversteken was bitterzoet. Het markeerde duidelijk het halfweg punt van de weg. De Spaanse Camino is ook anders dan de Portugese. Niet zozeer slechter of beter, gewoon anders. Het was even wennen aan andere gewoontes, een andere volksaard, een andere keuken, een ander land.

Mijn Instagram staat vol met mooie plaatjes. Maar de Camino loopt ook langs drukke autowegen, en lelijke industrie. We zagen af en toe spandoeken van lokale gemeenschappen die ook de pelgrims wanhopig aanspoorden om te protesteren tegen de uitbreiding van meer dan één industriegebied. Overal kwamen we grafitti tegen. Nakor Shey, wie je ook bent, je hoefde je tag niet letterlijk elke 200 meter te plaatsen over honderden kilometers.

Onderweg eet je alles. Talloze desayuno’s met cruessant, café con lecche, zumo de naranja. Van de overheerlijke risotto in Barcélos in Babbette’s tot de schaamtelijke tomatensalade in de albergue in Crucés (letterlijk in olijfolie verdronken schijfjes tomaat). De talloze porties rijst met lamsstoofvlees. En in Santiago het fantastische Entre Pedras, één van de weinige maar o zo overheerlijke vegetarische restaurants, waar we onze Camino afsloten.

Hoe eenvoudig het leven hoeft te zijn onderweg. Je leeft letterlijk uit je rugzak en de kleren aan je lijf. Wandelen, eten, slapen, reflecteren. Verwonderen, genieten, stil worden, bewust zijn van je omgeving, en zoveel meer. Leven in het hier en nu, quoi, van dag tot dag. Niet wetende wat morgen precies gaat brengen, en dat ook niet zo erg hoeven te vinden.

Op zoek naar Santiago, Sint-Jacob, Saint James, Saint Jacques. In het Duits zeggen ze “der Weg ist das Ziel” en dat klopt helemaal. De gele pijlen leiden je naar zijn graf onder het altaar van kathedraal in Santiago, maar onderweg loopt Santiago met je mee. You’ve heard the stories, you’ve seen the pictures. En dan kom je aan op de Praza de Obradoiro, en dan woon je de mis voor de pelgrim bij. Het is bijna niet uit te leggen wat dat met een mens doet.

Maar de Camino, dat zijn nog het meest van al de mensen en de verhalen die we twaalf dagen lang hebben ontmoet. De intense vriendschappen die we hebben gesloten, en de hoogtes en de laagtes die we samen met anderen deelden. Van onze kleine Camino family met de Duitse Johanna, de geschiedenis studerende neef van de hospitalera in Rubiāes, de Californische surfer hospitalero in San Pedro de Ratés, de Canadese student Daunte in Porto, vriendinnen Simone en Rita die van Mei maand “Me maand” hebben gemaakt, het stokoude dametje in Caldas des Reis die me in het Spaans uitlegde wat de betekenis achter de Sint Jakobsschelp is, het oude Japanse koppel dat moedig dagenlang ons op de hielen zat,… Allen maakten ze een onuitwisbare indruk.

Maar vooral, dankbaarheid voor het leven, voor wat het uiteindelijk maar is in al zijn essentie. Dat is de Camino.

Ga ik dit opnieuw doen? Zeker weten. Wanneer? Geen idee. Eerst nog even nagenieten van dit avontuur.

Camino prelude

Nog 5 nachten slapen en dan vertrekken Bram en ik naar Porto. Ik trek andermaal de wandelschoenen aan om de Camino Portuguese af te stappen. 12 dagen, 12 etappes en 260 kilometer liggen tussen ons en Santiago de Compostela. Het is hopen op goed weer, geriefelijke herbergen en dat we gespaard blijven van lichamelijke ongemakken.

Hoe begin je eigenlijk aan een Camino?

De Camino is een netwerk van wandelroutes doorheen Europa die allemaal eindigen in Santiago. Die routes zijn publiek goed. Iedereen kan zijn gebruiken. Lokale overheden, verenigingen en vrijwilligers onderhouden de paden. Het principe is eenvoudig. Je kiest een startpunt en van daar wandel je naar Santiago.De Camino is eeuwenoud, en tot op vandaag zijn er pelgrims die thuis starten en maanden later arriveren op de Plaza Obraidoro. Tegenwoordig starten de meeste pelgrims in Frankrijk, Spanje of Portugal. De Franse route - de Camino Francés - is de meest populaire. Die start in Saint Jean de Port, gelegen in de Franse Pyreneeën.

Ook vandaag heb je als pelgrim een geloofsbrief bij: de Crédencial, of het pelgrimspaspoort. Dat document bewijst dat je pelgrim bent, en heb je nodig wil je kunnen overnachten in de albergues, refuges en hostels op de route. De crédencial laat je ook op elke stopplaats stempelen. In Santiago kan je in de Oficina del Peregrino de Compostela verkrijgen op vertoon van je afgestempelde credéncial.

Natuurlijk moet je wat moeite doen. Zo dien je minstens 100 kilometer te hebben gewandeld, en hoor je je tocht enigszins “in devotionis affectu, voti vel pietatis causa” aan te vangen. Ofwel met een attitude dat je minstens aan zelfreflectie doet tijdens je tocht. Dat is toch wat er in de pre-ambule van je crédencial staat.

Hoe bereid je jezelf voor op een Camino?

De voorbereiding bestaat uit drie delen: logistiek, fysiek en mentaal. Logistiek gaat over het plannen van de route, de plaatsen waar je denkt te overnachten, vluchten en vervoer, waar je gaat eten, je rugzak en wat daar in gaat, je wandelschoen,… Dat is vooral een kwestie van praktisch aanpakken.

Als je gezond bent, dan zou je de Camino moeten aan kunnen. Er staat in principe geen leeftijd op wandelen, en de route zelf gaat niet over bijzonder ruw terrein. Wel wil je op voorhand weten waar je aan toe bent. Het is en blijft nog steeds een stevige inspanning, dus wil je op voorhand regelmatig wandelen om in het ritme te komen en te kijken wat je aan kan.

Tenslotte moet je je afvragen waarom je dit wil doen. Onderweg bestaat het leven uit urenlang wandelen, rusten, eten en slapen. Je moet er bewust voor kiezen om uit je comfortzone te stappen. Slecht weer, blaren, spierpijn, een volle herberg,… Heel wat pelgrims komen zichzelf tegen onderweg.

Dat klinkt als een stevige uitdaging.

En dat is het ook. Er wordt gezegd dat ieder zijn eigen Camino wandelt. De afstand doet er niet zoveel toe. Het gaat er uiteindelijk om wat je voor jezelf uit de ervaring wil mee nemen.

De Camino de Santiago

De Camino de Santiago. De Sint Jakobsweg. Een netwerk van pelgrimsroutes doorheen Europa die allen leiden naar een eindpunt: Santiago de Compostela in Galicia, Spanje. Al sinds de Middeleeuwen wandelen pelgrims naar Santiago om daar het graf van de apostel Jacobus te bezoeken… en binnenkort treed ik andermaal in hun voetsporen.

Andermaal? Jawel, vorig jaar wandelde ik vanuit Sarria, in 5 dagen de laatste 115 kilometer naar Santiago. Dat beviel me zo hard dat ik besloot om dit jaar de Camino Portuguese te wandelen. In 12 dagen hoop ik de 260 kilometer tussen Porto en Santiago te kunnen overbruggen.

Waarom? Rond mijn dertigste zat ik heel wat levensvragen waar ik geen vat op leek te hebben. In die periode kwam de Camino op mijn weg. Was het niet de schelpen die ook hier in Vlaanderen in straatstenen staan, dan was het wel de film van Emilio Estevez, of occasionele berichten op het Interwebs. Ik was er toen niet klaar voor, maar ik beloofde mezelf dat ik op een dag de Camino zou wandelen.

Vorig jaar gaf Marjan mij de spreekwoordelijke schop onder de kont. Er is tijd, er is ruimte en mijn tropenjaren heb ik achter mij gelaten.

De Camino wandelen vraagt best wat voorbereiding. Routes, rugzak, papierwerk, schoenen,… Met een Camino in het vooruitzicht is er inspiratie te over om over te schrijven.

We tripten naar de Ardennen

Ik had vorige week vakantie. En we wilden al lang eens naar Ceci n’est pas un Corps – Expo Hyperrealisme in de Boverie in Luik. We maakten er meteen een midweek Ardennen met nog een aantal dagen in Eupen. Dit is een hele andere hoek van het land die we niet echt kenden. Ver genoeg om het reisgevoel beet te hebben, dicht genoeg dat je er ook weer geen dagen voor moet reizen.

Maar dus, Luik. Hyperrealisme is een stijlstroming in de visuele kunsten waarbij de kunstenaar probeert om op basis een schilderij, beeldhouwwerk of installatie te maken dat ze nauw mogelijk aanleunt bij de realiteit. Het resultaat zijn menselijke beelden waarbij elke sproet en elk haar minutieus werd aangebracht. Ze lijken zo echt dat ze op elk moment zouden kunnen opstaan. Een kunstwerk kan ook een interpretatie zijn die elementen uit het hyperrealisme verwerkt: een torso, een gezicht, een arm,… We liepen er toch dik anderhalf uur gefascineerd tussen de beelden.

Daarnaast bezochten we ook het Guillemins, het station ontworpen door Calatrava. Heel bijzonder om te zien wat er zoal met beton mogelijk is. De betonnen bogen lijken op een schelp die over de perons ligt, terwijl de ondergrondse doorgang nogal wat weg heeft van een onderzeese grot die bij laagwater droog is komen te staan. Ik vind het een architecturaal hoogstandje.

We bleven maar een middag en avond in Luik. Veel van de stad hebben we niet gezien. Hoe zou ik Luik omschrijven? Een grootstad, maar dan wel eentje die duidelijk te lijden heeft gehad onder de economische impasse van de laatste decennia. Een potpourri van statige parken en classicistische gebouwen afgewisseld door lelijke appartementsblokken en buildings.

Eupen was niet zo gek veel verder rijden. We huurden er een appartmentje in de benedenstad, vlakbij de rivier de Vesder. En een fantasisch ijssalon met een ietwat norse uitbater. Onze eerste uitstap was naar de dam en het meer van Gileppe. Een typische schoolreisbestemming. Ik was er 25 jaar geleden al eens geweest. Het is gek hoe een beeld in je herinnering iets anders wordt dan in het echt.

Onze tweede uitstap ging richting Monschau. Ik wilde graag eens de Vennbahn zien. Al was het maar omdat het een unieke grenssituatie gaat. Met dank aan het Verdrag van Versailles. Tegenwoordig is het een mooie fietsroute. Met de elektrische fiets eens een stukje rijden vonden we een fijn idee voor de toekomst.

Onze laatste uitstap was een wandeling in de Hoge Venen. Vanaf de Baraque Michel stapten we naar het Kruis van de Verloofden. We wilden graag even de benen strekken over de typische houten planken bruggetjes. Helaas, tegenwoordig is die route verhard met tonnen dolomiet steentjes. Het oude hout zie je nog steken tussen de stenen, maar op de route die we hadden uitgestippeld waren er geen intacte bruggetjes tussen het veen. Neemt niet weg dat het genieten was van de natuur op een warme, zonovergoten zomernammiddag.

Op vrijdag ging het terug huiswaarts. We keren zeker en vast nog terug. Met dank aan het fijne vakantiegevoel dat we mee namen.

48 uur aan de Opaalkust

Het buitenland, dat klinkt ver, maar eigenlijk ligt het soms dichter bij dan we denken. De Opaalkust ligt praktisch op een steenworp van West-Vlaanderen. Het is een mooie daguitstap.  Omdat ik een weekje vakantie heb, deden we er nu een overnachting in Boulogne-sur-Mer bij.

Het toffe aan Nord-Pas-de-Calais is dat er in de streek bijzonder veel te zien en te doen is, dat het allemaal niet te ver rijden is en dat het roadtrippen door prachtig, glooiende panorama’s is.

Onze trip zag er zo uit:

Dag 1:

  • Stop aan Cap Gris Nez rond de middag. Genieten van de zee, de eerste zon en het uitzicht op de White Cliffs aan de overkant van het kanaal.
  • Bezoek aan Batterie Todt kort na de middag. De Engelsen & Duitsers bestookten elkaar over het kanaal met gigantische artilleriebatterijen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Indrukwekkend museum met militaire parafernalia.
  • Arriveren in Boulogne. Bezoek aan de onderwaterwereld van Nausicaa. Heb je kinderen? Dan is dit een geweldige activiteit. Het puilt er uit van de aquaria met de meest exotische soorten. Toppers zijn de haaien en de krokodillen. Op het einde van het bezoek is er de open tank waar je vriendelijke vissen mag aanraken.
  • Diner. Wij gaan steevast naar Hamiot.
  • Overnachting binnen de remparts van de Ville Fortifiée. Het oude stadscentrum is bijzonder pittoresk en een wandeling meer dan waard.

Dag 2:

  • Stop in Ambleteuse. Het was er wat fris in deze tijd van het jaar. Achter Fort Mahon (ontworpen door Vauban) zaten we uit de wind en konden we, dik ingepakt, toch een uurtje op het strand de eerste voorjaarszon vangen.
  • Lunch in Duinkerken.
  • Bezoek aan het Parc Zoologique. Dit is een klein dierenpark in het midden van een woonwijk. De showtrekker: een bruine beer die blijkbaar mee deed in L’Ours.

Spookwandelen in Antwerpen

Gisteren waren we een dagje in Antwerpen voor de verjaardag van mijn schoonzus. Ze had een mooi programma voor ons uitgestippeld. Zo mooi dat ik de avond graag even met u deel, mocht u zin hebben om het eens dunnetjes over te doen.

  • Aperitief bij haar thuis (U zoekt uiteraard zelf een locatie en brengt, desgevallend, eigen drank mee)
  • Ellis Gourmet Burger op de Aldegondiskaai (tegenover het MAS). Ik nam een gewone Classic Gourmet Burger, maar andere zoals de Ellis Special Bacon worden warm aanbevolen.
  • Een bezoekje aan het MAS. Bekentenis: ik was nog niet op het panoramisch dak geweest. Prachtig om Antwerpen by night eens te zien!
  • Een Antwerpse Spookwandeling.  We vervoegden een groep van 20 deelnemers aan het Steen en trokken met een verhalenverteller de binnenstad in. Heel leuke wandeling van een flink uur-en-een-half. 10/10 would recommend!
  • We eindigden met een drankje in Bar Deco.

’t Was fijn om nog eens in’t Stad te mogen zijn!

Dode lens II

Vanmiddag heb ik eindelijk mijn neus buiten gestoken na dagen van relatieve rust. Er moest nog een kapotte lens naar de lenzendokter worden gestuurd. En vandaag ging het alweer stukken beter dan de voorbije dagen. Los van de hoestbuien dan. Dus trok ik mijn All Stars aan om onder een lentezonnetje richting stad te wandelen.

Ergens was ik niet helemaal zeker of ik het geregeld zou krijgen: de lens had ik namelijk niet gekocht bij Photo Hall alwaar ik te rade wilde gaan. Bovendien vond ik mijn papiertje met de Nikon WorldWide Guarantee niet meteen terug. Dan maar de factuur van Geheugenkaart proberen.

Uiteindelijk bleek het allemaal zo geen probleem te zijn: de lens wordt voor reparatie opgestuurd naar Nikon. Ik ben hem wel 4 weken kwijt, maar dat heb ik er wel voor over. Zo’n lens kost op zich wel stukken van mensen en het is niet dat ik die zo meteen professioneel gebruik. Als er mij bij het ophalen geen extra kosten worden aangerekend dan zal ik een zeer gelukkige mens zijn.

Wel was duidelijk dat de inspanning wat veel van het goede was. Over een afstand die ik anders probleemloos fris en gezwind afstap deed ik nu een klein uurtje om afgepeigerd thuis te komen. Duidelijk een teken dat ik het maar beter rustig aan kan nemen.

Sturm und drang

Een gezonde geest in een gezond lichaam. Sport en lichaamsbeweging zijn gezond. Niet dat ik actief ga joggen, in de fitness rondhang of god-vermag-welke-sport ik wekelijks beoefen, maar als het enigszins mogelijk is, dan probeer ik wat te bewegen. Fietsen of wandelen bijvoorbeeld. Een mens zit zo al 8 uur op een dag op een bureaustoel.

Sommige dagen lenen er zich beter toe om al eens wat buitenlucht op te snuiven dan andere. Vandaag was het laatste het geval. Terwijl geen zinnige mens zich buiten waagde moest ik tweemaal vergaderen op locatie. Gezien het strakke schema en mijn beperkte vertrouwen in de stiptheid van het openbaar vervoer was ik aangewezen op de fiets en benenwagen.

Alles bij elkaar klokte ik af op goed 24 kilometer. Daarbij legde ik dit traject goed 4 keer af. De eerste en laatste keer relatief droog, de overige 9 kilometer in een stevige plensbui. Gelukkig had ik geluisterd naar de auguren (dank u Sabine en Frank) en mijn impermeable uit Brugge meegenomen. Een wollen jas met daarover een waterdicht regenpak en mijn iPod in de oren maakten het wat draaglijk.

Alleen, proefondervindelijk heb ik nu mogen vaststellen dat je ongeacht je rijrichting langs de kaaien altijd de wind tegen hebt. Rijden op de grote plaat en het rustige aandoen waren het devies. Als ik het goed gechronometreerd heb, dan deed ik over die afstand in dit weer vandaag gemiddeld zo’n 25 minuten. Al bij al niet slecht en rechtvaardigt absoluut mijn uitlating op Twitter…

« Vorige blogposts Pagina 1 van 2 pagina's Volgende blogposts »