Mijn stem heb ik nog. Hoewel het vanmorgen reveil om 7u30 was, lagen we pas
gisterenavond om 1 uur onder de wol. En Muse? Wel, Dominiek had
over de ganse lijn gelijk: goddelijk gewoonweg.
Matthew Bellamy is duidelijk een godenkind. Het sportpaleis was tot de nok
gevuld en explodeerde haast toen hij en de zijnen opkwamen. Van dan af ging het
twee uur keihard door zonder veel rust te nemen. Ik had ze deze zomer op
Werchter bezig gezien, maar dit concert was van een heel andere, betere klasse.
De setlist was een goede mengeling van oud en nieuw waarbij ze hun laatste
album, black holes and revelations, quasi volledig hebben gebracht. Maar ook
klassiekers, zoals Bliss en Muscle Museum, waarmee ze bij het grote
publiek bekend werden schoven ze naar voren. Bellamy toonde zich zeer energiek
en, zoals Domi al reeds schreef, koesterde en pijnigde zijn gitaar zoals geen
ander. Hij wist perfect die energie over te brengen op het publiek, met alle
gevolgen.
Vandaag is het inderdaad nog wat doormijmeren over gisterenavond en beseffen dat
dit één van de betere optredens was die ik heb mogen zien.
In het voorprogramma kregen we Razorlight te zien. Die mannen van
‘America’. Ik moet zeggen dat ze wel een degelijke performance
brachten. Frontman Borell ging zowaar uit de kleren en dat had hij éigenlijk
niet moeten doen (ieuw, ieck. Neen, jij bent niét Anthony Kliedis!) Nu ja,
uiteindelijk zijn ze wel te genieten, maar is hun muziek nu ook weer niet zó
speciaal te noemen. Kortom, best entertainend en een stuk beter dan die
gordijnboekaniers.