Jammen

Ik denk niet dat ik zonder muziek kan. Ik loop altijd wel met mijn iPod rond en als ik mijn hoofdtelefoon op heb, dan zit ik in mijn eigen muzikale cocon. Muziek is mijn ding. Meer zelfs, in een grijs verleden heb ik nog piano en een pak andere instrumenten gespeeld. Heerlijk was dat.

Zoals dat gaat stopte de muziek toen ik naar de universiteit trok. Andere prioriteiten en zo. De afgelopen jaren heb ik nauwelijks nog achter het klavier gezeten. Ergens mis ik dat ook wel. Maar laat ik dat gemis tot nog toe nog nooit zo sterk hebben gevoeld als afgelopen vrijdagavond.

De Comma organiseert regelmatig jamsessions: gooi een paar instrumenten op het podium – of breng ze zelf mee – en laat wie zin heeft improviseren. De usual suspects deden alvast hun ding op hun gitaren en drum. Er stond ook een keyboard redelijk eenzaam te wezen. Ik moest mezelf wat overwinnen. Zou ik? Doe ik het? Kan ik het nog? Zit het er nog in? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en de laatste 20 minuten stond ook ik op het podium lekker mee te jammen. Het klonk volgens mij nergens naar maar daar stoorde niemand zich echt aan. Ik hoorde ook niet echt wat ik deed omdat de frontmonitor nogal stil stond.

Misschien moet ik toch maar eens wat meer tijd maken om terug een instrument vast te pakken? Gisteren liet ik alvast Bart Peeters’ Grote Gitaarboek der Lage Landen door mijn handen glijden… Al was het maar dat een dag slechts 24 uur telt.