Netsensei

Much Ado About Nothing

Technologie en Wetenschap

Belgaprut

Het moet ergens in 2004 of zo geweest zijn dat Telenet met de eerste digibox op de proppen kwam. Met zo’n doos kon je digitaal en interactief TV kijken. Vandaag is zo’n PVR of digitale video recorder gemeengoed. Het is een gemak, zo in uitgesteld relais kijken. Natuurlijk omdat je de opname  kan stopzetten en doorspoelen, maar eerder omdat je het ding zo ganse series kan opnemen zonder elke aflevering individueel te moeten programmeren.

Jaren ben ik klant geweest van Telenet.  Heel tevreden van hun service. Je ziet dat er over was nagedacht. De hele interface van Telenet Digitale TV straalt gebruiksvriendelijkheid uit. En doorheen de jaren is het ding bij elke update alleen maar beter geworden. En bij problemen zijn ze maar een telefoontje weg.

Maar toen ik naar mijn nieuwe stek verhuisde moest ik Telenet vaarwel zeggen en overstappen op Belgacom. De kabelaansluiting in het gebouw is een zogenaamd “rijgnet” en Telenet kan op die laatste 50 meter tussen kastje en televisie geen goed signaal garanderen. Ik moest dus overschakelen op VDSL en dat betekende dus Belgacom.

Als het op digitale TV aankomt, staan ze daar lichtjaren achter. De afgelopen 6 maanden is frustratie meer dan eens mijn deel geweest.

De hele interface is een draak. Primitief, lelijk en voor elke functie moet je een paar keer door verwarrende, inconsistente menu’s klikken vooraleer je gevonden hebt wat je zocht. Als de boel al niet eerst vastloopt, want dat durft ook wel eens te gebeuren.

Bij elke update lukt het hen om het doorspoelen van uitgestelde programma’s kapot te maken. Op dit moment kan ik op snelheden 2x, 16x en 64x vooruit en achteruit schuiven.  Een paar weken geleden was dat 8x, 16x en 64x.  En ooit was het zelfs 2x, 32x en 64x. Het ontgaat me nog altijd waarom het niet lukt om daar een lijn in te trekken.

Maar de echte kicker is toch wel het automatisch annuleren van geprogrammeerde opnames. Ik heb zo net de derde aflevering van Spartacus: vengeance moeten missen. De vorige twee afleveringen werden vlekkeloos opgenomen, maar nu liep het totaal verkeerd.  En dat is echt niet de eerste keer. Frustrerend. Om kwaad van te worden. Het is bijzonder ontnuchterend om thuis te komen en te merken dat na een lange werkdag, het uurtje ontspanning dat je voorzag niet doorgaat omdat die domme zwarte doos gewoon dienst heeft geweigerd.

Moest het nu zijn dat ze goedkoper zijn dan Telenet, ik zou het begrijpen, je krijgt waarvoor je betaalt. Maar dat is dus hier helemaal niet het geval. Ik betaal quasi evenveel voor een slechtere service. En kan daar niet meteen iets aan doen.

En dus speel ik de laatste weken met het idee om voor weinig geld een Raspberry Pi te bestellen waarop ik dan RaspBMC kan installeren. Heb ik gelijk een werkend mediacenter alternatief.

O ja, beste Belgacom, zodra het enigszins praktisch mogelijk is, zeg ik mijn contract bij jullie op en word ik terug een tevreden Telenet klant.

Bij het vuilnis

En dan vind je jezelf ’s morgens terug samen met tientallen anderen voor de grote poort van de fabriek waar je de voorbije decennia onder door liep. Dagshift na nachtshift passeerde tussen dat prefab staal en felle TL lichten. Maar daar komt nu een einde aan. Je kreeg net via megafoon te horen dat je bedankt wordt voor bewezen diensten.

Rond je staan mannen, vrouwen, vaders, moeders, broers, zussen,… mensen die vol trots hun leven opbouwden rond het project van Ford in de schijnbare zekerheid dat ook de volgende generatie een plaats zou vinden aan of rond de band.  Het moet pijn doen dat een groep eerder anonieme toplui ergens in het buitenland op basis van harde cijfers, met een paar pennentrekken daar een einde aan maken.

Ook al heb je duizenden voorruiten geplaatst, deuren gemonteerd, motors geplaatst, carrosserieën geverfd, wat je gisteren deed, wordt vandaag niet langer als economisch relevant geacht. Mensen kopen immers geen auto’s meer. Of ze kiezen voor de goedkoopste. Hoe zou je zelf zijn. Heeft het dan nog zin om te zien hoe je werk op uitgestrekte parkings in weer en wind staat te wachten op een koper? Veel boodschap heb je daar niet aan als je straks thuis zit en niet meteen weet hoe het verder moet. Auto’s maken, dat is een stuk van jezelf, dat is je leven. Een leven dat je deelde met collega’s, vrienden, familie.

Het is misschien zelfs niet de eerste keer dat je hier door moet. Dat je jezelf opnieuw moet uitvinden na een massaal sociaal en economisch bloedbad.  Misschien is dat het cynische, dat er geen lessen lijken te worden getrokken. Dat dit eigenlijk een kroniek van een aangekondigde dood was.

En misschien is het net nu dat de hoge heren en dames in Brussel eindelijk wakker te horen worden voor de harde realiteit van een bijzonder competitieve wereld waarin de dingen sneller dan ooit veranderen en we meer dan ooit verbonden zijn met elkaar.

Vanavond willen we op TV niet horen hoe erg ze het vinden “voor de mensen”. We willen geen verwijten, recuperatie,  “wat als…” of steekvlampolitiek zien. We willen geloven dat er een positief verhaal is voor de toekomst waar iedereen een plaats in heeft. Want 5.000 mensen die zomaar bij het vuilnis worden gezet, dat is een teken dat er iets heel erg fout zit.

Digitaal stemmen

Dus, we gingen onze burgerplicht vervullen. Zij in Oostkamp, ik in Brugge. Zij met potlood en papier, ik digitaal. Vanouds ben ik gewend om mijn stem in te kleuren, maar deze keer mocht ik voor het eerst virtueel de kandidaten die mijn voorkeur wegdroegen, aan te vinken.

Eerst ging het richting gemeentelijke sporthal in Oostkamp. Een man stond aan de ingang nog joviaal handjes te schudden, ik wilde hem ei zo na negeren maar bleek dat dat “not done” was aangezien het om de burgemeester ging. Terwijl zij in het rijtje aanschoof, nam ik plaats op één van de wachtstoelen in het midden van de zaal. Zo’n kiesverrichting is hét moment om mensjes te kijken. In het volgende kwartier zag ik van oud tot jong passeren en alles daar tussen. Heel wat mensen hadden zich voor de gelegenheid opgedoft. Zien en gezien worden. Heel wat jonge gezinnen waren met buggy en een roedel kinderen de hort op. Je zag er dreinerige scholiertjes die zoet werden gehouden met Angry Birds op de iPhone. Ook de oude dame in bontjas, vingers vol juwelen, waardig op haar wandelstok steunend, alsof ze uit een andere eeuw kwam gestapt, aanschuiven om haar stem uit te brengen.

Op dik vijftien minuutjes stonden we terug buiten. Toen moest ik nog stemmen in mijn eigen gemeente. De kiesbureau’s zijn ingericht in mijn oude school. Was ik niet bij haar gebleven, dan had ik aan 15 trampolines voldoende om het voetbalveld vanuit mijn slaapkamerraam over te steken tot aan het stemhokje.

Had ik verwacht om er even snel vanaf te zijn, dan viel dat toch wel tegen. Er waren computerproblemen in stembureau 45 dus dat gaf een lange wachtrij. Een dik half uur aanschuiven vooraleer ik het bureau binnen kon. Dan was er gedoe met de chipkaarten en de paspooorten en na nog 5 minuten plompt verloren naast de voorzitter te wachten kreeg ik een hokje toe gewezen. Blijkbaar hangt er boven elk hokje een alarm. Twee hokjes verder moet er iets fout zijn gegaan want onder een hels lawaai haastte één van de bijzitters zich om daar assistentie leveren. Bij mij verliep het allemaal vlotjes, maar het tactiele element van het bolletje kleuren dat was er niet bij. Op het kasticketje dat uit het toestel rolde, kon ik wel opmaken dat mijn stem geregistreerd was, maar helemaal overtuigen deed het toch niet. Bovendien was het de bijzitter die het biljet scande bij de urne. Het gaf anders wel een groter gevoel van controle om zo zelf je biljet in de bus te kunnen dumpen.

In ieder geval, we hebben gedaan wat we moesten doen. Nu is het terug aan de politici om er iets van te maken.

iPad

En toen zwichtte ik. Voor le iPad. Ik zou ding welhaast een iPet kunnen noemen als ik zie hoe mensen het fanatiek overal mee naartoe sleuren. Het ding komt via via uit de Apple Store op Fifth Avenue. Een tablet leek me al lang er wel iets. Zo lig ik vaak ’s avonds voor pampus in de zetel en dan vind ik een laptop een bijzonder onpraktisch ding om. Bovendien zijn tablets echt wel gemeen goed geworden. Dus waarom ook niet?

En dus liet ik mij over halen.

Mijn eerste indruk: een gemak jong! Zo intuitief! Ik heb waarschijnlijk nog de helft niet ontdekt van wat het ding allemaal kan, maar het zit wel heel erg gebruiksvriendelijk in mekaar. Vooral dat scherm: zo helder en klaar om tekst op te lezen. Jongens, dat is nogal eens een plezier.

Ik heb me gelijk de app van de Standaard in de Kiosk gedownload en ik kon meteen grote delen uit de weekend editie lezen. Wat een gemak want één van de dingen die ik mis sinds ik alleen woon is een gazet. En op het einde van de week/maand pakken oud papier buiten zetten, dat is het toch niet.

En ik heb er meteen ook Spotify opgezwierd voor de muziekjes. Heerlijk om zo de afwas te doen met een muziekje op de achtergrond the-day-after een geslaagd feestje.

Nu, hoe geweldig de app store ook is, ik ben nog een beetje zoekende naar de beste, de leukste en de nutigste apps. Dus vraag ik me af of jullie, lieve lezers en lezeressen met een iPet, mij geen wegwijs zouden willen maken naar de absolute must-haves.

Jaja, brave new times it is!

Sociaal Innovatie Lab

Armoede in Vlaanderen. Daar is nogal wat over geschreven. Armoede kent ook zovele gezichten. Gaande van de bedelaars op de straat die geen nagel hebben om hun gat mee te krabben tot de verborgen kansarmoede achter de gevels van bescheiden arbeidershuisjes.

En er zijn dozijnen initiatieven, vzw’s en overheidsdiensten allerhande die proberen om schrijnende toestanden in te perken. De laatste weken is er een nieuwe bijgekomen: het Sociaal Innovatie Lab, een initiatief van iDrops. De bedoeling van het SIL is een platform bieden om mensen uit innovatieve en technologische sectoren de kans te geven met iniatieven te komen om armoede te bestrijden.

Door mensen uit de IT, creatieve en andere sectoren samen te brengen hoopt het SIL via een multidisciplinaire aanpak met nieuwe oplossingen te komen om mensen te helpen.

Maar hoe kunnen “hippe” IT’ers gewapend met iPhones en Macbooks armoede nu concreet bestrijden?

Een typisch probleem is ongeletterdheid. Wie vroeger niet kon lezen maakte grote kans terecht te komen in de armoede. Dankzij onderwijs en allerlei projecten kon men heel wat mensen binnen de boot houden. Maar vandaag is vooral digitale ongeletterdheid een probleem. We staan er niet bij stil maar naarmate de maatschappij meer en meer gedigitaliseerd geraakt, wordt ze voor heel wat groepen juist minder toegankelijk. FeDICT lanceerde in 2009 het project Start2surf zodat iedereen toegang zou krijgen tot het Internet, maar is dat wel voldoende? Een goedkope PC met een inleidende opleiding alleen is niet voldoende. Er liggen op het Web genoeg hordes opgeworpen om de digitale zwakkeren te ontmoedigen.

Eén voorbeeld is PC banking. Hoe handig ook, de meeste banken confronteren ons nog altijd met eerdere knullige interfaces. Natuurlijk, als je aanlogt op PC banking, dan is veiligheid prioriteit nummer 1, maar om een overschrijving uitvoeren moet je al te va=ak verschillende cryptische schermen doorworstelen.

Het Sociaal Innovatie Lab zou hier iets aan kunnen verhelpen. Waarom de ideeën van informatiearchitecten, UX designers en usability experts combineren met sociale partners om de drempel tot belangrijke applicaties zoals PC banking, Tax-on-web, aangiftes, private en publieke e-loketten,… eenvoudiger te maken zodat écht iedereen de weg kan terug vinden?

Stof tot nadenken alvast. Het Sociaal Innovatie Lab gaat van start op 10 mei in Gent.

Instagr.am

Niks zo leuk als foto’s nemen. Vroeger deden we dat analoog. Vandaag doen we dat helemaal digitaal. Dat bedrijven als Kodak overkop gaan omdat ze de omslag naar digitaal niet tijdig hebben gemaakt, vertelt hoe snel het allemaal kan gaan.

Toen fotografie digitaal werd, bleven we er wel met een analoge bril naar kijken. Je maakte je foto met je fototoestel, en je ordende ze mooi in mapjes op je pc. Al snel kwamen er digitale fotoalbum diensten zoals Picasa en Flickr. In plaats van je foto’s via mail of ftp te delen, kon je ze nu via het web op een makkelijke manier on line zetten, ordenen en taggen. Flickr was daar in een geweldige dienst. Maar natuurlijk moest je nog altijd je foto’s opladen vanaf je camera, bewerken en on line zetten.

En toen waren daar de smartphones. Met camera. Eerst aarzelend. Met pixelige beeldjes die gaandeweg beter werden. En toen werd mobiel surfen populair. Ook eerst langzaamaan maar ook dat heeft het web de laatste pak-em-beet twee jaar stormender hand overgenomen. Met natuurlijk als voorlopig orgelpunt het instagr.am.

Natuurlijk ben ik met de stroom gevolgd. Ik kocht mij eind 2009 een HTC Hero en sindsdien neem ik dagelijks wel ergens een foto van met mijn slimme ‘foon. En het mooie is dat ik die meteen kan opladen naar Facebook, Twitter en what-not. Zonder nog veel te prullen op mijn laptop en ze manueel te delen met de wereld.

Dus waarom zou dat ook niet kunnen voor mijn blogje?

’t Is dat het Flickr ding rechts boven aan nauwelijks nog aandacht krijgt. Ik ga dus eens kijken om daar op zijn minst een Instagr.am ding te plaatsen zodat er hier weer wat meer beweegt.

Het mooie aan instagr.am is dat je niet beperkt bent tot het uploaden van enkele fotootjes. Er bestaan apps zoals HoneyGram waarmee je nog andere toffe dinges kunt uitsteken. Zoals collages maken. Ik zou dus wekelijks een collage kunnen maken en dat dan hier publiceren. En waarom dat dan niet ineens automagisch doen?

Ideeën, ideeën…

Slimme foon

Just. Ik heb ondertussen dus een nieuwe slimme telefoon. Het is geen enkele van de modellen die ik op het oog had geworden. Dat zit namelijk zo. We waren met een aantal collega’s die gelijk op de uitkijk naar een nieuwe telefoon waren. En dus dwaalden de gesprekken onder de middag en op de interne chatbox van het werk al snel af naar de pro’s en de con’s van dit of dat toestel. Wat kan je ermee? Gaat dat nog lang meegaan? Is het wel de kost waard? Serieus, als’t over gadgets gaat, dan kunnen wij daar volledig in op gaan. Een aantal onder ons besloten uiteindelijk om de Galaxy Nexus te kopen.

Dat toestel is zo’n beetje hét hebbeding van deze maand. ’t Is ook het toestel dat door Google zelf wordt gepromoot als dé Google Phone. Het komt met de allerlaatste versie van Android. En, o ja, je kan er ook nog mee telefoneren. Om maar te zeggen: dat toestel kost 600 euro wat zoveel is als een iPhone en ik vind dat eigenlijk belachelijk veel geld voor een GSM.

Nu, de vorige Google Phone, de Nexus S, wordt ook nog altijd verkocht. Die is nog maar goed een jaar op de markt en je kan er evenveel mee als dat ander toestel. Tegen de helft van de prijs. Wat nog altijd vrij veel geld is. Een aantal collega’s hebben zo’n Nexus en zijn daar bijzonder content van. Alle technische argumenten daar gelaten bleek dat ik met een aanschaf op budget meer dan waarschijnlijk vrij snel terug gefrustreerd zou rondlopen. En dus heb ik van mijn hart een steen gemaakt en mijn spaarvarken met een dubbelloops te lijf gegaan. Christmas came early this year!

Ondertussen loop ik al goed een week rond met mijn nieuwe aanwinst. En tevreden dat ik ben! Ik neem namelijk nogal wat foto’s met mijn GSM. De camera die in dit toestel zit is dag en nacht verschil bij wat ik had. ’t Is een serieuze sprong vooruit. Dat en het ligt goed in de hand, is razendsnel, heeft een lekker groot scherm,… Ik ontzag het mij vroeger om de e-mail van’t werk te lezen of todo lijstjes te beheren op mijn telefoon als ik onderweg ben. Nu is dat best wel een aangename bezigheid geworden.

Ikke content dus. Ook al heeft het me een stukje meer gekost. Ik hoop van harte dat het ding een lang leven beschoren is.

Een nieuwe slimme foon

Een dikke twee jaar oud is hij, mijn GSM. Ik denk niet dat ik ooit een beter toestel heb gehad. Mijn Hero is mijn eerste smartphone. Met Android op. Tegenwoordig Foursquare, Facebook en Twitter ik er mobiel duchtig op los

Zoals dat gaat, kreeg het toestel na een tijd geen updates meer wegens verouderd. Ik loop dus sinds een jaar met een gehackte telefoon rond om toch maar Android 2.3 te kunnen gebruiken. Maar slijtage hou je niet tegen, en sinds een maand of drie vertoont mijn telefoon echt kuren. Om te beginnen is hij niet zomaar traag, maar trrrraaaagggg. Als in: start een applicatie op en ga u een koffie schenken traag. Verder reageert het scherm steeds minder goed. Het toestel herstart soms spontaan. Een SMS sturen is een drama met een slecht reagerend toetsenbord en nieuwe berichtjes komen geluideloos toe ook al staat het volume op 10.

En dus moet ik met spijt in het hart toegeven: mijn Hero is industriële archeologie geworden en hoort uit zijn lijden te worden verlost.

Ik ga dus een nieuwe GSM moeten kopen. Niet dat ik nog eens ik-weet-niet-hoeveel-geld aan een slimme ‘foon wil geven. Twee jaar later ben ik nog altijd van mening dat een iPhone belachelijk veel geld kost. En de Samsung Galaxy Nexus, de rechtstreekse concurrent, kost eveneens waanzinnig veel. Maar een Android toestel wordt het sowieso. Ik denk prijsklasse 200 euro. De waarheid is immers dat een moderne smartphone goed twee jaar mee gaat. Het ding mag dan op zich al niet kapot gaan, je moet de software wel regelmatig een update geven. Het zijn ondertussen immers kleine computers. En die software, tjah, die durft na een tijdje wel erg veeleisend te worden. En dan moet je kiezen. Voor een bescheiden gadgetfreak wordt het dan wel lastig om compromissen te sluiten. Tenzij over de prijs.

Mogelijke deelnemers:

De San Fransisco ofte ZTE Blade die bij Mobistar als zoete broodjes over de toog gaan. Kameraad A. heeft er eentje sinds de zomer. Geweldig toestelletje, heel content van. Maar ondertussen schijnt er al weer een opvolger in aankomst te zijn.

Dan is er de Samsung Galaxy Gio. We kochten die vorige maand voor huisbaas J. zijn dertigste. Hij is er eveneens heel content mee. Een heel degelijk toestel voor een eerlijke prijs.

Maar mijn voorkeur gaat uit naar de Huawei IDEOS X5. Die is een stuk krachtiger dan de Gio. CoolBlue verkocht die tot vorige week. Maar toen ik hem vandaag wilde bestellen bleek hij “Niet meer leverbaar” te zijn. Bummer! Ik heb een vriendelijk mailtje gestuurd om te vragen of er nog toestelletjes binnen komen. Benieuwd wat het antwoord zal zijn.

Hm. Qua prijs/kwaliteit ligt het allemaal wel heel dicht bij elkaar. Als de X5 niet lange verkrijgbaar is, anders wordt het de Gio. Yep, nieuw speelgoed krijgen/kopen zo rond de feestdagen, da’s altijd leutig.

Vliegende tapijten

Het eerste waar ik aan dacht toen ik dit zag was: vliegende tapijten! Dat en levitatierails, schone wagens en what-not. Het heeft ook wel wat weg van schaatsen dus waarom niet meteen een nieuwe sport?

Mja, er is wel nog het kleine detail dat supergeleiders enkel werken wanneer ze het absolute nulpunt qua temperatuur halen. Niet echt praktisch dus. Ik neem dat dat ook wel op te lossen valt.

Schouders van reuzen

Zei Isaac Newton ooit:

If I have seen further it is only by standing on the shoulders of giants.

En dat geldt ook voor Steve Jobs. Enkele dagen geleden stierf Dennis Ritchie.

Wiedade?

Dennis Ritchie!

Een nobele onbekende op het eerste zicht, maar vergis u niet. Zonder Dennis Ritchie en Ken Thompson hadden we nooit al die prachtige snufjes waar we vandaag over beschikken. Zij waren het die in de jaren ’60 de C programmeertaal ontwikkelden aan de befaamde Bell Labs. Dit is zo’n beetje de moeder van alle grote programmeertalen en computersystemen. Apple? Windows? Microsoft? iPhone? iPod? Linux? Het WWW? Ze zouden er niet zijn zonder C. De taal wordt vandaag nog altijd gebruikt als lingua franca.

Omdat het een taal is die je toelaat om vrij direct met hardware te praten, kan je er ook bijzonder zwaar in mee in de fout gaan. Er is een aforisme dat stelt: “C gives a programmer every opportunity to shoot himself in the foot while handing him a fresh clip of bullets.”

’t Is dat ikzelf in het verleden wel wat met C heb gepruld maar het nooit helemaal heb doorgrond. Technische uitdaging is zo’n beetje een understatement.

Wired schreef een prachtig stukje naar aanleiding van zijn overlijden.

« Vorige blogposts Pagina 5 van 27 pagina's Volgende blogposts »