Discworld

Sinds begin dit jaar verdiep ik mij in de zesdelige Song of Ice and Fire van G.R.R. Martin. De meeste kennen de reeks beter als A Game of Thrones. Maar dat is echter het eerste boek.

Ik zit momenteel ergens halverwege boek vijf. Midden in allerlei intriges, duus’d-en-één verhaallijnen en honderden karakters. Het is moeilijk om het allemaal bij te kunnen houden maar het leest gelukkig als een trein. Vlak voor onze afreis leek het er op dat ik zonder leesvoer zou vallen en dus trok ik richting FNAC om het laatste deel mee te kunnen pikken… bleek die natuurlijk keihard uitverkocht te zijn. En bestellen betekende dat een nieuw exemplaar pas in de winkel zou arriveren wanneer we reeds lang terug zijn in het land.

Bugger.

Na wat gedraal voor de boekenplanken besloot ik dan maar de eerste twee Discworld novelles mee te nemen. Terry Pratchett is een bijzonder bekende auteur en was pas J.K. Rowling die erin slaagde om zijn hegemonie over de bestsellerlijsten te doorbreken met Harry Potter. Discworld is een serie van semi-losse verhalen in een – zoveelste – fantasiewereld. Maar Pratchett is een geweldig meeslepend schrijver die virtuoos speelt met taal en humor. Hij pikt geweldig veel dingen uit de echte wereld op en geeft ze vertekend weer in de wereld van Discworld.

De Discworld is trouwens een platte schijf, ongeveer 16.000 km breed die meedrijft op de ruggen van 4 olifanten die op hun beurt steunen op de rug van een gigantische schildpad genaamd A’Tuin. Die laatste sjokt doorheen het heelal terwijl de zon rond de schijf heen draait. De wereld zit bovendien tjokvol magie waardoor de gemiddelde toerist er voornamelijk trollen, tovenaars, helden en nog zoveel meer fraais aantreft.

Yup. Er is ook een poging gedaan tot een TV adaptie. Naar het schijnt is het niet eenvoudig om de Discworld wereld op een goede manier te verfilmen.