Bouldering

Tot april kon ik quasi wekelijks toprope klimmen in de Wallstreet in Antwerpen. Maar sinds mijn verhuis ligt dat wat moeilijker. Soms trek ik ’s avonds vanuit Gent nog naar Antwerpen om er te kunnen klimmen met J. Maar het blijft wel een hele uitdaging om tot daar te geraken.

Klimmen doe ik nochtans graag. Het voorbije jaar heb ik gemerkt dat wekelijks aan een muur hangen toch wel een serieuze impact heeft gehad op mijn fysiek. Niet dat ik nu opeens een gespierde bundel ben geworden, maar ik ben ook niet meer de slappe, sedentaire medemens van vroeger. En dus wil ik dat graag blijven volhouden.

Deze week ging het dus voor het eerst richting klimzaal Bleau. Nu, zij bieden geen toprope klimmen aan maar boulderen. En dat is een groot verschil. Bij het eerste hang je gezekerd aan een touw en klim je een hele afstand omhoog. Met af en toe een overhang of een paar moeilijke punten. Bij boulderen klim je slechts een kort, technisch stukje op een rotsblok of -wand. Niet dat het zoveel makkelijker wordt, integendeel. Het vraagt minstens zoveel inspanning.

Het mooie aan boulderen is dat je het op je eentje kan beoefenen. En dat deed ik dus: op mezelve richting klimzaal. Nu ja, het is duidelijk een sociale sport want voor ik het wist trok ik op met één van de meer regelmatige klimmers. Verder was ik ook nog eens op een deftig uur thuis, dus dit is best wel een goed alternatief om toch mijn fysieke fix te krijgen.

Morgenavond kan ik gaan klimmen in Antwerpen en woensdagavond trek ik weer ten boulder in Gent. Hoeze!