Beautyqueen in het diepst mijner zieleroerselen

Bon. Daarnet, terwijl ik mijn lakens stond te plooien, in extremis en in pure impulsiviteit dan toch maar beslissen dat ik ga proberen mee van Wijvenweek te doen. Niet dat ik mij ingeschreven heb of, godbetert, voorbereid heb of zo. Just for fun en al.

Let the inner wijf loose!

Ben ik een bjoetiekwien? Boh beh neen tgij! Ik ben zelfs geen bjoetieking. Af en toe durf ik al eens een foto van mijn jongere zelve tegen te komen. Da’s altijd even schrikken. Niet omdat ik zo fel ben veranderd, wel omdat ik nog altijd dezelfde ben als toen. Ik denk niet dat velen van vroeger mij helemaal niet meer zouden herkennen. Wel zie ik er een stuk anders uit. En ook wel ten goede moet ik zeggen.

Vroeger was ik namelijk nul-comma-nul met mijn uiterlijk bezig. Tjah, tiener, computers, spelletjes,… Als rechtgeaarde geek heeft uiterlijke schijn op een bepaald moment in uw leven een lagere prioriteit dan andere dingen. Da’s pas ergens halfweg mijn twintiger jaren veranderd. Gelukkig maar.

’t Begint bij mijn haar. Mijn coupe is nog altijd dezelfde als vroeger: vrij kort. Regelmatig wassen spreekt voor zich maar ik doe geen speciale producten of gels in mijn haar. Nu, tot voor een paar jaar ging ik altijd naar dezelfde kapper op de hoek. Denk: kleine zelfstandige die per klant weet wat hij moet knippen en u uit blinde gewoonte steeds dezelfde haarlijn schenkt. Ik heb een paar kappers in het Brugse afgelopen. Ik ben er nog niet helemaal uit maar tegenwoordig passeer ik bij Y&D.  Mijn haar ligt er niet zo gek veel anders bij dan vroeger, maar ’t is wel een pak verzorgder geknipt. Hoe dan ook, op mijn dertigste heb ik een reeële angst voor de wijkende haarlijn. Heel wat generatiegenoten moeten het met een pak minder doen dan ik, maar elke haar die ik in de badkuip terug vind is er één te veel. Geloof me vrij: bij de eerste serieuze kaalslag mogen de overlevenden  gemillimetreerd worden wat mij betreft.

Als rechtgeaarde vent beschik ik over redelijk wat gezichtsbeharing. Er is een tijd geweest dat ik als flukse achtienjarige met een sprieterige sik en knevel door het leven ging. Vandaag denk ik soms wel eens: what was I snorting back then? Er zijn daarna jaren geweest dat ik mij elke dag placht te scheren. Dat doe ik met een Braun scheermasjien. Alleen, het babyfacegehalte bleef bijzonder hoog. Sinds een jaar of twee laat ik stevig wat stoppels toe rond mijn kin en mond. Een stoppelbaard scheelt wel een stuk. En ik vind het gewoon aangenaam om eens een dag of drie niet aan mijn scheermasjien te moeten denken. De laatst maanden heb ik wat geëxperimenteerd met eens in de week scheren, maar dan begin ik serieuze woudlopertrekken te vertonen. Terug dus naar twee keer in de week. O ja, ik heb ook even overgeschakeld op mesjes en zeep. Heel aangenaam. Maar met stoppels is dat: de wangen met zeep en de kin en de lip met het masjien. Wat nogal tijdrovend is.

Ah, de bril! Now there’s an accessory. Ik loop al vanaf mijn peuterjaren rond met een bril. Waarom ik geen lenzen wil? Omdat ik dat gepieter in mijn ogen redelijk onpraktisch vind en een bril gewoon bij mij hoort. Ik zet hem wel al eens een halve dag af, maar dan ook alleen maar wanneer ik weet dat lezen op een scherm of papier er niet meteen in zit. In de zomer bijvoorbeeld. Vroeger liep ik rond met, wel, een nogal seuterig rond model, maar tegenwoordig heb ik een bijzonder elegant montuur op mijn neus, uiterst zorgvuldig geselecteerd door vriendin J. Een bril is nogal duur, dus ’t is ook niet dat ik een hele batterij monturen heb, maar mijn huidig exemplaar heb ik gekozen omdat het een sierlijke lijn is en omdat ik hem gewoon heel mooi vind.

Tjah, de kleren. Mja. Grm. Krg. Zoals de meeste mannen is shoppen een kelk die ik graag aan mij laat passeren. Maar ik moet zeggen dat als ik ga shoppen, ik dat wel met het nodige geduld en plezier ga doen omdat ik ondertussen wel weet: de kleren maken de man. Je kan dat ontkennen, maar hoe je je kleedt, vertelt wie je bent. Niet dat ik nu de meest dure merken aan doe of zo. Ik draag veelal een propere jeansbroek, een hemd en een pull uit de H&M, Celio, Zara, of Inno. Ik heb wel zo’n proper vestje, maar dat draag ik quasi nooit. Ik zou mij wat kunnen opkleden, maar dat is niet echt wie ik ben. Anderzijds, ik wil wel graag wat kleur in mijn kleren. Het overgrote deel van de ventenhemden zijn wit met een blauwe, roze of gele streep- of ruitjespatroon. Gruwelijk lelijk vind ik dat. Hawaïhemden draag ik nu ook weer niet, maar iets met elegante kleurschakeringen: any day! Ook al zijn die niet altijd zo eenvoudig te vinden.

Hm. I could go on and on. Maar de vraag is natuurlijk: Ben ik een bjoetieking? Bwoh, ik ga niet pretenderen dat ik er zeer zwaar achter kijk, maar ’t is ook niet dat ik mij ga laten gaan. Al zijn er wel eens gelegenheden zoals feestjes of zo, waar ik mezelf dan wel eens vervloek niet properder voor de dag te zijn gekomen.

2 replies

Commentaar is gesloten