There will be blood

Olie. Een ganse avond lang. Eergisteren trokken collega J. en ik naar de UGC voor een avondje kwaliteitsfilm: There Will Be Blood met Daniel Day-Lewis. Goed voor een oscar en met véél lovende kritieken.

Het is op zijn minst een doorwrochte film. Regisseur Paul Anderson baseerde zich op het boek Oil! van Upton Sinclair. In 150 minuten wordt het verhaal verteld van een zilvermijnman die aan het begin van de 20ste eeuw op zoek gaat naar olie. Tegen de achtergrond van een Amerika in volle economische expansie wordt hij een oliebaron. Alleen heeft hij het lot niet mee want ondanks zijn fortuin krijgt hij af te rekenen met tal van persoonlijke beproevingen.

Dit is echt een film van episch formaat. In de eerste plaats door de magistrale acteerprestatie van Day-Lewis (daar alleen voor de moeite waard!). Daarnaast wordt is het ongelofelijk hoe de Midwest anno 1900 in beeld werd gebracht. Wie es gewesen wass. Ook qua verhaal vond ik het een heerlijke film. De hoofdpersonages maken een hele ontwikkeling door en de opbouw naar het einde vond ik werkelijk super. Vooral de botsingen tussen Eli Sunday en Daniel Plainview zijn een geniale uitting van de gewrochtheid van een Amerikaanse tijdsgeest vol tegengestelde waarden. Ook de muzikale score was dik in orde en bracht de sfeer er helemaal in.

Alleen, het is niet bepaald licht entertainment. Dit is betrekkelijk zware kost. Niet dat er op goedkoop sentiment of wordt gespeeld, maar bij momenten gaat het er vrij hard en cynisch aan toe. Zo hard zelfs dat de zaal moest lachen. Bovendien ligt het tempo bijzonder traag. Verwacht geen flitsende dialogen of keiharde actie. Alles draait rond het onderdompelen van de kijker in de sfeer en de lankmoedigheid.

En toch. Ik vind dat hij terecht een oscar verdient. Als je eens wil genieten van een epos zonder weerga: zeker kijken.