Netsensei

Much Ado About Nothing

Verkennen

Onze eigen lolcat

En zo trok zaterdag een nieuwe bewoner ons appartement.

We zijn allebei kattenmensen, maar we hebben de boot lang af gehouden. In huisdier zit het woord huis en we hielden de jongste altijd voor dat een appartement geen huis is. Expectation management and all that. Maar we wisten allebei wel dat we eerder vroeg dan laat toch wel een beest in huis zouden halen.

Haar baasjes konden niet langer voor haar zorgen wegens allergische toestanden. In december lanceerden ze een eerste oproep. We hielden ons beschikbaar maar de zaak ging toen niet door. Uiteindelijk bleek deze week dat er toch actie moest worden ondernomen. En zo stapte Mabelle, de Britse korthaar, gisterenmorgen uit haar kooitje in onze living.

Ondertussen zijn we goed een dag verder en wordt hier duchtig verkend. Overal op springen, alles besnuffelen, geurtjes verspreiden,… We dachten dat ze zich nauwelijks zou vertonen, maar ze loopt hier ondertussen rond alsof de boel al helemaal van haar is. Het voetbankje dat bij mijn Pöang hoort, werd al opgeëist als favo ligplaatsje, elk geluid op straat is reden om aan het raam te staren en ze volgt ons overal zonder ons uit het oog te verliezen.

Benieuwd hoe ze het de komende weken zal doen.

Kamers

Vandaag gehoord:

Je leven is als een huis met verschillende kamers. Het is nooit goed om te veel aandacht aan enkele kamers te besteden en andere nooit te verkennen.

Ik heb de laatste jaren mij wat te hard beperkt tot enkele kamers van mijn leven. Dat zie ik sinds enkele maanden in. Geen nood, ik neem sinds kort de tijd om het hele huis te verkennen. Dat levert soms verrassende conclusies op, maar het doet vooral deugd om dat eindelijk te doen.

Toronto II

Verslagje met een dagje vertraging. Gisteren hebben we Toronto verder verkend. We trokken eerst naar Yorktown. Dit is het oude centrum van de stad en naar volgens de Lonely Planet gids zouden er heel wat leuke winkeltjes en een pittoreske buurt aantreffen. We vonden er de indrukwekkende St Lawrence market, een overdekte hal voor een permanente markt. Op de gelijkvloerse en ondergrondse verdieping stonden er rij na rij met togen vol verse vis, vlees, specerijen, brood en meer. Tussendoor merkten we ook afrikaanse stalletjes met prullaria op. De wijk zelf stelde dan weer teleur. Veel meer dan de gemiddelde lei met herenhuizen in het Antwerpse was er niet te zien.

Rond de middag trokken we dan maar naar de andere kant van de stad: Kensington market en Chinatown. Halverwege vonden we het toch net iets te koud en besloten we in Toronto’s fabuleuze ondergrondse PATH systeem te duiken. We bevonden ons onder het kloppende financiële hart van de stad en Canada: de Toronto Stock Exchange. En dat merkten we aan de drukte en de talloze zakenmannen en -vrouwen die er gehaast lunchten. Eén van de mooie wonderbaarlijke elementen in het PATH systeem zijn de zogenaamde Food halls: een hall vol met publieke – gemeenschappelijk onderhouden – tafeltjes en stoeltjes en daarond talloze stallen van grote ketens zoals McDonalds tot de lokale Thaï, Griek of Italiaan die een snelle hap aanbieden. Iedereen koopt er zijn lunch en het had veel weg van een drukke Alma, Overpoort of Brug. Met dat verschil dat het er vol liep met kantoorwerkers, accountants en dies meer. Allemaal in druk gesprek of verslingerd aan hun mobieltje of blackberry.

Kensington Market en ChinaTown bereikten we uiteindelijk met de ultragoedkope metro. Eerlijk gezegd viel ook die wijk wat tegen. Veel was er nu niet te zien en op straat waren de meesten te gehaast om de eerste koude te ontsnappen. Chinatown was dan wel weer speciaal: letterlijk Azië in het midden van Toronto. Op een streep van een kilometer loopt het vol met aziaten, Chinezen, Thaï, Vietnamezen,… zelfs de straatnaambordjes zijn in het Chinees vertaald. En de winkels die toch op straat hun waren uitstalden hadden de meest exotische groenten, vlees,… uit het verre oosten in de aanbieding.

Uiteindelijk belandden we terug op Yonge Street. ’s Avonds brachten we door in het Iers/Canadese café tegenover het hotel. De Toronto Maple Leafs speelden een hockey thuismatch tegen Annaheim. Hockey is hier de nationale sport. Persoonlijk vind ik een spelletje hockey meer schwung hebben dan voetbal. De puck gaat razendsnel rond en de dik ingepakte spelers schieten razendsnel en trefzeker over het ijs. Best wel spectaculair om groot scherm te zien.

Vandaag zijn we met de auto dan weer een goede 500 kilometer noordoostelijker getrokken. We checkten in de late middag in in ons hotel dat een toch wel zeer fancy motel blijkt te zijn. Tot nu toe hebben we geen klagen over de verblijven: allemaal zeer proper en de kamers zijn bijzonder ruim naar Europese standaarden. Bovendien krijgen we – bij wijlen gebrekkig – internet en de beruchte Amerikaanse cable tv bij. Het inchecken ging tot nu toe altijd zeer vlot. De receptionist had ons vanavond wel de verkeerde kamer toegewezen. Met onze sleutelkaart konden we een kamer binnen die bezet was door een andere hotelgast. Gelukkig was de persoon in kwestie niet aanwezig en we vertrokken meteen toen we de bagage zagen liggen. De receptionist wees ons meteen een andere kamer toe.

Ottawa zelf is samen met Montreal één van die laatste grote stedelijke centra voor het wilde en natuurlijke Canada begint. Op weg hier naartoe hebben we de natuur gaandeweg zien veranderen. Alles ziet er hier net iets meer verweerd uit door de winterkoude. En de flora ziet er ook redelijk robuust uit. Vooral veel dennen. Op weg hier naartoe zagen we redelijk wat kadavers – ook wel roadkill genoemd – van herten, possums en andere beesten langs de kant van de weg. Zij die het niet haalden van het verkeer op de highway.

Het weer is hier trouwens sinds een dag of twee omgeslagen en het kwik heeft een flinke duik genomen. Het vriest hier ’s nachts en overdag staat er buiten een strakke, ijskoude wind. Niet echt weer om buiten te komen. Ottawa heeft zeker niet de grandeur van de reeds bezochte steden. Wat opzoekwerk leert ons dat er wel wat klassieke kunstmusea zijn maar uiteindelijk is de hoofdstad van Canada vooral een administratieve bestuurscentrum vol publieke kantoren en instellingen. We plannen straks onze dag van morgen en we vertrekken vrijdagmorgen vroeg naar het grotere broertje: Montréal.

Toronto

Gisteren trokken we onze stapschoenen aan (en na koffie bij Starbucks) en verkenden we Toronto. Het hotel ligt hier in een zijstraat van Yonge Street. Dit is een befaamde asfalt strook hier en staat bekend als de langste straat van Toronto. In Toronto strekt ze zo’n 100 kilometer ver maar in ruime zin loopt ze eigenlijk door tot in Minneapolis. Yonge is het kloppend hart van commercieel Toronto. Vandaar trokken we naar Bloor Street waar alle hippe kledingzaken zich bevonden. Fashionminded zoals we zijn hielden we het op wat etalage kijken.

De eerste echte stop was de wijk Annex: een residentiële wijk waar je heel wat typische Amerikaanse huizen vindt. Met de herfst en het nakende Halloween heerst er een nogal spokerige indruk. O ja, heel wat huizen zijn hier mooi versierd met pompoenen, poppen, kransen en meer. Grappig. Hoogtepunt van de Annex is het beklimmen van een klif die ooit de waterlijn van, het nu uitgedroogde, Lake Iroquois was. Dat deden we via de Baldwin Steps. Toronto zelf ligt immers op de prehistorische meerbodem. Op de klif zelf ligt Casa Loma. Dit herenhuis is een ecclectisch geheel van torentjes, waterspuwers, bouwstijlen, gebrande ramen en meer. De bouwheer was een rijke zakenman die aan het begin van de 20ste eeuw het kitscherige huis neer liet zetten maar na een paar jaar failliet ging en het van de hand moest doen. Sindsdien is het een toeristische trekpleister.

Van Casa Loma namen we de, zeer proper onderhouden en erg efficiënte, metro naar de University. U of T zoals deze alma mater heet, is een gigantische campus aan de rand van de stad. Het loopt er vol van studenten en personeel. We bezochten even door de oude gebouwen van Trinity College en Hart House. Na het middageten besloten we af te zakken naar het moderne Toronto.

Eerste stop waren de gebouwen van de CBC of Canadian Broadcasting Center. Er was een klein museum waar je een heleboel props, poppen uit kinderprogramma’s, microfoons en machines terug kan vinden uit hun TV geschiedenis. We namen ook een kijkje in de radiostudio’s van de CBC. Vlakbij ligt de befaamde CN Toren. Dit is zo’n beetje de hoogste toren van de streek met 500+ meter. Inclusief Antenne. Voor een paar dollar namen we de lift omhoog waar we getrakteerd werden op een prachtig uitzicht ondanks het bewolkte en ietwat regenachtige weer. Speciaal is de ‘glass floor’: een glazen vloer waaronder 500 meter leegte gaapt. Niet voor mensen met hoogtevrees. Tenslotte besloten we terug richting Yonge te trekken via het PATH systeem. Toronto is niet alleen een bovengrondse stad, maar ook een ondergrondse. Een systeem van gangen, ondergrondse winkelcentra en veel meer vormen een gigantisch systeem van tunnels die je toelaat om door het centrum te lopen zonder ooit bovengronds te komen. Gezien de complexiteit neem je beter een plannetje mee want je verdwaalt er zo in. Maar speciaal is het wel.

De avond besloten we met een maaltijd in het lokale, zeer hippe Hard Rock Café. Tijdens het wachten op een plaatsje buiten werden we een paar aangesproken met de vraag of we geen ‘bouncers’ waren. Niet dus. Vandaag trekken we richting Kensington Market en Little Italy. Het is hier een stuk kouder dan gisteren. Dat belooft!

Wien

Het zal de komende dagen ietsje stiller worden. Ik vertrek morgen namelijk naar [tag]Wenen[/tag]. Drie dagen rondetafelconferentie en keihard discussiëren over audiovisual preservation. Onder andere met deze collega’s. Donderdavond is er een Heurigen gepland. Wat dat voor beest is? Sla daar eens wikipedia op na! Ik heb trouwens een extra nacht geboekt zodat ik zaterdag Wenen voluit kan verkennen. Zondag zou ik normaal terug thuis moeten zijn.

Auf Wiedersehen!

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's