Jogger
Eens in de week trekt hij zijn ietwat versleten sportschoenen aan. Dan gaat hij lopen. Langs het water, langs de ondergaande zon. Terwijl vlakbij de stad in de verte voorbij raast, glijdt hij in het ritme dat hem zo vertrouwd is.
Nu eens passeert hij voorbij wagens die al een eeuwigheid lijken geparkeerd te zijn op de oude, verweerde kasseien. Dan weer kruist hij een eenzame wandelaar die, sigaar in de mondhoek en diep verzonken in de kraag van zijn jas, de spaniel van het bazinnetje uitlaat. Zijn enige metgezel zijn de condenswolkjes van zijn warme adem. En de rust waaraan hij zich na een lang werkdag eindelijk kan overgeven.