Netsensei

Much Ado About Nothing

Software

Ik bouw een home server

Een home server is een computer in je huis die een aantal digitale diensten aan biedt. Opslag, backups, printer, streaming media, gaming,… Ik had al even het idee om een home server op te zetten. De kerstvakantie en de coronamaatregelen zijn een goede gelegenheid om er een hobby project van te maken.

De directe aanleiding? In onze bureaukast staat er een kartonnen doos vol met oude harde schijven. Op die schijven staan, onder andere, onze oude digitale foto albums. Die data wil ik veilig stellen en toegankelijk maken voor de toekomst. En dan is er nog een pak data die ook in de cloud steekt.

Niet alleen dat, ik wil op mijn home server ook een aantal nuttige services installeren zoals Nextcloud, Wireguard en Beehive. Op Github vond ik een Awesome Self Hosted lijst met nog een heleboel extra software die ik wil verkennen.

Blijft nog de keuze voor de hardware over. Ik heb gekozen voor een Intel NUC8i3BEH barehones die ik opvul met:

  • Crucial 8Gb RAM DDR4 SODIMM 2400MHz
  • WD Black 250Gb SN750 SSD NVMe
  • Samsung 860 EVO 1Tb 2.5 Inch
mini computer
mini computer

Waarom koos ik voor een Intel NUC?

  • De NUC is piepklein en neemt nauwelijks plaats op mijn bureau in.
  • Dit is een bijzonder energiezuinig toestel.
  • Buiten een enkele, regelbare fan bevat dit toestel geen bewegende onderdelen. Deze computer maakt nauwelijks lawaai.
  • De ingebouwde Intel i3 processor en Integrated Intel Iris Plus Graphics 655 GPU combo is voldoende krachtig.
  • Het geheel koste me 423 EUR wat een goed prijspunt is tussen een zelfbouwkit Raspberry PI4 en een midrange Synology NAS.

Ik heb ondertussen Proxmox geïnstalleerd. Zo kan ik meerdere virtuele machines op de NUC tegelijk draaien. Bijvoorbeeld Ubuntu 20.04, en CentOS 7. Of RockyLinux in de toekomst.

Nu is het kwestie om gaandeweg verder te bouwen.

Dispatches

Ik ben begonnen in Frank Herbert’s Dune. Ik had de sample al even op mijn Amazon Kindle staan. Nauwelijks 20 minuten ver en ik zit volledig in het verhaal. Qua opening kan het alvast tellen. Nu de rest van het boek.

The Atlantic publiceerde vorige week The Age Of Tech is Over. Software eats the world. En nu de markt van (multi)media zo goed als opgegeten is, willen gevestigde waarden zoals Amazon andere markten bedwingen. Retail om er zo maar eentje te noemen. Instagram doet een pivot en wordt de ‘Sears catalogus voor de Millenial’. Een digitale Trois Suisses, quoi.

De functie van de silo’s evolueert. Instagram, dat was ooit om een kiekjes uit het dagelijkse leven tot een feed van leuke Polaroid herinneringen te rijgen. Instagram is dus aan het vervellen tot een fashion catalogus. Het veld ligt de facto open om die oorspronkelijke functie over te nemen. Er ligt een opportuniteit voor federated platformen zoals Pixelfed om in het gat te springen.

Ik veronderstelde dat het integreren van OAuth in Symfony een Moeilijke Kwestie zou zijn. Niks bleek minder waar. FOSOAuthServerBundle is de juiste keuze. Ik blijf denken in patronen. Ik hou dezelfde architecturale principes aan doorheen de technische implementatie van het beheer van gebruikers, records, clients,… Zo kan ik het tempo om de dingen te bouwen een stuk sneller laten schakelen.

Een teken van deze Modern Times. Jongeren bezoeken meer musea en galleries. Niet zozeer voor de permanente collectie, wel om te de-stressen.

Raspberry Pi: de eerste week

O ja. Mijn Raspberry Pi werd eerder deze week geleverd. Er landde een mooie kartonnen doos van SOS Solutions. In de doos zat de Pi en een aantal kabels. Ik moest enkel maar de stroom & de TV aansluiten, een toetsenbord en een muis opduikelen en de SD kaart inklikken.

Mijn Pi werd geleverd met OpenELEC, een Linux distributie die dienst doet als Mediacenter software. Ook qua software moest ik dus niets extra’s installeren. Zodra ik de stroom aansloot schoot er leven in de Pi.

De grootste hindernis van die eerste avond was de netwerkaansluiting. Ik had gekozen voor een extra TL-WN723N Wireless adapter over USB. De Pi heeft immers enkel een kabelaansluiting en ik wilde een extra kabel naar mijn router vermijden. Helaas slaagde ik er niet in om het apparaatje aan de praat te krijgen. Af en toe was er reactie, maar elke poging strandde met de melding dat OpenELEC geen verbinding met het netwerk kon maken. Liever dan verder te knoeien heb ik dan toch maar een extra netwerkkabel aangeschaft.

De Pi beschikt slechts over 2 USB aansluitingen. Net voldoende om mee uit de voeten te kunnen. Dat ik de TL niet kan gebruiken is dus nog niet eens zo erg. In de ene steekt momenteel een Apple keyboard die ook als USB hub dienst doet en waaraan meteen ook mijn muis hangt. Op termijn verdwijnen die waarschijnlijk aangezien ik via een shell de Pi vanaf het netwerk kan benaderen als het op onderhoud aankomt. Aan de andere aansluiting hangt er een externe LaCie harde schijf.

Het wordt pas echt ideaal als je een netwerkschijf (NAS) in je netwerk hebt steken. In mijn geval is dat een Apple Time Capsule. Ik kan de bestanden vanaf elke machine benaderen. Ideaal want zo kan ik via mijn laptop mij mediabibliotheek beheren. De Pi hoeft dan niet echt veel meer te doen dan die bestanden over het netwerk te streamen naar de TV. Wel wil ik op termijn een dedicated NAS schijf aanschaffen en de Time Capsule terug inzetten waar ik ze oorspronkelijk voor had aangekocht: backups maken van mijn Macbook!

Wie TV zegt, zegt afstandsbediening. Ik kan lopen aanklooien met CEC, maar waarom het mezelf moeilijk makkelijk als het makkelijk kan? De feitelijke mediacenter software is XBMC en die heeft een soortement afstandsbediening app voor Android en iOS. Via mijn GSM kan ik over het netwerk dus perfect mijn Pi aansturen en navigeren door de catalogus. Ideaal!

De volgende stap is om ook muziek uit de Pi te laten komen. Ik kan daar alle kanten mee uit. Er is ondersteuning voor AirTunes en er is ook al iemand die de Pi heeft geïntegreerd als Spotify Server.

Ben ik tevreden over de aanschaf? Tot nu toe wel. Een paar quirks niet na te spreken. Qua prijs kom ik op ongeveer hetzelfde uit als een Apple TV. Alleen is dit een open systeem en kan ik dus met mijn Pi later nog altijd alle kanten uit.

Een nieuwe slimme foon

Een dikke twee jaar oud is hij, mijn GSM. Ik denk niet dat ik ooit een beter toestel heb gehad. Mijn Hero is mijn eerste smartphone. Met Android op. Tegenwoordig Foursquare, Facebook en Twitter ik er mobiel duchtig op los

Zoals dat gaat, kreeg het toestel na een tijd geen updates meer wegens verouderd. Ik loop dus sinds een jaar met een gehackte telefoon rond om toch maar Android 2.3 te kunnen gebruiken. Maar slijtage hou je niet tegen, en sinds een maand of drie vertoont mijn telefoon echt kuren. Om te beginnen is hij niet zomaar traag, maar trrrraaaagggg. Als in: start een applicatie op en ga u een koffie schenken traag. Verder reageert het scherm steeds minder goed. Het toestel herstart soms spontaan. Een SMS sturen is een drama met een slecht reagerend toetsenbord en nieuwe berichtjes komen geluideloos toe ook al staat het volume op 10.

En dus moet ik met spijt in het hart toegeven: mijn Hero is industriële archeologie geworden en hoort uit zijn lijden te worden verlost.

Ik ga dus een nieuwe GSM moeten kopen. Niet dat ik nog eens ik-weet-niet-hoeveel-geld aan een slimme ‘foon wil geven. Twee jaar later ben ik nog altijd van mening dat een iPhone belachelijk veel geld kost. En de Samsung Galaxy Nexus, de rechtstreekse concurrent, kost eveneens waanzinnig veel. Maar een Android toestel wordt het sowieso. Ik denk prijsklasse 200 euro. De waarheid is immers dat een moderne smartphone goed twee jaar mee gaat. Het ding mag dan op zich al niet kapot gaan, je moet de software wel regelmatig een update geven. Het zijn ondertussen immers kleine computers. En die software, tjah, die durft na een tijdje wel erg veeleisend te worden. En dan moet je kiezen. Voor een bescheiden gadgetfreak wordt het dan wel lastig om compromissen te sluiten. Tenzij over de prijs.

Mogelijke deelnemers:

De San Fransisco ofte ZTE Blade die bij Mobistar als zoete broodjes over de toog gaan. Kameraad A. heeft er eentje sinds de zomer. Geweldig toestelletje, heel content van. Maar ondertussen schijnt er al weer een opvolger in aankomst te zijn.

Dan is er de Samsung Galaxy Gio. We kochten die vorige maand voor huisbaas J. zijn dertigste. Hij is er eveneens heel content mee. Een heel degelijk toestel voor een eerlijke prijs.

Maar mijn voorkeur gaat uit naar de Huawei IDEOS X5. Die is een stuk krachtiger dan de Gio. CoolBlue verkocht die tot vorige week. Maar toen ik hem vandaag wilde bestellen bleek hij “Niet meer leverbaar” te zijn. Bummer! Ik heb een vriendelijk mailtje gestuurd om te vragen of er nog toestelletjes binnen komen. Benieuwd wat het antwoord zal zijn.

Hm. Qua prijs/kwaliteit ligt het allemaal wel heel dicht bij elkaar. Als de X5 niet lange verkrijgbaar is, anders wordt het de Gio. Yep, nieuw speelgoed krijgen/kopen zo rond de feestdagen, da’s altijd leutig.

Wat is Drupal

Mja, wat is Drupal? Ik blog er wel eens over. Maar eigenlijk neemt het flinke hap van mijn leven in. Als ik er al eens iets over vertel, dan verlies ik al eens snel mijn gesprekpartner. Tjah.

Om even een lange lap tekst te vermijden, een korte presentatie:

Drupal is dus software waarmee je snel een website kan bouwen en gemakkelijk onderhouden. Vroeger was een systeem zoals Drupal voornamelijk bedoeld om snel pagina’s te maken en tekst te publiceren. Eventueel opgeleukt met een fotootje. Vandaag ligt dat anders. Websites zijn meer dan een verzameling pagina’s. Het zijn echte applicaties geworden. Denk maar aan Facebook, Twitter of Google. Maar ook: webshops, weblogs, forums, media,…

Drupal probeert aan die behoefte om meer te kunnen, te voldoen. Eigenlijk is het een blokkendoos: zowat alle functionaliteit komt als modules. Jij activeert de modules die je nodig hebt om jouw site te kunnen bouwen. Daar houdt het niet bij op. Naast de standaardmodules kan je ook nog eens 8000+ modules vrij downloaden en gebruiken.

Allemaal gratis? Jawel, allemaal gratis! Hoewel, gratis is hier niet het juiste woord. Drupal is vrije software. Dat betekent dat de licentie je toelaat om vrij de broncode te downloaden, te bestuderen, aan te passen, uit te breiden en zelf opnieuw te verspreiden. Voor noppes en nada. Dat is de grote kracht aan Drupal. Met je laptop en vrije software kan je meteen aan de slag. Drupal is een succesnummer omdat er duizenden ontwikkelaars over de hele wereld de klok rond bezig zijn om nieuwe stukken toe te voegen, te onderhouden of te verbeteren.

Voor een groot deel wordt dat gedaan uit puur idealisme. Of omdat het gewoon kicken is om iets te schrijven in je vrije tijd en te zien dat Grote Projecten daar dan gebruik van maken. Voor heel grote groep mensen is Drupal dus een hobby. Maar voor heel wat mensen, zoals ik, betekent het dagelijks brood. Op het werk bouwen we alle projecten met Drupal. Onze klanten betalen ons dan ook niet voor de software zelf, maar omdat we die door en door kennen en er heel snel, veilig en stabiel hun project mee kunnen bouwen.

Klanten vertrouwen ons dus. En wij vertrouwen Drupal en de mensen die het onderhouden. Dat doen we niet zomaar. Omdat het zo belangrijk is dat Drupal steeds beter wordt, geven we ook terug aan het Drupal project. Vinden we in ons dagelijks werk een bug? Dan fixen we die. Hebben we een module gebouwd die zo handig is dat anderen er ook wat aan hebben? Dan zetten we die vrij on line… en krijgen we al snel feedback terug hoe we die nog beter kunnen maken.

Voor de meesten klinkt dit allemaal heel erg vreemd. Zomaar gratis weggeven? Dat doet zelfs Microsoft niet! Klopt. Je betaalt Microsoft om hun software te mogen gebruiken. Je mag er dus zelf niets aan aanpassen of verbeteren. Een fout ontdekt? Helaas: je zal moeten wachten tot Microsoft die corrigeert.

Het mooie aan vrije software is dat het ook echt werkt. Door de software zelf niet te gelde te maken maar op basis van respect en vertrouwen te werken, wordt ze vanzelf beter. Wie daar meer over wil weten raad ik het essay The Cathedral and the Bazaar van Eric S. Raymond aan.

Afin. Dat is natuurlijk niet het enige. Het motto achter Drupal is: Come for the software, stay for the community. Er worden over de hele wereld bijeenkomsten georganiseerd. Zoals de lokale drupal user groups waarbij geïnteresseerden maandelijks samenkomen om nieuwe weetjes en tips uit te wisselen. Of DrupalCamps die soms uitgroeien tot heuse beurzen. En natuurlijk is er tweemaal per jaar een DrupalCon waarbij hackers over de volledige wereld bijeenkomen. Daarnaast kennen de meeste in het wereldje elkaar ondertussen.
Er zijn zelfs al relaties uit Drupal gegroeid… en, jawel, op Drupalcon Londen is er tijdens een sessie zelfs een huwelijksaanzoek gebeurd tussen twee drupalista’s!

Tjah, Drupal neemt dus nogal een grote hap in. Ik heb al een piepkleine bijdrage aan Drupal geleverd, onderhoud een module, fix bugs, schrijf links en rechts documentatie, bouw er websites mee en what-not. En dat voor iemand die er als student gewoon mee beginnen prullen is op zijn computer op zijn slaapkamer. Niet slecht!

Nog meer weten? En je hebt wat tijd? Dan raad ik je de talk van Gabor Hojtsy op DrupalCon Kopenhagen van vorig jaar even te bekijken.

Zelf eens spelen met Drupal? Dat kan. Je hoeft de software ook niet zonder meer te downloaden. Je kan op Drupal Gardens zelf een Drupal site maken en beginnen rondklikken. Net zoals je dat kan met WordPress.com of op Blogger.

Dit was het weekend

Het ging weer eens veel te vlug voorbij, dat weekend. Zondagavond en ik ben afgepeigerd. De afgelopen 48 uur zag er ongeveer zo uit:

Vrijdag eerste Vama Veche avond. Een beetje verkennen. Ik had voor de verandering mijn D50 nog eens bij. Er waren optredens maar uiteindelijk heb ik enkel het laatste van yUko gezien. Hun muziek heeft nogal veel weg van Mono – zeer zweverig – en hun zanger klinkt als Thom Yorke. Helemaal bevreemdend werd het toen ze ook nog eens een zaagblad bespeelden. Ik heb dan ook hun CD gekocht om als potentiële achtergrondmuziek tijdens het werk uit te proberen.

Zaterdag was werken. Ik had onverwacht een opdracht tegen een deadline gekregen en die heb ik met beide handen aangenomen. ’s Avonds stond ik samen met nog een paar andere vrijwilligers achter de bar van Vama Veche. Ik geloof dat ik dan een pintje teveel heb getapt. Er werd nogal wat geconsumeerd want zo goed als de frigo’s volgestouwd waren met Vedett en Kriek, tegen het einde  van de avond konden we niet bijhouden met aanvullen.

Vandaag was er dan weer de documentatiesprint voor Open Atrium bij Krimson in Antwerpen. Ik heb daar een middag  meegeholpen. Ik heb er wat beter kunnen kennismaken met de mensen van Krimson en meteen ook eens serieus met Open Atrium kunnen spelen. Beestige software, u hoort er nog wel van!

Reden genoeg om vroeg in bed te duikelen om morgen de werkweek fris en monter aan te vatten.

Bookmarks van november 8th tot november 16th

links for 2008-01-11

Back in the day

Vandaag heb ik mijn tanden wat stuk gebeten op het aan de praat krijgen van twee open source paketten: heretrix en webcurator. Allebei stukjes software om websites te harvesten.

Het eerste pakket lijkt eenvoudig te installeren: gewoon de stappen volgen. Alleen weigert de executable de paswoordfile die we hem voeren uit te lezen omdat de rechten op die file veel te los zijn. U zegt? Normaal duiken er problemen op omdat de permissies op een file veel te streng zijn. Niet zo in dit geval. Omdat we de Windows versie gebruiken even geknoeid om de files ‘alleen lezen’ te maken voor een beperkte user account. Maar zelfs dat weigert dit stukje software aan te nemen. Bizar.

Pakket twee is een typisch geval van cryptische documentatie. Een punt waar ik de pest aan heb is dat documentatie geschreven is volgens het stramien stap 1, 3, 5, 7, 9,… en de gebruiker mag door deductie de lege vakken maar zien in te vullen. Niet echt handig als je opeens ergens vast komt te zitten. Natuurlijk moet je ook niet echt rekenen op een grote gebruikersbasis met veel support.

Brengt mij tot de opmerking van collega W.: vroeger, toen de beesten nog spraken, waren computers iets wat typisch tot het geekdom behoordde. Je kocht er eentje en de software moest je goeddeels zelf schrijven. Dat leidde tot magazines waarin je ganser gepubliceerde listings van grave software (games!) kon vinden die je maar had in te tikken waarna je ervan kon genieten. Volgens collega W. hadden die magazines de gewoonte om ergens enkele lijnen in zo’n listing niet te publiceren zodat het programma enkel bruikbaar was voor de uitverkorenen die voldoende inzicht hadden om de code aan te vullen en te verbeteren waar nodig.

Met mijn ervaringen van vandaag moet ik toegeven dat Open Source in een aantal gevallen toch wel nog de neiging heeft om die weg uit te gaan: zuinige documentatie, ontbrekende bibliotheken en installatieprocedures die je zelf maar moet zien samen te stellen omdat toevallig nét jij niet over dezelfde configuratie als de oorspronkelijke programmeur beschikt.

Frustrerend is dat dan. En dan zeggen dat er een stroom is die denkt dat Open Source op het punt staat door te breken. Ja, voor grote projecten die begrepen hebben dat gebruiksvriendelijkheid bestaat uit goede documentatie en de betere support misschien… mjaja.

Voorbereidingen

  • Data van mijn computer gebackupt op mijn 500Gb externe schijf? Check!
  • Veldbed en slaapzak? Check!
  • Tandenborstel? Check!
  • Computer met alle benodigde software? Check!
  • Rekwisieten voor deze editie: klimopplantjes en rood/wit lint? Check!
  • Sneukelarij en drank? Check

Me dunkt dat ik er klaar voor ben! Eerst alles hier afbreken en inpakken. Straks afzakken richting Deinze

« Vorige blogposts Pagina 1 van 2 pagina's Volgende blogposts »