Sinds een maand of twee is er in Brugge een nieuwe klimzaal geopend:
Onyx Boulder. En niet eens zo heel ver van mijn
voordeur. Met de fiets ben ik er op vijf minuten tijd. Ideaal! Ondertussen ben
ik twee keer gepasseerd.
Eerlijk gezegd zijn er enkele jaren gepasseerd sinds ik laatst mijn klimschoenen
aantrok. De eerste keer hield ik het geen uur vol, voor mijn armspieren in
staking gingen. Maar plezierig was het wel. De routes zijn heel inventief
gemaakt, er is voldoende variatie in moeilijkheidsgraad, en er is voor elk wat
wils. En er is ook een grote kilter board.
Toen ik een tweede keer ging, hadden ze een paar oude zetels op de kop getikt en
die naast de dikke valmatten gedropt. Je kan dus even een luie zetel uitblazen
en kijken naar hoe anderen de muur proberen te veroveren.
Ze hebben er ook een fijne bar, met keuken. Ik heb meteen hun pasta geproefd, en
die smaakte alvast naar meer. Ideaal om er ’s avonds na het klimmen nog iets te
eten. De uitbaters willen er meer van maken dan klimmen alleen met activiteiten
allerhande zoals film avonden.
Boulderen is wel ideaal om het hoofd even leeg te maken, maar ik ben er ook geen
23, laat staan 33, meer. Ik ben mij hard bewust van alle mogelijke manieren
waarop ik blessures kan oplopen. Ik ben ook duidelijk niet de jongste die er
rond loopt. Maar als het lukt om regelmatig te gaan, dan kan ik wel iets moois
voor mezelf opbouwen. En daar kijk ik wel naar uit.
In de voorbije weken is me beginnen dagen dat ik mentaal totaal niet klaar ben
om op rots te klimmen. Dat werd me klaar en duidelijk toen Tom de mail
uitstuurde naar de deelnemers voor het volgende klimweekend. Marche-Les-Dames en
multi-pitch bezorgden me spontaan klamme handen. Neen. Het was me toen
wel duidelijk: I wasn’t going to enjoy myself. En daarvoor doe ik het
toch uiteindelijk.
Toen ik mijn opzeg per mail gaf, deed ik dat met een mix van frustratie,
teleurstelling maar ook enorme opluchting omdat ik zo eerlijk was tegenover
mezelf. Leuk is het niet. Ik hier immers al zo lang naar uit keek.
Het plan is nu om in het komende jaar zoveel mogelijk in de zaal te oefenen op
het voorklimmen. Leren vertrouwen op het materiaal, vertrouwen krijgen in mijn
eigen klimervaring,… Het betekent ook veel vallen en mezelf zachtjes uit
de comfort zone pushen. Vooral ook mezelf mentaal voor te bereiden en
daar voldoende tijd voor vrij maken.
Ik heb net mijn eerste klimweekend in de Ardennen achter de rug. Hoe heb ik dat
ervaren? Wel, dit was duidelijk iets helemaal anders dan klimmen in de zaal. En
jawel, ik ben mezelf, vlugger dan ik had gedacht, onderweg tegen gekomen.
Zaterdagmorgen om 7h stond ik met een rugzak vol klimspullen en een tent klaar
om te vertrekken. Een paar uur later verzamelden ik met 6 mede-cursisten en 3
begeleiders onder het massief van Corphalie in een druilerige
motregen. Een natte rots is een gladde rots. En dus werd besloten om het weekend
te openen met de uitleg die we eerder vorige week in de zaal kregen.
Er werd gekozen voor een stuk rotsplaat waar de relais op een ruime standplaats
te vinden is: een stuk gras tussen de rotsen waar je comfortabel met 9 personen
kan staan. Hoogte? 15 meter. Niet veel meer dan in de klimzaal. Bovendien was
het meer klauteren dan echt verticaal klimmen. De wand zat vol grote spleten en
brede richels. Ideaal voor een eerste kennismaking. We begonnen met rappel maar
al snel deden we de volledige cyclus onder het waakzame oog van onze
begeleiders. Eén man die voor klom tot aan de relais, standplaats opbouwt en dan
de na-klimmer zekert tot ook die boven komt en zijn/haar leeflijn inpikt. Dan
ombouwen naar rappel en zo terug naar beneden. Het klinkt makkelijker dan het is
want er is geen ruimte voor fouten.
Zo passeerde de middag snel. Omhoog en terug naar beneden. Zo goed mogelijk
oefenen. Het leek allemaal goed te lukken. Angst? Nah. Niet echt. Zelfs niet bij
het voor klimmen ook al zaten de haken waar je jezelf inpikt, op een paar meter
van elkaar.
Alles onder controle
De dag erna zouden naar een ander massief trekken. De begeleiders lieten
weten dat het niveau een stuk hoger zou liggen nu. Dat wil zeggen:
geen klauteren maar echt klimmen. Het weer zou ook wat beter mee zitten. Na
een frisse nacht in een tentje – ik heb beter geslapen dan ik had verwacht
– trokken we met het auto konvooi richting Yvoir.
Eenmaal onderaan de rots, wel, dat was even slikken. Ze hadden niet
gelogen. Voor mij torenden rotsplaten tientallen meters de lucht in.
Granieten reuzen die uitdagend wachten op moedige zielen (of razende gekken) die
ze te lijf willen gaan. In de voormiddag werd gekozen voor een stuk wand waar
tot 30 à 40 meter zou worden geklommen. Drie routes met aan elke relais een
waakzame begeleider. We verdeelden ons in drie cordées.
Al snel stond ik alleen onderaan terwijl ik mijn klimpartner zekerde. Als
voorklimmer ging hij eerst. Ondertussen probeerde ik mijn hoofd leeg te
maken. Welke moeilijkheidsgraad was dat ook al weer? 4b gelijkgesteld aan 5a?
Makkie! Ik wandel 5a zo naar boven in de klimzaal. Dit moet toch wel lukken!
Matthias, départ!
Zo weerklonk het. En toen vatte ik de tocht omhoog aan. Na enkele meters bleek
dat dit totaal iets anders was dan in de zaal. Geen gekleurde grepen die je de
weg wijzen. Enkel een grijze, koude granieten steen voor je neus met af en toe
een uitsparing, een richeltje, spleetjes en kieren en hier en daar een
uitstekend blokje. Ik begon sneller te ademen, mijn handen en voeten kregen het
koud. Ik voelde hoe mijn benen oncontroleerbaar begonnen trillen. Golven van
angst en paniek begonnen door mijn lijf te gieren. Waar ben ik in godsnaam aan
begonnen? Er was geen weg terug, ik moest wel naar boven. En dat deed ik ook.
Boven pikte ik in op de centrale zekering met mijn leeflijn, volledig buiten
adem. Ik stond volledig opgespannen en opgedraaid in mijn gordel. Mijn benen
waren pudding. Mijn lijf had het ijskoud.
Na een paar minuten kwam ik er door. Begeleider Yordi deed dat fantastisch en
liet mij ombouwen naar rappel. Terug naar beneden komen hield, vreemd genoeg,
niks in. De adrenaline verliet mijn lijf en ik genoot van de rit terug naar
moeder aarde.
Ook de tweede keer besloot ik na te klimmen op dezelfde route. Deze keer was er
afgesproken om mij sec te zekeren. Zo word ik ook gezekerd in de zaal. Het
ging een stuk beter. De stukken die ik een uurtje eerder voor het eerst deed
herkende ik nu. Ik legde mijn focus op mijn klimmen. Voldoende tijd nemen.
Letten op mijn ademhaling. Zoeken naar een goede steun voor mijn voeten om me op
te duwen. Met gestrekte armen klimmen en proberen om op mijn volledige handen te
klimmen in plaats van mijn vingertippen. Het ging een stuk beter, maar eenmaal
boven gierde de adrenaline nog steeds door mijn lijf.
Om jullie een indruk te geven, een filmpje van een andere klimmer op hetzelfde
massief:
Tijdens de lunch begon me te dagen dat dit misschien meer is dan waar ik vandaag
klaar voor ben.
In de namiddag besloot de groep om l’Aiguille te klimmen. Dat is een licht
overhellende rotspunt. Eenmaal op de top rappel je in vrije lucht terug naar
beneden. Het kost je wel twee touwlengtes om die top te bereiken. 60 meter in de
lucht. Dit was duidelijk nog een trap verder dan in de morgen. De twijfel sloeg
nu echt toe. Zelfs als ik na klom, dan zou ik nog moeten voor klimmen om op de
top te geraken. Van op de grond zag het er best te doen uit. Het niveau was
andermaal 4b dus iets wat ik best wel zou aan kunnen. Ik wilde het er best op
wagen.
Andermaal klom ik na. Andermaal arriveerde ik aan de eerste relais met
puddingbenen goed 30 meter boven de grond.
Halverweg l’Aiguille, faking confidence
Daarboven kwam ik mezelf echt tegen. De begeleiders zaten zo’n tien meter
van ons vandaan. Het kwam er op aan om volledig zelfredzaam te zijn. Ik moest er
niet aan twijfelen, hier eindigde de dag voor mij. Ik besloot om via rappel naar
beneden te zakken en te wachten tot de groep terug arriveerde langs de andere
zijde van de piek. En zelfs toen maakte ik een fout: ik stapte over het touw
waardoor mijn prussik verkeerd kwam te liggen. Het was een strijd om in ruwe
schokken beneden te geraken.
Angst, teleurstelling en vooral diep onder de indruk. Dit is helemaal niet wat
ik ervan had verwacht. In de zaal klim ik op mijn dooie gemak de 12 of 15
meter omhoog. Van angstaanvallen geen sprake terwijl de zwaarkracht in de zaal
niet anders werkt dan in de Ardennen.
Wat is er dan mis gelopen?
Wel, ik had geen veilig gevoel. De klimhaken zitten op enkele meters van elkaar.
De wind en het afwisselende voorjaarsweer speelden mij parten. Mijn lijf voelde
zich absoluut niet comfortabel. En bovenal:
Ik was bang om te vallen.
Plain and simple. Nochtans, wat zou er gebeuren als ik viel? Mijn
prefrontale cortex weet dat mijn partner mij zou opvangen en dat
de lijnen en het materiaal waar ik aan vast hing tot 22 ton kunnen dragen.
Meer zelfs, ik wéét dat dit een moeilijkheidsgraad is die ik zonder vallen kan
klimmen. Misschien maak ik wel een lelijke buiteling, maar de kans op lijfelijke
schade was – statistische gezien – vrij klein. Alleen
weten mijn amygdala dat totaal niet. Mijn reptielenbrein heeft tot nog
toe maar enkele stevige valpartijen mogen ervaren. Bovendien was dat stukje
brein totaal uit haar comfortzone. Ik weet eigenlijk niet wat ik mag
verwachten bij een iets stevigere val, laat staan wat dat dan inhoudt op rots
als je vanaf 25 hoog een 5-tal meter naar beneden dondert.
Voor de niet geïnitieerden. Dit is een voorklimmersval.
Als ik dus op rots wil leren klimmen, dan moet ik leren om uit mijn comfortzone
te geraken. En daarvoor moet ik dus de zaal in om voor te klimmen en te
vallen. Veel te vallen. Telkens een beetje hoger en meer. En ook veel minder
hard gezekerd klimmen. Op een mou in plaats van sec touw klimmen.
Leren omgaan met het onvoorspelbare van een val. Leren betrouwen op mijn
materiaal. Nog meer leren betrouwen in mijn eigen klimvaardigheid.
Ik ben ook gaan beseffen dat klimmen een ultieme oefening in mindfulness is. Er
is geen ruimte om aan andere dingen te denken, laat staan wat er zou kunnen
gebeuren. Het komt er op neer om te leren je focus te leggen op de volgende
beweging die je moet maken en de rest mentaal te blokkeren. Als het er niet
van nature in zit, dan is het iets dat slechts met oefening komt.
De hamvraag is natuurlijk: hoe zit het nu met de rest van de cursus? Wel, het is
heel simpel. Als ik niet over mijn angst geraak, haal ik het brevet niet. Het
volgende klimweekend is gepland eind Mei. Of ik er dan klaar voor zal zijn? Wel,
dat zijn vier korte weken. Ik durf het zo meteen niet te zeggen. Ik ga
mezelf voldoende tijd moeten gunnen. Het laatste wat ik ga doen is mezelf
forceren. Het moet uiteindelijk wel veilig én plezierig blijven, en dat is nu
helemaal niet het geval. Het brevet is eigenlijk het laatste waar ik momenteel
aan denk.
Jaren geleden, in 2005 of zo, moest ik voor het eerst in mijn professionele
carrière spreken voor een publiek. Een korte lezing van een 45 minuten over
audiovisueel archief digitaliseren aan de VUB. Ik had in de week voordien
gierende rolzenuwen. Ik herinner me nog levendig hoe ik vlak voor ik het podium
op moest, nog dringend het toilet moest bezoeken. En ik herinner mij nog
levendig de blackout die ik had na goed twintig minuten. Toen telde ik tot tien,
ademde ik diep in en kwam ik terug tot mezelf. Achteraf bleek ik dat goed te
hebben gedaan.
Dik 12 jaar later heb ik reeds ettelijke malen in binnen- en buitenland lezingen
en presentaties gegeven en meerdaagse trainingen geleid. Soms voor een groep van
nauwelijks 7 man, maar even goed voor een publiek van +100 mensen.
Ondertussen vind ik spreken voor een publiek fijn om te doen. Topic kiezen, de
voorbereiding, slides en een demo opstellen, een presentatie vlot en binnen de
toegemeten tijd geven: dat lukt allemaal heel vlotjes. De tijd dat ik met een ei
in mijn broek het podium betreed heb ik al lang achter mij gelaten. Mijn laatste
acte de présences had ik rond de jaarwissel. Eerst op een
eigen studiedag en een dikke maand later op de Brussels Art Fair
op vraag van de Koning Boudewijnstichting. En Had ik schrik? Geen moment
eigenlijk. Eenmaal vooraan concentreer ik mij niet op het publiek. Ik ben zelfs
helemaal niet bezig met wat ze denken. Het enige waar ik mee bezig ben is het
afwerken van de inhoud die ik heb voorbereid.
Wat ik vooral geleerd heb is dat voorbereiding en ervaring de sleutel zijn. Door
veel te spreken ben ik me gaandeweg comfortabel beginnen voelen en is
de angst grotendeels verdwenen. Ik heb geen vast script met een uitgetypte
tekst. Ik hou het op een spiekbriefje met enkele bullets en de woorden volgen
van zelf. Dat laat me toe om af te wijken, te variëren in snelheid of meer of
minder technisch te spreken.
En net zoals leren spreken voor een volle zaal moet ik nu ook leren om
comfortabel te klimmen en te betrouwen dat het materiaal en mijn klimpartner hun
werk zullen doen.
Kickoff van de cursus KVB3! Ik maak deel uit van een kleine groep dappere
klimmers die uit de zaal willen breken. Gisterenavond ondergingen we onze eerste
les. We bouwen verder op wat we in de cursus KVB1 & 2 leerden. Op rots
combineren we straks immers voor én na-klimmen. Wat ik onder andere onthouden
heb:
Om een relais op te bouwen heb je toch 5 schroefkarabiners nodig.
Met een reverso zeker je je partner terwijl die na klimt.
Eenmaal boven bouw je om zodat naar beneden kan abseilen (rapel).
Je bent bij rapel dubbel gezekerd: via je je reverso én via een prusik.
Oefenen, oefenen, oefenen om alle handelingen onder de knie te krijgen.
Steenslag. Steenslag overal en altijd. Dus: Helm!
Lunchen doe je uiteraard niet aan de voet van de rotsen.
Je bent buiten. in de Great Outdoors. Dat is iets helemaal anders dan in
de zaal.
…
Dit weekend zitten we in Corphalie en bivakkeren we in
Ferme de Ronchinne. Jawel. In tentjes. Hopelijk zit het weer een
beetje mee en wordt het toch nog net iets warmer dan de laatste dagen. Ik heb
alvast een warme klimbroek aangeschaft.
Matthias, hoe lang klim je nu eigenlijk al? Een dikke vijf jaar. Op mijn 29 ben
ik begonnen. Medailles ga ik er dus niet meer mee winnen. Maar in
tegenstelling tot voetbal of fietsen, is dit een sport die ik nu eens echt graag
doe. Het is ook een bijzonder rijke sport waar je in kan groeien.
Ik pikte klimmen op in Antwerpen dankzij vriend J. De Wall Street was toen
onze vaste prik. Na mijn verhuis terug naar Brugge, kwam ik terecht in de Bloso
klimzaal en werd ik lid van de Brugse Bergstijgers.
In België kan je 4 klimvaardigheidsbewijzen (KVB’s) behalen. Dat zijn
een soort brevetten die je kan behalen door een cursus te volgen. Het zijn
clubs, zoals de Bergstijgers, die zo’n cursussen aanbieden. Om in de
meeste klimzalen vrij te mogen na klimmen (top rope), is een KVB 1 een vereiste.
Veel houdt dat niet in: twee lessen en een evaluatiemomentje. Het wordt pas
interessant als je de volgende brevetten wil behalen.
KVB 2, da’s leren veilig indoor voor klimmen. Het verschil met na klimmen
is dat het touw niet voor jou klaar hangt. Je bent als klimmer wel beveiligd met
een touw, maar je moet dat dus zelf inpikken in boorhaken in de muur. Leren
veilig voor klimmen kost je iets meer moeite en tijd. En je moet ook in wat
extra materiaal investeren. Maar eenmaal onder de knie, is het wel een leuke,
alternatieve manier van klimmen.
En dan is er KVB 3. Dat brevet bewijst dat je veilig op een geëquipeerde rots
kan voor klimmen. Outdoor dus. Op de massieven in de Ardennen.
Ik behaalde mijn KVB 2 in 2013. Dan was er de operatie aan mijn
rechterschouder en even de onzekerheid of ik zelfs terug zou klimmen. Het
idee om ook outdoor te leren klimmen was dus helemaal op het achterplan geraakt
in de laatste jaren. Met mijn schouder is het ondertussen quasi helemaal in orde
gekomen. En aangezien ik net de kaap van de 35 heb gerond, dacht ik bij mezelf:
“Nu of nooit. Dit is niet iets wat je nog eens vijf jaar moet
uitstellen!”
Toen de aankondiging voor de cursus KVB 3 vorige maand werd gepubliceerd,
heb ik mezelf meteen ingeschreven. De plaatsen zijn immers zeer beperkt.
Vandaag kreeg ik antwoord:
You made the cut !
Plan die weekends maar in!
Ik ga in het voorjaar van 2017 een aantal weekends in de Ardennen leren
klimmen op rots! Eind juni mag ik dan examen afleggen in de hoop het brevet
te behalen. Een heel mooi vooruitzicht alvast.
Het laatste brevet is KVB 4, maar dat is voor de alpinisten. Dan leer je alpine
klimmen. Da’s niet meteen iets wat ik vandaag ambieer. Maar het is wel
fijn om een flink stuk van de weg naar dat brevet te mogen afleggen. Had je me
tien of vijftien jaar geleden verteld dat ik dit ooit nog zou doen, ik had je
voor gek verklaard.
Buiten de tweedaagse in Frankrijk is dit weekje vakantie voornamelijk er eentje
van klussen, bezoekjes en tussendoor rusten. Quite uneventful zoals dat heet.
Du jamais laat ik ooit een terras in bankirai aanleggen. Na verloop van
tijd trekt het hout namelijk mos en algen aan. Als het dan eens regent, dan ligt
het er spekglad bij. Bovendien is zo’n groen dekwerk niet echt om aan te
zien. Hogedrukreiniger dan maar? Vergeet het. Je maakt het hout er mee kapot:
het wordt één veld van gemene splinters. Het enige wat helpt is bruine
zeep of javel, een schuurborstel, armsmeer en veel geduld.
Met de trouw van mijn schoonbroer in het verschiet, was ik toe
aan een nieuw deftig hemd/das combo. Ik ga slechts zelden op shopping
spree, dus van de gelegenheid maakten we gebruik om meteen ook wat meer mee te
grissen:
1 deftig hemd
1 das
3 trendy hemden
1 polo
1 leren broeksriem
Dankzij een actie in de kledingwinkel scoorde ik onverwachts nog eens 20%
korting op het geheel. Niet slecht!
Het klimmen loopt lekker. Ik topte een week of twee geleden niveau 6a+
en verbeterde daarmee mijn eigen persoonlijk record. In 2014 behaalde ik mijn
brevet KVB2 indoor voorklimmen maar ik heb daar nog niet
veel gebruik van kunnen maken. In de laatste weken komen ook de klimsetjes weer
terug boven. Heel fijn om dat ook terug te kunnen oefenen.
Morgen nog op familiebezoek. Maandagavond trek ik naar Den Haag voor een
vergadering op dinsdag en dan hebben we ook alweer een nieuwe week vlot op gang
getrapt.
Volgens mijn Swarm heb ik een streak van 4 weken in de klimzaal.
Dat kan maar één ding betekenen: jawel, ik ben terug actief aan het klimmen. De
schouder is voldoende hersteld. Eigenlijk stak ik in september reeds de
spreekwoordelijke teen in het water. Op zaterdag- of zondagvoormiddag
klimt er nauwelijks iemand: ik trok er dan alleen op uit om voorzichtig te
oefenen.
Als je een jaar niet hebt geklommen, dan moet je terug van nul beginnen. Je kan
niet zomaar de wand bestormen. De kinesist heeft me dagelijkse oefeningen
opgelegd om mijn schouders aan te sterken, maar een uur traversé is toch nog
steeds andere koek. Die eerste keer klimmen was dus een pijnlijke confrontatie.
Begin november ben ik terug begonnen met top rope. Tussen traversé en
top rope is er nog eens een wereld van verschil. Die eerste klimsessie
moest ik echt vechten om routes van laag niveau uit te klimmen. Na 45 minuten
hield ik het toen voor bekeken. Maar content dat ik was om terug een klimgordel
te mogen dragen!
Ondertussen zijn we een maand verder. Ik klim nog steeds niets boven niveau 5a.
Ik mag trouwens ook nog steeds niet meer dan één keer per week klimmen.
Mijn schouder laat duidelijk weten wanneer ik in het rood ga. Maar ik merk wel
de sprongen die mijn lijf maakt qua conditie. Klimmen is trouwens niet
alleen conditie, maar ook techniek: hoe kan je met een minimum aan bewegingen en
energie, een stuk overbruggen? Dat ben ik niet verleerd: het verbaast me hoe
snel ik op de wand terug val op oude reflexen zoals klimmen op de benen.
Wat ik wel mis is zelfvertrouwen op bepaalde bewegingen. Bijvoorbeeld
wanneer ik me mijn linkervoet op een crimp moet opduwen, terwijl ik mijn
gewicht steun op mijn rechterhand en doorgrijp met links: als ik weg glijd, dan
valt mijn volle gewicht op mijn rechterschouder. Eén keer meegemaakt: niet voor
herhaling vatbaar.
Nu, het vraagt allemaal wel flink wat inspanning en motivatie.
’s Morgens vroeg oefeningen te doen? Yup. Pijnlijk? Hell yes! ’s
Avonds ook mezelf motiveren om oefeningen te doen? Check. De dag beginnen
om 7h ’s morgens bij de kinesist? Doing that. De boodschap van de
dokter was dan ook vrij duidelijk: zolang ik actief wil sporten, moet ik
dagelijks blijven oefenen.
Hoe het tegenwoordig gaat met lijf en leden? Breek me de bek niet open! De
laatste weken ben ik een beetje op de sukkel geraakt.
Begin oktober heb ik het klimmen weer moeten laten voor wat het is. De
ontsteking in mijn rechterschouder stak zijn lelijke kop terug op. Na twee weken
pijn heb ik het tijdens een doktersbezoek op tafel gegooid. Ik kreeg rust, veel
ijs en ontstekingsremmers voorgeschreven. En een kine-kuur. Wegens praktischer
ben ik te rade gegaan bij de kinesist op het einde van de straat. Voorlopig
houdt hij het op duwen, trekken en sleuren op de schouder om de boel los te
krijgen en het genezingsproces te activeren. Zijn verdict: zolang ik klim zal ik
daarnaast nog extra oefeningen moeten doen met gewichten. Het is niet de
bedoeling om een spierbundel te worden, wel om mijn schouderspieren aan te
scherpen. Anders zal ik altijd blijven sukkelen met ontstekingen. Urgl.
Zo goed als ik wat gerecupereerd geraakte van de verkoudheid, werd ik, en een
pak collega’s, geveld door een bijzonder gemeen buikvirus. Ik heb twee
dagen rillend in de zetel doorgebracht terwijl ik overleefde op thee en
cracotten. Gelukkig verdween het beestje even snel als het zich in mijn maag had
genesteld.
Door al dat geziek heb ik sinds half oktober geen 100 meter meer gelopen in mijn
looptenue. Ik hoop binnenkort terug de loopschoenen te kunnen aanbinden en
rustig aan opnieuw van start te gaan.
Sinds de klimzaal in Brugge werd geopend, zijn kameraad B. en mezelve lid van de
Brugse Bergstijgers. Dat bleek een fijne beslissing te zijn want in de
laatste 6 maanden hebben we ongelofelijk veel geleerd.
Eerst behaalden we ons brevet KVB1 toprope, dan volgde ik een cursus
klimtechnieken en sinds vorige week hebben we beiden ons brevet KVB2. Daarmee
mogen we indoor voorklimmen. Die laatste behaalden we niet zomaar
even. We moesten een cursus van een paar lessen volgen gevolgd door een
theoretisch en een praktisch examen. Touwtechnieken, leren knopen leggen,
materiaalkennis,… en natuurlijk veel oefening in de zaal in een kleine
groep. Heel intensief, maar heel erg leuk en spannend om te doen. Routes die je
toprope weinig uitdaging lijken te bieden, worden opeens heel andere koek. Je
moet opeens met een pak meer factoren rekening houden: heb ik goed ingepikt? Wat
zijn de volgende stappen die ik ga zetten? Waar moet ik eindigen zodat het
touwverloop OK blijft?
En da’s nog “maar” indoor want als afsluiter van de cursus nam
de sectie ons als toemaatje mee naar de Ardennen voor een dagje voorklimmen op
rots in Durnal. Met sneeuwweer en temperaturen net boven vriespunt
was ik toch blij dat ik ter elfder ure nog thermisch ondergoed en extra
uitrusting had aangeschaft. Klimmen op rots is toch iets helemaal anders
dan in de zaal. Geen gekleurde grepen die je zeggen hoe je moet klimmen.
Inpikpunten die opeens een paar meter uit elkaar staan en waar je even naar moet
zoeken. Natuurlijk de adrenaline wanneer je buiten, meters boven de grond
op een richel staat in de wetenschap dat een misstap je een voorklimmersval van
een paar meter kan opleveren. En de ontlading wanneer je veilig terug op de
grond staat.
What’s next? Een cursus KVB3, rotsklimmen, wordt voorlopig niet ingericht.
Gelukkig zijn er in de klimzaal nog uitdagingen zat. Met ons
nagelnieuwe brevet op zak is het kwestie van nu zelf te oefenen. Al was het maar
om voldoende vertrouwen te krijgen in het voorklimmen want na een maand cursus,
moet dat er echt nog wel komen.