Netsensei

Much Ado About Nothing

Boeken, Films en Muziek

Gezien in de cinema: Gladiator 2

We waren niet meteen van plannen om Gladiator 2 te zien, maar kijk, we werden op oudejaarsavond overtuigd om alsnog een bezoekje aan de cinema te overwegen. De moeite waard? Doet Ridley Scott het weer? Goh, het hangt af waar je verwachtingen liggen. Zelf kwamen we buiten met mixed feelings. We hebben ons geen moment verveeld, maar het is nu ook weer geen film die zal bij blijven zoals zijn illustere voorganger. Een beetje dus zoals de rollercoaster op de kermis.

Het verhaal is… een doordruk van de eerste film. Meer zelfs, het is quasi copy / paste hetzelfde. Er is een gevallen nobele die alles kwijt raakt, verraad, een complot, een slavendrijver die een graantje wil meepikken, twee verknipte keizers,… Zelfs de klassebakken in de cast kunnen niet verhullen dat het script geen enkele vorm van originaliteit uitstraalt. De eerste film was ook wel een quasi afgesloten verhaal, maar Scott en co hebben zich dubbel geplooid om vanuit de verdwenen Lucius een aantal nieuwe verhaallijnen te puren. De uitdrukking “bij de haren getrokken” komt hier in gedachten.

Gelukkig maakt de cast zelf veel goed. Paul Mescal mag dan wel een eerste kaskraker rol beet hebben, echt warm liep ik niet van zijn acteertalent. De film wordt dan ook vooral gedragen door Denzel Washington die met schijnbaar plezier de machiavellistische, machtsgeile gladiatorenmenner Macrinus speelt. Ook Joseph Quinn en Fred Henchinger spelen de pannen van het dak als de batshit crazy keizers Geta en Caracalla. Connie Nielsen, daarentegen, kwam nogal houterig over. Pedro Pascal vond ik dan weer niet de juiste keuze voor de rol van generaal Acacius: de regie leek niet verder te gaan dan “kijk ernstig en spreek plechtig, Vae Victis!”

Gladiator 2 moet het vooral hebben van de cinematografie, de decors en de props. Ridley Scott weet als geen ander de antieke wereld in beeld te brengen. Sommige wijdse panorama’s zijn net 18de eeuwse, classisistische schilderijen. Ook de soundtrack, gecomponeerd door Harry Gregson-Williams is topwerk.

Over de historische accuraatheid kan ik kort zijn: ga naar deze cinema met de nodige dosis suspension of disbelief. [Jeroen Wijnendaele, historicus aan de UGent, gaf alvast meer context bij de historiciteit van deze film.

Spijtig voor Ridley Scott: net zoals Napoleon is ook deze Gladiator 2 een gemiste kans. Maar in tegenstelling tot Napoleon verveelt deze film geen moment. Op zoek naar een avond vertier in het Colloseum zoals de oude Romeinen dat deden? Dit is je kans!

Gezien op Netflix: La Palma

Vakantie, dat is ook Netflix afschuimen. Ik heb dit weekend ineens La Palma gebingewatched. Deze vierdelige Noorse serie neemt je mee naar het gelijknamige eiland in de Canarische Eilanden. We volgen er afwiselend een Noors gezin op vakantie en een Noorse onderzoekster die doctoreert aan het lokale vulkanologische instituut. De echte hoofdrol draag de Cumbra Vieja vulkaan. Die staat op uitbarsten waardoor het halve eiland in de Atlantische oceaan dreigt te glijden. Een megatsunami zou een globale catastrofe zijn.

La Palma tikt netjes alle vakjes af van wat een rampenfilm of -serie moet hebben. Race tegen de tijd? Check. Experts die niet worden geloofd? Check. Personages die op cruciale momenten, foute keuzes maken? Check. Een flinke dosis special effects? Check. Het is allemaal nogal voorspelbaar. Gelukkig hebben de screenwriters hun opperste best gedaan om de dialogen niet al te houterig te laten overkomen. En ook de Noorse acteurs leveren een meer dan behoorlijke prestatie af. Op sommige momenten dreigt de spanning wat weg te ebben, en maakten de schrijvers wel heel bizarre keuzes om de verhaallijn lopende te houden.

Gelukkig staat daar tegenover dat La Palma door de band genomen een ongecompliceerde, leuke rollercoaster is. Nooit had ik het gevoel niet naar de volgende episode te willen kijken. La Palma hoefde ook niet langer te zijn dan vier delen. Dat is net lang genoeg om de aandacht vast te houden, en de voornaamste verhaallijnen af te werken. Best dus de moeite waard voor wie in de kerstvakantie nog op zoek is naar kijkvoer.

Avatar the Way of Water

Een impromptu avondje uit naar de cinema, want dat was weer even geleden. Ik zag er James Cameron laatste worp, Avatar: The Way of Water. Ik zag de eerste Avatar ergens in 2009.

Net zoals toen: de visuele effecten en de CGI zijn verbluffend. Ik moest mezelf er aan herinneren: het water, het groen, vuur, de huid van de Na’vi: het gros ervan is niet echt maar werd proceduraal gegenereerd. Verbluffend wat er tegenwoordig mogelijk is.

Het verhaal is dan weer meh en grossiert soms op de rand van het clichématige. Sommige plotlijnen zie je van ver aankomen, en over andere blijf je met veel vragen achter. Het is dat Cameron nog eens 2 sequels heeft voorzien.

Is het een aanrader? Hm. Goh. Deze film is net iets meer dan 3 uur lang. In mijn beleving zijn die zo voorbij gevlogen. Maar als je iets kritischer bent, dan Avatar wel eens vrij langdradig worden. Gelukkig zijn er dan die virtuoos gemaakte CGI waar je jezelf in kan verliezen.

Ik las Isaac Asimov’s Foundation

Eind juni lanceerde Apple een trailer voor haar Apple TV science fiction serie Foundation. Die is gebaseerd op de Foundation boeken van Isaac Asimov. Aangezien de serie nog niet uit is (en we geen Apple TV abonnement hebben), ben ik begonnen met de boeken te lezen. Frank Herbert publiceerde zijn welbekende Dune dan wel in 1965. Je zou vermoeden dat hij een grondlegger van het genre is, maar eigenlijk was Dune een tegen antwoord op Asimov’s werk. Die schreef Foundation eerst als een serie kortverhalen vanaf 1942. In 1951 werden die gebundeld en uitgegeven als een volwaardige space opera. Hoe hebben die verhalen de tand des tijds doorstaan?

Isaac Asmiov's Foundation
Isaac Asmiov's Foundation

Het Galactische Imperium is na 12.000 jaar begonnen aan haar verval. Hari Seldon, een briljante wiskundige en grondlegger van de ‘psychogeschiedenis’, voorspelt een Donker Tijdperk dat 30.000 jaar zal duren. Om de mensheid en haar kennis te redden verzamelt hij de meest scherpe geesten, kunstenaars, wetenschappers, ingenieurs,… en stuurt hij ze naar een kleine, onherbergzame planeet aan de rand van de Melkweg, temidden vijandige barbaarse rijkjes. Dat toevluchtsoord is de ‘Foundation’. Tegen die achtergrond assembleert Isaac Asimov de verdere geschiedenis van de Foundation als een serie kortverhalen die telkens een kritisch moment belichten.

Tussen een wereldoorlog en de wederopbouw, schreef Asimov een modernistische reflectie op religie, vooruitgangsdenken, technologie, massa media, politiek, socio-economie en cultuur. Seldon’s psychogeschiedenis vormt een soort deterministische theorie die de loop der dingen verklaart en die tot een onvermijdelijke conclusie zal leiden. Paradoxaal genoeg zorgt het kennen van de toekomst er juist voor dat het heden een andere richting zal uitgaan. De kortverhalen schetsen koninkrijken en republieken, die elkaar naar het leven staan en waarin het overleven van de Foundation op het spel staat. De hoofdrolspelers zijn figuren die behoren tot de elite binnen de Foundation. Ze zijn vertrouwd met Seldon’s theorie, maar proberen om wars van enige kennis de loop van de geschiedenis zo min mogelijk te beinvloeden. Dat leidt tot intriges, allianties, delicate diplomatie, koehandel, gepoker op het scherp van de snee, enzovoorts.

Foundation bevat dan ook bizarre concepten zoals wetenschappelijk en technologisch denken dat verpakt wordt als een vorm van religie inclusief tempels en hogepriesters om invloed te kunnen uitoefenen op de vijandige koninkrijken. Voor verhalen uit 1950 vond ik dat het allemaal heel modern leest. Alhoewel het best wel opvallend is hoe veel belang Asimov aan nucleaire technologie of televisie hangt.

Maar zijn het ook goed geschreven verhalen? Wel, daar wringt het schoentje. De plotlijnen van alle kortverhalen zijn vrijwel identitiek waardoor je vrij snel kan voorspellen hoe het allemaal zal eindigen. Een kortverhaal laat ook niet zo heel erg veel ruimte om de personages of interpersoonlijke relaties uit te diepen. Daardoor lijken het soms eerder karikaturen uit een cartoon te zijn dan mensen gedreven door complexe motieven, diepe gevoelens of tegenstrijdige intenties. Asimov’s schrijfstijl gaat gelukkig niet vervelen: ze is vlot, toegankelijk en zonder al te veel franje. Alles bij elkaar genomen zijn dit verhalen die zonder al te veel pretentie leesplezier willen brengen.

De grote kracht van Foundation zit dan ook niet in de verhalen zelf, maar in de world building. Asimov construeert op een methodische manier met een paar eenvoudige concepten en haken een gigantisch universum. Asimov biedt, vrij letterlijk, een fundering aan en met een aantal basisspelregels en enkele suggesties. De lezer wordt automatisch aangesproken om de rest er zelf bij te fantaseren. Dat is dan ook de reden waarom ik ook de rest van de boeken wil lezen: om er achter te komen hoe het de Foundation zal vergaan.

Als je echter op zoek bent naar een science fiction space opera met veel meer diepgang, dan denk ik dat je veel meer zal halen uit de Imperial Radch reeks van Ann Leckie.

Ik las Neil Gaiman’s Norse Mythology

Thor, Odin, Loki! Yggdrasil! Freya en Sif! Baldur en Heimdall! De Aesir en de Vanir! Als classicus ben ik vertrouwd met het klassieke pantheon. Met het Noorse? Not so much. Nochtans is die Noorse mythologie bijzonder rijk en niet minder fascinerend.

Neil Gaiman goot de verhalen enkele jaren geleden in een eigen versie en plakte er de titel Norse Mythology op. 300 bladzijden lang is Gaiman je gids doorheen verhalen waarvan we de oorsprong in de tijd is verloren gegaan. Als geboren verteller is Gaiman de geknipte persoon om met dit materiaal aan de slag te gaan. Je merkt dat hij zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke inhoud probeert te blijven zonder dat zijn adaptie een starre, droge koek wordt. Gaiman’s stijl brengt de goden helemaal tot leven.

Hoewel de verhalen op zichzelf staan, loont het om het boek in een keer te lezen om de rode draad door heen de familiale vetes en bondgenootschappen te kunnen volgen. Het loont ook de moeite om even na te denken over de verhalen. In tegenstelling tot de klassieken heeft de Noorse cultuur nooit echt onze Gallo-Romaanse roots kruis bestuifd.

Zo verhaalt Gaiman hoe Thor het land van de Reuzen bezocht, daar allerlei krachtmetingen aangaat… en ze allemaal verliest. Zo vecht en verliest hij tegen een oude vrouw, Eli. Of hij faalt in het leegdrinken van een gigantische hoorn. Hij slaagt er zelfs helemaal niet in om een kat op te tillen. Natuurlijk, de kat en de oude vrouw en de hoorn zijn metaforen die in het verhaal worden toegelicht.

Zo bevat de Noorse Mythologie een eigen kijk op een mensenleven en de wereld rondom ons, vervat met evenveel nuance en fijngevoeligheid als in die andere, veel beter gekende verhalencycli. En Neil Gaiman? Die brengt het geheel samen in een magistraal tableau vivant.

Vakantietijd dat is leestijd

Ik heb vakantie. Zo ergens tot vlak voor het einde van de maand. De zomervakantie, dat is de tijd waar ik in de boeken duik. In deze tijden is lezen meer dan ooit een waardevolle bezigheid. Doorheen het jaar houd ik een lijstje van boeken die ik wil lezen bij op Goodreads. Via mijn Kindle duw ik mezelf dan met de spreekwoordelijke druk op de knop in een nieuwe wereld.

Dit is wat er, onder andere, op mijn lijstje staat, in geen bijzondere volgorde:

  • Orson Scott Card’s Ender’s Game
  • Stephen Chbosky’s The Perks of being a Wallflower
  • Chuck Palahniuk’s Fight Club
  • Neil Gaiman’s The Ocean At The End of the Lane
  • Stephen Fry’s Mythos: The Greek Myths retold
  • Neil Gaiman’s Norse Mythology
  • Isaac Asimov’s Foundation
  • Thomas Mann’s The Magic Fountain
  • Madeleine Miller’s Circe
  • Ann Lowenhaupt Tsing’s The Mushroom at the End of the World
  • Siobhan Robert’s Genius At Play. the Curious Mind of John Horton Conway
  • Hans Rosling’s Factfulness

Ik ben momenteel bezig in Kurt Vonnegut’s Slaughterhouse Five. Een stuk Americana dat wel binnen komt. Over de verwoesting van Dresden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik schrijf er later iets meer over. Neil Gaiman’s Norse Mythology spreekt mij het meest aan om daarna te lezen. Het heeft er mee te maken dat ik al enkele weken naar Vikings kijk op Netflix.

Al die brainfood zet mij aan het denken. In een sterk veranderende wereld helpt het om te relativeren, te reflecteren en te prioritizeren.

Public Service Broadcasting

Ik heb een nieuwe superfijne muziekgroep ontdekt. Public Service Broadcasting maakt alternatieve britrock gebaseerd op oud archiefmateriaal van de BBC en andere bronnen. Het resultaat zijn enkele zeer te pruime platen met thema’s zoals de Tweede Wereldoorlog, Vooruitgangsdenken, Technologie, The Space Race en de Welsh Coal Mining.

Eerder dan eigen vocals maken ze handig gebruik van samples uit het audiomateriaal om er eigen verhalen mee te weven in nummers zoals Go, Spitfire, Gagarin, People Will Always Need Coal of Everest. Uiteraard zijn de clips dan toepasselijk gemaakt uit het bijhorende videomateriaal.

Zoals E.V.A bijvoorbeeld, over Alexei Leonov en de allereerste wandeling in de ruimte.

Terug te vinden op Spotify en YouTube.

Ik las Philip Pullman’s His Dark Materials

Ergens in januari ben ik in His Dark Materials van Philip Pullman beginnen lezen. Ergens in mei had ik de drie boeken uitgelezen. Dit mengeling van sci-fi, steampunk, fantasy in een episch verhaal dat opgebouwd is als een Hero’s Journey. Een hele mond vol.

His Dark Materials
His Dark Materials

Alles begint met de net te nieuwsgierige en eigenwijze Lyra Belacqua. Ze verblijft op Jordan College in Oxford in een alternatieve realiteit. Per ongeluk verzeild ze in een bezemkast en volgt ze een presentatie van haar nonkel avonturier voor de verzamelde academici. De grote vraag: What is Dust? Daar draaien de volgende 1200 bladzijden rond. Alles daarna is een gigantische oefening in het opbouwen van volledige werelden, epische gevechten en verhaallijnen van verschillende karakters die door en naast elkaar heen lopen.

Philip Pullman haalde zijn inspirate uit John Milton’s Paradise Lost en C.S. Lewis The Lion, The Witch and the Wardrobe. Eigenlijk is His Dark Materials een combinatie van beide verhalen en is het een kritiek op de christelijke elementen die in C.S Lewis’ werk zitten. Pullman draaide daarvoor het verhaal van Paradise Lost volledig om. Jezus en God zijn daarbij de antagonisten, terwijl Satan en zijn dochter Zonde de helden zijn. Pullman schrijft zo op een vernuftige manier een maatschappelijke kritiek waarbij kennis en ervaring tegenover bijgeloof wordt geplaatst.

Los van de vele lagen, is het vooral gewoon een fijne trilogie om te lezen. Ik las het origineel in het Engels. Ik kan alleen maar zeggen dat het een plezier is om het virtuoze taalspel waarmee Pullman de personages en de scenes tot leven brengt, of de wijze waarop hij grote en kleine emoties over brengt, te lezen. Geen stijve taal, geen traag op gang komend verhaal. Je wordt van bij het begin het verhaal gezogen.

Voor velen zijn Lord of the Rings of A Song of Ice and Fire de grote ontdekkingen als het op fictie aan komt. Well, His Dark Materials mag gerust in dat rijtje worden geplaatst. Het is niet alleen een reeks vol verborgen maatschappijkritiek, het is ook nog eens een coming of age verhaal waarin je Lyra mee ziet opgroeien van een onbezonnen en ontwetend kind tot een jong meisje dat haar onschuld en magisch denken gaandeweg inruilt voor een realistische, bitterzoete blik op de wereld en het leven. Alleen al daarvoor vind ik het een aanrader om het eens aan een tiener cadeau te geven.

O ja, het spreekt dat er ondertussen al een aantal verfilmingen zijn. Vergeet The Golden Compass met Nicole Kidman. De BBC doet sinds deze winter een moderne, eigentijdse variant – His Dark Materials – die de moeite waard is.

The Post

Gisterenavond zag ik Steven Spielbergs’ The Post in de cinema. Goeie film? Goeie film! Tom Hanks en Meryl Streep schitteren als respectievelijk de ballsy hoofdredacteur en de twijfelende eigenares van de Washington Post. De plot? In 1971 lekte Daniel Ellsberg de Pentagon Papers. Opeens was duidelijk hoe de Amerikaanse regering jarenlang het grandioze falen in de Vietnam Oorlog in de doofpot te steken.

Met het lek stond de Amerikaanse pers opeens voor een dilemma. Publiceren en, na jaren van relatieve vrede, tot een breuk met het establishment laten komen. Of niet publiceren en bewust mee de verantwoordelijkheid dragen. Vandaag is het lekken van overheidsgeheimen naar de pers en het publiek, schering en inslag. Wikileaks, Panama Papers, Paradise Papers,… De Pentagon Papers was het eerste schandaal die de grenzen van de persvrijheid daadwerkelijk in vraag stelde. In die zin is deze film ook een duidelijke vingerwijzing naar wat er vandaag in Amerika gaande is.

Zeker kijken want alleen al het acteerwerk van Streep en Hanks maakt deze film meer dan de moeite waard. 4/5 would watch it again.

Ik las Philip Dick’s Do Androids Dream of Electric Sheep

Do Androids Dream of Electric Sheep
Do Androids Dream of Electric Sheep

Vorig jaar bracht Denis Villeneuve met Blade Runner 2049 een magistrale ode aan de originele Blade Runner. Die laatste film waar androids de hoofdrol in spelen, is er eentje die hoog in mijn lijstje ‘absolute topfilms’ staat. Wat Ridley Scott in 1982 deed met de technologie van toen, was ronduit een huzarenstukje.

Het script van de originele Blade Runner is gebaseerd op het boek Do Androids Dream of Electric Sleep van Philip K. Dick. En dat boek las ik door de Kerstvakantie en het einde van het jaar. Net zoals in de film is het hoofdpersonage in het boek Rick Deckard, een bounty hunter die op androids jaagt. En net zoals in de film blijken er in het boek 5 gevaarlijke Nexus 6 androids te zijn ontsnapt uit de Mars kolonies terug naar de Aarde. Aan Deckard om ze op te sporen en te elimineren.

Het boek verschilt van de film in dat er nog een aantal extra nevenpersonages zijn die een extra dimensie aan het verhaal geven. De voornaamste is John Isidore. Hij is een chickenhead, iemand die door de radioactieve stof van de post-apocalyptische wereld beroofd is van zijn mentale capaciteiten. Een ‘simpele’ zeg maar. Zijn bestaan is bijzonder precair. En hard. En eenzaam. Tot de dodelijke androids aan zijn deur komen… en hij besluit om ze te helpen uit empathie.

Wilbur Mercer is een televisie profeet wiens cultus gegroeid is tot wereldreligie. Mercerism is volledig gebaseerd op empathisch lijden, en gemeenschap. Via een “empathy box” kunnen gelovigen verbinding zoeken met elkaar om in een soort virtuele omgeving het martelaar lijden van Mercer te kunnen voelen. Deckard’s echtgenote Iran is volledig

En dan is er natuurlijk Rachael Rosen. Jawel, die Rachael. Zij wordt verliefd op Deckard en helpt hem in zijn zoektocht naar de voortvluchtige androids. Alleen is ook zij een Nexus 6 model, en dwingt haar programmatie haar ook om de vluchtelingen net te helpen.

Tenslotte is er Iran, de die depressieve echtgenote van Deckard die in een quasi nihilistische staat door het leven gaat. Alleen het bezitten van een echt dier kan haar schijnbaar hoop bieden tegen de existentiële wanhoop van het echtpaar; nadat hun elektrische robot schaap in het begin van het verhaal de geest geeft.

De rode draad door het hele boek is empathie. Want dat is wat het onderscheid maakt tussen robots en levende wezen. En die rode draad komt in tal van lagen terug doorheen het verhaal. Als bounty hunter moet Deckard zijn empathie opbergen om zijn job correct te kunnen doen… en dat doet hem juist  twijfelen of hij al of niet zelf een android is. En zo roept het boek nog een pak andere vragen op.

Deze novelle is verrassend kort. Hooguit 210 pagina’s. Maar Philip K. Dick weet er wel een hele uitgebreide post-apocalyptische wereld in te schetsen. Een heel leuk boek om te lezen als je van Sci Fi houdt. En ook al werd het gepubliceerd in 1968, zeker niet gedateerd.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 15 pagina's Volgende blogposts »