Netsensei

Much Ado About Nothing

Web 2.0

Twitterrank en het pasword anti-pattern

Sinds een dag of wat is er een leuk nieuw speeltje: Twitterrank, ontwikkeld op een paar uur tijd door een onafhankelijke ontwikkelaar die iets leuks wou doen met Twitter. Het idee is simpel: meten hoeveel mensen er @replies naar jou sturen en die data aggregeren in een percentiel. Wat de man niet verwacht had, was het gigantische succes dat volgde: nog geen paar uur na release hadden een goede 2,000 twitteraars hun twitterrank via de website opgevraagd.

Het verhaal kent echter een aangebrand kantje. Twitterrank vraagt, net als de meeste andere Twitter apps, immers om je Twitter login en paswoord. Die heeft het nodig om op basis van je persoonlijke data je rank te kunnen berekenen. Enkele mensen begonnen het gerucht te verspreiden dat Twitterrank niet meer was dan een goedkope phising poging om Twitter logingegevens te verzamelen en, erger nog, te misbruiken. Al snel maakte de orginele ontwikkelaar zich bekend via o.a. ZDNet en maakte duidelijk dat hij zeker geen malafide bedoelingen had.

Het verhaal legt één van de achillespezen van het Web opnieuw bloot: De combinatie van menselijke nieuwsgierigheid en impulsiviteit leiden ertoe dat we probleemloos zeer persoonlijke informatie aan gelijk wie willen toevertrouwen. Ook als de beloning die er tegenover staat eerder mager is. Phising, het misleiden van mensen om hun credentials te kunnen stelen, is dan ook een ware plaag.

Erger is dat bonafide ontwikkelaars en de grotere spelers binnen de Web 2.0 ontwikkelingsgolf steeds meer van een gelijkaardig antipatroon gebruik beginnen te maken. In plaats van via protocollen zoals OAuth op elegante en veilige wijze data van elders op te vragen, wordt gratuit gevraagd naar paswoorden en logins. Facebook is hier een typisch voorbeeld: de meeste applicaties vragen toestemming om ‘persoonlijke informatie’ te lezen die ze nodig hebben. Ten eerste weet je niet welke informatie wordt verstuurd. Ten tweede weet je vaak niet wie er achter de applicatie in kwestie zit. Nu betwijfel ik de veiligheid van Facebook niet, maar gebruikers krijgen een slechte gewoonte aangeleerd: dat het oké, makkelijk en, ja, zelfs noodzakelijk is om anderen zomaar toe te laten tot je persoonlijke informatie.

Ook Twitter maakt zich schuldig aan dit anti-patroon: in plaats van in de API een beveiligde communicatiewijze te voorzien, moet je aan applicaties van derde partijen je Twitter paswoord/login geven om van hun diensten gebruik te kunnen maken. Ook ili.st van 10to1heeft je Twitter credentials nodig om te kunnen werken.

Dat we zelf als ontwikkelaar van gebruikers verwachten dat ze zomaar hun credentials in blind vertrouwen zullen afstaan, en dat die laatsten dat ook nog eens massaal doen, staat in schril contrast met het feit dat we er juist op hammeren om nooit of te nimmer je paswoord/username aan gelijk wie af te staan wil je niet het slachtoffer worden van identiteitsroof of erger.

Ikzelf ga alvast proberen om het standpunt van Jeremy Keith te volgen…

Waarom web 2.0 (soms) zuigt

Web 2.0 technologie is leuk. Heel leuk. Het opende ganser nieuwe wijzes van kijken naar informatie. Je weet wel: informatie los van platform, design, etc. Informatie dat een efemeer, virtueel gegeven wordt en een eigen leven begint te lijden. En da’s fantastisch want we maken op dit eigenste moment, sinds de laatste 10 à 15 jaar, een revolutie mee die dat van de boekdrukkunst benadert.

Maar soms valt het ook wel eerder tegen.

Neem nu een concreet voorbeeldje: Haar blog. Zij had die blijkbaar onlangs in een nieuw, superleuk groen kleedje gestoken. Als grafica is beeld en design juist de wijze waarop ze een deel van haar verhaal vertelt.

Alleen.

Haar volg ik via mijn feedreader. Gestript van haar leuke groene design. De zuivere content binnen het grijze kader van mijn reader. Op zich is dat wel praktisch want zo moet ik niet meer telkens naar haar site surfen en krijg ik meteen een update als zij iets publiceert.

Maar ze is er ondertussen eentje in die wel zeer lange lijst van velen geworden. En ze smeken allemaal om mijn aandacht. Keuzestress tot gevolg en de ‘mark all as read’ knop induwen is dan wel héél gemakkelijk. Zo van: zwijgen maar. Ik heb er vandaag geen zin om al jullie onzin te lezen. Al die berichtjes over kinderen, werk, huisdieren,… lijken bovendien toch wel heel erg op elkaar. Ik ga er al snel over want die overload aan informatie verwerken, dat is niet niks. De feedreader is een beetje de intraveneuze naald waarlangs het internet via een baxter mijn brein binnendruppelt. En soms wil ik die gewoon keihard uit mijn aders trekken bij een overdosis.

Het gevolg is dat ik het waarschijnlijk al een hele tijd geleden gemist heb dat ze in het nieuw zit. En dat vond ik bijzonder jammer.

Afin, het voorval deed er mij aan herinneren dat die beginperiode, in 2003, 2004, ook wel iets had. Toen had je 20, 30 blogs in je favorieten staan. En elke dag was dat van je favorietenlijstje aflopen en ze steeds opnieuw ontdekken. Heeft Jos Vorkmans een nieuw design of niet? Wat verzint Bob van Mijnkopthee vandaag? Welke gekke stoot zou Miss Piglet zijn tegen gekomen? En heelder lay-outs vol met foto’s in de zijbalk, linkdumps, blogrolls,… of juist de grafisch lekker strakke snoepjes van zij die er écht werk van maken zoals Majestic Moose.

Het maakte het allemaal net een stuk spannender. Het ging immers niet alleen om die content die je blogde maar over het geheel. Die ganse pagina met allerlei grafische en inhoudelijk extraatjes. Die meer vertelden over de persoon achter de blog dan de zuivere potsjes. Hoe goed die ook geschreven zijn. Je eigen blog was écht je eigen eiland waar je je eigen ding kwijt kon en je zelf verrassingen voor je bezoekers in kon verbergen. En van tijd waren er heuse omkatweken waar iedereen simultaan een nieuwe lay-out toverde!

Toegegeven, het was allemaal minder toegankelijk en praktisch, maar actief zoeken naar leuke content en sites maakten het internet nét dat ietsje aantrekkelijker. En het gaf ook flink wat voldoening als je weer iets nieuws en origineels ontdekt had.

Vandaag is het voornamelijk passief de updates in de feedreader laten binnenrollen en de Twitter client open gooien. En de volgende evolutie is dat ook comments en discussies via een apart platform, zoals FriendFeed, lopen zodat je al helemaal niet meer naar de oorspronkelijke site moet surfen. Ergens stel ik mij daar wel vragen bij want zo verdwijnt een flink deel van de persoonlijkheid achter een blogje. Chapeau dat je dan nog tijd en moeite wil steken in je eigen design!

links for 2007-12-19

Mars vs Web 2.0

Kristof, looking at your post, i couldn’t resist but thinking: the Mars Exploration Rover Mission should’ve been using the web! From a scientific point of view, the mission was a success. But what about the media? Did the story of those two brave robots really break anything? Well, it did at the start, but now, more then three years into the mission and a with fair amount of miles on record, how much media exposure do they get now? Well, not quite so much. Though the photos are still quite spectacular, the next time we here from those robots in mainstream media, is when they finally die.

But what if the web acted as a platform? What if the JPL and NASA bobo’s start using all those Web 2.0 toys to enhance exposure? How about Flickr to distribute all those wonderfull media? It would be infinitely cool to get those pictures pushed through syndication! How about a video-dairy on YouTube? Okay, rocketpeople don’t really have time to make those, but still… And what about Twitter and Pownce? Those robots were designed and built long before those even were thought of as a concept, but how hard can it be to translate the highlights from the transmissionlogs into simple, understandable things such as ‘exploring this rock’, ‘taking another picture of a panorama’, ‘doing some self-diagnosis’ or ‘uh-oh! Sandstorm heading this way! Better conserve battery-power!’

I think it would make the results of such projects better accessible, more tangible and therefore improve our grasp over other worlds. It would demonstrate that ‘rocketscience’ should not be some expensive leisure that’s only meant to be enjoyed by a select few. Finally, exposure means comprehension about why we are still doing this! And – of course – it means hard cash! Something NASA can use to fund new exciting projects.
Then again, I would already be happy if they’d done away with the butt-ugly HTML/JS spaghetti that’s supposed to be their main website.

Stop the madness!

Oké, we hebben het nu wel zo’n beetje gezien met die web 2.0 speeltjes. Ik heb geen zin om nog maar eens op de laatste web twee punt nul hype bandwagon te springen. Communities bouwen en zo, da’s allemaal goed en wel, maar ik heb de indruk dat het tegenwoordig allemaal niet zo heel veel inhoudt. Ik begrijp niet goed vanwaar de commotie komt wanneer er nog maar eens een platform doorbreekt waar je een profiel met een persoonlijke pagina kan aanmaken, berichtjes naar mekaar kan sturen en misschien nog wat andere geinigheden. Ik vind het allemaal nogal veel oude wijn in nieuwe zakken tegenwoordig. Rendez-vous sites eind de jaren ’90 á la Redbox deden dat toen ook al. Ik wil maar zeggen: een echte killer community driven applicatie zoals del.icio.us, youtube of Flickr heb ik nog niet gezien. Ja, Twitter misschien, maar dat is nu ook wel een veredelde chatbox.

Tweedens vind ik het eerder irritant om te merken hoe een platform gedurende een paar weken of maanden populair is om dan de fakkel te moeten doorgeven aan het volgende nieuwe speeltje. Dat betekent opnieuw een profiel opstarten, persoonlijke gegevens invullen, nog maar eens een paswoord onthouden,… enfin, de volledige routine die we allemaal al kennen. Noem het maar community hopping of zo. Een vraag voor de sociologen onder ons: zo’n digitale volksverhuizing betekent volgens mij niet noodzakelijk dat de kaart wordt hertekend maar eerder bestendigd. Mensen zoeken immers gewoon oude bekenden terug op en voegen ze zo toe aan hun eigen contactenlijstje. Wat is het nut er dan van om nog maar eens elders dezelfde community opnieuw op te bouwen?

’t Is maar dat ik het community gebeuren wat afgezaagd begin te vinden als er nauwelijks een goede smaakmaker bij zit.

QED: het deficit van social networking?

Michel heeft zojuist aangetoond wat er scheelt met social networking tools en web 2.0. En dat bracht er mij toe om even te freewheelen. Bear with me…

Tegenwoordig schieten de virtuele communities uit de grond: Myspace, Flickr, Delicious en recent Youtube. Hun succes is gefundeerd op twee zaken:

  • Content
  • Social networking

Het eerste lijkt me duidelijk: een site zonder inhoud is niets waard. En dat geldt vandaag nog altijd. Het tweede is een relatief recent idee: probeer een community van mensen rond content op te bouwen. Die mensen kunnen dan interageren met het materiaal. En ze kunnen natuurlijk ook nieuwe content aanbrengen. Dat heeft een aantal fantastische tools met zich meegebracht: wat we nu Web 2.0 noemen. Het Net als een soort actieve coöperatie waarbij de internaut geen passieve consument is maar een actieve deelnemer.

Daar knelt volgens mij het schoentje: om deel te kunnen nemen in een gemeenschap moeten mensen zich tegenover elkaar kunnen positioneren. Wie is wie? Met wie wil ik wat delen? Met wie leg ik contact? Helaas zijn zowat alle Web 2.0 tools gebaseerd op een zeer simplistisch sociaal model waarin elke agent een pas rol krijgt toebedeeld op basis van losse appreciaties door andere agenten.

Voorbeeld: via Flickr kan je een lijstje van zogenaamde ‘contacts’ aanleggen. Mensen met wie je foto’s deelt. Je kan zelf ook ‘invites’ sturen naar mensen die je wil opnemen in je contactenlijstje en vice versa. Nu kan je drie dingen doen met je contacts:

  • Een contact blijft een ongedefinieerde contact. Die kan slechts die foto’s zien die jij volledig publiek beschikbaar stelt.
  • Je kan een contact promoten tot Friend zodat die meer foto’s kan zien. Foto’s die je voor je Friends ter beschikking stelt.
  • Tenslotte is er ook Family. Het spreekt voor zich dat zij zowat al je foto’s kunnen zien.

Maar wat met kennissen of ‘mensen die je kent’ en die je iets meer wil tonen, maar toch ook niet zoveel als met je beste kameraad? En hoe zit het met die verre neef? Mag die gelijk al je foto’s zien omdat je hem tot je family rekent? Kortom, het sociaal model achter de contacten van Flickr weerspiegelt bijlange na niet de werkelijke wereld. En ook andere Web 2.0 services zoals Vox zijn in hetzelfde bedje ziek.

Een sociaal model dat de werkelijkheid haarfijn weerspiegelt opstellen laat staan implementeren is quasi onmogelijk. Het ligt ook heel moeilijk om een standaardset van voorgedefinieerde rollen te voorzien die voldoet aan alle noden van je gemeenschap. Mij lijkt het juist interessanter om mensen de middelen of basisblokken in handen te geven om hun contacten zelfgedefinieerde rollen te kunnen toekennen.

Wat dat betreft vind ik het FOAF project zeker de moeite waard om eens te bekijken. Het project biedt een aantal standaard basisblokken om mee aan de slag te gaan en je interacties met anderen rondom je te modelleren. Een implementatie van FOAF zou trouwens écht Web 2.0 zijn moesten er een API voorzien zijn zodat sociale contexten ook naar buiten toe kunnen worden geëxporteerd.

Natuurlijk zijn we nog zover niet. En het is ook maar een wild idee.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's