Netsensei

Much Ado About Nothing

Kwaliteit

Eerlijk vlees

Allen de hand op steken wie zijn vlees in de supermarkt koopt! Jawel, ook wij behoren tot die groep. Althans, tot voor kort. Het is een klassieker: bij je wekelijks rondje door de supermarkt is de vleesafdeling de vaste prik. Niks zo makkelijk om die piepschuim bordjes met een brok kip, varken of rund uit het koelvak in je karretje te mikken. Geen wachtrijen, snel en efficiënt.

Wij maken nogal wat gerechten met kip. Een ratatouille, wok, een pasta. Even een kipfilet versnijden en opbakken. Alleen ergerden we ons steeds meer aan de kwaliteit. Bakken was meer “koken in eigen vocht” en het resultaat was vaak droge, dradige onbestemde witte brokken met een bruinig randje. Afin, niet echt smakelijk.

En dus besloten we om eens kipfilets van de buurtslager te halen. De schellen vielen van onze ogen. Die eerste keer kwamen we thuis met oversized filets.  Maar ze bakten perfect en o wat smaakten ze heerlijk naar kip.

We weten natuurlijk hoe kip hoort te smaken. Vroeger kochten we regelmatig vlees bij de slager. Ik werd zelf er al eens op uit gestuurd door pa of ma met een lijstje en wat geld. Of er kwamen een paar pakketten mee van de zaterdagmarkt. Uiteindelijk waren wij nu zelf door het gemak van de supermarkt routine die smaak gewoon kwijt geraakt. Het was even wennen om ze terug te mogen proeven!

Sindsdien proberen we regelmatig vlees bij de slager te halen. En ja, we betalen er iets meer voor, maar dat proberen we dan op andere manieren op te vangen.  Meer restjes te eten of voor veggie kiezen. De realiteit is dat die meerprijs voor een lekker brok vlees ook de eerlijke prijs is die zoiets normaal kost. Wat in de supermarkt ligt, is immers massaproductie die je bezwaarlijk ecologisch kan noemen. Het zijn hier natuurlijk nog geen Amerikaanse toestanden, maar het verschil stemt wel tot nadenken over wat we eten en wat de impact is op onszelf en onze omgeving.

Les vacances

Meldt De Standaard:

CD&V wil de duur van de zomervakantie inkorten van negen tot zes weken. Sterke zowel als minder sterke leerlingen hebben baat bij iets minder lang weg te blijven van de schoolbanken. De eerste groep mist uitdagingen. De tweede loopt een grote achterstand op tijdens de vakantie. Daarnaast schept een kortere zomervakantie ook meer ademruimte in de loop van het schooljaar (bv. voor stageperiodes, leerzorg, sport, extra verlofdagen tijdens het jaar).

Ik ben daar dus tegen.

Niet zozeer omdat het van CD&V komt. Laat staan dat dat het om twee weken “minder” zou gaan. Neen. Ik ben tegen omdat het afleidt waar het de discussie eigenlijk over zou moeten gaan: kwaliteitsvol onderwijs.

Van de groep met een achterstand zal de overgrote meerderheid heus geen inhaalbeweging maken door de vakantie met twee weken in te korten. En de sterkeren zullen niet extra worden gemotiveerd met twee weken extra school.

Ik ben geen leraar dus ik kan niet echt zeggen of het nu beter of slechter is dan vroeger. Wat ik wel merk is dat ons onderwijs nog altijd te weinig aansluit met de arbeidsmarkt. Jongeren die tijdens hun laatste jaar stage doen komen dan pas in contact met de werkvloer en dat is laat. Zeer laat. En dan is er nog de discussie over vaardigheden versus kennis. Want is het niet nuttiger dat je leert initiatief te nemen eerder nog dan dat je dynastieën van Romeinse keizers van buiten blokt? Voer voor controverse daar!

Waar het eigenlijk in de grond over gaat is kwaliteit. Niet kwantiteit. Hoe organiseer je het onderwijs, of beter het schooljaar, zodat leerlingen optimaal en degelijk worden begeleid en opgeleid tot volwaardige, kritische, met kennis & attitude gewapende deelnemers van onze samenleving?

Ik denk dat je vandaag met 10 maanden al heel wat kan bereiken als je die tijd nuttig in vult. Als je discussieert over twee weken minder vakantie in functie van vage, verzwegen besparingen en slecht afgelijnde doelstellingen, dan schort er iets aan je visie op beleid.

Fotoblogs

Ja, fotografie is een hobby van mij. Niet veel meer dan een leuk tijdsverdrijf. Iets wat ik echt puur voor de fun doe. Het is iets waar ik in de loop van de jaren langzaam in gegroeid ben. Ik probeer wat te letten op onderwerp, timing, cadrage, licht,… Die factoren die fotografen van mekaar doet onderscheiden. Moderne digitale technologie doet de rest.

Daarnaast laat ik mij ook wel leiden door wat anderen doen. Niet dat ik de stijl van anderen klakkeloos ga overnemen. Maar ik weet wel wanneer ik een foto mooi vind of niet. Fotoblogs op het internet vind ik in deze dan ook bijzonder verfrissend. Uit foto’s van anderen probeer ik ideeën en inspiratie te halen. Niet zozeer qua instellingen van het toestel (laten we wel wezen, op dat vlak doe ik maar wat. Zolang ze maar niet over- of onderbelicht zijn), wel hoe een beeld is opgebouwd. Hoe je een beeld een verhaal kan laten vertellen.

Wat dit betreft zijn dit zo’n beetje de fotohelden in mijn feedreader…

Zeker geen exhaustief lijstje want er zijn er nog talloze andere out there. Flickr is de fotohemel want het valt me op dat de kwaliteit er toch een zeker niveau haalt. Als ik eens verloren door de Flickr pools snuister, dan kom ik nooit van een kale reis terug thuis. Er zit altijd wel beelden tussen die werkelijk pareltjes van visuele pracht zijn. Wat nog maar eens een bewijs is dat dankzij het internet heel wat getalenteerde mensen toch een forum krijgen en er uit user generated content wel degelijk mooie dingen kunnen komen.

Meer signaal alsjeblieft!

Ook ik had met stijgende verbazing het artikel in De Standaard gelezen. Reacties laten niet op zich wachten! Ik geef Michel en Pieter dan ook overschot van gelijk in hun ripostes. Als je openlijk serieuze journalistiek predikt, zorg dan dat je de feiten juist hebt.

Los daarvan vind ik wel dat het stuk een bodem van waarheid bevat: over kwaliteit kan worden gediscussieerd. Je kan je afvragen wat kwaliteit is. Voor Hoefkens is dat duidelijk het zuiver journalistieke. Zelf vind ik een frisse, kritische en toch ook subjectieve kijk op alle aspecten van de maatschappij het interessantst.

De vraag naar kwaliteit beantwoorden is er een andere stellen: wie is de Vlaamse blogosfeer en wie vertegenwoordigt ze? Het is nu eenmaal zo dat er een beperkte groep A-list bloggers een flink deel van de aandacht weet te kapen. Toch bloggen ze lang niet altijd even interessante dingen. De Clickx wedstrijd is daar een bewijs van. Uiteraard vertegenwoordigen A-list bloggers niet het geheel aan Vlaamse blogs. Tussen de skynetblogs, de wordpress.com’ers, de seniorennetters,… zit ongetwijfeld heel wat ongekend potentieel.

Ik denk dat niemand hier in Vlaanderen goed kan inschatten wat nu de precieze maatschappelijke invloed is van blogs. Zelfs de mannen van Metatale niet. Ze kunnen misschien wel achterhalen wie de autoriteit is op het vlak van – pakweg – sigarenbandjes, maar niet welke invloed die blogger heeft op zijn onmiddellijke en bredere on- en offline omgeving. Daarvoor moet je verder dan de blogosfeer kijken. In de eerste plaats naar de media.

Zo komt occasioneel naar boven dat bloggers nog altijd als een curieus wereldje op zich worden bekeken: denk maar aan de reportages in Koppen en op ATV waar bloggers nog maar eens vertellen waar ze eigenlijk voor staan. De media houden tegenwoordig dan wel zelf blogs bij maar die lijken los te staan van de eindredacties en de kerninhoud die wordt gebracht. Vaak zijn het zelfs niet meer dan linklogs die de blogkudde volgen. Let’s face it: bloggers van buitenaf hebben geen grote impact op – pakweg – de opiniepagina’s van De Morgen.

Mijn indruk – ik zeg indruk want objectieve vergelijkingen zijn gedoemd te mislukken – is dat het Nederland anders ligt. Daar is er wel degelijk wisselwerking tussen bloggers en media. Neem nu shocklog Geenstijl.nl dat vaak genoeg in het nieuws weet te komen en debat opwekt. Maar natuurlijk zijn er ook nog andere. Ik denk dan aan een blog zoals AboutBlank die heel brede, eigen content kan brengen en een brede basis aanspreekt. De Dutch Bloggies opereren dan weer onder een eigen stichting. De editie 2008 probeert meer dan ooit meer te zijn dan een populariteitspoll. De jury dit jaar bestaat trouwens uit een blogster en twee journalisten! Nederlandse journalisten zoals Hanneke Groenteman en Arjan Dasselaar die een scriptie schreef over het journalistieke gehalte van Nederlandse blogs, bloggen zelf ook. Heel wat persoonlijke blogs halen een literair niveau en zijn een aanzet voor een roman: denk maar Vandenberg en het immerpopulaire Merelroze.

Toch vind ik vergelijken met het buitenland heel moeilijk. Neem nu alleen al de opmerking van Christophe: 45 miljoen Spanjaarden vs. 6 miljoen Vlamingen, of het aandeel Spaanstaligen vs. Nederlandstaligen. Nogal wiedes dus dat blogs die miljoenen kunnen lezen en volgen hoog scoren in Techorati. En dan tellen statistiekjes en hits eigenlijk voor niets mee. En dan is er nog de maatschappelijke context waarbinnen het blogfenomeen moet worden beschouwd. Vlaanderen zit immers anders in mekaar dan Nederland.

Eigenlijk is het hier allemaal nog zo pril. Want toen ik begon met bloggen, zat mijn feedreader al vol met hippe Nederlandse opinionated blogs die fantastische dingen deden en schreven. Hier in Vlaanderen waren er toen ook wel blogs, maar het geheel was nog fragmentarisch, persoonlijk en zoekende. Vandaag ligt dat wel anders met Gent Blogt als één van de exponenten, maar bloggers schrijven nog altijd erg veel onder eigen kerktoren zowel qua inhoud als qua publiek. Hetzelfde kan gezegd worden over de marketingbuzz en het metabloggen rond het belang van content, social networking, communities, web 2.0,… We weten het zo onderhand wel. Begrijp me niet verkeerd, er worden heus wel zinnige dingen gezegd maar qua draagkracht wordt het allemaal nog te licht bevonden.

Als ik iets afleid uit het stuk in De Standaard, dan is het wel het volgende. Ja, we zijn hippe vogels omdat we bloggen. Maar het wordt wel tijd dat we dat eens nuttig aanwenden om ons – en daarmee bedoel ik niet alleen de common blogger maar ook de mediamensen – écht interessant te maken. Meer signaal dus, alsjeblieft!

* Bij wijze van boutade: Dat Frieda Van Wijck maar eens met een blog begint! Dat kan alleen maar interessant worden!

Nono op Dutch Directions

Woeha! Michael laat ons weten dat [tag]Nono[/tag] opgenomen is in [tag]Dutch Directions[/tag]

Op deze website vind je weblogs die qua inhoudelijke kwaliteit boven de massa uitstijgen. Het gaat hier niet om populariteit of aantallen bezoekers maar om inhoud die ‘net dat beetje meer’ is.

Huzzah!

The story continues

Nieuwe wendingen in het verhaal rond gent blogt: Dominiek spreekt. En hij koppelt de ganse discussie onmiddellijk aan het aloude gevecht “traditionele media vs. nieuwe media”. Michel repliceerde reeds en bracht een aantal interessante argumenten aan.

Maar dat die discussie nu al passé zou zijn, daar ga ik niet mee akkoord. Traditionele media zoals kranten kennen we reeds enkele honderden jaren. Weblogs bestaan nog geeneens 10 jaar. Een belangrijk punt hierin is de organisatie die achter het medium schuilgaat. Weblogs worden typisch onderhouden door vrijwilligers of hobbyisten. Traditionele media worden gemaakt door bedrijven en hoogopgeleide professionelen die dag in, dag uit ermee bezig zijn.

Dat brengt een aantal belangrijke implicaties met zich mee. Vooreerst bestaat een weblog bij de gratie van de motivatie van diegene die hem onderhoudt. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor traditionele media, maar wat weblogs betreft is die zekerheid meer precair. Getuige daarvan de talloze blogs die na een tijd doodbloeden. Motivatie heeft ook een impact op de kwaliteit van een blog. Kwaliteit die samenhangt met de zorg en de tijd die in berichten worden gestoken. Ik denk dat LVB daar een mooi voorbeeld van is in tegenstelling tot anderen die klakkeloos copy & paste toepassen.

Een tweede element is dat traditionele media en webloggers nu eenmaal vanuit een andere premisse vertrekken. De eersten maken nieuws om het te verkopen, de laatsten houden een on line dagboek bij omdat het in hun natuur ligt. Of omdat het hun hobby is. Michel heeft dan ook gelijk met deze uitspraak:

Er staan er een aantal heel erg goeie tussen, maar als ze het echt zouden menen met hun weblogs, doen ze zichzelf natuurlijk zware concurrentie aan. En dus lees je “la (très) petite histoire”of “opgewarmde internetkost-voor-vlamingen”, en niet een echt politiek weblog of bijvoorbeeld iets dat diepgravender of interessanter wordt. Ah nee: dát komt uiteraard gewoon in de (betalende) Standaard. En ze zouden wel gek zijn, economisch gezien, om dat niet te doen.

Er is anders wel een overlap tussen traditionele en nieuwe media maar die ligt een pak minder voor de hand dan kranten die weblogs bij houden en webloggers die zich journalist wanen. Volgens mij gaat het eerder om een grijze zone waar onder andere de mensen van Gent blogt of een LVB een plaats hebben. Vergeten we daarbij ook niet de podcastexperimenten van de VRT. Die zone is momenteel volop in beweging zodat uitspraken zoals daar zijn:

Ik heb de indruk dat het hele “traditionele media vs. weblog”-discours so 2004 is.

mij iets te definitief lijken.

Uiteindelijk kan ik ook het omgekeerde poneren en de traditionele media uitdagen om het weblogmedium te omarmen en het dichter bij hun core business te brengen: informatie brengen voor een breed publiek.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's