Netsensei

Much Ado About Nothing

Innovatie

Digitale databeheerder

Ik sluit vandaag een hoofdstuk af en ik begin morgen een nieuw. Ik ruil mijn petje als Drupal developer bij XIO voor dat van digitale databeheerder voor de Vlaamse Kunstcollectie.

De Vlaamse Kunstcollectie is een samenwerkingsverband tussen de Vlaamse kunsthistorische musea. In mijn nieuwe rol ben ik betrokken bij het reilen en zeilen van de digitale collecties. Er is een roadmap met aantal zeer interessante, innovatieve projecten rond registratie, bewaring, ontsluiting, uitwisseling en hergebruik voor de komende jaren uit getekend. Het is de bedoeling dat ik die projecten mee help realiseren.

In de voorbije jaren heb ik met fantastische mensen aan uitdagende projecten mogen werken. Ik leerde niet alleen bij op technisch vlak. Ik leerde ook anders communiceren, compromissen sluiten, prioriteiten leggen, plannen, kansen zien, met anderen omgaan en zoveel meer. Super bedankt voor alles, XIO!

En nu, met vol enthousiasme, begin ik aan de volgende uitdaging. En avant!

Regelitis

Het verbieden van taxi-app Über, de hele hetze rond  #grouwelsVerbiedt, over de registratieplicht voor couchsurfers en airbnb’ers tot, klap op de vuurpijl, het aangekondigde vertrek van Engagor naar de VS. De week was op zijn zachtst uitgedrukt interessant te noemen.

Wat is er aan de hand?

Dit is een verhaal met vele kanten. Maar in de grond is dit de eerste echte openlijke botsing tussen de zeer liberale Silicon Valley cultuur en ons lokaal bestuurskader.  Het zat er ook wel aan te komen. Onze kenniseconomie is zich in een rotvaart aan het ontwikkelen. In en rond grootsteden proberen heel wat ambitieuze, jonge, hippe ondernemers een eigen start up uit de grond te stampen. Het internet brengt die Twitter, Google, Facebook cultuur aan onze voordeur. Onder die invloed verwacht de privésector met dezelfde flexibiliteit hier aan ontwikkeling en innovatie te kunnen doen.

De gevestigde orde in ons land kent een lange traditie van samenwerking en van tegenstrijdige belangen. Die orde is een kluwen van politici, industriëlen, belangengroepen,… die met elkaar verweven zit in talloze orgaantjes, organisaties en bestuurlijke niveaus. Op zich is dat niks nieuws. Maar bestuur in ons land is geweldig complex en gebeurt bij de gratie van het compromis. De gevolgen zijn er dan ook naar: doorgaans staan we niet te springen om vernieuwing. Zeker niet wanneer die de eigen verworvenheden van een groep enigszins bedreigt.

In die context is de krampachtige reflex van onze politici enigszins verklaarbaar.

Legislation is a messy business.

Mijn professor historisch recht leerde mij dat recht een vervormde reflectie is van de realiteit. Per definitie loopt het recht door zijn formele karakter altijd wat achter op de actualiteit.  Dat hoeft geen probleem te vormen zolang de afstand niet al te groot wordt. Helaas is de balans vandaag de verkeerde kant door geschoten.

Onze wetgevers laten zich keer op keer voorbij steken door de technologische en economische revolutie.  Het toeristisch decreet dat nauwelijks drie jaar geleden werden opgesteld is vandaag voorbijgestreefd door het succes van couchsurfen en AirBnB.  Dat hoeft ook niet te verwonderen als je kijkt naar het ronduit idiote detaillisme waaruit het decreet bestaat. Je kan je afvragen of dit decreet wel met enige zin voor toekomstgericht denken werd opgesteld.

Veel heeft te maken met de complexiteit eigen aan ons bestuur. Niet alle wetgeving is een duidelijk succes. Vaak gaat het om verwaterde compromissen, die diverse belangengroepen tevreden moet houden. Deels is ze niet noodzakelijk opgesteld in functie van de burger, maar dient ze om het eigen bestaan te kunnen rechtvaardigen. En laten we ook niet vergeten dat onze politiek gedomineerd wordt door latente verkiezingskoorts. Men kiest liever voor de snelle score dan voor de structurele oplossing.

Niet verwonderlijk dat wetgeving veel te vaak uit een absurde, alternatieve realiteit lijkt te komen.

Regelneverij

“Mensen moeten niet betutteld worden. Wie van couchsurfen gebruik maakt weet dat er risico’s zijn.” Dit zeer liberale argument kreeg ik deze week te horen.  Of het nu gaat over politieke bijeenkomsten op scholen tijdens de sperperiode, of taxi-apps: je kan dit in elk debat tegen werpen.

Als het van sommige stemmen afhangt, kunnen we een pak winnen door met de rode pen door de stapels decreten te gaan. Ik geef hen geen ongelijk. De ervaring leert mij dat ondernemen een bijzonder harde stiel is en de overheid nog je meest te vrezen concurrent is. Niet alleen hippe start ups maar ook veel gewone zelfstandigen gaan gebukt onder pure regelneverij.

Ik ga echter niet mee in het idee dat we de deuren wagenwijd moeten open zetten. De gedachte dat markten zichzelf wel zullen en kunnen reguleren heeft de laatste jaren voldoende averij opgelopen om aan te tonen dat een zekere vorm van regulering wel degelijk nodig is. Ook alternatieve, digitale economieën kunnen zich aan die waarheid niet zonder meer onttrekken.

In het geval van Über, AirBnB en consoorten lijkt het me maar wat logisch dat men vanuit het gelijkheidsbeginsel aan een minimum set van regels hoort te houden. Ontvang je inkomsten? Dan hoor je daar belastingen op te betalen. Ontvang je gasten in je taxi of je huis? Dan hoor je toch minimaal aandacht te besteden voor veiligheid en basiscomfort. Het lijkt me maar normaal dat de wetgever die zaken afdwingt met de nodige zin voor realisme.

Boven de politiek

Folke’s verzuchting is dan ook begrijpbaar. De hakken in het zand zetten, verbieden, verhinderen, overdreven conformisme, favoritisme en allerlei spelletjes: daarmee is niemand gebaat. Uiteindelijk is het aan politici om zich boven de politiek te stellen, uit de ivoren toren te komen en met een open geest te kijken naar wat zich in de maatschappij beweegt.  Want met de uitdagingen die vandaag op tafel liggen hebben we die vorm van moed en dienstbaarheid méér dan nodig.

Pecha Kucha Brugge

Op 2 mei vindt er een Pecha Kucha Night Brugge plaats! Wannes F., Robbie B. & Stijn B. en mezelve zijn we sinds begin februari in de weer. In Gent worden er al langer Pecha Kucha Nights georganiseerd, dus we vonden het meer dan de hoogste tijd om ook in Brugge er eentje te organiseren.

Wat is een Pecha Kucha?

Pecha Kucha, of “chit-chat” in het Japans, is een presenteerwijze waarbij een onderwerp in 20 slides met voor elke slide 20 seconden wordt toegelicht. Het idee is dat je zo een PechaKuchaNight kan organiseren met een pak sprekers die elk een korte powertalk geven. Het concept werd oorspronkelijk uitgevonden door het architectenbureau Klein-Dytham in Tokio en heeft sindsdien de wereld veroverd.

Deze week vond nog de PechaKuchaGhent editie 13 plaats. Natuurlijk zijn wij ook daarheen afgezakt: het smaakte naar meer!

Meer info: http://www.pechakucha.org/

Welke onderwerpen?

Wel, doorgaans worden de sprekers gezocht in de wereld van innovatie, creativiteit, architectuur, cultuur, design, fotografie,… We zijn er van overtuigd dat ook Brugge een pak creatief talent in huis heeft en we wilden met onze eerste PechaKuchaNight een forum bieden.

Wie komt er allemaal?

We hebben een mooie, diverse line-up. Voor elk wat wils.

– Jeffrey Vanhille, meubelhermaker
– Seppe Van den Berghe, muzikant, illustrator en grafisch ontwerper
– Wim Ballieu, Balls & Glory
– Kirsten Willem, conversation manager Club Brugge
– Davy Denduyver, student Beeldende Vormgeving
– Pierre Muylle, directeur van MADmusée
– Frederik Lamote, Romantify
– Pieter Van Eenoge, zelfstandig illustrator
– Maud Bekaert, letterbeeldhouwster
– Lien Dereere, Burlesque artieste

Praktisch?

Alle communicatie vind je terug op Facebook. Voor de eerste editie is er een event pagina waar je je op kan inschrijven. Het hoeft natuurlijk niet, je bent immers vrij welkom. De toegang is gratis. Maar als je even laat weten of je komt, hebben wij een beter idee hoeveel toeschouwers we mogen verwachten. En er is natuurlijk ook een fanpagina!

We doen dit natuurlijk niet alleen. Onze avond wordt ondersteund door Villa Bota / Het Entrepot in kader van de World Wide Week. Een initiatief waarbij beide organisaties de deuren open gooien voor het brede publiek. Zowel virtueel als in ’t echt.

Onze #PKB1 gaat door op 2 mei vanaf 20h in Villa Bota // Astridpark 8 // 8000 Brugge.

Auvibel

Lees ik bij Litrik en Pietel dat er vanaf 1 februari de heffing op blanco DVD’s/CD’s wordt uigebreid naar alle digitale dragers. Dat wil zeggen: iPods, MP3 spelers, harde schijven, etc. Kortom: alle digitale dragers. Het gaat zelfs tot 9 euro per terabyte! Niet bepaald een heffing die de consument niet in zijn portefeuille zal voelen.

Is dat een slechte zaak?

Ik denk dat Larry Lessig, uitvinder van de Creative Commons, het heel erg goed verwoord in deze video:

https://www.ted.com/talks/lawrence_lessig_laws_that_choke_creativity

Oude business modellen werken niet in een nieuwe context waar het begrip ‘intellectueel eigendom’ botst met de realiteit dat drager en intellectueel goed niet meer één en dezelfde economisch exploiteerbare entiteit vormen. Als we iets van de noughties zullen onthouden, dan is het wel dat piraterij mainstream is geworden.

Wat is de rol van publieke overheden hier dan in? Recht heeft altijd al de neiging gehad om achter te lopen op reeële situaties. Het is de rol van de wetgever om in te spelen op die verandering en een eerlijke balans te vinden tussen rechten en plichten van alle betrokkenen.

In het geval van auteursrecht lukt dat blijkbaar niet. Meer zelfs, het opleggen van een a priori taks waar de consument geen enkele nieuwe rechten kan aan ontrekken – vrij kopiëren blijft nog altijd een misdrijf – trekt die balans juist verder scheef.

Volgens mij heeft de weg die Vincent Van Quickenborne – en de politieke reactie in brede zin – is ingeslagen vooral deze drie gevolgen:

  • Het opwerpen van extra drempels verhindert de introductie van nieuwe (mobiele) technologieën. Extra heffingen zijn absoluut geen economische stimulans. Het zet de consument aan om de knip op de geldbuidel te houden en een alternatief te zoeken. Stel dat men ook nog beslist om dezelfde heffing op internetverbindingen te halen, dan mag men er gerust van uitgaan dat België nog verder zal zakken in de lijst van landen met een hoge graad van aansluitingen.
  • Het averrechtste effect dat zo’n heffing kan/zal hebben leidt juist tot minder omzet. De inkomsten van de heffing zullen nooit het verlies kunnen dekken. Artiesten klagen terecht steen en been en dat heeft ook impact op de kwaliteit van hun werk. Wie wil nog professioneel veel tijd en moeite in origineel en vernieuwend werk steken als niemand erin wil/kan investeren? De drempel voor jong talent naar een professionele carrière wordt alleen maar groter en wat labels op de markt brengen zal juist meer van hetzelfde zijn.
  • De huidige regelgeving criminaliseert innovatie en creativiteit die in de wereld van de nieuwe media een vruchtbare voedingsbodem vinden. Ze bestendigt het gebruik van oude business modellen die helemaal niet passen in de nieuwe realiteit en ze verhindert de ontwikkeling van nieuwe exploitatiemogelijkheden van intellectueel goed. De kopieerheffing is in die zin een puur protectionistische maatregel. Een dergelijke heffing betekent het verhogen van de inzet in de wapenwedloop tussen piraten en overheid terwijl vooral de eerlijke consument daar de dupe van wordt.

Het is natuurlijk makkelijk om de huidige heffing af te schieten. Maar wat is dan wel de oplossing? Hoe kan je de belangen van mensen die intellectuele arbeid verrichten verenigen met de wensen van de consument?

Met een gratis alternatief, kan geen enkel goed bedacht business model concurreren. De stunt van Radiohead om downloaders van hun album ‘In Rainbows‘ zelf te laten bepalen wat ze willen betalen toont aan dat intellectueel goed sterk is gedevalueerd. In Zweden lijken repressievere wetten dan weer te werken. Door ISP’s te dwingen illegale activiteiten te rapporteren heeft de omzet van de legale verkoop zich deels hersteld. En de zweden zijn een nieuwe politieke fractie rijker!

Een repressieve aanpak is slechts de helft van het verhaal. Het zou interessanter zijn mochten overheden rechtstreeks en onrechtstreeks onderzoek naar nieuwe exploitatiemogelijkheden. Mobiele platformen zijn hierin de way of the future.

Daarnaast horen overheden de consument ook voor te lichten over e-commerce en on line kopen. Nu pas begint e-commerce eindelijk van de grond te raken, maar het is ook aan de overheid om actief te stimuleren en consumenten voor te lichten. Het ‘Internet voor iedereen’ programma is een goede stap, maar zonder duidelijkheid over de mogelijkheden – wat wel en niet kan – schiet het zijn doel voornamelijk voorbij.

Tenslotte zou men ook jonge artiesten en kleine on line labels kunnen stimuleren met toegankelijke subsidies. Meer zelfs, beperk de macht van obscure organisaties zoals Auvibel en Sabam die consumenten terroriseren en waarvan onduidelijk is waarhun inkomsten naar toe gaan. Investeer rechtstreeks in artiesten en labels via transparante kanalen!

Afin, ik maak wel dat ik nog een paar extra harde schijven insla voor begin februari.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's