Netsensei

Much Ado About Nothing

Technologie en Wetenschap

Lineage OS op mijn One Plus One

Mijn One Plus One (OPO) is bijna twee jaar oud. Tot op vandaag is het de beste smartphone die ik al heb gehad. Heel tevreden van. De OPO kwam origineel met het OxygenOS besturingssysteem. Dat is de versie van Android die door One Plus wordt ontwikkeld. Zoals dat gaat met smartphones, is regelmatig updaten een noodzakelijk kwaad. Gelukkig is dat proces doorgaans redelijk pijnloos. One Plus stuurt zelf af en toe een OTA (Over The Air) update uit en je moet slechts op een ‘update’ knop tikken om die te installeren.

Alleen. Die updates lopen vaak achter op het nieuwste wat Android te bieden heeft. De laatste versie van OxygenOS voor de OPO is gebaseerd op Android “Lollipop” 5. Ondertussen lanceerde Google halverwege vorig jaar Android “Nougat” 7. Leveranciers van smartphones passen de versie van Android altijd aan voor hun toestellenreeks en lopen daardoor altijd wat achter.

Voor de gewone gebruiker zal het worst wezen. Maar ik speel graag met de “bleeding edge” versie van software.

Sinds jaar en dag is het installeren van een nieuwe versie van Android een eitje. Vorig jaar had ik OxygenOS ingewisseld voor CyanogenMod. Die versie bezorgde mij Android “Marshmallow” 6.0.1. Aangezien ik nogal wat apps op mijn GSM installeer, ging het ding gaandeweg trager en trager werken. Maar wat me het meest irriteerde was het regelmatig wegvallen van de data verbinding. Ik moest meermaals per dag mijn smartphone herstarten om verbinding te hebben. Verre van praktisch dus.

LineageOS
LineageOS

Eind vorig jaar vertrok de originele maker van CyanogenMod en ging het project op de schop. Maar in de coulissen werd er getimmerd aan een opvolger: LineageOS. Het heeft even geduurd, maar ondertussen is er ook voor de OPO een nieuwe versie uit.

Dat vraagt dus om mijn smartphone opnieuw te installeren. Ter referentie maak ik in een volgende blogpost wat nota van het proces. In eerste instantie doe ik dat voor mezelf, maar misschien heeft een ander er ook wat ander. Al was het maar omdat ik door flink wat losse tutorials en artikels heb moeten ploegen om de juiste procedure uit te vogelen.

Hoe het nieuwe besturingssysteem me bevalt? Dik in orde! Mijn smartphone loopt weer zo vlot zoals ik hem eerst kreeg. De eerste indrukken zijn alvast positief, en ik sluit me er graag bij aan. Wat me vooral opvalt is dat ik terug een volle 24 uur zonder lader kan. Dat was voorheen wel even anders.

Ik heb er wel mijn smartphone volledig voor moeten wissen, maar dat was het de moeite meer dan waard. Nu nog wat tunen en we kunnen weer verder.

Avonturen met Proximus

Sinds jaar en dag betrekken we hier ten huize Proximus voor telefonie, internet en TV. Aangezien we geen deftige kabelaansluiting op het appartement hebben, is Telenet geen optie.

Nu laat onze decoder sinds een aantal maanden zijn pluimen. Programma’s worden niet opgenomen, conflicten waar er geen zijn aangegeven, trage interface,… Heel wat ergernis. Nu wil het toeval dat iedereen vanmiddag thuis was en we wat tijd hadden om eens richting Proximus winkel te trekken. Zo gezegd, zo gedaan. Decoder losgekoppeld, kabels en ‘kaske’ verzameld en de boel in een boodschappentas meegenomen.

Het is een avontuur geworden. Eentje waar we niet helemaal blij van worden.

We hadden verwacht dat we gewoon onze oude decoder met bijhorende draden en afstandsbediening ter plaatse konden inruilen voor een nieuw toestel. Maar dat feest gaat niet door. Sinds november vorig jaar zijn de inruilpunten afgeschaft. Volgens de winkel moesten we bellen naar de technische dienst en daar om een nieuw toestel vragen. We dropen dus met onze boodschappentas vol elektronica terug af naar huis.

Ik ontzie het me altijd om te bellen naar de Proximus helpdesk. Dat heeft niets met hun medewerkers te maken, en alles met de jungle van onduidelijke voicemenu’s die een mens moet doorwandelen om de juiste persoon aan de lijn te krijgen. Deze keer kostte het mij ‘slechts’ 10 minuten. Ik ging gelijk voor vervanging van onze straatoude BBOX-2 modem en decoder.

De modem, daar haalde ik bakzeil. Blijkbaar vervangt Proximus geen toestellen die nog in goede staat zijn. Ook al gaat het om oude hardware. Ergens begrijp ik wel dat het moeilijk is om iedereen van een nieuwe modem te voorzien, anderzijds snap ik niet dat je toestel eerst volledig de geest moet geven want dat kan nog lang duren als je er enigszins zorg voor draagt.

De decoder, die wordt toegestuurd naar een Kiala postpunt. We moeten die dus zelf afhalen. En de oude gaat in een doos per retour naar Proximus. Volgens de helpdesk ga ik dinsdag 2 sms’en krijgen om te melden of de decoder in aantocht is. Blijkbaar ligt de samenwerking met Kiala moeilijk want ik werd gewaarschuwd: krijg ik géén sms’en, dan is er iets misgelopen onderweg. In dat geval moet ik opnieuw bellen naar de helpdesk en moet er een technicus langs komen met een toestel.

Ik weet niet wat u denkt, maar dat schept allemaal weinig vertrouwen én het is bijzonder omslachtig. We hebben dus vandaag nog geen nieuwe decoder én het is niet duidelijk wanneer er eentje in de nabije toekomst in ons midden zal komen.

Als toemaatje was er de afstandbediening. De helpdeskdame vermeldde terloops dat we die zéker niet mochten inwisselen. Wat? Que? Blijkt dus dat bij het inwisselen bij Kiala enkel de decoder de post op gaat. Doe je de afstandsbediening er bij, dan kan je niéts met je nieuwe decoder. Urgl?! In de winkel was daar géén melding van gemaakt. Daar ging het van: doe alles – dus draden én afstandsbediening – maar de post op.

Nu wil het toeval dat ons ‘kaske’ sowieso dringend aan vervanging toe was. Zegt de helpdeskdame doodleuk: ‘Ha ja, je kan die énkel inruilen in de winkel!’ Wat? Que? Huh? Maar we komen net van de winkel! De winkel waar ze ons vertelden dat we de héle santeboetiek moesten inwisselen per postpakket! Duizend excuses, meneer-mevrouw, maar neen, dat gaat dus niet. Die afstandbediening, dat moet via de winkel.

Ik trok dus met veel tegenzin mijn vest aan om snel naar een andere Proximus winkel, iets dichter in de buurt, te trekken en daar het kaske in te wisselen. Blijkt dus dat dat ook niét zomaar gratis kan. Klap op de vuurpijl! Het kost dus 20 Euro om een vervanging te krijgen. De verkopers kunnen daar weinig aan doen. Meer zelfs, ze waren zelf niet op de hoogte van die fijne details.

Afin. Het is niet allemaal zo negatief. We hebben onze factuur eens grondig onderzocht en gelijk gevraagd om de volledige boel om te schakelen naar het nieuwe – wie bedenkt die namen ook –  Tuttimus. Zo eens per jaar informeren of uw abonnement nog voordelig is, ik kan dat iedereen aanraden. Het scheelt ons alvast toch weer een 15 Euro per maand.

Retro gaming

Game night vanavond. Sinds een half jaar heeft Louise haar eigen iPad. En daar heeft ze, helemaal zelf overigens, een heel assortiment spelletjes op verzameld. Vooral die van Ketchapp Games spreken haar enorm aan.

Sinds een paar dagen is ze verslingerd aan Supermario kloon Jumpy.  Ha! Ideaal om ye olde NES nog eens boven te halen. Een ware retro gaming night dus wegens vakantie. En zie, ze vond het nog fijn ook om het originele Super Mario Bros te spelen.

https://www.instagram.com/p/BRJlQPvgyXy

Merci Retropie!

Server onderhoud

Sinds 2010 host ik mijn digitale zoo op een VPS van Linode. Op één gelegenheid na, ben ik vrij tevreden van hun diensten.  Tot op heden betaalde ik ook een aardig bedrag voor die server: 20$ per maand. Plus 5$ voor een dagelijkse en wekelijkse geautomatiseerde backups. Sinds 2010 kreeg ik occasioneel wel meer bang for the buck – extra RAM geheugen, meer disk space – maar aan de prijs zelf is nooit gezakt.

Eind vorig jaar merkte ik dat Linode haar tarieven had aangepast en de Linode 2048 VPS naar de low-end was opgeschoven. Voor 10$ plus 2.5$ per maand koop ik exact dezelfde service.

Verder had ik mijn server indertijd manueel had geconfigureerd. Veel werk dat ik niet opnieuw wilde uitvoeren. Sinds enkele jaren bestaan er software tools zoals Puppet, Chef en Ansible die zeer veel server management taken automatiseren en waarmee administrators hele serverparken kunnen beheren. In plaats van elke server apart opnieuw te configureren, schrijf je eenmaal een configuratiebestand en rol je dat dan uit op alle servers.

En dus heb ik in de afgelopen weken af en aan gewerkt om het huishouden op punt te zetten.

Ten eerste heb ik mijn hele configuratie vastgelegd in Ansible scripts gebaseerd op Phansible. Op mijn Macbook laat ik een lokale ontwikkelingskopie van de hosting lopen die ik aanstuur met Vagrant. Met mijn Ansible scripts kan ik die kopie volledig geautomatiseerd dezelfde configuratie geven als de server die bij Linode loopt. Het mooie aan die opzet is dat ik zo zeker ben dat wat ik op mijn laptop bouw, ook zal werken op de server wegens exact dezelfde setup. Verder kan ik nu ook zeer snel naar een andere server, of zelfs een andere hosting dienst, verhuizen mocht dat nodig blijken.

Ten tweede is er het beheer van elke individuele site. Zowel Drupal als WordPress komen met nogal wat plugins en modules die op hun beurt ook regelmatig updates en upgrades krijgen. Dat betekent dus regelmatig werk op de plank om al die code uit te testen en up te daten. Vroeger deed ik dat nog handmatig maar dat is vandaag quasi ondoenbaar. Tegenwoordig gebruik ik Capistrano om updates voor individuele sites als aparte releases te verpakken en uit te rollen op de server. Mijn specifieke setup heb ik gepubliceerd op Github.  Ook hier heb ik met één commando een hele waslijst aan taken geautomatiseerd.

Allemaal goed en wel. Maar wat betekent dat nu concreet? Wel, vandaag heb ik de laatste site gemigreerd naar een nieuwe, goedkopere server en de oude server finaal uitgezet. Een kleine mijlpaal die ik vooral in mijn factuur voor hosting ga voelen. Zo bespaar ik op jaarbasis maar eventjes 150 USD. En verder betekent het ook dat ik minder tijd moet steken in onderhoud naar de toekomst.

Ik herstelde een kapotte hoofdtelefoon

En toen zaten we thuis met een knalroze, kapotte hoofdtelefoon. Ergens halverwege was de draad naar het rechteroorstuk geknapt. Nu, het is allemaal plastiek, en het kost minder moeite om een vervanger on line te bestellen dan om ze te laten herstellen. En toch, is zelf herstellen echt zo moeilijk?

Blijkt dus van niet. Ik had mijn soldeerbout al boven gehaald, maar uiteindelijk had ik al voldoende aan een breekmes, een aansteker en wat heatshrink.

Herstellen doen we zo:

  1. Je snijdt een stuk heatshrink van 2 à 3 centimeter en je duwt deze over één van de twee geknapte uiteinden. Vergeet deze stap niet want je kan dit later niet meer doen.
  2. Met het breekmes (en een stuk karton als onderlegger) strip je voorzichtig 1 à 1,5cm van de plastic isolatie van elk uiteinde. Binnen zitten (minstens) 2 dunne gekleurde koperdraadjes: positief en negatief.
  3. De draadjes duw je per uiteinde voorzichtig uit elkaar zodat je een T vorm krijgt.
  4. Je brengt de uiteinde bij elkaar zodat de 2 T uitsteeksels met de passende kleuren – rood op rood, koper op koper – tegen elkaar liggen.
  5. Je draait voorzichtig de gekleurde uitsteeksels in elkaar. Op dit punt zijn de twee uiteinden nu terug met elkaar verbonden. Op zich is dit nog niet voldoende om je hoofdtelefoon te laten werken.
  6. De twee polen in de draad zijn gecoate koperfilament verwerkt in katoen isolatie. Zowel isolatie als coating moeten we nu weg werken. Dat doe je door de laatste halve centimeter van elk gedraaid uitsteeksel in de vlam van de aansteker te houden. Zo brand je de isolatie weg en maken de koperen filamenten contact. Op dit punt zou je hoofdtelefoon nu wel terug moeten werken.
  7. Nu kan je de gebrande uiteinden omplooien. Zorg ervoor dat ze elkaar niet raken, anders creëer je een korstsluiting en werkt de hoofdtelefoon niet. Je kan nu de heatshrink schuiven over de twee blanke koperfilamenten. Met de vlam van de aansteker verhit je de heatshrink waardoor deze krimpt om de filamenten.  Zo krijg je een mooie, afgesloten, sterke isolatie.

(Je kan ook een relevant YouTube instructiefilmpje bekijken)

Ik was – uiteraard – stap 1 vergeten uit te voeren. Maar op dat punt had ik al een tiental pogingen ondernomen. Het is en blijft prutswerk en het vraagt wat volharding voor het in de vingers zit. Het resultaat ziet er zo uit:

https://www.instagram.com/p/BPVl5b6jnsm

Bij deze, weer enkele tientallen euro’s uitgespaard. En mezelf een nieuwe skill aangeleerd. Dubbele winst zou ik zo zeggen.

Het oranje toestel is een FumeFan Extractor. Het is een blazer met een koolstoffilter. De dampen die vrijkomen bij het solderen of – in dit geval – het branden van koper met een aansteker, worden door dit toestel opgezogen. Ideaal om voor het occasionele hobbyproject aan de keukentafel.

Vanaf heden: HTTPS

HTTPS en al
HTTPS en al

HTTP inruilen voor HTTPS, dat stond nog op het lijstje. Ik heb dat net in orde gebracht. De S staat namelijk voor Secure. Met andere woorden, wanneer je rondstruint doorheen mijn blog, dan doe je dat vanaf nu veilig.

Waarom is dat belangrijk? Omdat er op het web ook mensen en organisaties zijn met minder goede bedoelingen. Wanneer mijn webserver een pagina naar jouw computer stuurt, dan wil je zeker zijn dat er tijdens het transport niet mee werd geknoeid. Dankzij HTTPS weet jouw computer automagisch dat de pagina die hij/zij ontvangt, ook daadwerkelijke de pagina is die oorspronkelijk werd verzonden.

Maar Matthias, kan je een voorbeeld geven van dergelijk “geknoei”? Wel, wanneer je surft op een “Free WIFI hotspot” – op hotel, in het station, luchthaven, restaurant,… – dan benader je het web via een toegang waarvan je niet weet of ze wel veilig is. Je stelt je vertrouwen in de uitbater van de hotspot. Voor niets gaat natuurlijk de zon op, en sommige uitbaters durven al eens advertenties te “injecteren” in webpagina’s die jij opvraagt. Daar zijn gedocumenteerde cases van. Ondanks dat dat overduidelijk een schending is van je privacy, is dat nog relatief tam. Vandaar is het immers maar een kleine stap om code te injecteren waarmee je computer kan worden gehackt. (Wat meteen ook een pleidooi is om niet zomaar op elk open, gratis netwerk te surfen!)

Bij HTTPS worden de pagina’s die jij opvraagt van een server, versleuteld verstuurd naar je browser. Enkel diegene met de juiste sleutel kan de pagina openen.

HTTPS is dus duidelijk een Goede Zaak. Matt Mullenweg kondigde onlangs aan dat bepaalde features in WordPress in de toekomst waarschijnlijk enkel nog met HTTPS zullen werken. Google gaat sneller beveiligde sites in zijn zoekresultaten tonen dan onbeveiligde websites. En vanaf 2017 gaat Chrome onbeveiligde sites “shamen”.  Met andere woorden, het wordt in de toekomst zelfs een basisvereiste om op het web te publiceren met versleuteling.

Waarom deed ik dat dan niet eerder? Om van HTTPS gebruik te maken met je bij een externe service een digitaal certificaat aanvragen. Dat certificaat kost doorgaans iets te veel om geen pijn te doen. Sinds kort is er een gratis alternatief dat zeer snel aan populariteit wint: Let’s Encrypt. Mocht je dus HTTPS op je weblog willen activeren: dan is dit wat je wil gebruiken.

Workshop Wikidata

Iedereen kent Wikipedia. Wel, dat is niet het enige project van de Wikimedia Foundation. Ze hebben met Wikidata ook een grote, open kennisbank boordevol gestructureerde data. Vrijdag had ik een hele dag workshop over die kennisbank. Vandaag nog wat verder experimenteren met al die data.

Kijk! Franse kazen geëxtraheerd (167 items) en op basis van streek gepind op Google Maps.

Van silo naar solo

Ik gaf het al aan op het einde van december: mijn blog verdient wat meer liefde. Maar waarom zou ik terug meer moeten of willen bloggen? Waarom net nu?

Het antwoord moet je zoeken in de sociale media. Die hebben in de laatste vijf jaar grote happen genomen uit mijn blog. De trivialiteiten die vroeger hier verschenen, transformeerden al snel naar vluchtige status updates, likes en shares op Facebook.  Waarom? Omdat het gewoon makkelijk was en is om via die weg een filmpje of een korte gedachte te delen met je vrienden.

Maar zo’n platformen zijn gesloten silo’s. En dat brengt nogal wat nadelen met zich mee. Ten eerste geef je met elke share of update Facebook de pap in de mond om jouw persoontje te analyseren. Ten tweede is jouw gepubliceerde content doorgaans slechts zeer beperkt toegankelijk: de zichtbaarheid van wat je deelt blijft doorgaans beperkt tot je vriendenkring. Ten derde is je profielpagina feitelijk visuele eenheidsworst: je kan hooguit wat morrelen met profielfoto’s, maar je hebt geen volledige controle over de presentatie van je profiel.

**

Net zoals zovelen heb ook ik in de afgelopen jaren een wat moeilijke relatie met Facebook gehad. Met het positieve kwam ook het negatieve: Always on, constant op ‘refresh’ duwen, de instant gratification van de like of de notification, het leven van anderen door de gefilterde bril van een feed zien,… Het deed mij meer kwaad dan goed.

In het verleden heb ik een aantal keer op de pauze knop geduwd: even een paar weken of maanden uitloggen uit de sociale media. Met succes want zo vond ik de broodnodige rust en ruimte terug in mijn hoofd.

Uiteindelijk heb ik vandaag geen Facebook of Messenger app op mijn smartphone en iPad meer geïnstalleerd. Het leven is beter zonder schreeuwerige apps die om mijn aandacht vragen.

**

We vergeten nogal snel hoe het web au fond altijd heeft gewerkt: het is een globaal netwerk van computers die met elkaar communiceren en op verzoek informatie uitwisselen. Een webserver waar jij je schrijfsels, video’s, foto’s,… op plaatst is niets meer dan een computer die permanent aan staat, aangesloten is op het internet en je mobieltje, MacBook of iPad mee communiceert.  Wil je iets op het web publiceren, dan zijn er twee manieren om dat te doen: ofwel zorg je zelf voor een computer die altijd bereikbaar is, ofwel laat je de hele technische kwestie over aan iemand anders.  Wanneer je iemand hoort orakelen over “[The Cloud][2]“, dan heeft ie dat over het laatste.

De verdienste van zo’n cloud platformen is dat ze de drempel om online je gedacht te kunnen zeggen, zeer laag hebben gelegd. Je hebt nauwelijks technische kennis nodig en je betaalt geen cent om op sociale media löss te kunnen gaan. Natuurlijk, There is no such thing as a free lunch: Je betaalt Google of Facebook door de controle over de toegang tot je content, je aandacht en je privacy grotendeels aan hen over te dragen.

Wat is het alternatief? Terug naar het Open Web! In plaats van te betrouwen op externe platformen: zelf de technische zijde regelen. Die strategie volg ik bijna anderhalf decennium met dit blogje. Ik lease bij Linode een webserver. Ik betaal daar maandelijks 25$ voor (dat lijkt veel, maar dit is niet de enige website die op die server staat). De configuratie en het up-to-date houden van de software doe ik helemaal zelf. De domeinnaam kost mij jaarlijks nog een tientje. Zo behoud ik de volledige vrijheid over wat ik online zet, in welke vorm en wie er toegang toe heeft.

IndieWebCamp vind ik in die context dan ook een mooie beweging. Zij bouwen onder andere tools die de rollen net omdraaien: je publiceert op je eigen domein/site, maar je content wordt automatisch geaggregeerd naar sociale media en andere platformen en vice versa.  Dat idee noemt crossposting: een gedachte wordt op verschillende kanalen gepubliceerd. Maar de canonieke versie staat wel op deze plaats.

Uiteindelijk is het hele idee niet nieuw: anderen schreven hier reeds ook zinnige gedachten over. Via Dries belandde ik op dit mooie stukje van oerblogger Dave Winer. Hij maakt terecht deze opmerking:

I made a mistake when I changed the format of Scripting News. Before Twitter, I had lots of short items. Here’s an example from 2006. I wrote as much as there was to say and no more. That’s how blogging should work.

Inderdaad, anno 2008 schreef ik in een stijl die enigszins doet denken aan Winers’ verwijzing naar de Dogma 2000 principes. Net zoals Winer heb ik de fout gemaakt om de korte gedachten gaandeweg te knippen waardoor het hier wat kwam te verwateren.

Een artikel van vorig jaar dat nog lang is blijven kleven in mijn achterhoofd, is The Web We Have to Save van de Iraanse blogger Hossein Derakhshan.  Hij werd omwille van zijn online publicaties in de cel gegooid en heeft de transitie naar sociale media niet actief meegemaakt. Toen hij vrij kwam, ontdekte hij hoe het web is getransformeerd. Hij omschrijft die evolutie zo:

Sometimes I think maybe I’m becoming too strict as I age. Maybe this is all a natural evolution of a technology. But I can’t close my eyes to what’s happening: A loss of intellectual power and diversity, and on the great potentials it could have for our troubled time. In the past, the web was powerful and serious enough to land me in jail. Today it feels like little more than entertainment. So much that even Iran doesn’t take some — Instagram, for instance — serious enough to block.

Genoeg redenen dus om hier terug wat meer te publiceren. Uiteindelijk ben ik hier chez moi.

Electronica doos 2020

Misschien lijkt het niet zo, maar ik ben altijd al een knutselaar geweest. Als klein manneke was ik verslingerd aan de Lego. En uren kon ik prutsen met papier, karton, schaar en plakband. In tegenstelling tot wat mijn schoolrapporten vertelden, was ik in mijn tienerjaren ook wel gefascineerd door elektronica.

Op een gegeven moment had ik toen zo’n fantastische Kosmos Electronic Explorer X2000 experimenteerdoos cadeau gekregen. Er zat een bord in waarop je weerstandjes, transistors en draadjes kon prikken. Uit een instructieboekje bouwde je dan eenvoudige circuits na. Afin, de leukste uitdaging was een complete AM radio. Deze Duitse meneer toont zo’n beetje wat dat inhield:

Dat was ergens in de jaren ’90.

Ondertussen zijn we bijna twee decennia verder. En veel verder dan die doos ben ik niet geraakt. Les excuses sont faites pour s’en servir en al. Ondertussen is de prijs van elektronische componenten quasi in elkaar gestort en heeft de Interwebs ervoor gezorgd dat de meeste problemen wel Google-gewijs op te lossen vallen.

In 2005 verscheen er een geweldig elektronisch platform: Arduino. Made at the University of Ivrea, Italy. Het is een microprocessor op een klein kaartje dat je heel makkelijk zelf kan programmeren zonder allerlei grote wiskunde te moeten kennen. In de eerste plaats is het een leerinstrument, maar ondertussen wordt het voor tienduizend-en-één dingen gebruikt. Tegenwoordig kan je die makkelijk bestellen als centraal onderdeel van een starterkit.

Meer weten? Tjek dan deze TED talk.

Ik had zo’n Arduino bordje natuurlijk al lang in het oog, maar het heeft toch nog tot een week of twee terug geduurd vooraleer ik een doos durfde te bestellen. Ondertussen heb ik een deel van het weekend gespendeerd aan tinkering. En ik maakte dingen zoals:

Kerstverlichting.

http://instagram.com/p/vd_anJuJNd

Een draaiend Playmobil paardje.

http://instagram.com/p/veUv3GuJLO

Bijzonder eenvoudige dingen feitelijk. Maar de kit bevat genoeg speelgoed om mij de eerstkomende weken aan het werk te houden.

Enthousiasme te over, jaja!

Project NES

In den beginne waren spelconsoles geen onderdeel van het meubilair. Dus ook geen onderdeel van onze jeugd. En ze zouden het ook nooit echt worden. Op mijn twaalfde kocht ik mezelf een Gameboy. Geweldig ding. Hele vakanties en mijn duimen heb ik versleten. En daarna werd er verder ge-game-d op de PC. Eerst die van vader, later die van mezelf.

Maar dus, een spelconsole. En dingen die terug komen.

Inceptie

Op mijn vorige job had een collega een heuse arcade bak in een hoek gezet. Compleet met joysticks en grote kleurrijke knoppen. Onder het houten framework stak er een oude PC waarop MAME, emulator software, overuren draaide.

Iets later haalde ik een Raspberry Pi in huis en bouwde ik er een mediacenter mee. Dat project is ondertussen zo’n beetje een work in progress geworden. Maar die RPi deed de verbeelding wel prikkelen. Wat kan je allemaal nog met zo’n credit-card-sized computer uitspoken?

En toen was er die andere collega die enkele weken geleden aankondigde dat hij met een Raspberry Pi zijn eigen arcade kast ging bouwen. Nu begon het toch echt wel te kriebelen om zelf iets in elkaar te knutselen.

Cue Reddit waar ik via de Raspberry Pi subreddit uitkwam op dit fotoalbum: een NES conversion. En na wat googlen vond ik een iets uitgebreider verslag over een gelijkaardige conversie. Bingo! Na een paar dagen denkwerk had ik besloten ervoor te gaan. Waarom ook niet? Ik heb momenteel wat tijd en het lijkt me leutige uitdaging om de ervaring van weleer terug tot leven te roepen.

rPIed NES
rPIed NES

Voorbereiding

Vorige week werd er dus begroot, gepland en onderdelen besteld.

De kern van de zaak is om een oude NES behuizing te recupereren, er een Raspberry Pi in te steken en de aansluitingen proper te verwerken zodat het lijkt alsof je met het toestel van weleer speelt. Je kan daar zo gek in gaan als je wil maar ik besloot een aantal toegevingen te doen. Kwestie van het allemaal haalbaar te houden.

Het lijstje van de nodige hardware met bijhorende prijzen (verzending incluis), ziet er aldus uit:

USB NES Controllers – Ebay – 2 stuks – 26,97 EUR

Ofte de bakjes. Dit is de essentie van de ervaring. Ik ging niet zo ver als op zoek te gaan naar de originele controllers. Voor het gemak koos ik USB controllers die een stuk makkelijker aan te sluiten zijn. Dat het goedkope Chinese namaak is neem ik er voor lief bij.

NES Console – Ebay – 1 stuk – 30.50 EUR

Ik ben enkel geïnteresseerd in de behuizing dus een kapot toestel voldoet ruimschoots. Ik strip de elektronica en de nog werkende onderdelen kan ik nog altijd later te koop aanbieden.

Raspberry Pi model B (512Mb) – DealExtreme – 1 stuk – 36.15 EUR

The business end. The beating heart of the thing.

Transcend 16Gb SD card – DealExtreme – 1 stuk – 10.41 EUR

Een geheugenkaartje. Heb je nodig om je besturingsysteem op te installeren.

DSTE 1080P HDMI kabel – DealExtreme – 1 stuk – 3.20 EUR

HDMI aansluiting.

CY U3 – 103 Combo Dual USB 3.0 – DealExtreme – 1 stuk – 5.12 EUR

USB aansluitingen.

Mausberry Shutdown switch – Mausberry Circuits – 1 stuk – 13.62 EUR

De RPi heeft geen eigen aan/uit knop. De enige manier om je toestel uit te schakelen is door de stroom eraf te halen. Niet ideaal want in het slechtste geval maak je je geheugenkaart zo corrupt. Je moet dus zelf alles voorzien. De NES Console heeft een mooie grote aan/uit knop én een reset knop. Dit printplaatje gaat ervoor zorgen dat die knoppen de RPi kunnen aansturen.

Daarnaast recupereer ik ook nog een aantal andere onderdelen die hier te liggen slingeren:

Netwerkverbinding hoop ik te laten werken met een el cheapo WiFi dongle. Dat spaart me een gat in de console uit voor een UTP kabel.

De Raspberry heeft slechts 2 USB & een MicroUSB aansluitingen. Ik heb nog een goedkope, self powered USB hub die ik in de behuizing verwerk om iets ruimer te zitten.

Alles samen kijk ik dus tegen een 122.77 EUR voor die project. Helemaal niet slecht! De onderdelen komen wel uit de meest uiteenlopende hoeken van de wereld, dus het is vooral kwestie van nu geduld te hebben. De console en de controllers zijn ondertussen gearriveerd.

Het plan is om waar nodig de bestaande openingen in de kast bij te dremelen/schuren zodat de nieuwe aansluitingen mooi passen. Afwerking is vrij belangrijk in dit project.

En de software? Het idee is om RetroPie te installeren: die distributie van Linux bevat alles wat je nodig hebt om de oude spelletjes te emuleren.

Interlude

Tussentijds kan ik het natuurlijk niet laten om de USB controllers al eens uit te testen. OpenEMU voor OSX is een geweldige one-click-install app. Je krijgt er 8 homebrew gratis spelletjes bij. De controllers worden automatisch gedetecteerd. Het kon niet makkelijker.

Gisterennacht rond 2 uur waren kameraad T. en ik nog volop verwikkeld in epische duels.

Wordt vervolgd!

« Vorige blogposts Pagina 3 van 27 pagina's Volgende blogposts »