Waar is mijn feestneus

Ik huur de onderste verdieping van het huis van J. en N. in hartje Antwerpen. Dat huis is een hoekhuis. Ik woon dus op een hoek. En achter die hoek is er een feestzaal. Zoals dat gaat bij feestzalen wordt daar wel al eens iets gevierd. Het laatste half jaar was het behoorlijk rustig. Maar dat de examens ten einde zijn, dat zullen we deze week geweten hebben. Gelukkig is er portier en rots in de branding L. om de zaak hier te bestieren.

Afin. Het feestvierende volkje arriveert hier tegenwoordig na het vallen van het duister als ware het nachtdieren. Rond de zomerwende doet de nacht laat zijn intrede, mind you. Vanuit mijn zetel ben ik zo’n beetje bevoorrecht toehoorder. En dan durft de socioloog in mij al eens naar boven komen. Niet dat ik veel uit de gesprekken van de passanten kan opmaken. Maar voor de ingang van de feestzaal deelt de Antwerpse studentenpopulatie lief en leed. Plannen voor de vakantie, buizen verzuipen, amoureuze verwikkelingen (of juist niet!),… Aan mijn raam passeert met tussenpozes vanalles: hipsters met raybans en brilliantine, gasten in basketslofjes, versleten jeans en Superdry! t-shirts, meisjes die in niemendalletjes en op ongemakkelijke hakken de frisse avond trotseren, de popular kids met lintjes,… En doorheen dat alles van tijd een stevig “SSSHT!” van L. om de decibels onder controle te houden.

Ach, als je verkiest om in het hartje van een metropool te wonen, dan moet je wel wat lawaai kunnen verdragen zo van tijd. ’t Is dat de eigendom in Brugge op een boogscheut van de stad in een rustige omgeving ligt.

2 replies

  • En ge kunt niet gaan crashen in die eigendom als het weer eens te gortig dreigt te worden?
    😉

  • Ah, the little matter of de huurster. :p Dat kranige oudje bezet nu mijn paleis. 😉 Ow well, er is altijd de mogelijkheid de nachtrust is anders altijd gegarandeerd bij de papa en de mama.

Commentaar is gesloten