Netsensei

Much Ado About Nothing

Motivatie

Terug in de klimgordel

Volgens mijn Swarm heb ik een streak van 4 weken in de klimzaal. Dat kan maar één ding betekenen: jawel, ik ben terug actief aan het klimmen. De schouder is voldoende hersteld.  Eigenlijk stak ik in september reeds de spreekwoordelijke teen in het water.  Op zaterdag- of zondagvoormiddag klimt er nauwelijks iemand: ik trok er dan alleen op uit om voorzichtig te oefenen.

Als je een jaar niet hebt geklommen, dan moet je terug van nul beginnen. Je kan niet zomaar de wand bestormen. De kinesist heeft me dagelijkse oefeningen opgelegd om mijn schouders aan te sterken, maar een uur traversé is toch nog steeds andere koek. Die eerste keer klimmen was dus een pijnlijke confrontatie.

Begin november ben ik terug begonnen met top rope.  Tussen traversé en top rope is er nog eens een wereld van verschil.  Die eerste klimsessie moest ik echt vechten om routes van laag niveau uit te klimmen. Na 45 minuten hield ik het toen voor bekeken. Maar content dat ik was om terug een klimgordel te mogen dragen!

Ondertussen zijn we een maand verder. Ik klim nog steeds niets boven niveau 5a.  Ik mag trouwens ook nog steeds niet meer dan één keer per week klimmen. Mijn schouder laat duidelijk weten wanneer ik in het rood ga. Maar ik merk wel de sprongen die mijn lijf maakt qua conditie.  Klimmen is trouwens niet alleen conditie, maar ook techniek: hoe kan je met een minimum aan bewegingen en energie, een stuk overbruggen? Dat ben ik niet verleerd: het verbaast me hoe snel ik op de wand terug val op oude reflexen zoals klimmen op de benen.  Wat ik wel mis is zelfvertrouwen op bepaalde bewegingen. Bijvoorbeeld  wanneer ik me mijn linkervoet op een crimp moet opduwen, terwijl ik mijn gewicht steun op mijn rechterhand en doorgrijp met links: als ik weg glijd, dan valt mijn volle gewicht op mijn rechterschouder. Eén keer meegemaakt: niet voor herhaling vatbaar.

Nu, het vraagt allemaal wel flink wat inspanning en motivatie.

’s Morgens vroeg oefeningen te doen? Yup. Pijnlijk? Hell yes! ’s Avonds ook mezelf motiveren om oefeningen te doen? Check. De dag beginnen om 7h ’s morgens bij de kinesist? Doing that. De boodschap van de dokter was dan ook vrij duidelijk: zolang ik actief wil sporten, moet ik dagelijks blijven oefenen.

No pain, no gain en al.

Dishwashing bonanza

In het huishoudelijke departement zijn we (alsnog) niet voorzien van een vaatwasmachine. Plaatsgebrek en de afwezigheid van een goed geplaatst stopcontact zijn de grote spelbrekers. En dus betekent dat na het avondeten handwerk.

De afwastaak is mij te beurt gevallen. Terwijl ’t jonk door de molen van de avondrituelen wordt gehaald, sta ik alleen te plenzen in een zeepsopje. Dan gaat bij mij de koptelefoon met Spotify open.

Ik heb ondertussen een afspeellijst bij elkaar om mezelf wat te motiveren tijdens het schrobben van vettige pannen en het krabben van bakvormen. Ik wil die graag met mijn afwassende lotgenoten delen. Bij deze: mijn Dishwashing Bonanza.

Veel afwasplezier!

Running shoes

De kop is er af. De eerste kilometers heb ik in de benen. Deze week heb ik voor het eerst gelopen sinds de collegejaren. Anderhalf decennium terug was dat wekelijkse prik: lopen rond het voetbalveld, coopertests, duurlopen,… Het ging me toen allemaal vrij goed af. Toen ik de schoolpoort achter mij liet, gingen de versleten adiddas lopertjes aan de haak.

Tot deze week.

Sinds ik Born to Run uit heb, is het terug beginnen kriebelen. Zomaar sportschoenen aantrekken en löss gaan leek me geen zo’n strak plan. Ik heb in de laatste jaren per slot van rekening, buiten de klimavonturen en de fietsafstanden, vooral heel veel op een bureaustoel gezeten.

De Decathlon was ideaal om goedkoop wat trainingskleren te scoren, maar de sportschoenen, die heb ik gekocht in een gespecialiseerd Running Center.  Ik werd er op de loopband gezet terwijl er een camera op mijn hielen was gericht.  Mijn rechtervoet komt correct neer, maar mijn linkeronderbeen knikt licht naar buiten. Met wat goeie raad van de specialist stapte ik met een paar aangepaste Izumi’s buiten. Een kleine investering, maar wel eentje waarmee ik heel wat ellende hoop uit te sparen in de nabije toekomst.

Om de motivatie er in te houden heb ik mij Zombies, Run! aangeschaft.  De premise: je bent terecht gekomen in een post-apocalyptische wereld waar zombies de dienst uit maken. Als ‘Runner Five’ moet je missies oplossen voor een kleine gemeenschap die zich terug getrokken heeft in één van de laatste menselijke bastions. Je moet de veilige muren van de basis ruilen voor de gevaarlijke buitenwereld waar je lopend zombies moet zien te ontwijken om voorraden te verzamelen. Tijdens je oefensessie krijg je via je oortjes instructies. Elke missie brengt je iets verder in de verhaallijn. Clever, want je wil weten wat er verder gebeurt en dus ga je verder mee in het verdoken trainingsschema.

En dan staat een mens op een donkere oktoberavond aan de voordeur in zijn nagenieuwe jogging en hagelwitte lopertjes. En zet de dwingende stem van een radio-operator je aan om in een  jog tempo van start te gaan.

Het eerste doel is mijn lichaam langzaam te laten wennen aan het lopen. Dit is niet hetzelfde als klimmen of fietsen.  Lopen moet je blijkbaar leren. Voorzichtig opbouwen is de mantra.

Dus liep ik begin deze week voor het eerst. Ik koos voor een tempo dat mij goed lag. Ik voelde hoe mijn t-shirt zich vol zoog met zweet terwijl ik focuste op mijn ademhaling. Een goede 30 minuten later had ik de eerste 5 kilometer achter de rug. *slik* Is dat niet waar al die Start To Run fans naar toe werken? Was dat te veel? Heb ik te snel gelopen? Of ben ik gewoon in betere conditie dan ik zelf vermoedde?

De volgende twee dagen deden mijn benen pijn. Ouch! Tegen dag drie trok de pijn weg. Goed. Spierpijn dus. Voldoende rust nemen tussendoor is het ordewoord. Het weer zat de laatste dagen tegen, dus dat kwam mij even mooi uit.

Gisteren was het kalm en fris. Ideaal om opnieuw te lopen. Weer dezelfde afstand en ietsje meer. Nu gaat het een stuk beter. Ik probeer opnieuw toe zoeken naar het juiste tempo en de juiste loopwijze. Bovenal: ik probeer te luisteren naar mijn lichaam. Beginnen de kuiten ongemakkelijk aan te voelen? Kies dan voor een wandeltempo. Voel ik mijn hart hard bonzen? Schakel een versnelling lager.

De spierpijn steekt vandaag minder hard door. Opnieuw laat ik er een paar dagen tussen om te recupereren. Oostkamp is niet zo heel erg groot, maar best wel een mooie speelterrein om zombies te ontlopen.

Ik ben benieuwd waar het verhaal mij zal leiden.

The story continues

Nieuwe wendingen in het verhaal rond gent blogt: Dominiek spreekt. En hij koppelt de ganse discussie onmiddellijk aan het aloude gevecht “traditionele media vs. nieuwe media”. Michel repliceerde reeds en bracht een aantal interessante argumenten aan.

Maar dat die discussie nu al passé zou zijn, daar ga ik niet mee akkoord. Traditionele media zoals kranten kennen we reeds enkele honderden jaren. Weblogs bestaan nog geeneens 10 jaar. Een belangrijk punt hierin is de organisatie die achter het medium schuilgaat. Weblogs worden typisch onderhouden door vrijwilligers of hobbyisten. Traditionele media worden gemaakt door bedrijven en hoogopgeleide professionelen die dag in, dag uit ermee bezig zijn.

Dat brengt een aantal belangrijke implicaties met zich mee. Vooreerst bestaat een weblog bij de gratie van de motivatie van diegene die hem onderhoudt. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor traditionele media, maar wat weblogs betreft is die zekerheid meer precair. Getuige daarvan de talloze blogs die na een tijd doodbloeden. Motivatie heeft ook een impact op de kwaliteit van een blog. Kwaliteit die samenhangt met de zorg en de tijd die in berichten worden gestoken. Ik denk dat LVB daar een mooi voorbeeld van is in tegenstelling tot anderen die klakkeloos copy & paste toepassen.

Een tweede element is dat traditionele media en webloggers nu eenmaal vanuit een andere premisse vertrekken. De eersten maken nieuws om het te verkopen, de laatsten houden een on line dagboek bij omdat het in hun natuur ligt. Of omdat het hun hobby is. Michel heeft dan ook gelijk met deze uitspraak:

Er staan er een aantal heel erg goeie tussen, maar als ze het echt zouden menen met hun weblogs, doen ze zichzelf natuurlijk zware concurrentie aan. En dus lees je “la (très) petite histoire”of “opgewarmde internetkost-voor-vlamingen”, en niet een echt politiek weblog of bijvoorbeeld iets dat diepgravender of interessanter wordt. Ah nee: dát komt uiteraard gewoon in de (betalende) Standaard. En ze zouden wel gek zijn, economisch gezien, om dat niet te doen.

Er is anders wel een overlap tussen traditionele en nieuwe media maar die ligt een pak minder voor de hand dan kranten die weblogs bij houden en webloggers die zich journalist wanen. Volgens mij gaat het eerder om een grijze zone waar onder andere de mensen van Gent blogt of een LVB een plaats hebben. Vergeten we daarbij ook niet de podcastexperimenten van de VRT. Die zone is momenteel volop in beweging zodat uitspraken zoals daar zijn:

Ik heb de indruk dat het hele “traditionele media vs. weblog”-discours so 2004 is.

mij iets te definitief lijken.

Uiteindelijk kan ik ook het omgekeerde poneren en de traditionele media uitdagen om het weblogmedium te omarmen en het dichter bij hun core business te brengen: informatie brengen voor een breed publiek.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's