Netsensei

Much Ado About Nothing

Markt

Toronto II

Verslagje met een dagje vertraging. Gisteren hebben we Toronto verder verkend. We trokken eerst naar Yorktown. Dit is het oude centrum van de stad en naar volgens de Lonely Planet gids zouden er heel wat leuke winkeltjes en een pittoreske buurt aantreffen. We vonden er de indrukwekkende St Lawrence market, een overdekte hal voor een permanente markt. Op de gelijkvloerse en ondergrondse verdieping stonden er rij na rij met togen vol verse vis, vlees, specerijen, brood en meer. Tussendoor merkten we ook afrikaanse stalletjes met prullaria op. De wijk zelf stelde dan weer teleur. Veel meer dan de gemiddelde lei met herenhuizen in het Antwerpse was er niet te zien.

Rond de middag trokken we dan maar naar de andere kant van de stad: Kensington market en Chinatown. Halverwege vonden we het toch net iets te koud en besloten we in Toronto’s fabuleuze ondergrondse PATH systeem te duiken. We bevonden ons onder het kloppende financiële hart van de stad en Canada: de Toronto Stock Exchange. En dat merkten we aan de drukte en de talloze zakenmannen en -vrouwen die er gehaast lunchten. Eén van de mooie wonderbaarlijke elementen in het PATH systeem zijn de zogenaamde Food halls: een hall vol met publieke – gemeenschappelijk onderhouden – tafeltjes en stoeltjes en daarond talloze stallen van grote ketens zoals McDonalds tot de lokale Thaï, Griek of Italiaan die een snelle hap aanbieden. Iedereen koopt er zijn lunch en het had veel weg van een drukke Alma, Overpoort of Brug. Met dat verschil dat het er vol liep met kantoorwerkers, accountants en dies meer. Allemaal in druk gesprek of verslingerd aan hun mobieltje of blackberry.

Kensington Market en ChinaTown bereikten we uiteindelijk met de ultragoedkope metro. Eerlijk gezegd viel ook die wijk wat tegen. Veel was er nu niet te zien en op straat waren de meesten te gehaast om de eerste koude te ontsnappen. Chinatown was dan wel weer speciaal: letterlijk Azië in het midden van Toronto. Op een streep van een kilometer loopt het vol met aziaten, Chinezen, Thaï, Vietnamezen,… zelfs de straatnaambordjes zijn in het Chinees vertaald. En de winkels die toch op straat hun waren uitstalden hadden de meest exotische groenten, vlees,… uit het verre oosten in de aanbieding.

Uiteindelijk belandden we terug op Yonge Street. ’s Avonds brachten we door in het Iers/Canadese café tegenover het hotel. De Toronto Maple Leafs speelden een hockey thuismatch tegen Annaheim. Hockey is hier de nationale sport. Persoonlijk vind ik een spelletje hockey meer schwung hebben dan voetbal. De puck gaat razendsnel rond en de dik ingepakte spelers schieten razendsnel en trefzeker over het ijs. Best wel spectaculair om groot scherm te zien.

Vandaag zijn we met de auto dan weer een goede 500 kilometer noordoostelijker getrokken. We checkten in de late middag in in ons hotel dat een toch wel zeer fancy motel blijkt te zijn. Tot nu toe hebben we geen klagen over de verblijven: allemaal zeer proper en de kamers zijn bijzonder ruim naar Europese standaarden. Bovendien krijgen we – bij wijlen gebrekkig – internet en de beruchte Amerikaanse cable tv bij. Het inchecken ging tot nu toe altijd zeer vlot. De receptionist had ons vanavond wel de verkeerde kamer toegewezen. Met onze sleutelkaart konden we een kamer binnen die bezet was door een andere hotelgast. Gelukkig was de persoon in kwestie niet aanwezig en we vertrokken meteen toen we de bagage zagen liggen. De receptionist wees ons meteen een andere kamer toe.

Ottawa zelf is samen met Montreal één van die laatste grote stedelijke centra voor het wilde en natuurlijke Canada begint. Op weg hier naartoe hebben we de natuur gaandeweg zien veranderen. Alles ziet er hier net iets meer verweerd uit door de winterkoude. En de flora ziet er ook redelijk robuust uit. Vooral veel dennen. Op weg hier naartoe zagen we redelijk wat kadavers – ook wel roadkill genoemd – van herten, possums en andere beesten langs de kant van de weg. Zij die het niet haalden van het verkeer op de highway.

Het weer is hier trouwens sinds een dag of twee omgeslagen en het kwik heeft een flinke duik genomen. Het vriest hier ’s nachts en overdag staat er buiten een strakke, ijskoude wind. Niet echt weer om buiten te komen. Ottawa heeft zeker niet de grandeur van de reeds bezochte steden. Wat opzoekwerk leert ons dat er wel wat klassieke kunstmusea zijn maar uiteindelijk is de hoofdstad van Canada vooral een administratieve bestuurscentrum vol publieke kantoren en instellingen. We plannen straks onze dag van morgen en we vertrekken vrijdagmorgen vroeg naar het grotere broertje: Montréal.

Kerstkitsch

’t Is weer van dadde: de kerstmarkten zijn weer in het land. Hier in Brugge is het dit jaar allemaal nog schreeuweriger dan de voorbije jaren. Maar het publiek lust er pap van: vandaag kon je letterlijk op de koppen lopen. Zelfs al was het weer eerder druilerig en nat.

Ach, kerstmarkten. Toen ik klein was heb ik met mijn vader ooit die van Keulen bezocht. Dé archetypische kerstmarkt. Ze had wel iets feërieks. Standjes met kerstdecoratie, weihnachtsmuziek en geraffineerde decoratie. Waarlijk wonderbaarlijk. De kerstmarkten hier in Vlaanderen daarentegen, zijn in mijn ogen niet veel meer dan een commercieel afkooksel. Eerst de overdaad aan vettige etensstandjes met hamburgers en braadworsten en dan de gluhweinstandjes waar, volgens mij, vooral Filiers vandaag fortuinen aan verdiend. Dan is er de massa die zich stort op de standjes met talrijke prullaria die duur wordt verkocht. Wat hebben bijvoorbeeld fake Afrikaanse beeldjes in godsnaam nog te maken met kerstmis? Tenslotte hebben ze hier in Brugge de slechte gewoonte om reeds voortijdig met zachte aandrang de boel te sluiten.

Ach kerstmarkten, ze zijn duidelijk niet aan mij besteedt. En ondanks die verzuchtingen is het wel een keertje leuk om er eentje te bezoeken als het weer wat meezit. Maar mijn grootste verzuchting, dat is toch wel dat ze elk jaar vroeger en vroeger beginnen. En ik ben nog niet eens in de kerstsfeer! Daar is het nog véél te vroeg voor. Sinterklaas moet overigens duidelijk plaats ruimen voor de commercie die Kerstmis is geworden. Als het aan mij lag zou ik alles kerstmis-related verbieden voor 6 december. Of ben ik nu té verzuurd en enggeestig aan het doen?

Kerstmarkt

Kerstmarkten zijn niet aan mij besteedt. Niet écht. Toch niet de opgeklopte heisa die dit jaar zwaar potten breekt. Gisteren heb ik bij gelegenheid een bezoekje gebracht aan de kerstmarkt van Leuven.

Het eerste wat mij te binnen schoot was “platte commercie”. Ik had het graag met een eufemisme willen zeggen, maar ik denk niet dat dat passend zou geweest zijn. Toch niet om het geheel van schreeuwerige kraampjes te benoemen. Barbecuekramen en druppelkotjes die zich de allure van dranketablissement volledig met zitplaatsen en kaart aanmeten, kan ik moeilijk een kerstmarkt noemen. Laura Lynn zou er bovendien ’s avonds optreden op een inderhaast opgetrokken podium en Radio 2 was prominent aanwezig. Afgezien van wat dennetakken kon ik mij even goed op de Gentse Feesten gewaand hebben. Om nog maar te zwijgen van de massa volk die er wel pap van lustte en massaal op het appel was.

De laatste échte kerstmarkt die ik heb bezocht was die van Keulen een tiental jaar geleden. Huisjes met snuisterijtjes voor aan en onder de kerstboom, handgemaakte poppetjes en kerstballen, snoepgoed en dies meer. Daar heerste toen de échte kerstsfeer.

Neen, kerstmarkten in Vlaanderen zijn niet écht aan mij besteedt.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's