Netsensei

Much Ado About Nothing

Leeftijd

Brieven die ge niet wilt krijgen

In de serie “enveloppes die de postbode terug mag krijgen” presenteer ik u vandaag: een brief van de CM om mij te melden dat 30 de uiterste leeftijdsgrens is wat betreft het voorhuwelijkssparen en dat ik beleefd verzocht word persoonlijk mijn geld te komen ophalen.

Ik interpreteer dat als: Van deze jongen moeten we niet te snel meer verwachten dat hij ooit nog eens van straat gaat geraken dus hij mag zijn geld ook zo wel komen ophalen.

Ik vermoed dat ik in een grijze jas, hoog opgetrokken kraag en hoed op als een dief in de nacht vlak voor sluitingsuur mij daar ga moeten aanbieden om dan in een bruine zak – voorzien van vetplekken wegens gebruikt voor de lunch van de dienstdoende ambtenaar, dat spreekt – een met een elastiekje samengebonden bundeltje bankbriefjes te mogen ontvangen.

Pfuu!

Het nieuwe jong

Nog heel even en ik heb drie decades gevuld. Jawel. Donderdag word ik er dertig. Dit weekend vierden wel al de dertig van K. en straks is het dan mijn beurt.

Als uw leeftijd begint met een drie en meer dan een cijfer telt, dan wordt het weer een stukje moeilijker om te zeggen dat je een jongere bent. Laten we zeggen dat ik het er redelijk moeilijk mee heb gehad.

Maar eigenlijk is ook dat relatief.

Onlangs werd mijn grootvader 89. Da’s een indrukwekkend getal. Da’s zo goed als drie keer dertig. Mijn grootvader loopt reeds drie keer zo lang als ik op deze planeet. Drie. Keer. En ik vond dertig worden al een kleine eeuwigheid. Niet dat ik tijd teveel heb gehad. Het gros van de eerste dertig ben je immers vooral bezig met het proberen van onder moeders’ rokken vandaan te kruipen. Maar denk je nu eens in dat je nu nog eens twee keer die tijd in-te-graal naar eigen inzicht mag gebruiken.

Geniaal!

Dan klinkt dertig opeens toch niet zo oud. ’t Is zelfs alsof ik uitkijk op een schone lei. De basisbehoeften, een diploma, een job en een woonst, zijn zo goed als gearriveerd. En ik heb dertig jaren gehad om uit te leren. Tijd dus om eindelijk te genieten van de vrijheid. Ik zal het maar het “nieuwe jong” noemen.

En dus wordt het donderdag niet het pessimistische gedoe waar ik eerder voor vreesde. Ik kijk er zelfs wat naar uit. ’t Is dat mijn verjaardagstaart alleen maar groter gaat moeten worden om al die kaarsjes op te krijgen. What’s not to like?

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's