Netsensei

Much Ado About Nothing

Horeca

Bar

Zo eens om de zoveel tijd sta ik tegenwoordig achter de toog van ons Jeugdhuis. Jawel. Achter als in “Wat wilt gij drinken?” Ik moet toegeven dat ik dat wel eens graag doe. Zo pintjes tappen en drank schenken. Op een ietwat drukke avond is dat verstand op nul en rustig de dorstigen bedienen.  Eigenlijk doe ik dat als vrijwilliger, maar het mooie is dat ik – eens bezig – mijn verstand op nul kan zetten.

Bestellingen opnemen, dat vraagt een goed geheugen en – belangrijk – een goed paar oren. Voor je het weet heb je een pint teveel getapt. Gelukkig zijn er de internationale gebaren, zoals voor een pintje (pinkje) of een Palm (handpalm), om het wat duidelijk maken.

Dan is er het schenken. Een goede pint met een schone col tappen, dat vraagt een beetje ofening en handigheid. Je moet maken dat het glas niet elke keer overstroomt (= verlies van bier!), dat je de ratio bier/schuim goed zit, dat je tempo houdt,… Vier glazen na mekaar tappen zonder de kraan telkens toe te doen, is ook een kunst. Speciaalbieren zoals een Duvel of een Vedett zijn een uitdaging. Giet je te snel of zijn ze niet koel genoeg, dan krijg je vooral veel schuim in je glas. Giet je te traag, dan heb je geen mooie col. En believe me, klanten zijn al eens zeer kritisch als hun pint niet helemaal naar hun normen is geschonken.

Tenslotte is er het afrekenen. Dan moet je maken dat je eerst het geld ziet vast te krijgen vooraleer je de drank schenkt. En liefst nog correct wisselgeld terug kan geven. Hoofdrekenen om 2 uur ’s nachts durft dan al eens pijn doen als men wil betalen met 50 euro.

En tussen door moeten er ook nog koelkasten worden aangevuld, glazen afgeruimd en gewassen, van tijd een nieuw vat aansluiten,…  Afin, gelukkig ben ik niet alleen. Gisteren bemanden we de bar met 3 mensen. Als je mekaar wat kent dan gaat dat gemakkelijk om op mekaar in te spelen wat enorm helpt als het wat druk begint te worden.

Het mooie aan zo’n baravond is dat ik ook maar enkel daar aan hoef te denken.  Eenmaal aan de slag vraagt de boel draaiende te houden alle concentratie.  Ideaal dus om de zinnen te verzetten.  Bijgevolg heb ik dan ook ongemeen veel respect gekweekt voor mensen die achter een toog staan. Maar om nu zelf een café te openen? Geen haar op mijn hoofd die er aan denkt. Ik heb de handen al vol zonder veel te moeten denken aan boekhouding, SABAM, milieunormen, lasten en what-not.  Eigenlijk moet je goed gek zijn en bijzonder veel geluk hebben om het te maken in de horeca.

Opgerookt

Volgens mij is er nauwelijks een goede reden om geen totaal rookverbod in de horeca op te leggen. Als niet-roker is roken immers iets waar ik mij aan kan dood ergeren (pun not intended!).

Roken is ongezond. Zowel actief maar ook passief. Zowel voor de stamgast als voor het horecapersoneel. Ik denk dat daar weinig twijfel over kan bestaan. Geen zinnig mens staat de rook van brandend gras, brandhout, hulst, papier,… te inhaleren. Waarom zou de combinatie van in vloeipapier gerolde bladeren van één of andere exotische oerwoudplant minder schadelijk zijn? (Think about it!)

Sigarettenrook is een agressieve pestgeur. Sorry. Peststank. Het probleem is dat sigarettenrook, wel, tout-court rook is. En rook discrimineert nu eenmaal niet maar luistert naar de rigoureuze regels van de fysica. Eén roker kan de atmosfeer van een ruimte gemakkelijk bepalen. Zelfs al is dat ongewild. En dat heeft zo een aantal onzalige gevolgen.

  • Smaak wordt voor een flink deel bepaald door je neus. Knijp maar eens je neus toe en bijt in een banaan. Je zal het verschil merken. Wel, probeer maar eens te genieten van een lekkere thee, koffie, chocomelk (in season!), pint of een glas wijn. De aroma’s worden zó overklast door de agressieve rookgeur. Halleluja dus voor het rookverbod in restaurants!
  • Je kleren mogen de was in na een avondje stappen. Een vergelijking: enkele jaren geleden hebben we hier brand meegemaakt. Als je na een paar uurtjes werk uit een huis met rookschade komt, dan stinken je kleren een uur in de wind. Wel, een wasmand kleren met verschaalde sigarettenrook ruikt ongeveer hetzelfde. Niet fijn als je ’s ochtends wakker wordt. Ik begrijp dan ook niet waarom sommigen durven beweren dat sigarettenrook niet stinkt.
  • Niets zo ergerlijk om ’s ochtends op de trein een roker van wie de walm uit de kleren de coupé vult, naast je te hebben zitten. Als ik zelf uit een café of zo kom en mezelf terugvind op trein, bus of weet ik waar, dan heerst er een gevoel van plaatsvervullende schaamte. Als vrijgezellige mens zijn kleren die ongewenst stinken naar sigaretten géén troef, trouwens.

You get my point. Ik vind het eerder onbegrijpelijk dat omringende landen wel een totaal rookverbod kunnen afdwingen, en dat dat hier dan niet kan. De horeca schermt met omzetcijfers. Begrijpelijk want in deze tijden waar de meeste faillissementen juist in de horeca worden opgetekend, is verlies van klanten wel het laatste wat ze willen. Omgekeerd ben ik er van overtuigd dat ook zonder rookverbod, inkomsten worden gederfd: het durft nogal voorkomen dat ik aan de deur van een kroeg stop wanneer een sigarettenwalm mijn neus alarmeert. Omgekeerd ben ik geweldig fan van ons rookvrije jeugdhuis waar ik in het weekend kan genieten van een pintje zonder prikkende ogen of de zorg dat ik ’s ochtends onfris ruikend uit bed zal stappen…

Laat maar komen denk ik dan zo.

PS: dan vind ik de elektrische sigaret best wel nog een interessante uitvinding…

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's