Netsensei

Much Ado About Nothing

Focus

15/16

Wat een jaar, zeg! Ik heb niet stil gezeten in 2015, een greep uit de highlights:

  • Ik ben data conservator geworden voor de Vlaamse Kunstcollectie. Bevalt het me? Zeer zeker! De digital humanities zijn een zeer interessant werkveld. Ik ben nog maar een jaar aan de slag en Rome werd ook niet op een dag gebouwd.
  • Sukkelde ik op 31 december 2014 met een kapotte schouder, klim ik een jaar later terug quasi pijnloos. Het was een jaar fysiek en mentaal afzien, maar me laten opereren is duidelijk de juiste beslissing gebleken.
  • Hoewel ik niet meer voltijds programmeer, was het een jaar waar ik meer dan ooit nieuwe dingen leerde en door zette in eigen projecten. Ik bouwde een software bibliotheek voor Europeana, ik werkte mee aan de dit project, ik dook dieper in Javascript en bouwde onder andere Spotter, ik bouwde een app voor mezelf in Laravel, ik leerde bij over (de)serialization, REST, API’s en nog zoveel meer.
  • Ik las heel wat boeken: geen massa, wel een fijne selectie. The Martian, Ready Player One en na Conn Igguldens’ Emperor reeks zit ik halfweg zijn War of the Roses. De Kindle Paperwhite die ik in 2014 kocht, is een geweldige aanschaf gebleken.
  • In juli trok ik naar voor het eerst naar Mainsquare in Arras waar we genoten van Muse. In oktober zagen we dan weer Editors in een gevuld Paleis 12.

En 2016?

Mijn schouder (her)leerde me twee belangrijke lessen.

De eerste: breek geen series. Het is maar door zo regelmatig mogelijk te beginnen oefenen dat ik terug kan klimmen. Dat oefenen gaat natuurlijk met goede en slechte dagen, maar dat doet er niet toe zolang ik zo consistent mogelijk kan blijven. Dezelfde les ben ik in de zomer ook beginnen toepassen op programmeren: elke morgen werk ik op de trein aan een stuk code. Die manier van werken, no matter what, heeft een naam: de Seinfeld Strategy, naar Jerry Seinfeld.

De tweede les: focus. In het voorjaar moest ik even alles op halt zetten om aan mijn eigen lijf te werken. Zo’n time out betekende keuzes maken en plannen in de koelkast plaatsen. En eigenlijk bleek dat allemaal zo erg nog niet. Er zijn maar zoveel uren in een dag. Het komt er op aan wat je met die tijd doet. DHH schreef daar een mooie blogpost over. Bovenal benadrukt hij dat er zelfs dan dagen zullen zijn dat je totaal onproductief bent, en eigenlijk is dat zo erg niet want iedereen heeft dat. Het is kwestie om daar gewoon niet te lang bij stil te staan.

Met die twee wijze lessen wil ik 2016 van start gaan.

Als ik dan toch één doelstelling wil voorop stellen, dan deze: mijn blog een reboot geven. Even in de databank duiken en het publicatie volume van de voorbije vijf jaar in een beknopte statistiek gooien:

(2010) 53 posts, (2011) 139 posts, (2012) 67 posts, (2013) 45 posts, (2014) 24 posts, (2015) 20 posts.

Tijd dus om terug wat meer te schrijven. Fuck het idee dat blogs dood zouden zijn. Als ik niet voor een ander schrijf, dan in de eerste plaats voor mezelf. Om te schaven aan mijn eigen schrijfkunst. Omdat alle profielen op sociale media platformen ten spijt, mijn on line identiteit uiteindelijk hier ligt. Omdat dit mijn langst lopende, persoonlijke project is.

In ieder geval, met dat voornemen, wil ik er vooral een rijk 2016 van maken en de rest nemen zoals het komt.

Bandbreedte

Zal ik eens wat vertellen? Ik geloof dat het menselijke brein nog het best te vergelijken is met een computer. En een computer kan maar zoveel bewerkingen binnen een gegeven tijd uitvoeren. Dat noemen ze bandbreedte. Wel, bij een mens is het ongeveer hetzelfde.

Op elk gegeven moment zijn er een aantal dingen die om je aandacht vragen. En wat is aandacht? Niets meer dan een beetje tijd die je brein schenkt om met een probleem om te gaan. Denk maar aan een todo of een taakje of zo. De was en de plas. Brood halen. Dat soort dingen. Maar het gaat natuurlijk verder: het gaat ook over dingen die je op je werk moet doen. Een bug die je moet fixen, een demo voor een lezing die je nog moet voorbereiden, je timesheets die je hoort in te vullen,… Elke taak vraagt aandacht. Of beter: een stukje bandbreedte.

Net als een machine kan een mens niet alles tegelijk. Je bandbreedte is eindig. Het komt er op aan om zo efficient mogelijk met bandbreedte om te gaan. Het grootste deel heb je nodig om het probleem dat je op dit moment behandelt, op te kunnen lossen. Dat noemt men focus. Maar je moet ook wat bandbreedte toewijzen aan het onthouden van dingen die je nog moet doen. Elke taak die je extra moet onthouden, vraagt wat bandbreedte die je had kunnen inzetten voor iets anders.

Dat is wat Getting Things Done betekent: je bandbreedte optimaal benutten door enerzijds je geheugen te ontlasten door alles op te schrijven in lijstjes, en anderzijds al je taken zoveel mogelijk in te plannen in tijdsblokken zodat je de focus kan leggen op één taak zonder dat de rest er tussen door komt.

https://www.slideshare.net/notasausage/getting-shit-done

Nu, alle truukjes en tips ten spijt, soms wordt het heel moeilijk om jezelf georganiseerd te krijgen. Gewoon omdat je zoveel focus moet leggen op zoveel verschillende taken die allemaal prioriteit eisen. Hoe hard je ook probeert, die taken vragen te veel bandbreedte. En met taken bedoel ik ook wel: mensen die iets van je bandbreedte willen inpikken. Dat is het verraderlijke. Op zich klinkt elke extra vraag heel erg redelijk. Maar zodra je ze probeert in te passen blijkt het een veborgen taak te zijn die je schaarse bandbreedte opeist.

Waarom is dat zo verraderlijk? Wel, stress is volgens mij een duidelijk teken dat je op de limiet van je bandbreedte zit. Het systeem geraakt in overdrive en in het allerslechtste geval weerspiegelt zich dat op je gezondheid. Stress betekent immers letterlijk uit het Engels “Druk”.  Je zet je eigen systeem immers onder druk om meer te doen dan dat er eigenlijk middelen, aandacht, voor beschikbaar is.

Waarom hebben zoveel mensen last van stress? Twee oorzaken. We zijn ons vaak niet bewust hoeveel bandbreedte we zelf tot onze beschikking hebben. Tot we een paar keer onder druk hebben gestaan. Dat is een leerproces dat redelijk wat tijd inneemt. Ten tweede zijn we slechte inschatters van workload. Een onschuldige taakje kan in werkelijkheid gigantisch veel bandbreedte opslurpen. Hoeveel tijd kost het mij om x of y wekelijks of dagelijks uit te voeren? Heb ik genoeg informatie om te weten wat die nieuwe taak precies inhoudt? Hoeveel aandacht ga ik er aan moeten toekennen om dit tot een goed einde te brengen?

Los van de werklast laten we ons beoordelingsvermogen ook makkelijk leiden door andere factoren. Denk maar aan de persoon die de vraag stelt. “Wil je mij helpen met mijn huiswerk vanavond?” het wordt een andere kwestie als het mooiste meisje van de klas het vraagt bij wanneer die onuitstaanbare kerel het vraagt. Je mag dan wel ja zeggen tegen haar, misschien gaat het om zoveel werk dat je je eigen huiswerk laat liggen. Waarom? Omdat je bandbreedte hebt toegekend in functie van een factor die niet relevant is voor het bepalen van de werklast die de taak met zich meebrengt.

In die zin komt het er op neer om het gebruik van je bandbreedte te optimaliseren in samenspraak met diegenen die je nieuwe vragen stellen: in de eerste plaats door een duidelijk “Nee” te laten horen wanneer je echt op je tandvlees zit. Hoe knap, leuk, sympathiek,… of welke andere belangen je bij die persoon kan hebben. In de tweede plaats door een compromis te zoeken zodat je een minimum aan bandbreedte moet toekennen om de voorgelegde taak tot een goed einde te brengen.

Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk.

Gearriveerd

Mijn hoogstpersoonlijke Nikon D50. Ik heb er daarjuist de snelhandleiding doorlopen en er wat snapshots mee zitten maken. Alles op auto want ik ken uiteraard nog niet alle in’s en out’s. De handleiding ziet er wat dat betreft veelbelovend uit.

Verder verbaast het mij hoe snel het ding reageert tegenover mijn powershot. Een foto nemen gaat razendsnel: in tegenstelling tot mijn Powershot A60 geen lange wachttijden tot het ding reageert.

Ik had al een paar keer de body in mijn handen gehad maar nu heb ik er al wat langer dan een paar minuten mee kunnen spelen: het zaakje ligt nagenoeg perfect in de hand. Het LCD schermpje vind ik van superieure kwaliteit tegenover mijn andere camera, ’t is dat hij minstens 1/3de groter is op de d50. Uit ondervinding weet ik dat LCD schermpjes géén ideaal middel zijn om de kwaliteit van een foto te beoordelen. Integendeel. Dus hier hou ik nog even mijn reserves omdat ik nog geen foto’s heb overgezet op mijn PC.

Als ik al een minpuntje heb, dan is het wel de focusring van de lens. Ik heb uiteindelijk toch een kit met bijhorende kitlens genomen: het was kostenbesparend en het is niet dat afzonderlijke bodies zo gemakkelijk te verkrijgen zijn. De focusring is van plastic en voelt niet superstevig aan. Ik weet niet hoe het met andere lenzen zit, maar dat valt mij toch wel op. Ik weet dat het om een goedkope lens gaat, dus ik veronderstel dat het een koop naar waarde is. Los daarvan is het hoe dan ook een hele sprong voorwaarts van mijn powershot.

De komende weken, maanden en jaren wordt het experimenteren, mooie foto’s maken en genieten van het resultaat.

nikon d50

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's