Netsensei

Much Ado About Nothing

Flitsen

Geen kinderspel

Dat broeide al sinds vorige week, maar na Yab, Lien en Licht in de Duisternis heb ik toch eens zin om keihard te ventileren. Wat zich de afgelopen dagen op onze Vlaamsche wegen allemaal afspeelde is, tjah, daar zijn maar weinig woorden voor. En de situatie is mij maar al te bekend.

Als autoloze mens lift ik voor een avondje uit al eens mee met vrienden en kennissen. Ik ben hen daar ongelofelijk dankbaar voor. Zonder hun altruïsme zou ik nauwelijks uit mijn kot geraken bij momenten.

Nu, tijdens mijn pogingen om te leren rijden wordt er door instructeurs allerhande gehamerd op snelheid, goed uit de doppen kijken en op tijd reageren. Als ik dan in de passagierszetel zit dan durf ik mij in mijn hoofd al eens achter het stuur plaatsen en inbeelden hoe ik op deze of gene situatie zou reageren. Ook dan kijk ik naar de borden… en dan valt het me soms op hoe mijn vrienden-chauffeurs al niet eens keihard een bord negeren. Vermoeidheid? Een pint die nog niet helemaal uitgewerkt is? Geen idee. Maar als ik in de verte een wit bord met zwarte letters zie, dan associeer ik dat automatisch met 50 kilometer per uur. Waarom dan 60 of zelfs ostentatief 70 blijven rijden om pas na 500 meter enigszins te vertragen? Geen idee. Ik werd tijdens mijn rijlessen zelfs al uitgekafferd door boze chauffeurs omdat ik juist 30 reed in een zone 30. Go figure!

Nog zo eentje. Flitspalen hebben geen pootjes. Ze staan ook op de zogenaamd zwarte punten: gevaarlijke kruispunten en zo. Meestal wordt de gaspedaal pas gelost als er een flitspaal in het vizier komt. En meestal is de eerste motivatie om  dat te doen: we willen geen boete krijgen. De meesten weten ondertussen wel waar die palen staan en rijden zo dat ze de snelheidsregel breken op de plaatsen waar geen paal staat om dan net op tijd af te remmen. Zou de eerste motivatie eigenlijk niet juist moeten zijn: horen we niet onze verantwoordelijkheid op te nemen? Altijd? Dus ook wanneer er géén paal zou staan?

Op autosnelwegen zweeft de naald van de snelheidsmeter dan weer meer rond de 130 dan rond de 120. Ik heb al discussies meegemaakt over hoe de flitscontroles een foutmarge van 10km/u zouden inbouwen. Of dat de snelheidsmeter van een auto juist hoger staat dan de actuele snelheid van de wagen. Bedenkelijke uitvluchten? Wat met al die snelheidsduivels op de meest linkse rijstrook? Vaak steekt mijn chauffeur een aantal wagens voor op de middenstrook. Dan wordt er al eens op de pedaal geduwd en gaat de wijzer richting 140. Als je dan zelf door een BMW break wordt gedubbeld, dan maak je mij niet wijs dat die 120 rijdt. Dat zal dan al eerder richting 160 neigen.  Echt een zeldzaamheid kan ik dat niet bepaald noemen. En het zijn zeker niet alleen Duitsers of Fransen die zich zondigen. Anderzijds, als je zelf 120 op de autosnelweg rijdt, dan kom je niet van het meest rechtse vak af.  Of je rijdt tussen de trucks in en daar zitten ook al wat cowboys tussen. Levensgevaarlijke situaties dus.

Begrijp me niet verkeerd. Het gaat heus niet alleen over de gemiddelde chauffeur die al eens iets te veel de voet op de plank drukt. Het gaat ook over wat andere weggebruikers doen.

Gisteren reed ik met een collega richting Gistel. Onderweg zijn we bijna tegen een soort bakfiets geknald. Het ding stond niet gesloten half op de stoep half op de rijbaan geparkeerd. Levensgevaarlijk. Ik ben uitgestapt om het ding te verzetten en te sluiten. De sleutel zat gewoon op het geopende slot. Onbegrijpelijk eigenlijk. In het terugkeren naar huis waren de scholen in de streek juist gedaan. Trosjes schoolkinderen reden richting randgemeentes zoals Westkerke op secundaire baan. Een baan waar men 70 mag rijden. Denk maar niet dat ze mooi per 2 op het fietspad rijden. Neen. Handjes van het stuur, met drie naast mekaar, af en toe eens zwalken op de rijbaan waardoor auto’s moeten uitwijken, etc. Tijdens mijn schooltijd heb ik op een paar lessen in het lager na nauwelijks een formele verkeersopleiding als zwakke weggebruiker gehad. Ook ik reed al eens roekeloos te fiets doorheen het verkeer. Kan dat eigenlijk wel? Begint verkeersopvoeding en de juiste mentaliteit daar al niet?

Want daar gaat het uiteindelijk over: een mentaliteitswijziging.

In Amerika viel het mij op hoe keihard gedisciplineerd er gereden wordt. Neem nu een kruispunt te midden de velden met een stopbord. Elke auto die bij zo’n bord komt stopt volledig en maakt dan pas zijn maneuvre. Zelfs al zijn er een paar auto’s na mekaar. Iedereen stopt en kijkt uit. Heeft het te maken met verkeersopvoeding? Waar ik wel zeker van ben is dat er bijzonder repressief wordt opgetreden. Bij wegenwerken op de freeway kwamen we meer dan eens een bord tegen met enkel de boodschap: “Kill a construction worker = 5000$ + 5 years”.  Dan weet je het wel en rij je héél erg braaf. Ze menen het daar immers.

Misschien moeten we hier in Vlaanderen ook maar eens collectief daar eens mee beginnen: het serieus menen met verkeersveiligheid. En daarvoor zal er toch wel wat meer voor mogen gebeuren dan nog maar eens een “klik-ze-vast-glaasje-op-laat-je-rijden” affiche campagne langs de autowegen.

To flash or not?

Flitsen heeft zo zijn gevolgen. Zowat elke leek bedient zich automatisch van de flitser wanneer er nog maar binnenshuis – op klaarlichte dag – wordt gefotografeerd. Als autodidact-fotograaf leerde ik snel dat het gebruik van flash slechts een beperkt aantal gevallen écht gerechtvaardigd is. Je verknoeit immers zo gemakkelijk je foto met een flits: los van het vervelende rode-ogeneffect overheerst de flits het ambient of sfeervolle omgevingslicht en gaan schaduwen en kleuren verloren. Het gevolg is een foto waar je onderwerp weliswaar haarscherp is, maar toch een onnatuurlijke of fletse uitstraling heeft. Bovendien zal je flits altijd maar een deel van je foto belichten of – in het slechtste geval zelfs – overbelichten. Vooral het gratuit gebruik van standaard ingebouwde flitsers is dodelijk.

De foto van Christophe toont het allemaal: de kindjes op de voorgrond zijn fel belicht maar de mensen op de achtergrond gaan wat verloren in het decor. De donkere kledij en de witte knutselwerkjes vergroten het contrast alleen maar. De kleurrijke pakjes komen nogal flets over en het gebrek aan schaduw leidt tot een eerder detailarme foto. En dan is er nog het probleem van de rode ogen.

Nochtans kan je dit allemaal vermijden. Zeker als je over een ietwat digitale reflex of degelijke compact die je wat kan instellen beschikt.

Dit zijn mijn tips.

  • In een lichtarme omgeving schieten met de AUTO stand zal je niet echt lukken. Probeer het in de A stand zodat je een voldoende lage aperture (f-stop) kan instellen. Hoe lager die waarde, des te groter de lensopening en hoe meer licht je camera in kan. Je camera kiest automatisch een bijhorende sluitertijd.
  • Hou rekening met volgende wetmatigheid: naarmate je inzoomt zal je aperture stijgen (optica en al!), het gevolg is dat er dan weer te weinig licht je camera binnen komt. Probeer dus voldoende dicht bij je onderwerp te staan zodat je niet teveel moet inzoomen. Je voeten zijn nog altijd je beste zoom.
  • Stel je ISO waarde in. Die bepaalt de lichtgevoeligheid van de sensor in je camera. Hoe hoger, hoe beter belicht. Dat gaat van ISO 200 tot ISO 1600 (toch op mijn d50). Het nadeel hier is dat met een hoge ISO waarde, ook storende digitale ruis wordt geïntroduceerd. Professionele toestellen zoals de nieuwe Nikon D300 zijn gewild omdat ze ruis op hoge ISO waarden kunnen onderdrukken (wat post-processing tijd verkort) maar bij klassieke consumentencamera’s is ruis nu eenmaal een kwaad waar je mee zult moeten leren leven.
  • Kies het juiste ogenblik: wanneer er juist voldoende licht is. Hetzelfde probleem stelt zich voor een concertfotograaf als voor een ouder die zijn kind op een schooloptreden op de gevoelige plaat wil vastleggen. Sla je slag als je onderwerp voldoende belicht is.
  • Als je wat meer ervaring hebt, experimenteer dan met de M stand. Je kan zelf zowel aperture als sluitertijd bepalen. Hou er wel rekening mee dat een lange sluitertijd een vaste hand vereist en een onderwerp dat niet al te bewegelijk is.
  • Als je dan toch met een flits aan de slag moet, stel ze dan zeker niet al te krachtig in. Investeer desnoods in een aparte flitser. Belicht je onderwerp indirect door de flitser wat weg te richten en het licht te laten weerkaatsen via een ander oppervlak zodat het wat wordt verstrooid (plafond,…)
  • Blijven oefenen! Beter een foto teveel zodat je achteraf kan kiezen dan een foto te weinig.

Ik heb zelf geen eigen flitser in mijn bezit. Mijn concertfoto’s trek ik altijd met mijn d50 en Nikkor 18-200 lens zonder flits. Eigenlijk stress ik de lens hier aangezien er voor concertfotografie veel geschiktere lenzen zijn. De zwart/wit conversie van heel wat foto’s in mijn set is eigenlijk een goedkoop truukje om van de storende ruis een sfeervolle korrel te maken. Het feit dat ik er toch iets van weet te maken toont aan dat je je in de meeste andere gevallen niet noodzakelijk van een flits moét bedienen.

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's