Categorieën
Leven

Doel

Gisterenavond zijn kameraad V. en ik na de frietjes even op uitstap geweest. We zijn tot in [tag]Doel[/tag] geraakt. Ik wilde wel eens zien what all the fuzz is about. Eigenlijk vond ik het er vrij hallucinant. Het dorpje ligt gekneld tussen de schelde, de [tag]kerncentrale[/tag] en het Deurganckdok. Letterlijk gekneld zelfs. Je moet er via allerlei wegeltjes rond het dok en door het opgespoten havengebied naartoe. Dan word een mens zo opeens geconfronteerd met de gevolgen van industrialisering.

Het dorpje zelf is niet meer dan een postzegel groot. Van kant naar kant hooguit 300 á 400 meter breed. Je loopt er zó doorheen. De meeste huizen zijn gekraakt, ondanks de leegstand, en met het mooie zomerweer was er wel wat volk op straat: spelende kinderen en keuvelende ouders. Er was zelfs een cafeetje (niet uitgeprobeerd). Op de Schelde bleef het vrachtverkeer rustig voorbijvaren en de grote koeltorens van de centrale braakten witte condenspluimen uit.

Boven het dorp liep er bovendien een aantal electriciteitskabels die van de centrale kwamen. Compleet met gekleurde bollen (je kent dat wel). Op dijk leek het zelfs alsof ze de kerk van Doel rakelings misten. Een paar meters meer naar rechts en de toren was onthoofd.

Heeft Doel nog een toekomst? Je voelde dat er van dag tot dag wordt geleefd. En elke dag is er weer eentje gewonnen. En meer ook niet. Wat verder in de polder waren al weer een aantal dijken aangelegd in afwachting van het volgende stukje land dat door de industrie zal worden veroverd. De kans dat er over 15 jaar een [tag]containerdok[/tag] ligt waar wij gisteren hebben gestaan is dan ook heel erg groot.