Gisteren hielden we halt in Niagara Falls. Op de kaart is dat een klein ommetje
op weg naar Toronto en dus vonden we het de moeite waard om daar een nacht te
blijven. De watervallen zelf vormen een deel van de Niagara River die Lake Erie
met Lake Ontario verbindt. De watervallen werden in de 18de eeuw door de
Henegouwse pater Louis Hennepin ontdekt. Sindsdien hebben ze een ware aantrek
gehad op industriëlen die de kracht wilden harnassen in energie tot de gewone
toerist. Vandaag is er rond de watervallen een klein stadje ontstaan dat enkel
maar leeft van het toerisme. De watervallen liggen trouwens net op de grens
tussen de States en Canada wat het grenstoerisme alleen maar voedt.
De watervallen zelf zijn, wel, schilderachtig en bijzonder indrukwekkend. Vanaf
de Candadese kant kregen wij een fantastisch panorma voorgeschoteld. De foto zal
wel voor zich spreken. We konden langs een klein voetpad op de Canadese klif
(waarom sluiten ze de autoweg niet af en maken ze er geen esplanade van?)
helemaal tot het uiterste punt waar het water in de kloof stort, lopen. Er
stijgt constant een gigantisch wolk waterdamp waardoor het hele stadje in een
constante nevel lijkt te hangen.
Waar toeristen komen vind je ook een uitgebouwde middenstand om de geldbuidel
bij wat lichter te maken. Zo wordt de Canadese kant gedomineerd door de Skylon
Tower. Een enorme betonnen piek waarop UFO gewijs een roterend restaurant zit.
Uiteraard zijn wij daar gisterenavond een hapje wezen eten. Een beetje aan de
dure kant, uiteraard, maar het onvergetelijke uitzicht en het lekkere eten was
het geld meer dan waard. Twanne en ik waren het er duidelijk over eens dat we
elk eigenlijk met de verkeerde persoon aan tafel zaten om hiervan te genieten.
Er bevinden zich ook een aantal casino’s en voor de lol wilden we wel eens
eentje binnen stappen. We hadden immers nog een paar US dollars over. Eerlijk
gezegd liet dat bezoek een gemengde indruk na. Rij na rij met slotmachines waar
Amerikaanse toeristen van alle leeftijden en beroepen gebiologeerd werden door
de goedkope MIDI jingles en de felle kleurtjes. Bedoeling is dat je je geld in
de gleuf van een machine steekt, op een knop duwt en hoopt dat er meer geld
terug uitkomt. Uiteraard ben je je geld nog sneller kwijt dan je het erin kan
steken. Ik vond er absoluut niets aan en gewoon dom. Er waren ook ettelijke
poker- en blackjacktafels. Stapels chips rolden er goedkoop en de mensen die je
er zag hadden duidelijk al een flinke speeltijd opzitten. Ik vond het steeds
zieliger en dommer worden. Uiteindelijk speelden we elk goed 25 dollar kwijt en
gingen we op zoek naar beter vertier. Niet dat we dat echt vonden want eigenlijk
is Niagara Falls ’s nachts niets meer dan een veel te duur pretpark voor
flauw, kitscherig en fout amusement. We hielden het dan ook op een late night
koffie in de Starbucks voor we naar bed trokken.
Vanmorgen legden we op goed 3 uur de afstand naar Toronto, 130 kilometer verder,
af. Scarlett, zo hebben we onze GPS ondertussen gedoopt, stuurde ons een enkele
keer verkeerd in downtown Toronto. De stad kan trouwens wedijveren qua drukte
met New York of Londen. We arriveerden hier tegen 14 uur en hebben de buurt hier
ondertussen wat verkend. We zitten hier drie nachten. Morgen trekken we de stad
écht in.