Netsensei

Much Ado About Nothing

Digitaliseren

Meisje met de parel in hoge resolutie

Oh kijkt! Het Mauritshuis heeft haar gedigitaliseerd beeldmateriaal op Europeana geplaatst. Dat lijkt niet echt bijzonder, ware het niet dat er twee heel belangrijke nieuwtjes zijn aan dit verhaal.

  1. Het gaat om beelden op hoge resolutie. Dus digitale beelden waarbij je elke haarlijn van de borstel in detail kan bestuderen.
  2. De beelden worden ter beschikking gesteld in het Publieke Domein. Dat wil zeggen dat het Mauritshuis de intellectuele eigendomsrechten die er zouden zijn, weg zwaait. Iedereen mag ze dus gratis en zonder enige beperking gebruiken voor eigen doeleinden.

Dat betekent dus dat ik zomaar eventjes dit mag doen:

Zonder dat ik onder het beeld moet plaatsen “Copyright Mauritshuis 2017” of moet bang zijn dat ik morgen een mail krijg met de vraag om het bovenstaande beeldje van mijn website te halen.

Ja maar gebeurt dat dan?

Ja. Ja dat gebeurt. Het auteursrecht zegt dat niet alleen de rechten van de kunstenaar gevrijwaard blijven tot 70 jaar na diens dood, hetzelfde geldt ook voor de fotograaf of de organisatie die een foto maakt van een kunstwerk. En laat een digitaal beeld nu net dat zijn.

Je kan het copyright betwisten in de context van digitalisering met het argument dat het om een platte kopie gaat van een kunstwerk. Het zogenaamde ‘originele element’ ontbreekt wanneer je digitaliseert. Maar daar tegenover staat dat digitaliseren geld kost. Infrastructuur, tijd, verplaatsing, loonkost,… Om die kosten te recupereren leveren instellingen beelden aan kostprijs en dan wordt het verleidelijk te rechtvaardigen dat het claimen van rechten een noodzaak is.

Het auteursrecht vandaag is heel breed interpreteerbaar, terwijl de de digitale context de lat om beeldmateriaal te (her)gebruiken juist volledig heeft weg genomen. Dat spanningsveld maakt het lastig om beelden zonder meer opnieuw te publiceren en te hergebruiken.

Het project Display At Your Own Risk onderzoekt dit hele probleem en daagt uit om na te denken over  de wisselwerking tussen het gebruik van beeldmateriaal en de intellectuele rechten.

Hoe dan ook, het mooie aan wat het Mauritshuis doet is dat onderzoekers, kunstenaars, creatievelingen, studenten, publicisten,… de vrijheid krijgen om met die beelden aan de slag te gaan. En dat uiteindelijk de kunstwerken zelf daardoor een nieuw leven tegemoet gaan.

Mailinglists

Eén van de taken op het werk is “opvolgen van buitenlandse evoluties”. Dat betekent dat ik het web mag afschuimen naar alle nieuwtjes groot én klein over digitaliseren en digitaal erfgoed. Zo ben ik geabonneerd op een stuk of wat mailinglijsten. U-weet-wel: die dingen die ervoor zorgen dat u mailbox zó vol loopt als je er niet naar kijkt. Ik volg deze:

  • DIGICULT
  • DIVA
  • ECPA
  • ELARDO
  • IASA
  • IMAGELIB (University of Arizona)
  • JISC Digital Preservation
  • JISC History Digitisation
  • KAPAKAN
  • OPENSTANDAARDEN
  • PADIFORUM
  • SEPIA
  • TAPE

En dan is dat nog maar een kleine greep uit het aanbod interessante mailinglists die ik écht volg.

Digitaquoi?

Quote Tijd

“Digitaliseren”. Is dat geen mooier woord voor fotokes trekken? Niet dat ik uw werk wil bekritiseren, maar een vriend van me doet archivistiek en zei dat het vooral dat soort werk was.

Yargh! Digitaliseren is toch iétsje meer dan dat. Ja, je moet je spullen scannen, of in een audiovisuele studio kruipen. En ja, het is slorpt pakken kostbare tijd op. Maar dat is maar een deeltje ervan. ’t Is helemaal geen doel op zich. Want zo zien de meesten het blijkbaar – soms met een zeker dédain – toch. Digitaliseren moet je kunnen verantwoorden. Bijvoorbeeld om je collectie toegankelijk te maken. Geen mens die begot een – ietwat belegen – magneetband goed zal kunnen raadplegen. Of je moet al een beetje liefhebber zijn of zelf van zekere leeftijd zijn. En dan zwijg ik nog over sonophile of cylinders! Neen, dan is het makkelijker om het zaakje te digitaliseren en digitaal aan te bieden op het web. Via een audiovisuele website. Of een virtueel museum. Valoriseren noemen ze dat.

Audiovisueel materiaal hoeft immers niet noodzakelijk het kneusje binnen de historische wetenschap te vormen! Kijk maar naar dit project of mijn artikel in Brood en Rozen (2005/3) en dan zwijg ik nog over mijn eigen werk en al die andere projecten.

Er is meer dan enkel maar papier en perkament in een archief. En wat heeft het – bewijskracht en andere jurdische verplichtingen even buiten beschouwing gelaten – voor zin om die te bewaren als niemand ze kan of wil raadplegen, laat staan van hun bestaan afweet?

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's