Netsensei

Much Ado About Nothing

Compromis

Regelitis

Het verbieden van taxi-app Über, de hele hetze rond  #grouwelsVerbiedt, over de registratieplicht voor couchsurfers en airbnb’ers tot, klap op de vuurpijl, het aangekondigde vertrek van Engagor naar de VS. De week was op zijn zachtst uitgedrukt interessant te noemen.

Wat is er aan de hand?

Dit is een verhaal met vele kanten. Maar in de grond is dit de eerste echte openlijke botsing tussen de zeer liberale Silicon Valley cultuur en ons lokaal bestuurskader.  Het zat er ook wel aan te komen. Onze kenniseconomie is zich in een rotvaart aan het ontwikkelen. In en rond grootsteden proberen heel wat ambitieuze, jonge, hippe ondernemers een eigen start up uit de grond te stampen. Het internet brengt die Twitter, Google, Facebook cultuur aan onze voordeur. Onder die invloed verwacht de privésector met dezelfde flexibiliteit hier aan ontwikkeling en innovatie te kunnen doen.

De gevestigde orde in ons land kent een lange traditie van samenwerking en van tegenstrijdige belangen. Die orde is een kluwen van politici, industriëlen, belangengroepen,… die met elkaar verweven zit in talloze orgaantjes, organisaties en bestuurlijke niveaus. Op zich is dat niks nieuws. Maar bestuur in ons land is geweldig complex en gebeurt bij de gratie van het compromis. De gevolgen zijn er dan ook naar: doorgaans staan we niet te springen om vernieuwing. Zeker niet wanneer die de eigen verworvenheden van een groep enigszins bedreigt.

In die context is de krampachtige reflex van onze politici enigszins verklaarbaar.

Legislation is a messy business.

Mijn professor historisch recht leerde mij dat recht een vervormde reflectie is van de realiteit. Per definitie loopt het recht door zijn formele karakter altijd wat achter op de actualiteit.  Dat hoeft geen probleem te vormen zolang de afstand niet al te groot wordt. Helaas is de balans vandaag de verkeerde kant door geschoten.

Onze wetgevers laten zich keer op keer voorbij steken door de technologische en economische revolutie.  Het toeristisch decreet dat nauwelijks drie jaar geleden werden opgesteld is vandaag voorbijgestreefd door het succes van couchsurfen en AirBnB.  Dat hoeft ook niet te verwonderen als je kijkt naar het ronduit idiote detaillisme waaruit het decreet bestaat. Je kan je afvragen of dit decreet wel met enige zin voor toekomstgericht denken werd opgesteld.

Veel heeft te maken met de complexiteit eigen aan ons bestuur. Niet alle wetgeving is een duidelijk succes. Vaak gaat het om verwaterde compromissen, die diverse belangengroepen tevreden moet houden. Deels is ze niet noodzakelijk opgesteld in functie van de burger, maar dient ze om het eigen bestaan te kunnen rechtvaardigen. En laten we ook niet vergeten dat onze politiek gedomineerd wordt door latente verkiezingskoorts. Men kiest liever voor de snelle score dan voor de structurele oplossing.

Niet verwonderlijk dat wetgeving veel te vaak uit een absurde, alternatieve realiteit lijkt te komen.

Regelneverij

“Mensen moeten niet betutteld worden. Wie van couchsurfen gebruik maakt weet dat er risico’s zijn.” Dit zeer liberale argument kreeg ik deze week te horen.  Of het nu gaat over politieke bijeenkomsten op scholen tijdens de sperperiode, of taxi-apps: je kan dit in elk debat tegen werpen.

Als het van sommige stemmen afhangt, kunnen we een pak winnen door met de rode pen door de stapels decreten te gaan. Ik geef hen geen ongelijk. De ervaring leert mij dat ondernemen een bijzonder harde stiel is en de overheid nog je meest te vrezen concurrent is. Niet alleen hippe start ups maar ook veel gewone zelfstandigen gaan gebukt onder pure regelneverij.

Ik ga echter niet mee in het idee dat we de deuren wagenwijd moeten open zetten. De gedachte dat markten zichzelf wel zullen en kunnen reguleren heeft de laatste jaren voldoende averij opgelopen om aan te tonen dat een zekere vorm van regulering wel degelijk nodig is. Ook alternatieve, digitale economieën kunnen zich aan die waarheid niet zonder meer onttrekken.

In het geval van Über, AirBnB en consoorten lijkt het me maar wat logisch dat men vanuit het gelijkheidsbeginsel aan een minimum set van regels hoort te houden. Ontvang je inkomsten? Dan hoor je daar belastingen op te betalen. Ontvang je gasten in je taxi of je huis? Dan hoor je toch minimaal aandacht te besteden voor veiligheid en basiscomfort. Het lijkt me maar normaal dat de wetgever die zaken afdwingt met de nodige zin voor realisme.

Boven de politiek

Folke’s verzuchting is dan ook begrijpbaar. De hakken in het zand zetten, verbieden, verhinderen, overdreven conformisme, favoritisme en allerlei spelletjes: daarmee is niemand gebaat. Uiteindelijk is het aan politici om zich boven de politiek te stellen, uit de ivoren toren te komen en met een open geest te kijken naar wat zich in de maatschappij beweegt.  Want met de uitdagingen die vandaag op tafel liggen hebben we die vorm van moed en dienstbaarheid méér dan nodig.

A country apart

Mja, Vlaanderen onafhankelijk. Wat moet ik van zo’n concept denken? Mja, zelf vraag ik mij af of de soep wel zo heet wordt opgediend als ze wordt geserveerd. Ik durf zelfs te stellen dat dat eigenlijk een retorische vraag is: uiteraard niet.

Is het compromismodel dan aan het falen zoals de media de laatste weken en maanden laten uitschijnen? Misschien wel, we kennen de uitkomst van deze soap immers nog niet. Maar het zou van ultieme ironie getuigen moest de Belgische boedelscheiding uitmonden in een compromis. Ik volg Siegfried Bracke en de Economist wel als die stellen dat de scheiding uiteindelijk zonder veel glorie zal gebeuren.

Nu ja, zover zijn we helemaal nog niet. Als we het allemaal op een rijte zetten gaat het er gewoon om hoe ver wij willen gaan. Hoe sterk leeft de wens om het alleen verder te rooien? Tot nu toe werd de discussie vooral als een symbolenstrijd gevoerd. Ik geloof niet dat de ‘geldstromen naar Wallonië’ of ‘de splitsing van BHV’ dé strijdpunten zijn waarover we uit elkaar gaan. Misschien zijn ze wel de spreekwoordelijke druppels die de emmer doen overlopen, maar laten we eerlijk zijn: is die emmer wel zo vol dat ze overloopt?

Qua welvaart hebben we het immers nooit zo goed gehad. We leven in een land waar we kunnen genieten van bijzonder veel vrijheden, zeer degelijk onderwijs, mobiliteit, goede algemene én goedkope gezondheidszorg,… De bedenking die ik mij maak is dan ook historisch geïnspireerd: aan zowat alle revoltes ligt een sociaal-economische maatschappelijk conflict. De Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd had eigenlijk de Britse onmacht om met de nieuwe economische realiteit om te gaan (denk maar aan de Boston Tea Party). En de Franse Revolutie was ook het resultaat van voornamelijke economische problemen (grondverdeling, grote armoede,…) en de onmacht van de bovenlaag om daar iets aan te veranderen.

Ik besef nu ook wel dat de vergelijking met de huidige situatie bijzonder simplistisch is, er is immers geen overkoepelend model waarin je elke revolte kan gaan kaderen. Maar ik ben ervan overtuigd dat er wel een gemeenschappelijke basis is.

Nu, denk ik zo dat in onze situatie die sociaal-economische drive om ons af te scheuren gewoon ontbreekt. De nadelen wegen immers niet op bij de voordelen. Dat heeft het Belgische compromis tot nu toe wel bewezen. Wat ons wel verbindt, zoals elke andere staatkundige hervorming, is dat elke Vlaming zich eerst Vlaming voelt en dan pas Belg. Wat dat bereft ontrbeekt het ons niet aan een gemeenschappelijke vlag waar we allemaal achter kunnen staan.

Het interessante aan de Belgische casus is het volgende: kan de balans ook de andere kant uitslaan? Kunnen we het los van mekaar echt zo goed op onze eigen benen staan dat we de ander niet meer nodig hebben? Zal, zoals Bracke en de Economist voorspellen, de Belgische Staat gewoon zonder veel poespas ophouden te bestaan? En hoe gaan we daar dan mee om?

Ik hoorde de afgelopen dagen dat het Vlaams Belang de beste levensverzekering is voor de Belgische Staat. Het is immers inderdaad zo dat het laatste wat we willen, een afscheuring in conflict en totale chaos is. Zelfs het kleinste kind ziet in dat we daar niet beter van zouden worden. Misschien illustreert die vaststelling mijn punt meer dan goed…

Een wijze man zei ooit eens: “may you live in interesting times”. Ik ben benieuwd hoe dit gaat eindigen of beginnen!

« Vorige blogposts Pagina 1 van 1 pagina's