Soms had ik gewild dat ik gitaar kon spelen. Ik zou dan een elektrische nemen.
En ik zou op een podium willen staan. In een donkere, warme zaal die zindert van
spanning en verwachting. Met kleurrijke spots die mij en mijn bandmaten in het
licht laten baden.
Ik zou dan kijken naar de bassist en een blik van verstandhouding uitwisselen.
Even laten begaan. En dan in opperste concentratie, als een wilde furie de
klanken uit de snaren trekken.
Ik zou de ene riff na de andere door de versterkers de zaal willen injagen. Ik
zou baden in het zweet en zweven op de drumsolo. Ik zou het publiek willen geven
waarvoor het gekomen is en meer.
En als de laatste noot is gevallen, dan zou ik mij leeg en voldaan tegelijk
voelen. Ik zou zonder omkijken de backstage instappen. En tussen razende roadies
die al bezig zijn met de opbouw voor de volgende act, zou ik het koele water van
een fles die op me stond te wachten, over mijn gezicht en lijf gieten. Om zo de
laatste echo’s weg te wassen.
Als een echte gitaarheld…