Overpeinzing op maandagmorgen

Onverdraagzaamheid. Verzuring. Grote Woorden waar we allerlei betekenissen aan kunnen haken. Niet in het minste Racisme, Vandalisme, Verkeersagressie, etc. Maar soms zit het ook in de kleine dingen. Neem nu vanmorgen op de trein.

Zoals elke morgen zaten de oude, uitgeleefde treinstelletjes ook nu weer veel te vol. De meeste mensen konden zitten, mind you. Maar dat was blijkbaar niet voldoende voor een meneer die in Sint-Niklaas onze coupé had vervoegd. Vlak voor Antwerpen, tien minuten verder, kon hij niet verkroppen dat het meisje naast mij, in een poging iets beter te zitten, haar knie per ongeluk een paar tegen zijn been had uitgeschoten. Hij begon duidelijk hoorbaar boven het geraas van het dokkerende treinstel, tegen haar uit te voeren. Zij verontschuldigde zich tot het uiterste. Even leek het niet voldoende te zijn. Maar uiteindelijk werd hij stil terwijl het ongenoegen duidelijk van gezicht te lezen viel.

Het incident had mij uit mijn gedachtenstroom gehaald terwijl ik van het zonovergoten landschap probeerde te genieten. Even overwoog ik om zelf in het defensief te schieten. Ondanks de illusie die de promotionele machine van een comfortabel forenzenverkeer die de NMBS ons graag voorspiegeld, een illusie van ruimte, vrijheid en comfort waarvan onze maatschappij doordrongen is, moeten we in heel wat situaties een stuk van onze persoonlijke ruimte durven prijsgeven. Die gedachte deed mij mijn voortvarendheid al snel terug inslikken. Ik heb immers ook wel wat boter op het hoofd wat dat betreft. Hoe vaak erger ik mezelf niet aan mijn medereizigers? Impliceert een publieke ruimte niet per definitie dat ze gedeeld moet worden en dat we ons gedrag dusdanig moeten aanpassen?

Eens te meer heeft Sartre gelijk toen hij zei L’enfer, c’est les autres. Meer dan ooit wordt onze maatschappij zowel, in micro als op macroschaal, krapper en krapper. Iets wat ons dwingt om niet alleen de wijze waarop we dingen zien en onze verwachtingen aan te passen, maar ook begrippen zoals altruïsme en egoïsme opnieuw te herdefiniëren. In mijn ogen getuigt de hunker van mensen naar meer en meer individueel comfort ten koste van het algemeen belang van een vorm van escapisme. We kunnen immers niet allemaal razendsnel worden bediend, in 4×4’s rijden, op safari gaan, in eerste klasse met maximale beenruimte naar het werk sporen en elke dag een eerste klasse steak op ons bord krijgen.

Paradoxaal genoeg lijkt onze media het tegendeel te beloven.