Categorieën
Leven

Orgaandonatie

Mm. Een mening. Doorgaans zit ik vol meningen. Maar vandaag even niet. Niet echt. Gisterenavond lag ik, nog niet op de hoogte van de gebeurtenissen in Zwitersland, in bed te peinzen over het onderwerp van vandaag. Om de één of andere reden was ik aan het nadenken over orgaandonatie.

Orgaandonatie, daar valt heel wat voor te vertellen, maar het is ook interessant om even anders over na te denken.

Zie je, er zijn heel wat culturen en wereldbeschouwingen die er van uitgaan dat je lichaam zo intact mogelijk ten grave hoort te worden gedragen. Al was het maar dat je in het hiernamaals met lijf en leden onder de ogen van je Schepper komt.

Dode lichamen zijn taboe. In veel culturen wordt er zo ver mogelijk vandaan gebleven en zijn het slechts een aparte groep in de maatschappij die de doden begraven of terwijl het aan de naasten is om ze – spiritueel – te begeleiden naar de Overkant. In onze westerse wereld gaan onze nekhaartjes vandaag nog recht staan als iemand vertelt dat hij of zij autopsiedokter of doodgraver is.

Kortom, het idee dat je een stuk van iemand anders in je lijf krijgt, roept bij veel mensen een afwijzende reactie op. Het omgekeerde geldt ook, zou jij zomaar je hart voor donatie opgeven na je dood? Je bent er natuurlijk zelf niet meer, maar het idee dat je lichaam incompleet is, daar hebben velen het moeilijk mee.

En toch.

Als je dan vandaag leest dat er in één klap zoveel jonge mensen het leven laten of er voor moeten vechten, dan is het niet slecht om even bij orgaandonatie stil te staan. In België is iedereen een stilzwijgende donorkandidaat. Dat betekent dat, tenzij je verwanten in de eerste graad verzet aan tekenen, je na je dood sowieso in aanmerking komt als donor. Een goeie zaak? Wel, het probleem is dat er nog altijd te weinig orgaandonors zijn ondanks die regeling en op het moment suprême staat het je nabestaanden vrij om een keuze te maken waar je wel eens een andere mening over zou hebben.

Het mooie is dat je je als orgaandonor kan laten erkennen bij je gemeente. Of juist niet. Bij de burgerlijke stand laat je expliciet noteren of je al dan niet orgaandonor bent. Ongeacht wat je naasten na je dood mogen wensen of willen. Het staat je bovendien volledig vrij om je besluit te herroepen.

Zelf heb ik me niet expliciet opgegeven als orgaandonor. En eigenlijk vind ik dat ik dat wel hoor te doen. Ik heb tot nu toe gepoogd mijn lichaam in ere te houden. Enfin, het ene stuk al wat meer dan het andere. Maar door de band genomen zou het zonde zijn moest er mij morgen iets overkomen waarna mijn, nog relatief nieuwe, onderdelen niet meer worden gerecycleerd.

Dus, ik overweeg vandaag sterk om, eenmaal verhuisd, een extra papier te laten invullen bij mijn domiciliëring.

Met Wijvenweek in het achterhoofd lijkt me, in het licht van de gebeurtenissen, misschien wel een uitgelezen moment om hierover even na te denken. Wat denken jullie?