Categorie├źn
Leven

Limburg

Dezer dagen troon ik vanuit verre Leuven regelmatig naar het nog verdere Hasselt om daar training te geven.  En Limburg, dat is voor iemand uit West-Vlaanderen hetzelfde als de achterkant van de maan: je weet dat het er is, maar zonder echte reden ga je toch niet snel even die kant heen. Of het moet zijn voor een weekendje uit of om verre nonkels en tantes te bezoeken.

Hoeft het dan te verbazen dat Limburg mij stevig wist te verrassen? Vooral dan als je met de trein de provincie binnenrijdt.

Neem nu Vlaanderen. Van Oostende tot Brussel en Antwerpen, zijn dat afgehekte velden en akkers, omzoomd met kreupelhout. Afgewisseld met bouwvallige koterijen, lelijke erven en schroothopen. Als je dan in Gent of Brussel aankomt, wordt je vooral geconfronteerd met de stedelijke koterij: schotelantennes, vieze vervallen panden, grafitti, slecht onderhouden daken en noem maar op. Tussendoor word je bij wijlen via het spoor ook nog eens getuige van het fileleed wanneer een snelweg wordt gekruist. Vlaanderen mag je gerust Grauw noemen. Met een kapitale G.

Maar Limburg?

Dat begint al zodra je Leuven buiten rijdt richting Tienen. Tot mijn grote verrassing mag ik vast stellen dat alle viezigheid plaats ruimt voor weidse, glooiende landschappen. Akkers en velden zo ver het oog kan zien. Af en toe zie je een proper onderhouden boerderij, kasseiwegels en zelfs een abdij met ranke torenspitsen. Het deprimerende grijs van het beton maakt plaats voor een pracht van een uitzicht. En met elke bocht krijg je weer een nieuwe visuele opkikker voorgeschoteld.

Wat. Een. Verademing.

Dezer dagen zit het licht dan ook nog eens helemaal goed zo vlak voor het vallen van de avond. Dan krijgt het landschap in het avondrood en de nevel helemaal iets sprookjesachtig. Stiekem hoop ik dan zelfs dat de trein op dat moment even vertraging krijgt zodat ik er extra van kan genieten.

Dat uurtje ’s morgens en ’s avonds op de trein richting Limburg, daar kijk ik dus graag naar uit. Wat jammer dus dat het morgen alweer de laatste dag is dat ik er les geef.  Je moet het ze nageven: de limburgers zijn verduiveld gelukkige mensen met zo’n mooie provincie!