Categorieën
Techtalk

Webmentions

I just enabled the Webmention plugin on my blog. Webmention is a descendant of Pingback. It’s a linkback  protocol that notifies other sites that they were linked from this site. Linked sites could use that information to update a “favourite” or a “clap” counter. Or they could just list the links as part of decentralised, distributed discussions. Webmention is a W3C Recommendation. And it’s a part of the POSSE movement. Find out on IndieWeb who else uses Webmention.

Categorieën
Techtalk

Een nieuwe Slimme Telefoon

Mijn One Plus One heeft het begeven. Net geen drie dienst gedaan. De USB aansluiting begon te mankeren, de batterij liep op zijn laatste benen en Lineage OS installeren was louter het leven wat extra verlengen. En dus was ik dringend toe aan een vervanger.

Twee weken geleden landde er een One Plus 5T in de brievenbus. Jawel, opnieuw een One Plus toestel. Zo tevreden was ik met mijn vorig toestel. Niet echt goedkoop, maar ik kan nu wel zeggen dat One Plus andermaal punten scoort.

Dingen waar ik blij van word:

  • Een groter scherm zonder dat het toestel fysiek ook groter is (geen phablet)
  • Ligt lekker in de hand.
  • Mooi industrieel design. (Smaken/Kleuren)
  • De vingerprint scanner op de achterzijde (hoewel ik daar wel een bedenking of twee heb qua privacy.)
  • Dash charging die de telefoon oplaadt op een zucht tijd.
  • Een deftige camera.
  • Een 3.5mm hoofdtelefoon aansluiting waardoor ik nog altijd met mijn Plattan verder kan.

Dingen waar ik iets minder blij mee ben:

  • Geen micro USB. Dash Charging komt met USB-C. En je laadt best op met de One Plus Dash Charger om de batterij niet te beschadigen.
  • Nog steeds Android 7 en geen Android 8.

Ik heb begrepen dat er nog veel meer snufjes zijn die ik nog onbenut laat zoals face unlock en parallel apps. Maar dat is slechts een kwestie vooraleer ik ook die eens verken.

Meer weten? Lees alhier verder!

In ieder geval, ik ben terug bereikbaar!

Categorieën
Techtalk

Lineage OS op mijn One Plus One

Mijn One Plus One (OPO) is bijna twee jaar oud. Tot op vandaag is het de beste smartphone die ik al heb gehad. Heel tevreden van. De OPO kwam origineel met het OxygenOS besturingssysteem. Dat is de versie van Android die door One Plus wordt ontwikkeld. Zoals dat gaat met smartphones, is regelmatig updaten een noodzakelijk kwaad. Gelukkig is dat proces doorgaans redelijk pijnloos. One Plus stuurt zelf af en toe een OTA (Over The Air) update uit en je moet slechts op een ‘update’ knop tikken om die te installeren.

Alleen. Die updates lopen vaak achter op het nieuwste wat Android te bieden heeft. De laatste versie van OxygenOS voor de OPO is gebaseerd op Android “Lollipop” 5. Ondertussen lanceerde Google halverwege vorig jaar Android “Nougat” 7. Leveranciers van smartphones passen de versie van Android altijd aan voor hun toestellenreeks en lopen daardoor altijd wat achter.

Voor de gewone gebruiker zal het worst wezen. Maar ik speel graag met de “bleeding edge” versie van software.

Sinds jaar en dag is het installeren van een nieuwe versie van Android een eitje. Vorig jaar had ik OxygenOS ingewisseld voor CyanogenMod. Die versie bezorgde mij Android “Marshmallow” 6.0.1. Aangezien ik nogal wat apps op mijn GSM installeer, ging het ding gaandeweg trager en trager werken. Maar wat me het meest irriteerde was het regelmatig wegvallen van de data verbinding. Ik moest meermaals per dag mijn smartphone herstarten om verbinding te hebben. Verre van praktisch dus.

Eind vorig jaar vertrok de originele maker van CyanogenMod en ging het project op de schop. Maar in de coulissen werd er getimmerd aan een opvolger: LineageOS. Het heeft even geduurd, maar ondertussen is er ook voor de OPO een nieuwe versie uit.

Dat vraagt dus om mijn smartphone opnieuw te installeren. Ter referentie maak ik in een volgende blogpost wat nota van het proces. In eerste instantie doe ik dat voor mezelf, maar misschien heeft een ander er ook wat ander. Al was het maar omdat ik door flink wat losse tutorials en artikels heb moeten ploegen om de juiste procedure uit te vogelen.

Hoe het nieuwe besturingssysteem me bevalt? Dik in orde! Mijn smartphone loopt weer zo vlot zoals ik hem eerst kreeg. De eerste indrukken zijn alvast positief, en ik sluit me er graag bij aan. Wat me vooral opvalt is dat ik terug een volle 24 uur zonder lader kan. Dat was voorheen wel even anders.

Ik heb er wel mijn smartphone volledig voor moeten wissen, maar dat was het de moeite meer dan waard. Nu nog wat tunen en we kunnen weer verder.

Categorieën
Techtalk

Server onderhoud

Sinds 2010 host ik mijn digitale zoo op een VPS van Linode. Op één gelegenheid na, ben ik vrij tevreden van hun diensten.  Tot op heden betaalde ik ook een aardig bedrag voor die server: 20$ per maand. Plus 5$ voor een dagelijkse en wekelijkse geautomatiseerde backups. Sinds 2010 kreeg ik occasioneel wel meer bang for the buck – extra RAM geheugen, meer disk space – maar aan de prijs zelf is nooit gezakt.

Eind vorig jaar merkte ik dat Linode haar tarieven had aangepast en de Linode 2048 VPS naar de low-end was opgeschoven. Voor 10$ plus 2.5$ per maand koop ik exact dezelfde service.

Verder had ik mijn server indertijd manueel had geconfigureerd. Veel werk dat ik niet opnieuw wilde uitvoeren. Sinds enkele jaren bestaan er software tools zoals Puppet, Chef en Ansible die zeer veel server management taken automatiseren en waarmee administrators hele serverparken kunnen beheren. In plaats van elke server apart opnieuw te configureren, schrijf je eenmaal een configuratiebestand en rol je dat dan uit op alle servers.

En dus heb ik in de afgelopen weken af en aan gewerkt om het huishouden op punt te zetten.

Ten eerste heb ik mijn hele configuratie vastgelegd in Ansible scripts gebaseerd op Phansible. Op mijn Macbook laat ik een lokale ontwikkelingskopie van de hosting lopen die ik aanstuur met Vagrant. Met mijn Ansible scripts kan ik die kopie volledig geautomatiseerd dezelfde configuratie geven als de server die bij Linode loopt. Het mooie aan die opzet is dat ik zo zeker ben dat wat ik op mijn laptop bouw, ook zal werken op de server wegens exact dezelfde setup. Verder kan ik nu ook zeer snel naar een andere server, of zelfs een andere hosting dienst, verhuizen mocht dat nodig blijken.

Ten tweede is er het beheer van elke individuele site. Zowel Drupal als WordPress komen met nogal wat plugins en modules die op hun beurt ook regelmatig updates en upgrades krijgen. Dat betekent dus regelmatig werk op de plank om al die code uit te testen en up te daten. Vroeger deed ik dat nog handmatig maar dat is vandaag quasi ondoenbaar. Tegenwoordig gebruik ik Capistrano om updates voor individuele sites als aparte releases te verpakken en uit te rollen op de server. Mijn specifieke setup heb ik gepubliceerd op Github.  Ook hier heb ik met één commando een hele waslijst aan taken geautomatiseerd.

Allemaal goed en wel. Maar wat betekent dat nu concreet? Wel, vandaag heb ik de laatste site gemigreerd naar een nieuwe, goedkopere server en de oude server finaal uitgezet. Een kleine mijlpaal die ik vooral in mijn factuur voor hosting ga voelen. Zo bespaar ik op jaarbasis maar eventjes 150 USD. En verder betekent het ook dat ik minder tijd moet steken in onderhoud naar de toekomst.

Categorieën
Techtalk

Ik herstelde een kapotte hoofdtelefoon

En toen zaten we thuis met een knalroze, kapotte hoofdtelefoon. Ergens halverwege was de draad naar het rechteroorstuk geknapt. Nu, het is allemaal plastiek, en het kost minder moeite om een vervanger on line te bestellen dan om ze te laten herstellen. En toch, is zelf herstellen echt zo moeilijk?

Blijkt dus van niet. Ik had mijn soldeerbout al boven gehaald, maar uiteindelijk had ik al voldoende aan een breekmes, een aansteker en wat heatshrink.

Herstellen doen we zo:

  1. Je snijdt een stuk heatshrink van 2 à 3 centimeter en je duwt deze over één van de twee geknapte uiteinden. Vergeet deze stap niet want je kan dit later niet meer doen.
  2. Met het breekmes (en een stuk karton als onderlegger) strip je voorzichtig 1 à 1,5cm van de plastic isolatie van elk uiteinde. Binnen zitten (minstens) 2 dunne gekleurde koperdraadjes: positief en negatief.
  3. De draadjes duw je per uiteinde voorzichtig uit elkaar zodat je een T vorm krijgt.
  4. Je brengt de uiteinde bij elkaar zodat de 2 T uitsteeksels met de passende kleuren – rood op rood, koper op koper – tegen elkaar liggen.
  5. Je draait voorzichtig de gekleurde uitsteeksels in elkaar. Op dit punt zijn de twee uiteinden nu terug met elkaar verbonden. Op zich is dit nog niet voldoende om je hoofdtelefoon te laten werken.
  6. De twee polen in de draad zijn gecoate koperfilament verwerkt in katoen isolatie. Zowel isolatie als coating moeten we nu weg werken. Dat doe je door de laatste halve centimeter van elk gedraaid uitsteeksel in de vlam van de aansteker te houden. Zo brand je de isolatie weg en maken de koperen filamenten contact. Op dit punt zou je hoofdtelefoon nu wel terug moeten werken.
  7. Nu kan je de gebrande uiteinden omplooien. Zorg ervoor dat ze elkaar niet raken, anders creëer je een korstsluiting en werkt de hoofdtelefoon niet. Je kan nu de heatshrink schuiven over de twee blanke koperfilamenten. Met de vlam van de aansteker verhit je de heatshrink waardoor deze krimpt om de filamenten.  Zo krijg je een mooie, afgesloten, sterke isolatie.

(Je kan ook een relevant YouTube instructiefilmpje bekijken)

Ik was – uiteraard – stap 1 vergeten uit te voeren. Maar op dat punt had ik al een tiental pogingen ondernomen. Het is en blijft prutswerk en het vraagt wat volharding voor het in de vingers zit. Het resultaat ziet er zo uit:

https://www.instagram.com/p/BPVl5b6jnsm

Bij deze, weer enkele tientallen euro’s uitgespaard. En mezelf een nieuwe skill aangeleerd. Dubbele winst zou ik zo zeggen.

Het oranje toestel is een FumeFan Extractor. Het is een blazer met een koolstoffilter. De dampen die vrijkomen bij het solderen of – in dit geval – het branden van koper met een aansteker, worden door dit toestel opgezogen. Ideaal om voor het occasionele hobbyproject aan de keukentafel.

Categorieën
Techtalk

Een gehackte skype

Aan al mijn Skype contacts die deze morgen dit berichtje van mij ontvingen: mijn excuses.

Blijkbaar zijn spammers er dan toch in geslaagd mijn wachtwoord te raden om in mijn naam foute boodschappen uit te sturen. Niet erg fijn.

Deels is het mijn eigen fout. Deels is het de schuld van Microsoft. Skype werd een tijd terug overgenomen door Microsoft. Men heeft toen een halfslachtige poging ondernomen om de Skype databank met gebruikersnamen te koppelen aan de Microsoft Live databank. Het idee is dat je dan met je Microsoft account Skype kan gebruiken.

In de praktijk komt het er op neer dat je als gebruiker zelf manueel een aantal stappen moet ondernemen om de twee samen te voegen. Zolang je dat niet hebt gedaan, ben je kwetsbaar. Bibi zal daar waarschijnlijk wel instructies in een mailbox van hebben ontvangen, maar die nooit hebben opgevolgd.

Volgens The Verge ben ik niet de enige:

This entire process seems messy, but it appears to be the best way to secure your Microsoft account. If you’ve already linked a Skype username then I would suggest doing this extra merge process immediately, to secure your account. If you haven’t linked Skype and Microsoft Accounts at all, then you should be safe to link and merge with the new process.

Afin. Ik heb het nodige ondernomen. Bovendien meteen ook mijn wachtwoord veranderd én 2-Factor Authentication ingeschakeld. Vanaf heden dus terug (de illusie van) veilig.

Categorieën
Techtalk

Vanaf heden: HTTPS

HTTPS netsensei

HTTP inruilen voor HTTPS, dat stond nog op het lijstje. Ik heb dat net in orde gebracht. De S staat namelijk voor Secure. Met andere woorden, wanneer je rondstruint doorheen mijn blog, dan doe je dat vanaf nu veilig.

Waarom is dat belangrijk? Omdat er op het web ook mensen en organisaties zijn met minder goede bedoelingen. Wanneer mijn webserver een pagina naar jouw computer stuurt, dan wil je zeker zijn dat er tijdens het transport niet mee werd geknoeid. Dankzij HTTPS weet jouw computer automagisch dat de pagina die hij/zij ontvangt, ook daadwerkelijke de pagina is die oorspronkelijk werd verzonden.

Maar Matthias, kan je een voorbeeld geven van dergelijk “geknoei”? Wel, wanneer je surft op een “Free WIFI hotspot” – op hotel, in het station, luchthaven, restaurant,… – dan benader je het web via een toegang waarvan je niet weet of ze wel veilig is. Je stelt je vertrouwen in de uitbater van de hotspot. Voor niets gaat natuurlijk de zon op, en sommige uitbaters durven al eens advertenties te “injecteren” in webpagina’s die jij opvraagt. Daar zijn gedocumenteerde cases van. Ondanks dat dat overduidelijk een schending is van je privacy, is dat nog relatief tam. Vandaar is het immers maar een kleine stap om code te injecteren waarmee je computer kan worden gehackt. (Wat meteen ook een pleidooi is om niet zomaar op elk open, gratis netwerk te surfen!)

Bij HTTPS worden de pagina’s die jij opvraagt van een server, versleuteld verstuurd naar je browser. Enkel diegene met de juiste sleutel kan de pagina openen.

HTTPS is dus duidelijk een Goede Zaak. Matt Mullenweg kondigde onlangs aan dat bepaalde features in WordPress in de toekomst waarschijnlijk enkel nog met HTTPS zullen werken. Google gaat sneller beveiligde sites in zijn zoekresultaten tonen dan onbeveiligde websites. En vanaf 2017 gaat Chrome onbeveiligde sites “shamen”.  Met andere woorden, het wordt in de toekomst zelfs een basisvereiste om op het web te publiceren met versleuteling.

Waarom deed ik dat dan niet eerder? Om van HTTPS gebruik te maken met je bij een externe service een digitaal certificaat aanvragen. Dat certificaat kost doorgaans iets te veel om geen pijn te doen. Sinds kort is er een gratis alternatief dat zeer snel aan populariteit wint: Let’s Encrypt. Mocht je dus HTTPS op je weblog willen activeren: dan is dit wat je wil gebruiken.

Categorieën
Techtalk

Een nieuwe blog

Een nieuwe blog! Een blog in’t nieuw! Een paar maanden noeste arbeid. Volharding troef, en het resultaat mag worden gezien. Er is bijzonder veel veranderd en dat was ook wel hoogstnodig. Ik was namelijk al lang niet meer tevreden over het oude ontwerp, een aantal storende bugs, achterhaalde functionaliteit en de verouderde copy. Mijn blog verkeerde in een lamentabele toestand. En dat was verre van bevorderlijk voor het regelmatig schrijven in de laatste jaren.

Ik schreef eerder reeds over mijn ambitie om hier terug te keren. Nochtans, kwatongen beweren al jaren dat bloggen reeds jaren dood zou zijn. Gelukkig zijn er mensen zoals Andy Baio en Jason Kottke die onlangs stukken publiceerden die mij van “Ja! Ja! Godverdomme, Ja!” deden knikken. En ook dichter bij huis wordt er duchtig geschreven en gepubliceerd. ’t Is dat deze madame met “you do you” zo hard gelijk heeft. En Graham Chapman wist dat 40 jaar geleden ook al. Ik keer niet terug uit een vorm van nostalgie, maar wel omdat dit domweg mijn stekkie op het web is, ongeacht wie meeleest en wat anderen doen. En omdat de het web mij juist de vrijheid geeft om dat plaatsje in te richten zoals ik het zelf wil.

Bij het omkatten van je blog hoort natuurlijk wat meer uitleg. Bij deze dus.

Het ontwerp

Ik bouwde het vorige ontwerp in 2008. Het was toen gebaseerd op dat van een bekende blogvader. Ook al heb ik me laten inspireren door anderen elders, deze keer ben ik ook op zoek gegaan naar een eigen stem en beeldtaal.  Ik heb me neergelegd bij het feit dat ik geen ontwerper pur sang ben. Maar uit ervaring weet ik wel wat goed werkt en mooi oogt. Vanuit die positie kon ik een fris ontwerp bouwen.

Het kleurenpalet heb ik gekozen via colourlovers.com en heet Let Me Eat Cake. De foto in de header komt van Unsplash (Patrick Tomasso) en is vrij beschikbaar via een Creative Commons Zero licentie. De lettertypes zijn Merriweather en het systeemfont van uw besturingssysteem. Ik tekende eerst de basis in Pixelmator, de details werkte ik uit in de browser.

Mobiel en toegankelijk

De vorige versie van de site dateerde van voor de introductie van de smartphone en was dus niet geoptimaliseerd voor mobiele toestellen. Deze versie is dat wel.  Als het goed is zou je deze blog dus ook mooi leesbaar moeten zijn op je tablet of iPhone. Ik maak dankbaar gebruik van hedendaagse technieken. Bijgevolg ondersteun ik oudere browsers niet langer en dat is een bewuste keuze. Om vooruit te gaan moet je soms durven breken met het verleden.

De inhoud

De inhoud is dezelfde gebleven. Deze blog was en blijft een lifelog. Ik wil mij bewust niet beperken tot een aantal thema’s in functie van een bepaald publiek. Ik schrijf in de eerste plaats omwille van mezelf. Dat er soms geen lijn te trekken is in de inhoud, is dus het logische gevolg. In het verleden worstelde ik met die chaos. Vandaag laat ik die strijd voor wat ze is, en ik laat mijn schrijfsels en hersenkronkels gewoon hun eigen weg volgen.

Jaren bloggen heeft een rijk archief opgeleverd. Maar dat archief was wel aan herwaardering toe. Ik heb dus tijd geïnvesteerd in opschonen en het toegankelijker maken van de oude content.

Ik ergerde mij al lang aan de wildgroei van categorieën. Ik heb die gerationaliseerd in 11 basiscategorieën. De bestaande inhoud, een 2.300 blogposts, heb ik opnieuw ingedeeld in deze categorieën.

Ik heb het archief een prominentere plaats gegeven. De zijbalk bevat nu een Archief blok en in het hoofdmenu vind je een veel beter uitgewerkte archiefpagina. Ik pakte ook de lijstpagina’s aan. Ik toon een beknopte teaser in plaats van de volledige blogpost om het overzicht te bewaren. De metselwerk grid layout heb ik dus verlaten wegens totaal onoverzichtelijk.

Tenslotte heb ik de zoekfunctie opgewaardeerd. Je komt het zoekformulier tegen op foutpagina’s en in de zijbalk. Zo kan je via een full text search doorheen mijn blog snuisteren.

De interactie

Interactie was, is en blijft belangrijk. Commentaar kan je vanaf nu leveren als geneste threads. Dat maakt antwoord en wederantwoord geven een stuk eenduidiger. Ik maak echter geen gebruik van Jetpack Comments of gehoste alternatieven zoals Facebook Comments of Disqus. Ik ben van mening dat als je commentaar, en dus content, van anderen een plaats wil geven, je daar ook zelf voor de omkadering in de hand hoort te nemen. Of toch als je die ruimte en vrijheid hebt. Een sterke derde partij die comments hosts is een ongelofelijk gemak, maar het is en blijft wel een stuk controle en privacy dat je uit handen geeft. Voor niets gaat immers de zon op.

Trackbacks en pingbacks hou ik uitgeschakeld. Het is ondertussen wel duidelijk dat die functies niet levensvatbaar zijn.

Het contactformulier is nieuw. Voorheen plaatste ik gewoon mijn mailadres op mijn blog. Alleen is het onmogelijk om te weten te komen hoe mensen mij terug vinden. Via een contactformulier kan ik daar iets beter vat op krijgen.

Onder de motorkap

Het actieve WordPress theme heet Libris, is gebaseerd op Underscores en heb ik van de grond af opgebouwd. De CSS code wordt gebaseerd met behulp van SASS en Gulp. De architectuur is losweg gebaseerd op SMACSS.

Ik maak gebruik van de meest recente versie van WordPress. Actieve plugins zijn Jetpack, Loco Translate, Contact Form 7, Regenerate Thumbnails en Compact Archives.

Deze site host ik op een geleasede virtuele server bij Linode. Ik neem het onderhoud van die server voor een flink stuk op mezelf. Tegenover de werklast staat dat het mijn kennis en ervaring over UNIX scherp houdt. En ik behoud armslag om problemen makkelijk zelf op te lossen.

***

Het is maar een greep uit de vele veranderingen. Sommige andere verdienen op tijd en stond nog een aparte blogpost. En verdere zullen er nog wel her en der manco’s zijn die vragen om een oplossing. Het belangrijkste is dat met het waaien van een nieuwe wind, ook de motivatie om terug meer te schrijven mag groeien.

Alvast veel leesplezier!

Categorieën
Techtalk

WordPress Calypso

Dit berichtje werd geschreven en geplaatst via WordPress Calypso. Als je dit leest, dan betekent dat alles werkt zoals het zou moeten.

Wat is WordPress Calypso?

Normaal log je via je browser in op je WordPress site en dan sla je van daaruit aan het schrijven, bewerken, beheren en configureren. Dat werkt zo reeds jaar en dag en dat werkt fantastisch. Een probleem is dat het niet zo evident is om de gebruikersinterface van WordPress zonder meer te moderniseren. Dat vraagt zowel van gebruikers als van de makers van WordPress geweldig veel tijd en inspanning. Waarom? Omdat blogging software waar een massa mensen dagelijks mee aan de slag gaan, altijd, betrouwbaar moeten kunnen werken. En browsers zijn nu net een notoir lastig beestje om een dergelijke oefening tot een goed einde te brengen.

De heren en dames van Automattic bleven natuurlijk niet stil zitten. Ze lanceerden vorig jaar een aparte desktop toepassing: Calypso. Het is een aparte programma dat ik zonet op mijn (quasi) nieuwe Windows 10 battlestation heb geïnstalleerd. Calypso laat mij toe om mijn blog te beheren zonder dat ik daaarvoor via een browser moet inloggen. De interface oogt een stuk moderner en biedt een aantal extra mogelijkheden. Ik kan meerdere sites tegelijk beheren, de interface om artikels te schrijven is sterk vereenvoudigd en alles reageert enorm performant. Zodra ik op de ‘publish’ knop duw, maakt Calypso verbinding met mijn blog en publiceert volautomatisch dit stukje in mijn plaats.

De eerste use case van Calypso is het beheer van WordPress.com blogs. Maar ook self-hosted blogs – zoals deze – kan je met Calypso beheren. Je moet dan wel Jetpack installeren en over een WordPress.com account beschikken. Verder is het een kinderlijk eenvoudig: je opent Calypso, logt in met je WordPress.com gegevens en je kan starten. Dat Calypso niet rechtstreeks met je self-hosted blog communiceert maar via het WordPress.com platform gaat, is meteen ook mijn grootste kritiek op deze toepassing: het is opnieuw een afhanklijkheid van een gecentraliseerde silo. Een dergelijk anti-patroon zie ik persoonlijk liever niet in een product omwille van privacy en een rist andere redenen. Stel dat het WordPress.com platform straks uit valt, dan zal Calypso ook niet of niet helemaal meer werken. Vanuit business perspectief zie ik de opportuniteit wel om het zo te doen – aanmoedigen van gebruik van het platform – maar voor individuele gebruikers kan dat wel eens nadelig uitvallen.

Hoe dan ook, buiten dat ik niet meer moet inloggen via een browser, moet ik nog ondervinden of Calypso uiteindelijk echt iets voor mij zal zijn. We shall see.

Categorieën
Techtalk

Beme

Casey Neistat lanceerde een klein jaar geleden Beme, zijn tech start-up. Beme is een kruising tussen Periscope en Snapchat.  Je kan er korte video’s mee maken, maar er zijn drie grote beperkingen: er zijn geen filters om je video mee op te smukken, je kan niet volgen op het scherm van je smartphone terwijl je filmt en het eindresultaat zie je zelf pas nadat je je video met je volgers heb gedeeld.

Begin deze week lanceerde Beme en Neistat hun versie 1.0 mét een Android variant. Gelijk heb ik die geïnstalleerd.  Ik heb nog maar twee filmpjes gemaakt, maar het concept spreekt wel enorm aan.  Je verstopt jezelf niet achter je scherm en er is geen post bewerking waar je je zorgen over kan/hoeft te maken.  Filmen en on line gooien. Meer is er niet aan.

Zoals dat gaat met nieuwe sociale platformen zit Beme nu zo’n beetje de honeymoon fase waarin vooral de early adopters de hele speeltuin voor zich hebben. Het is me ook niet echt duidelijk wat het business model rond Beme is: er is vooralsnog geen ruimte voor reclame voorzien en ik zie ook nog niet meteen merken op de kar springen. Benieuwd dus hoe dit verder gaat evolueren.

In ieder geval is ’s mans enthousiasme aanstekelijk om de komende dagen even te experimenteren.

WHAT THE HELL HAPPENED TO BEME?

Good going, Neistat!