Categorieën
Techtalk

Ik herstelde een kapotte hoofdtelefoon

En toen zaten we thuis met een knalroze, kapotte hoofdtelefoon. Ergens halverwege was de draad naar het rechteroorstuk geknapt. Nu, het is allemaal plastiek, en het kost minder moeite om een vervanger on line te bestellen dan om ze te laten herstellen. En toch, is zelf herstellen echt zo moeilijk?

Blijkt dus van niet. Ik had mijn soldeerbout al boven gehaald, maar uiteindelijk had ik al voldoende aan een breekmes, een aansteker en wat heatshrink.

Herstellen doen we zo:

  1. Je snijdt een stuk heatshrink van 2 à 3 centimeter en je duwt deze over één van de twee geknapte uiteinden. Vergeet deze stap niet want je kan dit later niet meer doen.
  2. Met het breekmes (en een stuk karton als onderlegger) strip je voorzichtig 1 à 1,5cm van de plastic isolatie van elk uiteinde. Binnen zitten (minstens) 2 dunne gekleurde koperdraadjes: positief en negatief.
  3. De draadjes duw je per uiteinde voorzichtig uit elkaar zodat je een T vorm krijgt.
  4. Je brengt de uiteinde bij elkaar zodat de 2 T uitsteeksels met de passende kleuren – rood op rood, koper op koper – tegen elkaar liggen.
  5. Je draait voorzichtig de gekleurde uitsteeksels in elkaar. Op dit punt zijn de twee uiteinden nu terug met elkaar verbonden. Op zich is dit nog niet voldoende om je hoofdtelefoon te laten werken.
  6. De twee polen in de draad zijn gecoate koperfilament verwerkt in katoen isolatie. Zowel isolatie als coating moeten we nu weg werken. Dat doe je door de laatste halve centimeter van elk gedraaid uitsteeksel in de vlam van de aansteker te houden. Zo brand je de isolatie weg en maken de koperen filamenten contact. Op dit punt zou je hoofdtelefoon nu wel terug moeten werken.
  7. Nu kan je de gebrande uiteinden omplooien. Zorg ervoor dat ze elkaar niet raken, anders creëer je een korstsluiting en werkt de hoofdtelefoon niet. Je kan nu de heatshrink schuiven over de twee blanke koperfilamenten. Met de vlam van de aansteker verhit je de heatshrink waardoor deze krimpt om de filamenten.  Zo krijg je een mooie, afgesloten, sterke isolatie.

(Je kan ook een relevant YouTube instructiefilmpje bekijken)

Ik was – uiteraard – stap 1 vergeten uit te voeren. Maar op dat punt had ik al een tiental pogingen ondernomen. Het is en blijft prutswerk en het vraagt wat volharding voor het in de vingers zit. Het resultaat ziet er zo uit:

https://www.instagram.com/p/BPVl5b6jnsm

Bij deze, weer enkele tientallen euro’s uitgespaard. En mezelf een nieuwe skill aangeleerd. Dubbele winst zou ik zo zeggen.

Het oranje toestel is een FumeFan Extractor. Het is een blazer met een koolstoffilter. De dampen die vrijkomen bij het solderen of – in dit geval – het branden van koper met een aansteker, worden door dit toestel opgezogen. Ideaal om voor het occasionele hobbyproject aan de keukentafel.

Categorieën
Techtalk

Een gehackte skype

Aan al mijn Skype contacts die deze morgen dit berichtje van mij ontvingen: mijn excuses.

Blijkbaar zijn spammers er dan toch in geslaagd mijn wachtwoord te raden om in mijn naam foute boodschappen uit te sturen. Niet erg fijn.

Deels is het mijn eigen fout. Deels is het de schuld van Microsoft. Skype werd een tijd terug overgenomen door Microsoft. Men heeft toen een halfslachtige poging ondernomen om de Skype databank met gebruikersnamen te koppelen aan de Microsoft Live databank. Het idee is dat je dan met je Microsoft account Skype kan gebruiken.

In de praktijk komt het er op neer dat je als gebruiker zelf manueel een aantal stappen moet ondernemen om de twee samen te voegen. Zolang je dat niet hebt gedaan, ben je kwetsbaar. Bibi zal daar waarschijnlijk wel instructies in een mailbox van hebben ontvangen, maar die nooit hebben opgevolgd.

Volgens The Verge ben ik niet de enige:

This entire process seems messy, but it appears to be the best way to secure your Microsoft account. If you’ve already linked a Skype username then I would suggest doing this extra merge process immediately, to secure your account. If you haven’t linked Skype and Microsoft Accounts at all, then you should be safe to link and merge with the new process.

Afin. Ik heb het nodige ondernomen. Bovendien meteen ook mijn wachtwoord veranderd én 2-Factor Authentication ingeschakeld. Vanaf heden dus terug (de illusie van) veilig.

Categorieën
Techtalk

Vanaf heden: HTTPS

HTTPS netsensei

HTTP inruilen voor HTTPS, dat stond nog op het lijstje. Ik heb dat net in orde gebracht. De S staat namelijk voor Secure. Met andere woorden, wanneer je rondstruint doorheen mijn blog, dan doe je dat vanaf nu veilig.

Waarom is dat belangrijk? Omdat er op het web ook mensen en organisaties zijn met minder goede bedoelingen. Wanneer mijn webserver een pagina naar jouw computer stuurt, dan wil je zeker zijn dat er tijdens het transport niet mee werd geknoeid. Dankzij HTTPS weet jouw computer automagisch dat de pagina die hij/zij ontvangt, ook daadwerkelijke de pagina is die oorspronkelijk werd verzonden.

Maar Matthias, kan je een voorbeeld geven van dergelijk “geknoei”? Wel, wanneer je surft op een “Free WIFI hotspot” – op hotel, in het station, luchthaven, restaurant,… – dan benader je het web via een toegang waarvan je niet weet of ze wel veilig is. Je stelt je vertrouwen in de uitbater van de hotspot. Voor niets gaat natuurlijk de zon op, en sommige uitbaters durven al eens advertenties te “injecteren” in webpagina’s die jij opvraagt. Daar zijn gedocumenteerde cases van. Ondanks dat dat overduidelijk een schending is van je privacy, is dat nog relatief tam. Vandaar is het immers maar een kleine stap om code te injecteren waarmee je computer kan worden gehackt. (Wat meteen ook een pleidooi is om niet zomaar op elk open, gratis netwerk te surfen!)

Bij HTTPS worden de pagina’s die jij opvraagt van een server, versleuteld verstuurd naar je browser. Enkel diegene met de juiste sleutel kan de pagina openen.

HTTPS is dus duidelijk een Goede Zaak. Matt Mullenweg kondigde onlangs aan dat bepaalde features in WordPress in de toekomst waarschijnlijk enkel nog met HTTPS zullen werken. Google gaat sneller beveiligde sites in zijn zoekresultaten tonen dan onbeveiligde websites. En vanaf 2017 gaat Chrome onbeveiligde sites “shamen”.  Met andere woorden, het wordt in de toekomst zelfs een basisvereiste om op het web te publiceren met versleuteling.

Waarom deed ik dat dan niet eerder? Om van HTTPS gebruik te maken met je bij een externe service een digitaal certificaat aanvragen. Dat certificaat kost doorgaans iets te veel om geen pijn te doen. Sinds kort is er een gratis alternatief dat zeer snel aan populariteit wint: Let’s Encrypt. Mocht je dus HTTPS op je weblog willen activeren: dan is dit wat je wil gebruiken.

Categorieën
Techtalk

Een nieuwe blog

Een nieuwe blog! Een blog in’t nieuw! Een paar maanden noeste arbeid. Volharding troef, en het resultaat mag worden gezien. Er is bijzonder veel veranderd en dat was ook wel hoogstnodig. Ik was namelijk al lang niet meer tevreden over het oude ontwerp, een aantal storende bugs, achterhaalde functionaliteit en de verouderde copy. Mijn blog verkeerde in een lamentabele toestand. En dat was verre van bevorderlijk voor het regelmatig schrijven in de laatste jaren.

Ik schreef eerder reeds over mijn ambitie om hier terug te keren. Nochtans, kwatongen beweren al jaren dat bloggen reeds jaren dood zou zijn. Gelukkig zijn er mensen zoals Andy Baio en Jason Kottke die onlangs stukken publiceerden die mij van “Ja! Ja! Godverdomme, Ja!” deden knikken. En ook dichter bij huis wordt er duchtig geschreven en gepubliceerd. ’t Is dat deze madame met “you do you” zo hard gelijk heeft. En Graham Chapman wist dat 40 jaar geleden ook al. Ik keer niet terug uit een vorm van nostalgie, maar wel omdat dit domweg mijn stekkie op het web is, ongeacht wie meeleest en wat anderen doen. En omdat de het web mij juist de vrijheid geeft om dat plaatsje in te richten zoals ik het zelf wil.

Bij het omkatten van je blog hoort natuurlijk wat meer uitleg. Bij deze dus.

Het ontwerp

Ik bouwde het vorige ontwerp in 2008. Het was toen gebaseerd op dat van een bekende blogvader. Ook al heb ik me laten inspireren door anderen elders, deze keer ben ik ook op zoek gegaan naar een eigen stem en beeldtaal.  Ik heb me neergelegd bij het feit dat ik geen ontwerper pur sang ben. Maar uit ervaring weet ik wel wat goed werkt en mooi oogt. Vanuit die positie kon ik een fris ontwerp bouwen.

Het kleurenpalet heb ik gekozen via colourlovers.com en heet Let Me Eat Cake. De foto in de header komt van Unsplash (Patrick Tomasso) en is vrij beschikbaar via een Creative Commons Zero licentie. De lettertypes zijn Merriweather en het systeemfont van uw besturingssysteem. Ik tekende eerst de basis in Pixelmator, de details werkte ik uit in de browser.

Mobiel en toegankelijk

De vorige versie van de site dateerde van voor de introductie van de smartphone en was dus niet geoptimaliseerd voor mobiele toestellen. Deze versie is dat wel.  Als het goed is zou je deze blog dus ook mooi leesbaar moeten zijn op je tablet of iPhone. Ik maak dankbaar gebruik van hedendaagse technieken. Bijgevolg ondersteun ik oudere browsers niet langer en dat is een bewuste keuze. Om vooruit te gaan moet je soms durven breken met het verleden.

De inhoud

De inhoud is dezelfde gebleven. Deze blog was en blijft een lifelog. Ik wil mij bewust niet beperken tot een aantal thema’s in functie van een bepaald publiek. Ik schrijf in de eerste plaats omwille van mezelf. Dat er soms geen lijn te trekken is in de inhoud, is dus het logische gevolg. In het verleden worstelde ik met die chaos. Vandaag laat ik die strijd voor wat ze is, en ik laat mijn schrijfsels en hersenkronkels gewoon hun eigen weg volgen.

Jaren bloggen heeft een rijk archief opgeleverd. Maar dat archief was wel aan herwaardering toe. Ik heb dus tijd geïnvesteerd in opschonen en het toegankelijker maken van de oude content.

Ik ergerde mij al lang aan de wildgroei van categorieën. Ik heb die gerationaliseerd in 11 basiscategorieën. De bestaande inhoud, een 2.300 blogposts, heb ik opnieuw ingedeeld in deze categorieën.

Ik heb het archief een prominentere plaats gegeven. De zijbalk bevat nu een Archief blok en in het hoofdmenu vind je een veel beter uitgewerkte archiefpagina. Ik pakte ook de lijstpagina’s aan. Ik toon een beknopte teaser in plaats van de volledige blogpost om het overzicht te bewaren. De metselwerk grid layout heb ik dus verlaten wegens totaal onoverzichtelijk.

Tenslotte heb ik de zoekfunctie opgewaardeerd. Je komt het zoekformulier tegen op foutpagina’s en in de zijbalk. Zo kan je via een full text search doorheen mijn blog snuisteren.

De interactie

Interactie was, is en blijft belangrijk. Commentaar kan je vanaf nu leveren als geneste threads. Dat maakt antwoord en wederantwoord geven een stuk eenduidiger. Ik maak echter geen gebruik van Jetpack Comments of gehoste alternatieven zoals Facebook Comments of Disqus. Ik ben van mening dat als je commentaar, en dus content, van anderen een plaats wil geven, je daar ook zelf voor de omkadering in de hand hoort te nemen. Of toch als je die ruimte en vrijheid hebt. Een sterke derde partij die comments hosts is een ongelofelijk gemak, maar het is en blijft wel een stuk controle en privacy dat je uit handen geeft. Voor niets gaat immers de zon op.

Trackbacks en pingbacks hou ik uitgeschakeld. Het is ondertussen wel duidelijk dat die functies niet levensvatbaar zijn.

Het contactformulier is nieuw. Voorheen plaatste ik gewoon mijn mailadres op mijn blog. Alleen is het onmogelijk om te weten te komen hoe mensen mij terug vinden. Via een contactformulier kan ik daar iets beter vat op krijgen.

Onder de motorkap

Het actieve WordPress theme heet Libris, is gebaseerd op Underscores en heb ik van de grond af opgebouwd. De CSS code wordt gebaseerd met behulp van SASS en Gulp. De architectuur is losweg gebaseerd op SMACSS.

Ik maak gebruik van de meest recente versie van WordPress. Actieve plugins zijn Jetpack, Loco Translate, Contact Form 7, Regenerate Thumbnails en Compact Archives.

Deze site host ik op een geleasede virtuele server bij Linode. Ik neem het onderhoud van die server voor een flink stuk op mezelf. Tegenover de werklast staat dat het mijn kennis en ervaring over UNIX scherp houdt. En ik behoud armslag om problemen makkelijk zelf op te lossen.

***

Het is maar een greep uit de vele veranderingen. Sommige andere verdienen op tijd en stond nog een aparte blogpost. En verdere zullen er nog wel her en der manco’s zijn die vragen om een oplossing. Het belangrijkste is dat met het waaien van een nieuwe wind, ook de motivatie om terug meer te schrijven mag groeien.

Alvast veel leesplezier!

Categorieën
Techtalk

WordPress Calypso

Dit berichtje werd geschreven en geplaatst via WordPress Calypso. Als je dit leest, dan betekent dat alles werkt zoals het zou moeten.

Wat is WordPress Calypso?

Normaal log je via je browser in op je WordPress site en dan sla je van daaruit aan het schrijven, bewerken, beheren en configureren. Dat werkt zo reeds jaar en dag en dat werkt fantastisch. Een probleem is dat het niet zo evident is om de gebruikersinterface van WordPress zonder meer te moderniseren. Dat vraagt zowel van gebruikers als van de makers van WordPress geweldig veel tijd en inspanning. Waarom? Omdat blogging software waar een massa mensen dagelijks mee aan de slag gaan, altijd, betrouwbaar moeten kunnen werken. En browsers zijn nu net een notoir lastig beestje om een dergelijke oefening tot een goed einde te brengen.

De heren en dames van Automattic bleven natuurlijk niet stil zitten. Ze lanceerden vorig jaar een aparte desktop toepassing: Calypso. Het is een aparte programma dat ik zonet op mijn (quasi) nieuwe Windows 10 battlestation heb geïnstalleerd. Calypso laat mij toe om mijn blog te beheren zonder dat ik daaarvoor via een browser moet inloggen. De interface oogt een stuk moderner en biedt een aantal extra mogelijkheden. Ik kan meerdere sites tegelijk beheren, de interface om artikels te schrijven is sterk vereenvoudigd en alles reageert enorm performant. Zodra ik op de ‘publish’ knop duw, maakt Calypso verbinding met mijn blog en publiceert volautomatisch dit stukje in mijn plaats.

De eerste use case van Calypso is het beheer van WordPress.com blogs. Maar ook self-hosted blogs – zoals deze – kan je met Calypso beheren. Je moet dan wel Jetpack installeren en over een WordPress.com account beschikken. Verder is het een kinderlijk eenvoudig: je opent Calypso, logt in met je WordPress.com gegevens en je kan starten. Dat Calypso niet rechtstreeks met je self-hosted blog communiceert maar via het WordPress.com platform gaat, is meteen ook mijn grootste kritiek op deze toepassing: het is opnieuw een afhanklijkheid van een gecentraliseerde silo. Een dergelijk anti-patroon zie ik persoonlijk liever niet in een product omwille van privacy en een rist andere redenen. Stel dat het WordPress.com platform straks uit valt, dan zal Calypso ook niet of niet helemaal meer werken. Vanuit business perspectief zie ik de opportuniteit wel om het zo te doen – aanmoedigen van gebruik van het platform – maar voor individuele gebruikers kan dat wel eens nadelig uitvallen.

Hoe dan ook, buiten dat ik niet meer moet inloggen via een browser, moet ik nog ondervinden of Calypso uiteindelijk echt iets voor mij zal zijn. We shall see.

Categorieën
Techtalk

Beme

Casey Neistat lanceerde een klein jaar geleden Beme, zijn tech start-up. Beme is een kruising tussen Periscope en Snapchat.  Je kan er korte video’s mee maken, maar er zijn drie grote beperkingen: er zijn geen filters om je video mee op te smukken, je kan niet volgen op het scherm van je smartphone terwijl je filmt en het eindresultaat zie je zelf pas nadat je je video met je volgers heb gedeeld.

Begin deze week lanceerde Beme en Neistat hun versie 1.0 mét een Android variant. Gelijk heb ik die geïnstalleerd.  Ik heb nog maar twee filmpjes gemaakt, maar het concept spreekt wel enorm aan.  Je verstopt jezelf niet achter je scherm en er is geen post bewerking waar je je zorgen over kan/hoeft te maken.  Filmen en on line gooien. Meer is er niet aan.

Zoals dat gaat met nieuwe sociale platformen zit Beme nu zo’n beetje de honeymoon fase waarin vooral de early adopters de hele speeltuin voor zich hebben. Het is me ook niet echt duidelijk wat het business model rond Beme is: er is vooralsnog geen ruimte voor reclame voorzien en ik zie ook nog niet meteen merken op de kar springen. Benieuwd dus hoe dit verder gaat evolueren.

In ieder geval is ’s mans enthousiasme aanstekelijk om de komende dagen even te experimenteren.

WHAT THE HELL HAPPENED TO BEME?

Good going, Neistat!

Categorieën
Techtalk

Ik deed mee aan #Hacktoberfest

Ik deed vorig jaar mee aan Hacktoberfest. DigitalOcean en Github motiveren dan een maand lang ontwikkelaars en enthousiastelingen om aan open source projecten mee te werken. Als je in oktober 4 bijdragen leverde aan projecten op Github, dan krijg je een gratis t-shirt en wat swag toegestuurd.

Of je beginner of ervaren rot bent: dat doet er niet toe. Iedereen kan mee doen. Enige voorwaarde is dat je met Git leert werken.

Het mooie aan Hacktoberfest is dat het een kans is om eens uit je comfortzone te stappen. Je leert andere projecten, nieuwe programmeertalen, frameworks en mensen kennen.

In ieder geval, het heeft even geduurd: maar vandaag arriveerde mijn shirt uit Tukwila, Washington (blijkbaar ligt dat vlak bij Seattle).

Volgend jaar opnieuw? Volgend jaar opnieuw!

Categorieën
Techtalk

Electronica doos 2020

Misschien lijkt het niet zo, maar ik ben altijd al een knutselaar geweest. Als klein manneke was ik verslingerd aan de Lego. En uren kon ik prutsen met papier, karton, schaar en plakband. In tegenstelling tot wat mijn schoolrapporten vertelden, was ik in mijn tienerjaren ook wel gefascineerd door elektronica.

Op een gegeven moment had ik toen zo’n fantastische Kosmos Electronic Explorer X2000 experimenteerdoos cadeau gekregen. Er zat een bord in waarop je weerstandjes, transistors en draadjes kon prikken. Uit een instructieboekje bouwde je dan eenvoudige circuits na. Afin, de leukste uitdaging was een complete AM radio. Deze Duitse meneer toont zo’n beetje wat dat inhield:

Dat was ergens in de jaren ’90.

Ondertussen zijn we bijna twee decennia verder. En veel verder dan die doos ben ik niet geraakt. Les excuses sont faites pour s’en servir en al. Ondertussen is de prijs van elektronische componenten quasi in elkaar gestort en heeft de Interwebs ervoor gezorgd dat de meeste problemen wel Google-gewijs op te lossen vallen.

In 2005 verscheen er een geweldig elektronisch platform: Arduino. Made at the University of Ivrea, Italy. Het is een microprocessor op een klein kaartje dat je heel makkelijk zelf kan programmeren zonder allerlei grote wiskunde te moeten kennen. In de eerste plaats is het een leerinstrument, maar ondertussen wordt het voor tienduizend-en-één dingen gebruikt. Tegenwoordig kan je die makkelijk bestellen als centraal onderdeel van een starterkit.

Meer weten? Tjek dan deze TED talk.

Ik had zo’n Arduino bordje natuurlijk al lang in het oog, maar het heeft toch nog tot een week of twee terug geduurd vooraleer ik een doos durfde te bestellen. Ondertussen heb ik een deel van het weekend gespendeerd aan tinkering. En ik maakte dingen zoals:

Kerstverlichting.

http://instagram.com/p/vd_anJuJNd

Een draaiend Playmobil paardje.

http://instagram.com/p/veUv3GuJLO

Bijzonder eenvoudige dingen feitelijk. Maar de kit bevat genoeg speelgoed om mij de eerstkomende weken aan het werk te houden.

Enthousiasme te over, jaja!

Categorieën
Leven Techtalk

Project NES

In den beginne waren spelconsoles geen onderdeel van het meubilair. Dus ook geen onderdeel van onze jeugd. En ze zouden het ook nooit echt worden. Op mijn twaalfde kocht ik mezelf een Gameboy. Geweldig ding. Hele vakanties en mijn duimen heb ik versleten. En daarna werd er verder ge-game-d op de PC. Eerst die van vader, later die van mezelf.

Maar dus, een spelconsole. En dingen die terug komen.

Inceptie

Op mijn vorige job had een collega een heuse arcade bak in een hoek gezet. Compleet met joysticks en grote kleurrijke knoppen. Onder het houten framework stak er een oude PC waarop MAME, emulator software, overuren draaide.

Iets later haalde ik een Raspberry Pi in huis en bouwde ik er een mediacenter mee. Dat project is ondertussen zo’n beetje een work in progress geworden. Maar die RPi deed de verbeelding wel prikkelen. Wat kan je allemaal nog met zo’n credit-card-sized computer uitspoken?

En toen was er die andere collega die enkele weken geleden aankondigde dat hij met een Raspberry Pi zijn eigen arcade kast ging bouwen. Nu begon het toch echt wel te kriebelen om zelf iets in elkaar te knutselen.

Cue Reddit waar ik via de Raspberry Pi subreddit uitkwam op dit fotoalbum: een NES conversion. En na wat googlen vond ik een iets uitgebreider verslag over een gelijkaardige conversie. Bingo! Na een paar dagen denkwerk had ik besloten ervoor te gaan. Waarom ook niet? Ik heb momenteel wat tijd en het lijkt me leutige uitdaging om de ervaring van weleer terug tot leven te roepen.

Oldschool cool!
Oldschool is cool!

Voorbereiding

Vorige week werd er dus begroot, gepland en onderdelen besteld.

De kern van de zaak is om een oude NES behuizing te recupereren, er een Raspberry Pi in te steken en de aansluitingen proper te verwerken zodat het lijkt alsof je met het toestel van weleer speelt. Je kan daar zo gek in gaan als je wil maar ik besloot een aantal toegevingen te doen. Kwestie van het allemaal haalbaar te houden.

Het lijstje van de nodige hardware met bijhorende prijzen (verzending incluis), ziet er aldus uit:

USB NES Controllers – Ebay – 2 stuks – 26,97 EUR

Ofte de bakjes. Dit is de essentie van de ervaring. Ik ging niet zo ver als op zoek te gaan naar de originele controllers. Voor het gemak koos ik USB controllers die een stuk makkelijker aan te sluiten zijn. Dat het goedkope Chinese namaak is neem ik er voor lief bij.

NES Console – Ebay – 1 stuk – 30.50 EUR

Ik ben enkel geïnteresseerd in de behuizing dus een kapot toestel voldoet ruimschoots. Ik strip de elektronica en de nog werkende onderdelen kan ik nog altijd later te koop aanbieden.

Raspberry Pi model B (512Mb) – DealExtreme – 1 stuk – 36.15 EUR

The business end. The beating heart of the thing.

Transcend 16Gb SD card – DealExtreme – 1 stuk – 10.41 EUR

Een geheugenkaartje. Heb je nodig om je besturingsysteem op te installeren.

DSTE 1080P HDMI kabel – DealExtreme – 1 stuk – 3.20 EUR

HDMI aansluiting.

CY U3 – 103 Combo Dual USB 3.0 – DealExtreme – 1 stuk – 5.12 EUR

USB aansluitingen.

Mausberry Shutdown switch – Mausberry Circuits – 1 stuk – 13.62 EUR

De RPi heeft geen eigen aan/uit knop. De enige manier om je toestel uit te schakelen is door de stroom eraf te halen. Niet ideaal want in het slechtste geval maak je je geheugenkaart zo corrupt. Je moet dus zelf alles voorzien. De NES Console heeft een mooie grote aan/uit knop én een reset knop. Dit printplaatje gaat ervoor zorgen dat die knoppen de RPi kunnen aansturen.

Daarnaast recupereer ik ook nog een aantal andere onderdelen die hier te liggen slingeren:

Netwerkverbinding hoop ik te laten werken met een el cheapo WiFi dongle. Dat spaart me een gat in de console uit voor een UTP kabel.

De Raspberry heeft slechts 2 USB & een MicroUSB aansluitingen. Ik heb nog een goedkope, self powered USB hub die ik in de behuizing verwerk om iets ruimer te zitten.

Alles samen kijk ik dus tegen een 122.77 EUR voor die project. Helemaal niet slecht! De onderdelen komen wel uit de meest uiteenlopende hoeken van de wereld, dus het is vooral kwestie van nu geduld te hebben. De console en de controllers zijn ondertussen gearriveerd.

Het plan is om waar nodig de bestaande openingen in de kast bij te dremelen/schuren zodat de nieuwe aansluitingen mooi passen. Afwerking is vrij belangrijk in dit project.

En de software? Het idee is om RetroPie te installeren: die distributie van Linux bevat alles wat je nodig hebt om de oude spelletjes te emuleren.

Interlude

Tussentijds kan ik het natuurlijk niet laten om de USB controllers al eens uit te testen. OpenEMU voor OSX is een geweldige one-click-install app. Je krijgt er 8 homebrew gratis spelletjes bij. De controllers worden automatisch gedetecteerd. Het kon niet makkelijker.

Gisterennacht rond 2 uur waren kameraad T. en ik nog volop verwikkeld in epische duels.

Wordt vervolgd!

Categorieën
Techtalk

Een nieuw mobieltje

Ik heb een nieuw mobieltje aangeschaft. Mijn vorig toestel begon na twee jaar zijn pluimen te laten. Nochtans is er niks mee: ik kan nog altijd bellen, berichtjes sturen,… alleen gaat het allemaal veel trager. Tot daar niks nieuws onder de zon. Het probleem is dat de software steeds meer eist van de hardware. Toch wel jammer dus geavanceerd stukje technologie zo snel veroudert. Daarom geef ik ook niet graag extravagante bedragen aan mobieltjes uit. Een iPhone vind ik dan ook walgelijk prijzig.

En dus koos ik voor het alternatief. Terwijl op de Europese markt sterkhouders Apple, Samsung, Sony en HTC het mooie weer uitmaken, zijn er ook elders in de wereld zeer interessante spelers te vinden. Denk maar aan Huawei en Oppo. Zij bieden Android toestellen aan die niet moeten onder doen voor het aanbod van het Koreaanse Samsung.

Het Chinese Xiaomi is momenteel een rijzende ster en oprichter Lei Jun wordt zo’n beetje beschouwd als China’s Steve Jobs. Het bedrijf weet de krachten te bundelen en wist onlangs zelfs een groter markaandeel dan Apple in China te veroveren, aldus Forbes. Hoe ze het doen? Regelmatig updates uit brengen tegen scherpe prijzen: hun vlaggenschepen gaan voor de helft van de prijs van een iPhone of een Galaxy maar zijn even krachtig en hun op Android gebaseerde besturingssysteem MIUI is een stevige concurrent voor iOS.

En dus besloot ik om vorige zondag via ibuygou.com een MI-2S te bestellen. Woensdagmorgen had DHL het pakje al geleverd. Ideaal om het verlengde weekend mee te beginnen! Tot dusver zijn de eerste ervaringen positief.

Het eerste wat opvalt is dat de interface nogal hard doet denken aan iOS. Niet verwonderlijk want waarom zou Xiaomi het warm water opnieuw proberen uitvinden? Het ding komt ook in twee talen: Chinees en Engels. Wat Xiaomi goed begrepen heeft is dat je de markt maar kan veroveren door een community rond hun producten te cultiveren. En dat kan door mensen de vrijheid te geven om hun toestel naar hun hand te zetten.

Zo hebben ze voor de Europese markt gewoon een forum opgezet waar fans vertalingen onderhouden van de firmware. Iedere vrijdag geeft Xiaomi een update van hun officiële versies, en een dag later zijn de door de fans vertaalde versies beschikbaar. Het mooie is dat Xiaomi die vertaalde firmware toelaat. Via de Updater app kan je die met twee klikken zonder meer installeren. Instant win.

Een ander punt waar je die vrijheid goed merkt is de apps market. Standaard komt het toestel met een door Xiaomi beheerde market, maar je kan doodeenvoudig ook de gewone Google Play app installeren zodat je toegang hebt tot alle apps.

Tenslotte is het toestel dat hier nu naast mij ligt qua hardware even krachtig als de dubbel zo dure Samsung Galaxy S4. Meer zelfs, het verslaat laatste genoemde in elke benchmark. Ik hoop dus dat mijn toestel daarmee de komende jaren vlotjes zal blijven draaien.

Nu, er is wel een adder onder het gras: ik heb wel garantie, maar geen Europese garantie. Is er iets met het toestel – even afkloppen – dan kan ik niet zomaar een winkel binnen stappen. Nu, gezien de prijs vind ik dat ook weer geen zo’n groot bezwaar. Maar toch, als je er aan houdt: best wel in overweging nemen.