Categorieën
Techtalk

Een tijdelijk theme, een experiment

Na 4 jaar heb ik mijn op maat gemaakte theme ingeruild voor een het standaard Twenty Twenty theme dat mee met WordPress wordt geleverd. De directe aanleiding? Een experiment rond optimalisatie voor zoekmachines. En in tweede instantie ook een aanzet om even na te denken hoe ik verder wil met mijn blog.

Alles begon dit voorjaar. Ik merkte toen al enige tijd dat dit artikel zowat alle verkeer naar mijn blog trok. Blijkt dat ik het derde zoekresultaat ben als je zoekt op “van proximus naar telenet“. Mooi, maar wat me echt opviel was dat de rest van mijn blog niet terug te vinden was in de zoekresultaten op andere trefwoorden. En een zoekactie op ‘site:netsensei.be’ leerde mij dat hoofdzakelijk de ‘tag’ overzichtspagina’s nog aanwezig waren.

En dus ben ik de laatste maanden af en aan wat aan het sleutelen geweest terwijl ik met de Google Search Console oog probeerde te houden op hoe de Google Bot reageerde. Ik heb onder de motorkap wat verbeteringen aangebracht qua performantie. Ik heb de sitemap liefde gegeven. En ik heb wat tweaks aangebracht in de meta tags om de zoekrobots ter wille te zijn. Helaas, niks lijkt echt te helpen.

Een groter probleem is dat de Google Search Console noch andere tools zoals Google Lighthouse je vlak af zullen zeggen wat het probleem precies is. Ergens is dat ook wel logisch. Google wil immers niet dat handigaards het systeem uitbuiten en zo overal de eerste plaats in de zoekresultaten inpalmen. Alleen, daardoor is het lastig voor bonafide website beheerders om ervoor te zorgen dat hun website beantwoordt aan Google’s vage eisen.

En dus, na eliminatie, vermoed ik dat een en ander te maken heeft met de HTML en CSS van mijn eigen theme. Die is ondertussen ook al weer een dikke 4 jaar oud. Een kleine eeuwigheid is dat in de wereld van de technologie. Bij wijze van experiment schakel ik tijdelijk over op het standaard theme van WordPress om dan na te gaan welke impact dat heeft op Google’s zoekresultaten. Het is een beetje de botte bijl, maar op dit punt is dat wel gerechtvaardigd denk ik.

De andere reden is de aanzet om even na te denken over waar ik naartoe wil. Een website bouwen en technisch onderhouden is leuk, maar ergens hoor je die wel regelmatig van updates en inhoud te voorzien. Anders houdt het ook wel op een gegeven moment op. Ten andere gaat deze blog mee sinds 2005. Het is leuk om mijn jongere zelf terug te lezen. Maar ik tegelijk ben ik nu in een ander hoofdstuk in mijn leven aanbeland. Ik worstel wat met de vraag in welke richting ik met mijn blog heen wil. Het is ook een vraag die ik onbeantwoord voor mij uit heb geschoven. En dus is deze back to basics ook voor mij even het moment om even na te denken over de toekomst van dit journaal.

Categorieën
Techtalk

Ik kocht een Dell Premier Keyboard

Toen ik voor de Universiteit begon te werken, wisselde ik de MacBook in voor een Dell XPS 13. Na een groot half jaar mag ik wel zeggen: een fijn toestel om dagelijks mee te werken. Een los klavier was echter niet inbegrepen bij de ruil. En ik moet nu ook wel vast stellen dat urenlang hameren op een een laptopklavier geen fantastische ervaring is.

En dus heb ik een Dell Premier Wireless Keyboard (and mouse) in huis gehaald. Het was deze review die mij over de streep trok. Na twee weken mag ik zeggen: een grote verbetering. De pijltjes toetsen zitten niet meer in de weg en de travel van de toetsen is een hele verademing. Ik heb de laatste 10 jaar Apple’s Magic Keyboards gebezigd, en dit klavier komt er heel erg dicht bij in de buurt.

Ook de muis is verrassend genoeg een stuk aangenamer om mee te werken dan ik had verwacht. Ze ligt vrij goed in de hand. Hoewel, mijn Logitech MX500 vind ik toch net fijner, maar het dagelijks versteken van “den draad” naar mijn desktop is net een handeling te veel. Ik sluit niet uit dat ik de Dell muis nog inruil voor een andere Logitech zoals de M705.

Als ik dan toch thuis moet blijven, dan graag met deftig materiaal op mijn bureau om de dag mee door te brengen.

Categorieën
Techtalk

Mijn Github profiel

Een klein decennium maak ik gebruik van Github om mijn eigen digitale projecten een parkeren. En om deel te nemen aan andere open source initiatieven.

Alles wat je doet op Github, doe je en plein public. Zo is het platform immers in eerste instantie ontworpen: als een plaats waar code open wordt gebouwd en gedeeld. Dat betekent dat iedereen inkijk heeft in andermans digitale werkplaats. Wat niet altijd ideaal is. Ten eerste kent het gros van de digitale projecten een eindig leven. En dus verzamelde ik in al die jaren heel wat oude of in onbruik geraakte bagage. Ten tweede is er code die ik wel veilig wil stellen, maar daarom niet noodzakelijk met de buitenwereld wil delen. De code van dit blogje is een voorbeeld.

Het eerste probleem, daar heb ik net werk van gemaakt. Ik heb een pak oude projecten de status “archived” gegeven. Zo geef ik aan dat ik die projecten niet meer onderhoud. Ik bewaar ze voornamelijk uit nostalgie: werk dat ik ooit heb gepresteerd in andere tijden. Een aantal projecten heb ik volledig verwijderd. Het gaat om code die in mijn ogen buiten het strikt utilitaire echt geen waarde heeft. Verouderde configuratie voor een ontwikkelomgeving bijvoorbeeld.

Sinds begin dit jaar biedt Github ook gratis private projecten aan. Voorheen zat dat in hun betalend aanbod. Tot nu toe maakte ik uit noodzaak gebruik van Bitbucket voor een aantal private projecten. Dat hoeft dus niet langer. Het plan is om gaandeweg alles te consolideren op Github.

De hele oefening zorgt voor ruimte in mijn hoofd. Het verleden loslaten is plaats maken voor nieuwe, toekomstige projecten.

Categorieën
Techtalk

Ik neem afscheid van Apple

Eind augustus moest ik afscheid nemen van de Macbook Pro die mijn trouwe compagnon de route was in de voorbij 5 jaar. Die was immers van mijn vorige werkgever. De Universiteit gaf me de keuze: ofwel een Macbook, ofwel een Dell XPS.

Ik heb de Dell XPS gekozen. En daarmee werk ik niet langer actief, op dagelijkse basis, op het Apple platform sinds… 2005.

Waarom maak ik de overstap?

  • De touchbar die de bovenste toetsenrij vervangt. Geen functie toetsen, en geen escape-toets. Voor mij is het ontbreken van fysieke toetsen een absolute dealbreaker.
  • Het toetsenbord. Apple heeft in de laatste jaren teveel steken laten vallen in haar nieuwe ontwerpen. Luid, pijnlijk om lang op te werken, fragiel,…
  • Quo Vadis, OSX? Het is niet dat het zo’n slecht systeem is. Verre van. Maar de tijd dat het een lean en innovatief toonbeeld was, dat is toch ook weer even geleden. Om nog maar te zwijgen van de App Store. En de laatste upgrade – Catalina – schijnt allerlei kinderziektes te vertonen.
  • Perceptie. Apple is niet langer The Good Guy. Het is één van die technologie reuzen die nogal wat moreel bedenkelijke keuzes maakt in haar bedrijfsvoering.

En dus werk ik sinds begin september op een Dell XPS 13. Ik beklaag me de keuze helemaal niet. Deftig toestel. Krachtige hardware. Doet wat het moet doen.

In de eerste weken probeerde ik te programmeren in de voor-geïnstalleerde Windows 10. Maar dat bleek al snel een no-go te zijn. Programma’s waar ik gewend ben mee te werken, wel, die werken niet zo vlot op Windows 10. Of ze bestaan gewoon niet voor Windows 10. En dus ben ik al snel overgestapt naar Fedora 30.

Jawel, ik gebruik nu Linux als desktopsysteem. Vroeger was dat een oefening in zelf-flaggelatie. Tegenwoordig voelt de gebruikservaring heel volwassen aan. Zowat alles werkt zoals het moet, en in een omgeving die visueel er aantrekkelijk uit ziet. Oké, het is niet het gelekte design van OSX, maar het zijn ook niet meer de clunky vensters en icoontjes van nauwelijks een decennium geleden.

Categorieën
Leven Techtalk

ELAG 2018 in Prague

I’ll be travelling to Prague in 10 days to attend the ELAG 2018 conference. ELAG is the European Library Automation Group. It’s a network of European library and IT specialists. I’ll be presenting a talk on Tuesday aptly titled “The Datahub: blending/deblending museum data“.

Since 2015, my job largely revolves around building reusable tools and managing infrastructure that allows aggregation and sharing of data stored in the collection registration systems of museums. The goal is to unlock knowledge stored in those databases and allow new ways of reusing that knowledge in the digital space for the benefit of larger audiences and the museums themselves. My job isn’t exclusively technical oriented, it also extends to delivering consultancy, sharing knowledge and experiences within museums and between museum workers.

The field of museum informatics is fairly new and still emerging. It’s a subfield of cultural informatics and related to library science and archival informatics. It’s a interdisciplinary field at the intersection of culture, information sciences and digital technology. There’s a lot to explore in terms of knowledge and practices. The challenge is to keep pushing development in this field within often well established contexts.

Today, I’m brainstorming the slides of my presentation. My goal is to push beyond a bare technical description of the project itself and explore what we actually learned in these past few years. My mission is finding the right mix between the technical side and the human side of the story. And, of course, wrapping it all in an engaging, relatable narrative.

Categorieën
Techtalk

Ik werd gehackt

Eind maart maakte het Drupal Security team kwetsbaarheid SA-CORE-2018-002 bekend. Het ging om een zeer serieus veiligheidsprobleem met Drupal. Zo serieus dat iedereen alles moest laten vallen op Drupal websites te voorzien van een update. Drupalgeddon dus. Ondertussen maakten gewiekste mensen met slechte bedoelingen gebruik van de gelegenheid om zoveel mogelijk servers met onbeveiligde Drupal sites te hacken.

Mijn eigen server is er daar eentje van. Ik was namelijk in die periode in Californië. Het duurde even voor ik kans had om het nodige te ondernemen. Helaas was het kwaad reeds geschied. Deze week kreeg ik een bericht van Linode – de hosting partij van wie ik een virtuele server lease – dat er problemen waren.

Abuse server

Tijd om actie te ondernemen. De eerste stap was de server offline halen om geen verdere schade te veroorzaken. Dat deed ik eerder deze week. Dat betekende dat ik enkele dagen uit de lucht was. Gelukkig gaat het om persoonlijke projecten, niet om die van betalende klanten. In dat geval zou ik met een groter probleem hebben gezeten.

Gisteren heb ik een nieuwe server aangemaakt. Handmatig configureren zou snel een dag of meer kosten. Tegenwoordig automatiseer ik zoveel mogelijk met Ansible. Het kostte me een dik half uur om die operationeel te krijgen. Vervolgens was het een kwestie van de websites één per één terug on line te zetten. In het geval van die ene Drupal website betekende dat: de files folder en de database manueel controleren en schonen. En dan vind je dit soort ongein terug:

Juist. Script kiddies die mijn server mismeesteren voor allerlei illegale praktijken. In de database vond ik ook nog eens allerlei  Javascript crypto miners terug. Gelukkig kon ik die met wat RegEx Fu helemaal opschonen. Het ging dan ook om een site met niet zo heel erg veel inhoud. Maar het kostte me wel wat tijd en moeite om alles grondig te controleren.

Tenslotte heb ik ook meteen alle laatste patches en updates toegepast, wachtwoorden vervangen, enzovoorts enzoverder.

Waarom de oude server niet gewoon opschonen? Omdat dat eigenlijk gewoonweg niet doenbaar is. Het is veel eenvoudiger om met een schone lei te beginnen en de gehackte server uiteindelijk te verwijderen.

Waarom Drupal nog blijven gebruiken? Omdat de ontwikkelaars achter Drupal hier de juiste procedure volgden. Kwetsbaarheid breed kenbaar maken en meteen een oplossing voorzien. Dat ik toch in de problemen kwam, ligt geheel en al aan een ongelukkige timing.

Waarom zelf al die moeite met een server doen? Daarom.

Categorieën
Techtalk

Webmentions

I just enabled the Webmention plugin on my blog. Webmention is a descendant of Pingback. It’s a linkback  protocol that notifies other sites that they were linked from this site. Linked sites could use that information to update a “favourite” or a “clap” counter. Or they could just list the links as part of decentralised, distributed discussions. Webmention is a W3C Recommendation. And it’s a part of the POSSE movement. Find out on IndieWeb who else uses Webmention.

Categorieën
Techtalk

Een nieuwe Slimme Telefoon

Mijn One Plus One heeft het begeven. Net geen drie dienst gedaan. De USB aansluiting begon te mankeren, de batterij liep op zijn laatste benen en Lineage OS installeren was louter het leven wat extra verlengen. En dus was ik dringend toe aan een vervanger.

Twee weken geleden landde er een One Plus 5T in de brievenbus. Jawel, opnieuw een One Plus toestel. Zo tevreden was ik met mijn vorig toestel. Niet echt goedkoop, maar ik kan nu wel zeggen dat One Plus andermaal punten scoort.

Dingen waar ik blij van word:

  • Een groter scherm zonder dat het toestel fysiek ook groter is (geen phablet)
  • Ligt lekker in de hand.
  • Mooi industrieel design. (Smaken/Kleuren)
  • De vingerprint scanner op de achterzijde (hoewel ik daar wel een bedenking of twee heb qua privacy.)
  • Dash charging die de telefoon oplaadt op een zucht tijd.
  • Een deftige camera.
  • Een 3.5mm hoofdtelefoon aansluiting waardoor ik nog altijd met mijn Plattan verder kan.

Dingen waar ik iets minder blij mee ben:

  • Geen micro USB. Dash Charging komt met USB-C. En je laadt best op met de One Plus Dash Charger om de batterij niet te beschadigen.
  • Nog steeds Android 7 en geen Android 8.

Ik heb begrepen dat er nog veel meer snufjes zijn die ik nog onbenut laat zoals face unlock en parallel apps. Maar dat is slechts een kwestie vooraleer ik ook die eens verken.

Meer weten? Lees alhier verder!

In ieder geval, ik ben terug bereikbaar!

Categorieën
Techtalk

Lineage OS op mijn One Plus One

Mijn One Plus One (OPO) is bijna twee jaar oud. Tot op vandaag is het de beste smartphone die ik al heb gehad. Heel tevreden van. De OPO kwam origineel met het OxygenOS besturingssysteem. Dat is de versie van Android die door One Plus wordt ontwikkeld. Zoals dat gaat met smartphones, is regelmatig updaten een noodzakelijk kwaad. Gelukkig is dat proces doorgaans redelijk pijnloos. One Plus stuurt zelf af en toe een OTA (Over The Air) update uit en je moet slechts op een ‘update’ knop tikken om die te installeren.

Alleen. Die updates lopen vaak achter op het nieuwste wat Android te bieden heeft. De laatste versie van OxygenOS voor de OPO is gebaseerd op Android “Lollipop” 5. Ondertussen lanceerde Google halverwege vorig jaar Android “Nougat” 7. Leveranciers van smartphones passen de versie van Android altijd aan voor hun toestellenreeks en lopen daardoor altijd wat achter.

Voor de gewone gebruiker zal het worst wezen. Maar ik speel graag met de “bleeding edge” versie van software.

Sinds jaar en dag is het installeren van een nieuwe versie van Android een eitje. Vorig jaar had ik OxygenOS ingewisseld voor CyanogenMod. Die versie bezorgde mij Android “Marshmallow” 6.0.1. Aangezien ik nogal wat apps op mijn GSM installeer, ging het ding gaandeweg trager en trager werken. Maar wat me het meest irriteerde was het regelmatig wegvallen van de data verbinding. Ik moest meermaals per dag mijn smartphone herstarten om verbinding te hebben. Verre van praktisch dus.

Eind vorig jaar vertrok de originele maker van CyanogenMod en ging het project op de schop. Maar in de coulissen werd er getimmerd aan een opvolger: LineageOS. Het heeft even geduurd, maar ondertussen is er ook voor de OPO een nieuwe versie uit.

Dat vraagt dus om mijn smartphone opnieuw te installeren. Ter referentie maak ik in een volgende blogpost wat nota van het proces. In eerste instantie doe ik dat voor mezelf, maar misschien heeft een ander er ook wat ander. Al was het maar omdat ik door flink wat losse tutorials en artikels heb moeten ploegen om de juiste procedure uit te vogelen.

Hoe het nieuwe besturingssysteem me bevalt? Dik in orde! Mijn smartphone loopt weer zo vlot zoals ik hem eerst kreeg. De eerste indrukken zijn alvast positief, en ik sluit me er graag bij aan. Wat me vooral opvalt is dat ik terug een volle 24 uur zonder lader kan. Dat was voorheen wel even anders.

Ik heb er wel mijn smartphone volledig voor moeten wissen, maar dat was het de moeite meer dan waard. Nu nog wat tunen en we kunnen weer verder.

Categorieën
Techtalk

Server onderhoud

Sinds 2010 host ik mijn digitale zoo op een VPS van Linode. Op één gelegenheid na, ben ik vrij tevreden van hun diensten.  Tot op heden betaalde ik ook een aardig bedrag voor die server: 20$ per maand. Plus 5$ voor een dagelijkse en wekelijkse geautomatiseerde backups. Sinds 2010 kreeg ik occasioneel wel meer bang for the buck – extra RAM geheugen, meer disk space – maar aan de prijs zelf is nooit gezakt.

Eind vorig jaar merkte ik dat Linode haar tarieven had aangepast en de Linode 2048 VPS naar de low-end was opgeschoven. Voor 10$ plus 2.5$ per maand koop ik exact dezelfde service.

Verder had ik mijn server indertijd manueel had geconfigureerd. Veel werk dat ik niet opnieuw wilde uitvoeren. Sinds enkele jaren bestaan er software tools zoals Puppet, Chef en Ansible die zeer veel server management taken automatiseren en waarmee administrators hele serverparken kunnen beheren. In plaats van elke server apart opnieuw te configureren, schrijf je eenmaal een configuratiebestand en rol je dat dan uit op alle servers.

En dus heb ik in de afgelopen weken af en aan gewerkt om het huishouden op punt te zetten.

Ten eerste heb ik mijn hele configuratie vastgelegd in Ansible scripts gebaseerd op Phansible. Op mijn Macbook laat ik een lokale ontwikkelingskopie van de hosting lopen die ik aanstuur met Vagrant. Met mijn Ansible scripts kan ik die kopie volledig geautomatiseerd dezelfde configuratie geven als de server die bij Linode loopt. Het mooie aan die opzet is dat ik zo zeker ben dat wat ik op mijn laptop bouw, ook zal werken op de server wegens exact dezelfde setup. Verder kan ik nu ook zeer snel naar een andere server, of zelfs een andere hosting dienst, verhuizen mocht dat nodig blijken.

Ten tweede is er het beheer van elke individuele site. Zowel Drupal als WordPress komen met nogal wat plugins en modules die op hun beurt ook regelmatig updates en upgrades krijgen. Dat betekent dus regelmatig werk op de plank om al die code uit te testen en up te daten. Vroeger deed ik dat nog handmatig maar dat is vandaag quasi ondoenbaar. Tegenwoordig gebruik ik Capistrano om updates voor individuele sites als aparte releases te verpakken en uit te rollen op de server. Mijn specifieke setup heb ik gepubliceerd op Github.  Ook hier heb ik met één commando een hele waslijst aan taken geautomatiseerd.

Allemaal goed en wel. Maar wat betekent dat nu concreet? Wel, vandaag heb ik de laatste site gemigreerd naar een nieuwe, goedkopere server en de oude server finaal uitgezet. Een kleine mijlpaal die ik vooral in mijn factuur voor hosting ga voelen. Zo bespaar ik op jaarbasis maar eventjes 150 USD. En verder betekent het ook dat ik minder tijd moet steken in onderhoud naar de toekomst.