Categorieën
Mening

Over de maatschappelijke rol van social media

Wat. Een. Week. De bestorming van het Capitool op woensdag was onuitgegeven. Even onuitgegeven was het feit dat de hele wereld ze live kon volgen via digitale technologie. Dit is zo’n gebeurtenis die we historisch noemen omdat we nu al geloven dat ze een gigantische impact zal hebben op het publieke debat en hoe de amerikaanse samenleving zichzelf zal definieren in de toekomst.

Dat laatste merken we al in hoe sociale media en technologie platformen in de voorbije dagen actie hebben ondernomen:

Evident is het nemen van die acties niet. Deze bedrijven stellen zichzelf zo open voor conservatieve kritiek: dat ze daarmee zich zondigen aan openlijke censuur en de vrije meningsuiting aanvallen. En dat zorgt voor een fundamenteel debat dat ook voor Europa bijzonder relevant is, en dus onze aandacht verdient.

In Amerika schenkt Section 230 van de Communications Decency Act uit 1996 immunitieit aan iedereen die content online host:

No provider or user of an interactive computer service shall be treated as the publisher or speaker of any information provided by another information content provider.

Die bepaling is enorm belangrijk want meer concreet voorziet ze ook dit:

The statute in Section 230(c)(2) further provides “Good Samaritan” protection from civil liability for operators of interactive computer services in the removal or moderation of third-party material they deem obscene or offensive, even of constitutionally protected speech, as long as it is done in good faith.

Dat betekent dus dat iedereen die een forum, gastenboek, commentaarbox, mailinglist,… uitbaat, beschermd is tegen rechtszaken wanneer die actief een online discussie modereert.

Alleen hebben sociale media het in de afgelopen jaren nagelaten om zelfstandig actief te modereren. Of om voldoende voorziening te ontwerpen en te bouwen in hun systemen die millioenen gebruikers toelaten om zichzelf op onafhankelijke en vrije wijze online te organiseren en discussies te beheren. Dat vormde onderdeel van een bewuste strategie: de focus van deze bedrijven ligt immers op het capteren van gegevens van grote groepen van individuen met het oog op marketing en advertenties. In die context werd het beheren van gigantische gemeenschappen, of het bouwen van voorzieningen die dat mogelijk maken, beschouwd als een pure kostenpost ondergeschikt aan het business model, en niet als een sociale, burgerlijke of morele verantwoordelijkheid.

En dat heeft bijzonder grote gevolgen. Section 230 staat nu centraal in een verhit en bijzonder complex politiek debat. Zowel progressieven als conservatieven Section 230 aanpassen of zelfs afschaffen. Maar dan wel om totaal verschillende redenen. Progressieven willen sociale media ter verantwoording kunnen roepen voor hun gebrek aan actie tegen hate speech, online misbruik en online discriminatie. Conservatieven – inclusief Trump – willen dan weer sociale media kunen vervolgen omwille van vermeende of al dan niet bewezen censuur tegenover conservatieve stemmen.

Ondertussen heeft ook het Departement of Justice in 2020 een grote anti-trust zaak tegen deze bedrijven aanhanging gemaakt. In dat kader formuleerde ze vier grote aanbevelingen rond het hervormen van Section 230.

Voor ons in Europa lijkt dat allemaal “ver van ons bed”. Niets is minder waar. De wijze waarop het Europese publieke debat online wordt gevoerd en beheerd, krijgt wel degelijke vorm vanuit een Amerikaanse cultureel, moreel en wettelijk kader. Het Europese publieke debat vindt immers plaats in een digitale ruimte – de software – die ontworpen werd door Amerikaanse bedrijven binnen een kader van Amerikaanse waarden en normen. In die zin is dus ook hier het debat om hervormingen, gedreven door de Europese commissie, enorm belangrijk. Het ter verantwoording roepen van Big Tech heeft immers niet alleen betrekking op Mark Zuckerberg of Jack Dorsey, maar op vrijwel iedereen die een online discussie host, ongeacht de grootte of de vorm.

Wanneer je de acties van de grote platformen van de laatste dagen houdt tegen het complexe debat over hun maatschappelijke rol en impact van de laatste 10 jaar, dan komt het toch allemaal wel heel erg over als too little, too late.

In het meest optimistische geval gaat Big Tech eindelijke pro-actief over tot vergaande hervormingen om het maatschappelijke belang te kunnen beschermen. Ofwel, blijft het hierbij en hopen ze dat alles terug business as usual zal zijn in enkele maanden tijd. In dat geval zal het verbannen van Trump niet veel meer zijn dan virtue signaling.

Categorieën
Mening

Amerika kiest Biden/Harris for president

Ook al zat het er al even aan te komen, het bleef nagelbijten. En toen kondigden CNN, de BBC en de anderen aan dat Joe Biden en Kamala Harris de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen. De New York Times kopt in het groot Biden Beats Trump. We hebben geklonken op het goede nieuws. Ietwat overdonderd, maar vooral bijzonder opgelucht.

Biden Beats Trump
New York Times – Biden Beats Trump

De voorbije uren brachten de CNN commentatoren de sfeer in de Nieuwe Wereld in woord en beeld. Ik hoorde zelfs al meermaals “Healthcare isn’t a left issue. It’s a life issue.” vallen. Voorzichtig hoopvol dat er verzoening mag komen. Wij klonken op het goede nieuws. Via sociale media, Instagram, Facebook, Reddit, Twitter, Tik Tok, zagen we hoe de wereld met ons mee klonk. Ze heeft overduidelijk nood aan troost en hoop voor de toekomst. Het voelt een beetje aan als wakker worden uit een nachtmerrie.

En Trump? Wel, prominente stemmen uit zijn kamp beginnen zich druppelsgewijs te distantiëren. Diegene die nog blijven, willen het verzet in de rechtbank verder zetten. Het zal pas echt voorbij zijn wanneer hij president af is en justitie eindelijk werk kan beginnen maken van de talloze strafvorderingen die tegen hem en zijn entourage lopen.

Niets van betekenis is vanzelfsprekend. Ook niet deze historische overwinning. Er ligt werk op de plank. Veel werk. Dat deze uitslag de wereld mag inspireren in deze donkere tijden.

Categorieën
Mening

Van silo naar solo

Ik gaf het al aan op het einde van december: mijn blog verdient wat meer liefde. Maar waarom zou ik terug meer moeten of willen bloggen? Waarom net nu?

Het antwoord moet je zoeken in de sociale media. Die hebben in de laatste vijf jaar grote happen genomen uit mijn blog. De trivialiteiten die vroeger hier verschenen, transformeerden al snel naar vluchtige status updates, likes en shares op Facebook.  Waarom? Omdat het gewoon makkelijk was en is om via die weg een filmpje of een korte gedachte te delen met je vrienden.

Maar zo’n platformen zijn gesloten silo’s. En dat brengt nogal wat nadelen met zich mee. Ten eerste geef je met elke share of update Facebook de pap in de mond om jouw persoontje te analyseren. Ten tweede is jouw gepubliceerde content doorgaans slechts zeer beperkt toegankelijk: de zichtbaarheid van wat je deelt blijft doorgaans beperkt tot je vriendenkring. Ten derde is je profielpagina feitelijk visuele eenheidsworst: je kan hooguit wat morrelen met profielfoto’s, maar je hebt geen volledige controle over de presentatie van je profiel.

**

Net zoals zovelen heb ook ik in de afgelopen jaren een wat moeilijke relatie met Facebook gehad. Met het positieve kwam ook het negatieve: Always on, constant op ‘refresh’ duwen, de instant gratification van de like of de notification, het leven van anderen door de gefilterde bril van een feed zien,… Het deed mij meer kwaad dan goed.

In het verleden heb ik een aantal keer op de pauze knop geduwd: even een paar weken of maanden uitloggen uit de sociale media. Met succes want zo vond ik de broodnodige rust en ruimte terug in mijn hoofd.

Uiteindelijk heb ik vandaag geen Facebook of Messenger app op mijn smartphone en iPad meer geïnstalleerd. Het leven is beter zonder schreeuwerige apps die om mijn aandacht vragen.

**

We vergeten nogal snel hoe het web au fond altijd heeft gewerkt: het is een globaal netwerk van computers die met elkaar communiceren en op verzoek informatie uitwisselen. Een webserver waar jij je schrijfsels, video’s, foto’s,… op plaatst is niets meer dan een computer die permanent aan staat, aangesloten is op het internet en je mobieltje, MacBook of iPad mee communiceert.  Wil je iets op het web publiceren, dan zijn er twee manieren om dat te doen: ofwel zorg je zelf voor een computer die altijd bereikbaar is, ofwel laat je de hele technische kwestie over aan iemand anders.  Wanneer je iemand hoort orakelen over “The Cloud“, dan heeft ie dat over het laatste.

De verdienste van zo’n cloud platformen is dat ze de drempel om online je gedacht te kunnen zeggen, zeer laag hebben gelegd. Je hebt nauwelijks technische kennis nodig en je betaalt geen cent om op sociale media löss te kunnen gaan. Natuurlijk, There is no such thing as a free lunch: Je betaalt Google of Facebook door de controle over de toegang tot je content, je aandacht en je privacy grotendeels aan hen over te dragen.

Wat is het alternatief? Terug naar het Open Web! In plaats van te betrouwen op externe platformen: zelf de technische zijde regelen. Die strategie volg ik bijna anderhalf decennium met dit blogje. Ik lease bij Linode een webserver. Ik betaal daar maandelijks 25$ voor (dat lijkt veel, maar dit is niet de enige website die op die server staat). De configuratie en het up-to-date houden van de software doe ik helemaal zelf. De domeinnaam kost mij jaarlijks nog een tientje. Zo behoud ik de volledige vrijheid over wat ik online zet, in welke vorm en wie er toegang toe heeft.

IndieWebCamp vind ik in die context dan ook een mooie beweging. Zij bouwen onder andere tools die de rollen net omdraaien: je publiceert op je eigen domein/site, maar je content wordt automatisch geaggregeerd naar sociale media en andere platformen en vice versa.  Dat idee noemt crossposting: een gedachte wordt op verschillende kanalen gepubliceerd. Maar de canonieke versie staat wel op deze plaats.

Uiteindelijk is het hele idee niet nieuw: anderen schreven hier reeds ook zinnige gedachten over. Via Dries belandde ik op dit mooie stukje van oerblogger Dave Winer. Hij maakt terecht deze opmerking:

I made a mistake when I changed the format of Scripting News. Before Twitter, I had lots of short items. Here’s an example from 2006. I wrote as much as there was to say and no more. That’s how blogging should work.

Inderdaad, anno 2008 schreef ik in een stijl die enigszins doet denken aan Winers’ verwijzing naar de Dogma 2000 principes. Net zoals Winer heb ik de fout gemaakt om de korte gedachten gaandeweg te knippen waardoor het hier wat kwam te verwateren.

Een artikel van vorig jaar dat nog lang is blijven kleven in mijn achterhoofd, is The Web We Have to Save van de Iraanse blogger Hossein Derakhshan.  Hij werd omwille van zijn online publicaties in de cel gegooid en heeft de transitie naar sociale media niet actief meegemaakt. Toen hij vrij kwam, ontdekte hij hoe het web is getransformeerd. Hij omschrijft die evolutie zo:

Sometimes I think maybe I’m becoming too strict as I age. Maybe this is all a natural evolution of a technology. But I can’t close my eyes to what’s happening: A loss of intellectual power and diversity, and on the great potentials it could have for our troubled time. In the past, the web was powerful and serious enough to land me in jail. Today it feels like little more than entertainment. So much that even Iran doesn’t take some — Instagram, for instance — serious enough to block.

Genoeg redenen dus om hier terug wat meer te publiceren. Uiteindelijk ben ik hier chez moi.

Categorieën
Mening

Regelitis

Het verbieden van taxi-app Über, de hele hetze rond  #grouwelsVerbiedt, over de registratieplicht voor couchsurfers en airbnb’ers tot, klap op de vuurpijl, het aangekondigde vertrek van Engagor naar de VS. De week was op zijn zachtst uitgedrukt interessant te noemen.

Wat is er aan de hand?

Dit is een verhaal met vele kanten. Maar in de grond is dit de eerste echte openlijke botsing tussen de zeer liberale Silicon Valley cultuur en ons lokaal bestuurskader.  Het zat er ook wel aan te komen. Onze kenniseconomie is zich in een rotvaart aan het ontwikkelen. In en rond grootsteden proberen heel wat ambitieuze, jonge, hippe ondernemers een eigen start up uit de grond te stampen. Het internet brengt die Twitter, Google, Facebook cultuur aan onze voordeur. Onder die invloed verwacht de privésector met dezelfde flexibiliteit hier aan ontwikkeling en innovatie te kunnen doen.

De gevestigde orde in ons land kent een lange traditie van samenwerking en van tegenstrijdige belangen. Die orde is een kluwen van politici, industriëlen, belangengroepen,… die met elkaar verweven zit in talloze orgaantjes, organisaties en bestuurlijke niveaus. Op zich is dat niks nieuws. Maar bestuur in ons land is geweldig complex en gebeurt bij de gratie van het compromis. De gevolgen zijn er dan ook naar: doorgaans staan we niet te springen om vernieuwing. Zeker niet wanneer die de eigen verworvenheden van een groep enigszins bedreigt.

In die context is de krampachtige reflex van onze politici enigszins verklaarbaar.

Legislation is a messy business.

Mijn professor historisch recht leerde mij dat recht een vervormde reflectie is van de realiteit. Per definitie loopt het recht door zijn formele karakter altijd wat achter op de actualiteit.  Dat hoeft geen probleem te vormen zolang de afstand niet al te groot wordt. Helaas is de balans vandaag de verkeerde kant door geschoten.

Onze wetgevers laten zich keer op keer voorbij steken door de technologische en economische revolutie.  Het toeristisch decreet dat nauwelijks drie jaar geleden werden opgesteld is vandaag voorbijgestreefd door het succes van couchsurfen en AirBnB.  Dat hoeft ook niet te verwonderen als je kijkt naar het ronduit idiote detaillisme waaruit het decreet bestaat. Je kan je afvragen of dit decreet wel met enige zin voor toekomstgericht denken werd opgesteld.

Veel heeft te maken met de complexiteit eigen aan ons bestuur. Niet alle wetgeving is een duidelijk succes. Vaak gaat het om verwaterde compromissen, die diverse belangengroepen tevreden moet houden. Deels is ze niet noodzakelijk opgesteld in functie van de burger, maar dient ze om het eigen bestaan te kunnen rechtvaardigen. En laten we ook niet vergeten dat onze politiek gedomineerd wordt door latente verkiezingskoorts. Men kiest liever voor de snelle score dan voor de structurele oplossing.

Niet verwonderlijk dat wetgeving veel te vaak uit een absurde, alternatieve realiteit lijkt te komen.

Regelneverij

“Mensen moeten niet betutteld worden. Wie van couchsurfen gebruik maakt weet dat er risico’s zijn.” Dit zeer liberale argument kreeg ik deze week te horen.  Of het nu gaat over politieke bijeenkomsten op scholen tijdens de sperperiode, of taxi-apps: je kan dit in elk debat tegen werpen.

Als het van sommige stemmen afhangt, kunnen we een pak winnen door met de rode pen door de stapels decreten te gaan. Ik geef hen geen ongelijk. De ervaring leert mij dat ondernemen een bijzonder harde stiel is en de overheid nog je meest te vrezen concurrent is. Niet alleen hippe start ups maar ook veel gewone zelfstandigen gaan gebukt onder pure regelneverij.

Ik ga echter niet mee in het idee dat we de deuren wagenwijd moeten open zetten. De gedachte dat markten zichzelf wel zullen en kunnen reguleren heeft de laatste jaren voldoende averij opgelopen om aan te tonen dat een zekere vorm van regulering wel degelijk nodig is. Ook alternatieve, digitale economieën kunnen zich aan die waarheid niet zonder meer onttrekken.

In het geval van Über, AirBnB en consoorten lijkt het me maar wat logisch dat men vanuit het gelijkheidsbeginsel aan een minimum set van regels hoort te houden. Ontvang je inkomsten? Dan hoor je daar belastingen op te betalen. Ontvang je gasten in je taxi of je huis? Dan hoor je toch minimaal aandacht te besteden voor veiligheid en basiscomfort. Het lijkt me maar normaal dat de wetgever die zaken afdwingt met de nodige zin voor realisme.

Boven de politiek

Folke’s verzuchting is dan ook begrijpbaar. De hakken in het zand zetten, verbieden, verhinderen, overdreven conformisme, favoritisme en allerlei spelletjes: daarmee is niemand gebaat. Uiteindelijk is het aan politici om zich boven de politiek te stellen, uit de ivoren toren te komen en met een open geest te kijken naar wat zich in de maatschappij beweegt.  Want met de uitdagingen die vandaag op tafel liggen hebben we die vorm van moed en dienstbaarheid méér dan nodig.

Categorieën
Mening

Uw boterham verdienen

Via Ine kwam ik terecht bij een crowdfunding campagne voor Soylent.

Hier komt het op neer: de jonge Amerikaanse entrepreneur Rob Rhinehart vond dat hij te veel tijd verloor met het klaar maken van wat hij ‘crappy’ dagdagelijkse maaltijden noemde. In plaats daarvan ontwikkelde hij een soort vloeibare substantie genaamd Soylent, waarin alle stofjes zitten die een mens nodig heeft om van te kunnen leven. Die substantie kan heel efficiënt worden geproduceerd. Zo spaart Rob geweldig veel tijd uit die hij in zijn eigen zaak kan steken. In de bijzonder hoogcompetitieve start-up wereld waar elk uur telt is die tijd letterlijk broodnodig. Rob heeft door dit soort “biohacking” een voordeel op de concurrentie.

De bedoeling van de kickstarter is om de formule te commercialiseren. Niks dan voordelen volgens het project: minder voedselverspilling, goedkoop,…

Dat roept meteen een aantal interessante vragen op.
Wil je wel je de smaak van je dagelijkse maaltijd inruilen voor een artificiële pap?
Wil je echt het plezier van het dagelijkse koken laten vallen?
Wil je de daad van het eten reduceren tot een paar slokken?

Toen ik het verhaal las, vond ik er een paradox in terug. Wat is onze motivatie om te werken? Ongeacht rang of stand: om in onze primaire behoeften te voorzien. Een dak boven ons hoofd en eten op tafel. Werken staat daarom niet voor niets synoniem met de uitdrukking “Je dagelijkse boterham verdienen”. Het klinkt dus bizar dat je door biohacking één van de primaire redenen om te werken wil uitschakelen, net omdat het je werk in de weg staat.

Sinds het ontstaan van landbouw een kleine 12.000 jaar geleden is de keuken in zowat alle culturen en beschavingen alles waar het om draait. Ons leven draait rond die 2 of 3 dagelijkse momenten waarbij we rond de tafel zitten en eten. Eten, koken, voedsel klaarmaken is zo’n basale daad dat het in ons cultureel DNA zit ingebakken. En de impact van eten op sociaal, economisch en zelfs religieus vlak zijn niet te onderschatten. Niet voor niets breekt en deelt Jezus het brood bij het Laatste Avondmaal.

Wat is de impact dan van zo’n vloeibaar sapje? Zou het een gamechanger of een disrupter kunnen zijn?

Rob beweert dat hij niet de bedoeling heeft om het samen uit gaan eten wil uitschakelen. Wel het monotone van de ongezonde “vlug-tussen-door” maaltijden. Denk aan broodjes, pizza, noodles, frietjes,… Ook daar zie ik een paradox.

De aard van onze maaltijden weerspiegelt de aard van onze samenleving. En eerlijk gezegd: het ziet er niet goed uit. We leven een jachtig, Westers bestaan tussen vergaderingen, smartphones, files, grootwarenhuizen,… Het koele vooruitgangsdenken gaat er van uit dat alles beter, sneller en efficiënter kan. We zijn werkende consumenten en we moeten mee in een ratrace waar het beste product of de beste service het haalt. Net de snelle, ongezonde hap tussen door vertelt ons iets: dat we reeds toegevingen hebben gedaan als het om een primaire behoefte gaat, om toch maar mee te kunnen. Heel wat mensen zijn zich van die toegeving bewust en hebben daar een grens getrokken. Geen wonder dat er bewegingen zoals slow food ontstaan.

Het idee achter Soylent is net het tegenovergestelde van slow food: laten we nog een stap verder gaan en het hele aspect van eten uitschakelen zodat we een voetje voor hebben op anderen.

Dat brengt me meteen bij het storende effect van zo’n product. Stel dat, en ik spreek louter hypothetisch, genoeg mensen hun dieet overschakelen op zo’n substantie, dan zou het misschien kunnen dat ook de ‘normale’ eters gedwongen worden om mee te doen willen ze in de race blijven. Stel je immers voor: bij een ontslagronde kom jij misschien eerder in aanmerking voor de schopstoel omdat jij nog een broodje gaat halen terwijl je directe collega het eten kan houden op een sapje en zo extra billable uren haalt.

Klinkt Soylent als science fiction? Misschien wel. De menselijke aard maakt soms vreemde bokkensprongen. Aan de ene kant kan je niet heen om 10.000 jaar rituelen, culturen,… die ons van kindsbeen af worden aangeleerd. Anderzijds heeft de laatste eeuw ons getoond dat we relatief gemakkelijk, op een generatief of 3, oeroude gewoonten naar de prullenbak kunnen verwijzen.

Mocht het er ooit van komen en Soylent ligt hier naast de aardappeltjes in de winkelrekken, ik denk niet dat ik er snel voor zal kiezen. Net omdat ik werk om te kunnen leven. Niet andersom.

Categorieën
Mening

Belgaprut

Het moet ergens in 2004 of zo geweest zijn dat Telenet met de eerste digibox op de proppen kwam. Met zo’n doos kon je digitaal en interactief TV kijken. Vandaag is zo’n PVR of digitale video recorder gemeengoed. Het is een gemak, zo in uitgesteld relais kijken. Natuurlijk omdat je de opname  kan stopzetten en doorspoelen, maar eerder omdat je het ding zo ganse series kan opnemen zonder elke aflevering individueel te moeten programmeren.

Jaren ben ik klant geweest van Telenet.  Heel tevreden van hun service. Je ziet dat er over was nagedacht. De hele interface van Telenet Digitale TV straalt gebruiksvriendelijkheid uit. En doorheen de jaren is het ding bij elke update alleen maar beter geworden. En bij problemen zijn ze maar een telefoontje weg.

Maar toen ik naar mijn nieuwe stek verhuisde moest ik Telenet vaarwel zeggen en overstappen op Belgacom. De kabelaansluiting in het gebouw is een zogenaamd “rijgnet” en Telenet kan op die laatste 50 meter tussen kastje en televisie geen goed signaal garanderen. Ik moest dus overschakelen op VDSL en dat betekende dus Belgacom.

Als het op digitale TV aankomt, staan ze daar lichtjaren achter. De afgelopen 6 maanden is frustratie meer dan eens mijn deel geweest.

De hele interface is een draak. Primitief, lelijk en voor elke functie moet je een paar keer door verwarrende, inconsistente menu’s klikken vooraleer je gevonden hebt wat je zocht. Als de boel al niet eerst vastloopt, want dat durft ook wel eens te gebeuren.

Bij elke update lukt het hen om het doorspoelen van uitgestelde programma’s kapot te maken. Op dit moment kan ik op snelheden 2x, 16x en 64x vooruit en achteruit schuiven.  Een paar weken geleden was dat 8x, 16x en 64x.  En ooit was het zelfs 2x, 32x en 64x. Het ontgaat me nog altijd waarom het niet lukt om daar een lijn in te trekken.

Maar de echte kicker is toch wel het automatisch annuleren van geprogrammeerde opnames. Ik heb zo net de derde aflevering van Spartacus: vengeance moeten missen. De vorige twee afleveringen werden vlekkeloos opgenomen, maar nu liep het totaal verkeerd.  En dat is echt niet de eerste keer. Frustrerend. Om kwaad van te worden. Het is bijzonder ontnuchterend om thuis te komen en te merken dat na een lange werkdag, het uurtje ontspanning dat je voorzag niet doorgaat omdat die domme zwarte doos gewoon dienst heeft geweigerd.

Moest het nu zijn dat ze goedkoper zijn dan Telenet, ik zou het begrijpen, je krijgt waarvoor je betaalt. Maar dat is dus hier helemaal niet het geval. Ik betaal quasi evenveel voor een slechtere service. En kan daar niet meteen iets aan doen.

En dus speel ik de laatste weken met het idee om voor weinig geld een Raspberry Pi te bestellen waarop ik dan RaspBMC kan installeren. Heb ik gelijk een werkend mediacenter alternatief.

O ja, beste Belgacom, zodra het enigszins praktisch mogelijk is, zeg ik mijn contract bij jullie op en word ik terug een tevreden Telenet klant.

Categorieën
Mening

Bij het vuilnis

En dan vind je jezelf ’s morgens terug samen met tientallen anderen voor de grote poort van de fabriek waar je de voorbije decennia onder door liep. Dagshift na nachtshift passeerde tussen dat prefab staal en felle TL lichten. Maar daar komt nu een einde aan. Je kreeg net via megafoon te horen dat je bedankt wordt voor bewezen diensten.

Rond je staan mannen, vrouwen, vaders, moeders, broers, zussen,… mensen die vol trots hun leven opbouwden rond het project van Ford in de schijnbare zekerheid dat ook de volgende generatie een plaats zou vinden aan of rond de band.  Het moet pijn doen dat een groep eerder anonieme toplui ergens in het buitenland op basis van harde cijfers, met een paar pennentrekken daar een einde aan maken.

Ook al heb je duizenden voorruiten geplaatst, deuren gemonteerd, motors geplaatst, carrosserieën geverfd, wat je gisteren deed, wordt vandaag niet langer als economisch relevant geacht. Mensen kopen immers geen auto’s meer. Of ze kiezen voor de goedkoopste. Hoe zou je zelf zijn. Heeft het dan nog zin om te zien hoe je werk op uitgestrekte parkings in weer en wind staat te wachten op een koper? Veel boodschap heb je daar niet aan als je straks thuis zit en niet meteen weet hoe het verder moet. Auto’s maken, dat is een stuk van jezelf, dat is je leven. Een leven dat je deelde met collega’s, vrienden, familie.

Het is misschien zelfs niet de eerste keer dat je hier door moet. Dat je jezelf opnieuw moet uitvinden na een massaal sociaal en economisch bloedbad.  Misschien is dat het cynische, dat er geen lessen lijken te worden getrokken. Dat dit eigenlijk een kroniek van een aangekondigde dood was.

En misschien is het net nu dat de hoge heren en dames in Brussel eindelijk wakker te horen worden voor de harde realiteit van een bijzonder competitieve wereld waarin de dingen sneller dan ooit veranderen en we meer dan ooit verbonden zijn met elkaar.

Vanavond willen we op TV niet horen hoe erg ze het vinden “voor de mensen”. We willen geen verwijten, recuperatie,  “wat als…” of steekvlampolitiek zien. We willen geloven dat er een positief verhaal is voor de toekomst waar iedereen een plaats in heeft. Want 5.000 mensen die zomaar bij het vuilnis worden gezet, dat is een teken dat er iets heel erg fout zit.

Categorieën
Mening

De Bakfiets Duster

Zingen in naam voor het klimaat brengt géén zoden aan de dijk!  Dat vertelt ons Gert Goeminne, doctor in de natuurkunde en verbonden aan het centrum voor Duurzame Ontwikkeling. Hij heeft ergens wel een punt. Het klinkt namelijk mooi: als we hard genoeg samen zingen in een park om onze zaak te bepleiten, dan kunnen we misschien weer wat meer mensen bewust maken om groener te leven.

Niet dat ik tegen bewustmaking ben. Laat staan tegen acties om de klimaatproblematiek in de verf te zetten. Maar er is nu eenmaal een punt waarop je iedereen die enigszins openstaat voor de groene gedachte bereikt hebt. En vanaf dan begin je voornamelijk voor eigen kerk te preken.

De Dacia Duster Vlaming van Gert Goeminne zou de schouders ophalen en eens binnensmonds vloeken wanneer hij in het verkeer naar zo’n massaal bijgewoonde zangstonde in de binnenstad vast staat. Als hij al zou weten waarom het zo vreselijk druk is op een zondagmidag.

Voor de Dacia Duster Vlaming is het klimaat dan ook ook geen echte prioriteit.

Je kan daar allerlei modellen voor bedenken. Waarom vind de ene het klimaat nu belangrijker dan de andere? Een psycholoog of een socioloog zou kijken naar allerlei factoren zoals mentaliteit, persoonlijkheid,… maar ook je plaats in de maatschappij zoals je beroep, je vrienden, je hobby’s,… Zelfs je opvoeding speelt een rol. Net zoals andere normen en waarden neem je ook een bepaalde houding aan tegenover milieu en ons ecosysteem.

Normen en waarden zijn geen individuele kwestie, maar worden ook deels bepaalt door de maatschappij. Je stemt je eigen gedrag nu eenmaal af op wat sociaal aanvaard is. En veel wordt dezer dagen mee bepaald door de massamedia. Het is een kunst om op de juiste knoppen te drukken om grote groepen consumenten een product te laten kopen. En die wordt bijzonder geraffineerd uitgeoefend door marketeers allerhande. Dat we niet altijd kiezen voor wat goed is voor ons, heeft veel te maken met onze driften en hoe die in het voordeel van het grote geld worden uitgebuit.

Neem nu Nutella. Wie kan er iets op tegen hebben om ’s morgens kinderen een boterham of twee met choco te geven als ontbijt? In combinatie met een glas melk? Gezond en al! Ik heb er mij alvast nooit vragen bij gesteld maar dat is toch wat de reclame ons verteld. Maar is dat ook wel zo? Blijkt dat dat nogal tegenslaat. In de VS heeft Ferrero zijn reclame moeten aanpassen én een stevige boete betalen omdat dat die al té misleidend was wat betreft de voedingswaarde.

Dezelfde vraag kan je stellen over de auto advertising in elk reclameblok op onze commerciële zenders. Ik kan geen cijfers geven, maar op een avond tijd krijg wel een stuk of wat filmpjes van Fiat, Open, Renault of BMW voor geschoteld met blinkende auto’s die in wijdse landschappen rijden. Of door de stad sjeezen met een coolheidsgehalte dat het niet schoon is. Je bent jong, rijk, vrij en het leven lacht je toe als je met model X of Y rijdt!

Veel heeft te maken met mentaliteit. Slechte gewoontes leer je nu eenmaal niet zomaar af. Snel even naar de bakker met de auto. We wonen liever in een rustige buurt om dan naar de binnenstad, amper 3 kilometer verder, te rijden met onze auto.

Terwijl de dagelijkse realiteit doffe file ellende op onze wegen is. Of weekendongevallen. Of zure lucht vol uitlaatgassen, fijne stofdeeltjes en allerlei ongezonde prut waarvoor in het buitenland letterlijk “schone lucht” kopen. Of onveilige, onaangepaste wegen waar koning auto het voorrecht heeft. Of ruimte dat moet wijken voor betonnen parkeerplaats. Of…

En dan vraag ik mij af: misschien moeten we die autoreclame op televisie aan banden te leggen. Of, beter nog, de alternatieven anders en beter promoten. En dan niet alleen op televisie, maar ook op school. Vroeg genoeg beginnen jongeren bewust te maken dat een auto ook een keerzijde heeft.  Het zijn ideeën die de autolobby absoluut niet graag zou willen horen. Hoe zou je zelf zijn.

Sinds Henry Ford ze betaalbaar heeft gemaakt, wil iedereen er eentje. Het is niet voor niets de Heilige Koe hier in het Westen.  Die zweer je niet zomaar af. Dat kost tijd. Veel tijd.

Tijd die er jammer genoeg niet echt meer is.

Categorieën
Mening

Bandbreedte

Zal ik eens wat vertellen? Ik geloof dat het menselijke brein nog het best te vergelijken is met een computer. En een computer kan maar zoveel bewerkingen binnen een gegeven tijd uitvoeren. Dat noemen ze bandbreedte. Wel, bij een mens is het ongeveer hetzelfde.

Op elk gegeven moment zijn er een aantal dingen die om je aandacht vragen. En wat is aandacht? Niets meer dan een beetje tijd die je brein schenkt om met een probleem om te gaan. Denk maar aan een todo of een taakje of zo. De was en de plas. Brood halen. Dat soort dingen. Maar het gaat natuurlijk verder: het gaat ook over dingen die je op je werk moet doen. Een bug die je moet fixen, een demo voor een lezing die je nog moet voorbereiden, je timesheets die je hoort in te vullen,… Elke taak vraagt aandacht. Of beter: een stukje bandbreedte.

Net als een machine kan een mens niet alles tegelijk. Je bandbreedte is eindig. Het komt er op aan om zo efficient mogelijk met bandbreedte om te gaan. Het grootste deel heb je nodig om het probleem dat je op dit moment behandelt, op te kunnen lossen. Dat noemt men focus. Maar je moet ook wat bandbreedte toewijzen aan het onthouden van dingen die je nog moet doen. Elke taak die je extra moet onthouden, vraagt wat bandbreedte die je had kunnen inzetten voor iets anders.

Dat is wat Getting Things Done betekent: je bandbreedte optimaal benutten door enerzijds je geheugen te ontlasten door alles op te schrijven in lijstjes, en anderzijds al je taken zoveel mogelijk in te plannen in tijdsblokken zodat je de focus kan leggen op één taak zonder dat de rest er tussen door komt.

https://www.slideshare.net/notasausage/getting-shit-done

Nu, alle truukjes en tips ten spijt, soms wordt het heel moeilijk om jezelf georganiseerd te krijgen. Gewoon omdat je zoveel focus moet leggen op zoveel verschillende taken die allemaal prioriteit eisen. Hoe hard je ook probeert, die taken vragen te veel bandbreedte. En met taken bedoel ik ook wel: mensen die iets van je bandbreedte willen inpikken. Dat is het verraderlijke. Op zich klinkt elke extra vraag heel erg redelijk. Maar zodra je ze probeert in te passen blijkt het een veborgen taak te zijn die je schaarse bandbreedte opeist.

Waarom is dat zo verraderlijk? Wel, stress is volgens mij een duidelijk teken dat je op de limiet van je bandbreedte zit. Het systeem geraakt in overdrive en in het allerslechtste geval weerspiegelt zich dat op je gezondheid. Stress betekent immers letterlijk uit het Engels “Druk”.  Je zet je eigen systeem immers onder druk om meer te doen dan dat er eigenlijk middelen, aandacht, voor beschikbaar is.

Waarom hebben zoveel mensen last van stress? Twee oorzaken. We zijn ons vaak niet bewust hoeveel bandbreedte we zelf tot onze beschikking hebben. Tot we een paar keer onder druk hebben gestaan. Dat is een leerproces dat redelijk wat tijd inneemt. Ten tweede zijn we slechte inschatters van workload. Een onschuldige taakje kan in werkelijkheid gigantisch veel bandbreedte opslurpen. Hoeveel tijd kost het mij om x of y wekelijks of dagelijks uit te voeren? Heb ik genoeg informatie om te weten wat die nieuwe taak precies inhoudt? Hoeveel aandacht ga ik er aan moeten toekennen om dit tot een goed einde te brengen?

Los van de werklast laten we ons beoordelingsvermogen ook makkelijk leiden door andere factoren. Denk maar aan de persoon die de vraag stelt. “Wil je mij helpen met mijn huiswerk vanavond?” het wordt een andere kwestie als het mooiste meisje van de klas het vraagt bij wanneer die onuitstaanbare kerel het vraagt. Je mag dan wel ja zeggen tegen haar, misschien gaat het om zoveel werk dat je je eigen huiswerk laat liggen. Waarom? Omdat je bandbreedte hebt toegekend in functie van een factor die niet relevant is voor het bepalen van de werklast die de taak met zich meebrengt.

In die zin komt het er op neer om het gebruik van je bandbreedte te optimaliseren in samenspraak met diegenen die je nieuwe vragen stellen: in de eerste plaats door een duidelijk “Nee” te laten horen wanneer je echt op je tandvlees zit. Hoe knap, leuk, sympathiek,… of welke andere belangen je bij die persoon kan hebben. In de tweede plaats door een compromis te zoeken zodat je een minimum aan bandbreedte moet toekennen om de voorgelegde taak tot een goed einde te brengen.

Makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk.

Categorieën
Leven Mening

Ontbijten, hoe moeilijk is dat niet

Wat doet een mens zoal op verlof? Als het regent, niet zo bijster veel. Films kijken, een potje Team Fortress 2 spelen, een beetje lezen, een beetje muziek luisteren,… Afin, u begrijpt wel dat de voorbije twee dagen niet bepaald de zomerse quality time zijn die ik mij had voorgesteld.

Gelukkig scheen vandaag het zonnetje. En had B. voorgesteld om in ’t stad een koffietje te drinken. Ik durf nogal eens selectief te begrijpen als het op dat soort voorstellen aankomt. En dan interpreteer ik dat als: ‘O ja, kom laten we eens lekker brunchen!’

Dus trokken we, na enkele plichtsplegingen onderweg, richting Pain Quotidien. Ik heb dat vorig jaar eens in Leuven gedaan, en dat was me toen zeer bevallen. Zo eens ontbijten zonder dat ge daarvoor per se bij de bakker langs loopt en kweeniehoeveel beleg voor in huis moet halen. Een fijn concept voorwaar.

Jammer genoeg was het een beetje een overrompeling op het moment dat we arriveerden. We staken door richting tuinterras helemaal achteraan. Afin, laat die ‘tuin’ achterwege want één yucca maakt het mooie weer nog niet.

Na dik vijftien minuten wachten (en een katern van een rondslingerende gazet later) ging ik op kousevoetjes richting gelagkamer om de dienstdoende deerne op onze aanwezigheid te attenderen. Dat koste mij nog eens vijf minuten omdat ze nog twee andere klanten aan de kassa aan het afwerken was. Na wat geëxcuseer omdat ze ons niet had zien binnenkomen, kreeg ik twee menukaarten mee. Een minuut of vijf later kwam ze nog een paar achtergebleven glazen opruimen – meer geëxcuseer – en… vertrok ze terug zonder bestelling op te nemen. De klok tikte genadeloos naar twaalf uur en het moment dat de keuken zou sluiten. Bij het horen van de carillon in het Belfort hadden we er genoeg van. Een halfuur zonder iemand te zien om nog maar te bestellen? Dat kan moeilijk. Ik denk wel dat u zich de gène bij de deerne in kwestie kan voorstellen toen we door de zaal troonden. De keuken was inderdaad dicht. Te laat. En ze wist niet meteen van welk hout pijlen maken. Tjah, dan hadden wij er ook niet echt veel meer te verliezen.

Gelukkig wisten ze in De Belegde Boterham in de Kleine St-Amandsstraat wél hoe je het aanpakt. Ik kon meteen twee stevige boterhamen met rundstartaar bestellen. Quasi direct werden ze geserveerd. Binnen de vijf minuten. Precies en vriendelijk. En ’t was nog lekker ook.

httpv://www.youtube.com/watch?v=embed/ZXzlCpHK3-I