Categorieën
Lezen

Ik las Isaac Asimov’s Foundation

Eind juni lanceerde Apple een trailer voor haar Apple TV science fiction serie Foundation. Die is gebaseerd op de Foundation boeken van Isaac Asimov. Aangezien de serie nog niet uit is (en we geen Apple TV abonnement hebben), ben ik begonnen met de boeken te lezen. Frank Herbert publiceerde zijn welbekende Dune dan wel in 1965. Je zou vermoeden dat hij een grondlegger van het genre is, maar eigenlijk was Dune een tegen antwoord op Asimov’s werk. Die schreef Foundation eerst als een serie kortverhalen vanaf 1942. In 1951 werden die gebundeld en uitgegeven als een volwaardige space opera. Hoe hebben die verhalen de tand des tijds doorstaan?

Cover Foundation
Foundation cover

Het Galactische Imperium is na 12.000 jaar begonnen aan haar verval. Hari Seldon, een briljante wiskundige en grondlegger van de ‘psychogeschiedenis’, voorspelt een Donker Tijdperk dat 30.000 jaar zal duren. Om de mensheid en haar kennis te redden verzamelt hij de meest scherpe geesten, kunstenaars, wetenschappers, ingenieurs,… en stuurt hij ze naar een kleine, onherbergzame planeet aan de rand van de Melkweg, temidden vijandige barbaarse rijkjes. Dat toevluchtsoord is de ‘Foundation’. Tegen die achtergrond assembleert Isaac Asimov de verdere geschiedenis van de Foundation als een serie kortverhalen die telkens een kritisch moment belichten.

Tussen een wereldoorlog en de wederopbouw, schreef Asimov een modernistische reflectie op religie, vooruitgangsdenken, technologie, massa media, politiek, socio-economie en cultuur. Seldon’s psychogeschiedenis vormt een soort deterministische theorie die de loop der dingen verklaart en die tot een onvermijdelijke conclusie zal leiden. Paradoxaal genoeg zorgt het kennen van de toekomst er juist voor dat het heden een andere richting zal uitgaan. De kortverhalen schetsen koninkrijken en republieken, die elkaar naar het leven staan en waarin het overleven van de Foundation op het spel staat. De hoofdrolspelers zijn figuren die behoren tot de elite binnen de Foundation. Ze zijn vertrouwd met Seldon’s theorie, maar proberen om wars van enige kennis de loop van de geschiedenis zo min mogelijk te beinvloeden. Dat leidt tot intriges, allianties, delicate diplomatie, koehandel, gepoker op het scherp van de snee, enzovoorts.

Foundation bevat dan ook bizarre concepten zoals wetenschappelijk en technologisch denken dat verpakt wordt als een vorm van religie inclusief tempels en hogepriesters om invloed te kunnen uitoefenen op de vijandige koninkrijken. Voor verhalen uit 1950 vond ik dat het allemaal heel modern leest. Alhoewel het best wel opvallend is hoe veel belang Asimov aan nucleaire technologie of televisie hangt.

Maar zijn het ook goed geschreven verhalen? Wel, daar wringt het schoentje. De plotlijnen van alle kortverhalen zijn vrijwel identitiek waardoor je vrij snel kan voorspellen hoe het allemaal zal eindigen. Een kortverhaal laat ook niet zo heel erg veel ruimte om de personages of interpersoonlijke relaties uit te diepen. Daardoor lijken het soms eerder karikaturen uit een cartoon te zijn dan mensen gedreven door complexe motieven, diepe gevoelens of tegenstrijdige intenties. Asimov’s schrijfstijl gaat gelukkig niet vervelen: ze is vlot, toegankelijk en zonder al te veel franje. Alles bij elkaar genomen zijn dit verhalen die zonder al te veel pretentie leesplezier willen brengen.

De grote kracht van Foundation zit dan ook niet in de verhalen zelf, maar in de world building. Asimov construeert op een methodische manier met een paar eenvoudige concepten en haken een gigantisch universum. Asimov biedt, vrij letterlijk, een fundering aan en met een aantal basisspelregels en enkele suggesties. De lezer wordt automatisch aangesproken om de rest er zelf bij te fantaseren. Dat is dan ook de reden waarom ik ook de rest van de boeken wil lezen: om er achter te komen hoe het de Foundation zal vergaan.

Als je echter op zoek bent naar een science fiction space opera met veel meer diepgang, dan denk ik dat je veel meer zal halen uit de Imperial Radch reeks van Ann Leckie.

Categorieën
Media

Ik keek naar Barbaren op Netflix

Barbaren is een Duitse serie waarvan je de eerste reeks nu op Netflix kan bekijken. Centraal staat een Romeinse officier die voor een verscheurende keuze staat. Kiezen voor het Romeinse Rijk dat hem geadopteerd heeft, of zijn Germaanse afkomst en de stammen waarmee hij verwant is. In zes episoden krijg je een verhaal vol intriges, wisselende allianties, verraad, trouw en twijfel over identiteit voor geschoteld.

De achtergrond voor deze serie is waar gebeurd: de Slag om het Teutoburg Woud rond 6 na Christus waarin de Romeinse veldheer Publius Quintcillius Varus het opnam tegen een verbond van Germaanse stammen. Ook de hoofdrolspelers, Thusnelda en Arminius, hebben echt bestaan. Verder is het verhaal, zoals het in de serie wordt gebracht, aangedikt en bewerkt om er beklijvend entertainment van te maken. Schrijver Arne Nolting geeft ook aan in de recensie in de New York Times dat de serie in eerste plaats goede fictie wil brengen.

Classical Education Today gaat dieper in op de mate waarin de serie zich verhoudt tot de historische werkelijkheid. Een van de fijnere punten is het Latijn waarvan de Romeinse soldaten zich bedienen. Daar is vrij zorgvuldig mee omgesprongen ook al kan niet precies worden achterhaald hoe authentiek, historisch conversationeel Latijn hoort te klinken. Wat de acteurs brengen is een gerestaureerde interpretatie. Het klinkt in ieder geval heel natuurlijk.

Je hoeft echter geen klassieke achtergrond te hebben om de verhaallijn te kunnen volgen. Het is ook vrij snel duidelijk in welke richting het verhaal zich beweegt. De screenwriting en de acteerprestaties zijn echter top waardoor de rek en de spanning er goed in blijen. Uiteraard is er het onvermijdelijke bloedvergieten en zwaardgevechten, maar het is nooit excessief en voldoende gedoseerd om het verhaal te ondersteunen. Op geen enkel moment begint Barbaren te vervelen. Een aanrader om te binge watchen.

Categorieën
Leven

Hoe ik een zuurdesembrood met een oor maakte

Ik wilde al een tijd een zuurdesembrood met een oor maken. Dat is een krokante flap die tijdens het bakken ontstaat. Zo’n oor geeft je brood niet alleen een leuk aanzicht, het is ook een teken dat de luchtbubbels in je brood mooi zijn uitgezet. Ik heb ondertussen al wat broden gebakken, maar een goed oor, helaas, dat verscheen nooit. Ik experimenteerde zonder succes met rijstijden, hydratie en baktijden. Vandaag is het me dan toch gelukt.

Zuurdesembrood met een oor
Zuurdesembrood met een oor

Het geheim? De wijze waarop je het brood vorm geeft tussen de eerste rijstijd en tweede rijstijd. Je moet het deeg zodanig plooien en oprollen dat het onder spanning komt te staan. Vlak voor je het brood de oven in schuift, moet je het deeg onder een schuine hoek insnijden. Door de opbouw van het deeg stuur je expansie van het brood tijdens het bakken. Zo krijg je een mooi oor op je brood.

De techniek om het deeg juist te plooien vond ik via Grant Bakes. In een filmpje toont hij precies welke handelingen je moet uitvoeren. Ik heb die exact overgenomen en met het brood op de foto als eindresultaat.

Is het vormgeven de enige factor van belang? Neen. Zo eenvoudig is het niet. Je hebt ook een deeg nodig dat voldoendig stevig is. Een grote graad van hydratie (veel water), te weinig gluten tijdens de eerste rijstijd of een ongeschikte bloemsoort maken het deeg een stuk minder handelbaar. Grant was ook zo goed om zijn “go to” recept te delen, en dat is wat ik deze keer heb gevolgd.

  • 450 gram brood bloem of tarwebloem
  • 350 gram water
  • 100 gram starter
  • 10 gram zout

Ik heb ook een net ander proces gehanteerd dan bij mijn eerste brood.

  • Ik gebruik nu 100 gram starter in plaats van 75 gram. Ik gebruik nu 450 gram bloem en 350 gram water in plaats van 500 gram bloem en 375 gram water. Verhoudingsgewijs is er dus nu een kwart meer starter voor minder materie.
  • Dit brood is 77% hydratie, natter dan mijn eerste brood.
  • Ik beperkte de autolyse tot 30 minuten in plaats van een volledige nacht.
  • Ik plooide het deeg (fold and stretch) drie maal. In plaats van 5 of 6 maal te plooien, bleef ik nu plooien tot het deeg begon tegen te werken.
  • De eerste rijstijd duurde ongeveer 6 à 7 uur. De temperatuur in huis ligt wat lager dan in de zomer. Dus ik moet het deeg iets meer tijd geven.
  • Deze keer ging mijn brood een nacht de koelkast in voor de tweede rijstijd. Uiteindelijk zal het zo’n 12 uur hebben kunnen rusten.
  • Ik was stukken voorzichtiger bij het omdraaien van het rijsmandje op het bakpapier.
  • Er kwam voor het eerst ’s morgens brood uit de oven in plaats van ’s avonds.

Ik denk dat ik hiermee een goede baseline heb gevonden om verder te experimenteren.

Categorieën
Mening

Amerika kiest Biden/Harris for president

Ook al zat het er al even aan te komen, het bleef nagelbijten. En toen kondigden CNN, de BBC en de anderen aan dat Joe Biden en Kamala Harris de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen. De New York Times kopt in het groot Biden Beats Trump. We hebben geklonken op het goede nieuws. Ietwat overdonderd, maar vooral bijzonder opgelucht.

Biden Beats Trump
New York Times – Biden Beats Trump

De voorbije uren brachten de CNN commentatoren de sfeer in de Nieuwe Wereld in woord en beeld. Ik hoorde zelfs al meermaals “Healthcare isn’t a left issue. It’s a life issue.” vallen. Voorzichtig hoopvol dat er verzoening mag komen. Wij klonken op het goede nieuws. Via sociale media, Instagram, Facebook, Reddit, Twitter, Tik Tok, zagen we hoe de wereld met ons mee klonk. Ze heeft overduidelijk nood aan troost en hoop voor de toekomst. Het voelt een beetje aan als wakker worden uit een nachtmerrie.

En Trump? Wel, prominente stemmen uit zijn kamp beginnen zich druppelsgewijs te distantiëren. Diegene die nog blijven, willen het verzet in de rechtbank verder zetten. Het zal pas echt voorbij zijn wanneer hij president af is en justitie eindelijk werk kan beginnen maken van de talloze strafvorderingen die tegen hem en zijn entourage lopen.

Niets van betekenis is vanzelfsprekend. Ook niet deze historische overwinning. Er ligt werk op de plank. Veel werk. Dat deze uitslag de wereld mag inspireren in deze donkere tijden.

Categorieën
Leven

Ik maakte focaccia met zuurdesem

Ik heb een weekje vakantie. Tijd om de wondere wereld van brood en zuurdesem wat verder te verkennen. Deze keer probeerde ik focaccia te maken. Dit italiaanse platbrood is een eeuwenoude klassieker. Zonder al te veel techniek is focaccia heel eenvoudig om te maken.

  • Focaccia
  • Focaccia

Ik volgde dit recept van Alexandra Cooks.

Ingredienten:

  • 512g broodmeel of gewone bakbloem (Ik gebruikte Soubry broodmeel)
  • 100g starter
  • 440g lauw water
  • 10g zout

Een zuurdesem starter maken is een leuke uitdaging, maar ze vraagt wel bijzonder veel geduld. Reken op een week tot 10 dagen vooraleer je kan beginnen. Je kweekt immers een levende cultuur van actieve gisten en lactobacillen. Je kan ook starter vragen bij een bakker of online bakker.

Je kan ook met gewone gist aan de slag.

Bereiding:

  1. Meng de starter en het zout met het water tot de starter is opgelost.
  2. Meng dan het broodmeel met het water. Gebruik een spatel of ga loos met je handen tot je een bal deeg hebt. Het deeg zal plakkerig aanvoelen: dat is normaal. Het helpt om je handen wat nat te maken.
  3. Bedek de kom met een doek en laat 30 minuten staan
  4. Geef het deeg een serie van “stretch-n-folds”. Je neemt het deeg vast, strekt het voorzichtig uit (zorg dat het niet breekt!) en dan vouw je het dubbel op zichzelf. Draai de kom een kwartslag en herhaal. Doe dit 8 tot 10 keer. Deze manier van kneden bouwt stevigheid in het deeg op.
  5. Bedek de kom opnieuw met een doek.

Nu laten we het deeg rusten en het zuurdesem zijn werk doen. Het desem fermenteert het meel waardoor er bubbels met koolstofdioxide gas ontstaan. Zo krijg je een luchtig brood. We wachten tot het deeg verdubbelt in omvang. Afhankelijk van de omgevingstemperatuur kan dat zo’n 6 tot 18 uur duren. In onze keuken bij 22 graden duurde het zo’n 6 uur. Piep dus af en toe. Hoe groot is het deeg? Zie je bubbels? Is het deeg luchtig als je er even op duwt met je vinger?

Na de eerste fermentatie
  1. Haal het doek van de kom en giet een scheut olijfolie over het gefermenteerde, opgeblazen deeg.
  2. Neem een hoek van het gefermenteerde deeg, en plooi voorzichtig naar het midden van het deeg. Doe dat ook met 3 andere hoeken. Het is normaal dat het deeg inzakt.
  3. Pak een ovenschaal en smeer die in met olijfolie.
  4. Keer het deeg om uit de kom in de ovenschaal. De geplooide hoeken horen onderaan te zitten.
  5. Bedek de ovenschaal.

We laten het deeg opnieuw een aantal uren rusten. Opnieuw zal het deeg terug rijzen en luchtig worden. Dat kan een goede 5 tot 6 uur duren. Afhankelijk van de temperatuur kan het sneller. In mijn geval was 4 uur voldoende. Je zal zien dat het deeg opnieuw in omvang toe neemt.

  1. Bestrooi het deeg met wat grof zeezout.
  2. Dan maak je putjes door je vingertoppen in het deeg te duwen.

Verwarm ondertussen de oven voor op 220 graden. Je bakt nu het brood gedurende 25 tot 30 minuten. Controleer af en toe. In de laatste tien minuten hoor je een mooie bruine korst te zien verschijnen.

Haal het brood uit de oven en laat minstens 30 minuten tot een uur afkoelen vooraleer je aansnijdt.

Focaccia vers uit de oven
Focaccia vers uit de oven

Dit is het basisrecept voor focaccia. Je hoeft je echter niet te beperken tot zeezout. Een klassieker is focaccia met rozemarijn. Je kan ook andere toppings op je brood aanbrengen zoals tomaat, paprika, ajuin, basilicum of zelfs kaas of pikante salami. Je kan ook een zoetere focaccia maken met honing en noten. Er bestaan talloze varianten.

Smakelijk!

Categorieën
Techtalk

Een tijdelijk theme, een experiment

Na 4 jaar heb ik mijn op maat gemaakte theme ingeruild voor een het standaard Twenty Twenty theme dat mee met WordPress wordt geleverd. De directe aanleiding? Een experiment rond optimalisatie voor zoekmachines. En in tweede instantie ook een aanzet om even na te denken hoe ik verder wil met mijn blog.

Alles begon dit voorjaar. Ik merkte toen al enige tijd dat dit artikel zowat alle verkeer naar mijn blog trok. Blijkt dat ik het derde zoekresultaat ben als je zoekt op “van proximus naar telenet“. Mooi, maar wat me echt opviel was dat de rest van mijn blog niet terug te vinden was in de zoekresultaten op andere trefwoorden. En een zoekactie op ‘site:netsensei.be’ leerde mij dat hoofdzakelijk de ‘tag’ overzichtspagina’s nog aanwezig waren.

En dus ben ik de laatste maanden af en aan wat aan het sleutelen geweest terwijl ik met de Google Search Console oog probeerde te houden op hoe de Google Bot reageerde. Ik heb onder de motorkap wat verbeteringen aangebracht qua performantie. Ik heb de sitemap liefde gegeven. En ik heb wat tweaks aangebracht in de meta tags om de zoekrobots ter wille te zijn. Helaas, niks lijkt echt te helpen.

Een groter probleem is dat de Google Search Console noch andere tools zoals Google Lighthouse je vlak af zullen zeggen wat het probleem precies is. Ergens is dat ook wel logisch. Google wil immers niet dat handigaards het systeem uitbuiten en zo overal de eerste plaats in de zoekresultaten inpalmen. Alleen, daardoor is het lastig voor bonafide website beheerders om ervoor te zorgen dat hun website beantwoordt aan Google’s vage eisen.

En dus, na eliminatie, vermoed ik dat een en ander te maken heeft met de HTML en CSS van mijn eigen theme. Die is ondertussen ook al weer een dikke 4 jaar oud. Een kleine eeuwigheid is dat in de wereld van de technologie. Bij wijze van experiment schakel ik tijdelijk over op het standaard theme van WordPress om dan na te gaan welke impact dat heeft op Google’s zoekresultaten. Het is een beetje de botte bijl, maar op dit punt is dat wel gerechtvaardigd denk ik.

De andere reden is de aanzet om even na te denken over waar ik naartoe wil. Een website bouwen en technisch onderhouden is leuk, maar ergens hoor je die wel regelmatig van updates en inhoud te voorzien. Anders houdt het ook wel op een gegeven moment op. Ten andere gaat deze blog mee sinds 2005. Het is leuk om mijn jongere zelf terug te lezen. Maar ik tegelijk ben ik nu in een ander hoofdstuk in mijn leven aanbeland. Ik worstel wat met de vraag in welke richting ik met mijn blog heen wil. Het is ook een vraag die ik onbeantwoord voor mij uit heb geschoven. En dus is deze back to basics ook voor mij even het moment om even na te denken over de toekomst van dit journaal.

Categorieën
Lezen

Ik las Neil Gaiman’s Norse Mythology

Thor, Odin, Loki! Yggdrasil! Freya en Sif! Baldur en Heimdall! De Aesir en de Vanir! Als classicus ben ik vertrouwd met het klassieke pantheon. Met het Noorse? Not so much. Nochtans is die Noorse mythologie bijzonder rijk en niet minder fascinerend.

Neil Gaiman goot de verhalen enkele jaren geleden in een eigen versie en plakte er de titel Norse Mythology op. 300 bladzijden lang is Gaiman je gids doorheen verhalen waarvan we de oorsprong in de tijd is verloren gegaan. Als geboren verteller is Gaiman de geknipte persoon om met dit materiaal aan de slag te gaan. Je merkt dat hij zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke inhoud probeert te blijven zonder dat zijn adaptie een starre, droge koek wordt. Gaiman’s stijl brengt de goden helemaal tot leven.

Hoewel de verhalen op zichzelf staan, loont het om het boek in een keer te lezen om de rode draad door heen de familiale vetes en bondgenootschappen te kunnen volgen. Het loont ook de moeite om even na te denken over de verhalen. In tegenstelling tot de klassieken heeft de Noorse cultuur nooit echt onze Gallo-Romaanse roots kruis bestuifd.

Zo verhaalt Gaiman hoe Thor het land van de Reuzen bezocht, daar allerlei krachtmetingen aangaat… en ze allemaal verliest. Zo vecht en verliest hij tegen een oude vrouw, Eli. Of hij faalt in het leegdrinken van een gigantische hoorn. Hij slaagt er zelfs helemaal niet in om een kat op te tillen. Natuurlijk, de kat en de oude vrouw en de hoorn zijn metaforen die in het verhaal worden toegelicht.

Zo bevat de Noorse Mythologie een eigen kijk op een mensenleven en de wereld rondom ons, vervat met evenveel nuance en fijngevoeligheid als in die andere, veel beter gekende verhalencycli. En Neil Gaiman? Die brengt het geheel samen in een magistraal tableau vivant.

Categorieën
Leven

Ik maakte zuurdesem naan brood

Sinds juli houd ik een zuurdesemstarter bij. De gisten en lactobacillen in die starter doen het fermentatiewerk wanneer ik brood maak. Het is een levende cultuur en dus wanneer ik geen brood maak moet ik mijn starter regelmatig verversen. En dus heb ik af een toe een overschot.

Weg gooien is zonde. En dus zoek ik recepten waarin ik die kan verwerken. Deze week maakte ik naan brood.

Het recept is eenvoudig:

  • 1 deel starter (250g)
  • 1 deel bloem (250g)
  • 1/2 deel melk (120g)
  • Een snuif zout (1 theelepel)
  • Een snijf bakpoeder (1 theelepel)
  • Olijfolie (1 eetlepel)

Je mengt alles samen in een kom. Je kneed tot je een massa hebt die niet meer plakt aan je vingers. Voeg wat extra bloem toe indien nodig. je laat het geheel vervolgens een halfuur tot een uur rusten. Daarna verdeel je het deeg in 6 stukken die je vlak rolt of duwt. Tenslotte smeer je de bovenkant van elk stuk in met olie. Je legt het deeg met de besmeerde kant in een hete hapjespan en je bakt gedurende 1 a 2 minuten. Tot je bubbels ziet in het deeg. Je smeert de ongebakken kant in met olie, en je draait het brood om.

Ik heb wat gepeggeld met de hoeveelheden en dit was het resultaat:

Heerlijk smakend naan brood.

Categorieën
Lezen

Vakantietijd dat is leestijd

Ik heb vakantie. Zo ergens tot vlak voor het einde van de maand. De zomervakantie, dat is de tijd waar ik in de boeken duik. In deze tijden is lezen meer dan ooit een waardevolle bezigheid. Doorheen het jaar houd ik een lijstje van boeken die ik wil lezen bij op Goodreads. Via mijn Kindle duw ik mezelf dan met de spreekwoordelijke druk op de knop in een nieuwe wereld.

Dit is wat er, onder andere, op mijn lijstje staat, in geen bijzondere volgorde:

  • Orson Scott Card’s Ender’s Game
  • Stephen Chbosky’s The Perks of being a Wallflower
  • Chuck Palahniuk’s Fight Club
  • Neil Gaiman’s The Ocean At The End of the Lane
  • Stephen Fry’s Mythos: The Greek Myths retold
  • Neil Gaiman’s Norse Mythology
  • Isaac Asimov’s Foundation
  • Thomas Mann’s The Magic Fountain
  • Madeleine Miller’s Circe
  • Ann Lowenhaupt Tsing’s The Mushroom at the End of the World
  • Siobhan Robert’s Genius At Play. the Curious Mind of John Horton Conway
  • Hans Rosling’s Factfulness

Ik ben momenteel bezig in Kurt Vonnegut’s Slaughterhouse Five. Een stuk Americana dat wel binnen komt. Over de verwoesting van Dresden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik schrijf er later iets meer over. Neil Gaiman’s Norse Mythology spreekt mij het meest aan om daarna te lezen. Het heeft er mee te maken dat ik al enkele weken naar Vikings kijk op Netflix.

Al die brainfood zet mij aan het denken. In een sterk veranderende wereld helpt het om te relativeren, te reflecteren en te prioritizeren.

Categorieën
Leven Reizen

We tripten naar de Ardennen

Ik had vorige week vakantie. En we wilden al lang eens naar Ceci n’est pas un Corps – Expo Hyperrealisme in de Boverie in Luik. We maakten er meteen een midweek Ardennen met nog een aantal dagen in Eupen. Dit is een hele andere hoek van het land die we niet echt kenden. Ver genoeg om het reisgevoel beet te hebben, dicht genoeg dat je er ook weer geen dagen voor moet reizen.

Maar dus, Luik. Hyperrealisme is een stijlstroming in de visuele kunsten waarbij de kunstenaar probeert om op basis een schilderij, beeldhouwwerk of installatie te maken dat ze nauw mogelijk aanleunt bij de realiteit. Het resultaat zijn menselijke beelden waarbij elke sproet en elk haar minutieus werd aangebracht. Ze lijken zo echt dat ze op elk moment zouden kunnen opstaan. Een kunstwerk kan ook een interpretatie zijn die elementen uit het hyperrealisme verwerkt: een torso, een gezicht, een arm,… We liepen er toch dik anderhalf uur gefascineerd tussen de beelden.

Daarnaast bezochten we ook het Guillemins, het station ontworpen door Calatrava. Heel bijzonder om te zien wat er zoal met beton mogelijk is. De betonnen bogen lijken op een schelp die over de perons ligt, terwijl de ondergrondse doorgang nogal wat weg heeft van een onderzeese grot die bij laagwater droog is komen te staan. Ik vind het een architecturaal hoogstandje.

We bleven maar een middag en avond in Luik. Veel van de stad hebben we niet gezien. Hoe zou ik Luik omschrijven? Een grootstad, maar dan wel eentje die duidelijk te lijden heeft gehad onder de economische impasse van de laatste decennia. Een potpourri van statige parken en classicistische gebouwen afgewisseld door lelijke appartementsblokken en buildings.

Eupen was niet zo gek veel verder rijden. We huurden er een appartmentje in de benedenstad, vlakbij de rivier de Vesder. En een fantasisch ijssalon met een ietwat norse uitbater. Onze eerste uitstap was naar de dam en het meer van Gileppe. Een typische schoolreisbestemming. Ik was er 25 jaar geleden al eens geweest. Het is gek hoe een beeld in je herinnering iets anders wordt dan in het echt.

Onze tweede uitstap ging richting Monschau. Ik wilde graag eens de Vennbahn zien. Al was het maar omdat het een unieke grenssituatie gaat. Met dank aan het Verdrag van Versailles. Tegenwoordig is het een mooie fietsroute. Met de elektrische fiets eens een stukje rijden vonden we een fijn idee voor de toekomst.

Onze laatste uitstap was een wandeling in de Hoge Venen. Vanaf de Baraque Michel stapten we naar het Kruis van de Verloofden. We wilden graag even de benen strekken over de typische houten planken bruggetjes. Helaas, tegenwoordig is die route verhard met tonnen dolomiet steentjes. Het oude hout zie je nog steken tussen de stenen, maar op de route die we hadden uitgestippeld waren er geen intacte bruggetjes tussen het veen. Neemt niet weg dat het genieten was van de natuur op een warme, zonovergoten zomernammiddag.

Op vrijdag ging het terug huiswaarts. We keren zeker en vast nog terug. Met dank aan het fijne vakantiegevoel dat we mee namen.