Categorieën
Leven

15/16

Wat een jaar, zeg! Ik heb niet stil gezeten in 2015, een greep uit de highlights:

  • Ik ben data conservator geworden voor de Vlaamse Kunstcollectie. Bevalt het me? Zeer zeker! De digital humanities zijn een zeer interessant werkveld. Ik ben nog maar een jaar aan de slag en Rome werd ook niet op een dag gebouwd.
  • Sukkelde ik op 31 december 2014 met een kapotte schouder, klim ik een jaar later terug quasi pijnloos. Het was een jaar fysiek en mentaal afzien, maar me laten opereren is duidelijk de juiste beslissing gebleken.
  • Hoewel ik niet meer voltijds programmeer, was het een jaar waar ik meer dan ooit nieuwe dingen leerde en door zette in eigen projecten. Ik bouwde een software bibliotheek voor Europeana, ik werkte mee aan de dit project, ik dook dieper in Javascript en bouwde onder andere Spotter, ik bouwde een app voor mezelf in Laravel, ik leerde bij over (de)serialization, REST, API’s en nog zoveel meer.
  • Ik las heel wat boeken: geen massa, wel een fijne selectie. The Martian, Ready Player One en na Conn Igguldens’ Emperor reeks zit ik halfweg zijn War of the Roses. De Kindle Paperwhite die ik in 2014 kocht, is een geweldige aanschaf gebleken.
  • In juli trok ik naar voor het eerst naar Mainsquare in Arras waar we genoten van Muse. In oktober zagen we dan weer Editors in een gevuld Paleis 12.

En 2016?

Mijn schouder (her)leerde me twee belangrijke lessen.

De eerste: breek geen series. Het is maar door zo regelmatig mogelijk te beginnen oefenen dat ik terug kan klimmen. Dat oefenen gaat natuurlijk met goede en slechte dagen, maar dat doet er niet toe zolang ik zo consistent mogelijk kan blijven. Dezelfde les ben ik in de zomer ook beginnen toepassen op programmeren: elke morgen werk ik op de trein aan een stuk code. Die manier van werken, no matter what, heeft een naam: de Seinfeld Strategy, naar Jerry Seinfeld.

De tweede les: focus. In het voorjaar moest ik even alles op halt zetten om aan mijn eigen lijf te werken. Zo’n time out betekende keuzes maken en plannen in de koelkast plaatsen. En eigenlijk bleek dat allemaal zo erg nog niet. Er zijn maar zoveel uren in een dag. Het komt er op aan wat je met die tijd doet. DHH schreef daar een mooie blogpost over. Bovenal benadrukt hij dat er zelfs dan dagen zullen zijn dat je totaal onproductief bent, en eigenlijk is dat zo erg niet want iedereen heeft dat. Het is kwestie om daar gewoon niet te lang bij stil te staan.

Met die twee wijze lessen wil ik 2016 van start gaan.

Als ik dan toch één doelstelling wil voorop stellen, dan deze: mijn blog een reboot geven. Even in de databank duiken en het publicatie volume van de voorbije vijf jaar in een beknopte statistiek gooien:

(2010) 53 posts, (2011) 139 posts, (2012) 67 posts, (2013) 45 posts, (2014) 24 posts, (2015) 20 posts.

Tijd dus om terug wat meer te schrijven. Fuck het idee dat blogs dood zouden zijn. Als ik niet voor een ander schrijf, dan in de eerste plaats voor mezelf. Om te schaven aan mijn eigen schrijfkunst. Omdat alle profielen op sociale media platformen ten spijt, mijn on line identiteit uiteindelijk hier ligt. Omdat dit mijn langst lopende, persoonlijke project is.

In ieder geval, met dat voornemen, wil ik er vooral een rijk 2016 van maken en de rest nemen zoals het komt.

Categorieën
Leven

Terug in de klimgordel

Volgens mijn Swarm heb ik een streak van 4 weken in de klimzaal. Dat kan maar één ding betekenen: jawel, ik ben terug actief aan het klimmen. De schouder is voldoende hersteld.  Eigenlijk stak ik in september reeds de spreekwoordelijke teen in het water.  Op zaterdag- of zondagvoormiddag klimt er nauwelijks iemand: ik trok er dan alleen op uit om voorzichtig te oefenen.

Als je een jaar niet hebt geklommen, dan moet je terug van nul beginnen. Je kan niet zomaar de wand bestormen. De kinesist heeft me dagelijkse oefeningen opgelegd om mijn schouders aan te sterken, maar een uur traversé is toch nog steeds andere koek. Die eerste keer klimmen was dus een pijnlijke confrontatie.

Begin november ben ik terug begonnen met top rope.  Tussen traversé en top rope is er nog eens een wereld van verschil.  Die eerste klimsessie moest ik echt vechten om routes van laag niveau uit te klimmen. Na 45 minuten hield ik het toen voor bekeken. Maar content dat ik was om terug een klimgordel te mogen dragen!

Ondertussen zijn we een maand verder. Ik klim nog steeds niets boven niveau 5a.  Ik mag trouwens ook nog steeds niet meer dan één keer per week klimmen. Mijn schouder laat duidelijk weten wanneer ik in het rood ga. Maar ik merk wel de sprongen die mijn lijf maakt qua conditie.  Klimmen is trouwens niet alleen conditie, maar ook techniek: hoe kan je met een minimum aan bewegingen en energie, een stuk overbruggen? Dat ben ik niet verleerd: het verbaast me hoe snel ik op de wand terug val op oude reflexen zoals klimmen op de benen.  Wat ik wel mis is zelfvertrouwen op bepaalde bewegingen. Bijvoorbeeld  wanneer ik me mijn linkervoet op een crimp moet opduwen, terwijl ik mijn gewicht steun op mijn rechterhand en doorgrijp met links: als ik weg glijd, dan valt mijn volle gewicht op mijn rechterschouder. Eén keer meegemaakt: niet voor herhaling vatbaar.

Nu, het vraagt allemaal wel flink wat inspanning en motivatie.

’s Morgens vroeg oefeningen te doen? Yup. Pijnlijk? Hell yes! ’s Avonds ook mezelf motiveren om oefeningen te doen? Check. De dag beginnen om 7h ’s morgens bij de kinesist? Doing that. De boodschap van de dokter was dan ook vrij duidelijk: zolang ik actief wil sporten, moet ik dagelijks blijven oefenen.

No pain, no gain en al.

Categorieën
Media

Kijkt gij nog veel TV eigenlijk?

TV is passé. Hing ik vroeger een ganse avond voor de buis, dan komt het tegenwoordig zelfs niet bij mij op om mij het bakje toe te eigenen en doelloos te zappen. Wat is er dan veranderd? Wel, ik woon niet meer alleen, for starters. Belangrijker is dat online streaming hier sinds jaar en dag serieus zijn intrede heeft gedaan. Blijkt dat het aanbod van video op hoge kwaliteit zoveel rijker is, vergeleken met wat televisie vandaag biedt. En door dat het multichannel gebeurt, kan je gelijk wanneer op gelijk welke locatie kijken naar wat je maar wil. Ik vind dat dus prachtig.

’s Avonds nestel ik mij met iPad of laptop en mijn Urbanears Plattan in de Poäng. Zappen is voor mij kiezen tussen Netflix of YouTube. De eerste is een no-brainer, maar de laatste is voor velen een minder evidente keuze.

YouTube bevat miljoenen video’s. Het overgrote deel is pure rommel, maar er zit ook heel wat met zorg samengesteld materiaal tussen. YouTube laat videomakers toe om een kanalen te maken. Dat zijn pagina’s waar je je video’s kan onderbrengen. Bezoekers van de site of gebruikers van de YouTube app kunnen zich inschrijven op kanalen. Zodra er een nieuwe filmpje wordt gepubliceerd, komt dat dan in hun gecureerde lijst van kanalen waar men op is geabonneerd.

Succesvolle videomakers bereiken in extreme gevallen zo miljoenen abonnees. Op dat punt hebben ze hun gewone job ingeruild om voltijds filmpjes te maken. In ruil krijgen ze van YouTube een deel uit de reclame inkomsten.

Stel dus dat je geïnteresseerd bent om eens een weekje te vullen met YouTube in plaats van televisie, hoe begin je daar dan aan?

  1. Eerst en vooral: zorg dat je een Google account hebt.  Heb je een gmail mailadres? Dan heb je een google account.
  2. Surf dan naar de YouTube site en klik op “sign in” om in te loggen.
  3. Onder elk filmpje staat een knop “subscribe”.  Vind je filmpjes van eenzelfde videomaker leuk, dan klik je op die knop om jezelf te abonneren op zijn/haar kanaal.
  4. Op de startpagina van YouTube staan er bovenaan twee grote knoppen, “Home” en “Subscriptions”. Klik je op die laatste, dan krijg je een lijstje met de meest recente video’s die in jouw geabonneerde kanalen werd gepubliceerd.
Homepagina Youtube

**

Op welke kanalen ben ik zoal geabonneerd? Wel, without further ado, een greep uit mijn abonnementen:

Casey Neistat is een entrepreneur – bekijk zeker eens Beme – en bekende online vlogger (video blogger) uit New York. Hij heeft zijn hart verloren aan de stad. Vanop zijn skateboard filmt hij zijn dagelijkse leven op eigen, hippe wijze.

Destin van Smarter Every Day is een nieuwsgierige ingenieur. Hij gaat op zoek naar wetenschappelijke antwoorden op gekke vragen en natuurverschijnselen en doet dat op zeer enthousiaste wijze.

De Slo Mo Guys zijn twee gekke Britten en een camera die kan filmen met een hoge framerate. Van ontploffende molotovcocktails tot gelei aan gort slaan met een tennisracket: ze filmen het allemaal in slow motion.

Mehdi van ElectroBOOM maakt geen onderscheid tussen bloopers en een gelukte opname. Zijn avonturen met elektriciteit eindigen doorgaans met vuurwerk, een brandplek of een kapotte telefoon. Maar op slinkse wijze leert hij je wel hoe elektriciteit werkt en waar je voor moet opletten.

The Geekgroup aangevoerd door Captain Chris Boden is een onafhankelijke bende nerds, geeks en een grote loods volgestouwd met hardware. Ze runnen The Geekgroup makerlab of fablab. Denk 3D printers, elektronica, CNC machines en nog zoveel meer. Een must voor elke DIY maker.

Fan van humor? Dan is Enter The Dojo Show misschien wel je ding. Persiflage in ware The Office stijl op de McDojo gevechtsportclubs in de States.

Mythbusters Jamie Hyneman en Adam Savage vloggen met hun crew op Tested. Hun video’s zijn eerder panelgesprekken, interviews maar ook rapportage over de projecten lopende in Savage’s legendarische workshop of productreviews van allerlei geeky gadgets.

Voor de gamers onder ons is Steven Williams aka Boogie2988 gewoonweg gefundenes fressen. De man en zijn alter ego Francis geven uitgebreid hun ongezouten commentaar op de gaming markt, de grote publishers van games en nog zoveel meer.

Geïnteresseerd in chemische reacties? Dan is Periodic Videos je goto kanaal. Professor Sir Martyn Poliakoff heeft het hele chemie departement van de University of Nottingham met succes op YouTube gekregen. Droge materie? Niet zoals zij elementen in beeld kunnen brengen.

Vsauce is een klassieker. Michael beschouwd reeds jaren de meest mindblowing vragen. Wanneer hebben we alle namen “opgebruikt”? Wat gebeurt er met de koplampen van je wagen als je aan lichtsnelheid zou rijden? Is jouw “rood” hetzelfde als mijn “rood”?

**

Ik ben nog op veel meer geabonneerd naast opgesomde kanalen. Aangevuld met Netflix staat er zo altijd wel een paar uurtjes gecureerde video content klaar.  YouTube zelf zal gelijkaardige filmpjes van andere kanalen aanbieden op basis van je abonnementen.  Op die manier blijf je niet hangen bij dezelfde kanalen maar loop je meer kans op nieuwe kanalen te landen die minstens zo interessant zijn.

Als ik  TV kijk, dan zal ik nog eerder via de Chromecast video streamen dan dat ik de digicorder aanzet om naar het reguliere aanbod te kijken.

De afsluitende gedachte is dat ik eerlijk gezegd ook niet zo snel terug zou willen keren naar een TV aanbod dat door zenders en verdelers wordt geprogrammeerd. Die media staan nu eenmaal onder druk en dat voel ik ook wel als ik dan toch eens TV kijk: men blijft plakken bij veilige formats en bekende koppen die goed liggen bij het grote publiek. TV voelt zo eerder steriel en gemaakt dan echt authentiek aan. Het staat toch allemaal in schril contrast met de durf waarmee videomakers op YouTube de grenzen van het medium elke keer opnieuw op zoeken.

Categorieën
Lezen

Ready Player One

readplayerone

De toekomst wordt nog een interessante kwestie. Volgens Ernest Cline is het anno 2045 zo’n beetje game over met de mensheid. We hebben de aarde uitgeput en onze beschaving is vervallen in een semi-chaotisch dystopia. Hoewel, game over is misschien wat kort door de bocht: voor een bescheiden prijs kan je via je persoonlijke virtuele bril binnen stappen in de OASIS: het virtuele utopia waar iedereen zich zowat heeft terug getrokken. Zie het als een soort kruising tussen World of Warcraft, Second Life en nog wat games: een virtuele wereld waar alles mogelijk is. Zolang je natuurlijk de nodige credits op kan hoesten.

Wade Watts is een tiener zonder echte familie of banden die zijn leven – tot school lopen toe – slijt in OASIS. Het verhaal begint met het overlijden van de maker van OASIS. In zijn online testament maakt hij bekend dat er ‘easter egg’ in het spel verborgen zit. Wie de raadsels kan oplossen en de het Ei vindt, wordt zijn erfgenaam. En zo barst een race los tussen de meest uiteenlopende karakters en facties in OASIS…

Ready Player One is een boek voor gamers en geeks. Laat dat meteen duidelijk zijn: het hele boek steekt vol met verwijzingen naar elementen uit de pop- en gamecultuur van de jaren ’80, ’90 en ’00. Soms bekroop me het gevoel om paragrafen over te slaan omwille van de name dropping. Gelukkig wordt het nooit echt gortig en keert Cline tijdig terug naar de verhaallijn. En die verhaallijn is vrij rijk: er zijn een aantal parallelle verhaalbogen die afwisselend aan bod komen zodat het boek nooit gaat vervelen. Het mooie aan een futuristische wereld zoals OASIS is dat Cline er alle kanten mee uit kan gaan, en die mogelijkheden heeft hij ten volle benut.

Cline heeft een vlotte, lichte schrijfstijl. In het engels leest Ready Player One als een trein. Verwacht geen verheven literair werk, maar wel een spannend en vlot geschreven boek.

Aanrader? Zeker voor wie veel computergames heeft gespeeld of nog speelt en voor zie die graag eens een toegankelijke, spannende scifi lezen.

Categorieën
Leven

Al Italia

Toscane is altijd schoon. Vorig jaar was het fantastisch en dus zijn twee dagen auto heen en twee dagen auto terug, geen grote hinderpaal. Zeker niet als je voorzien bent van de luisterverhalen van het Geluidshuis, muziek, een paar zakken koeken en voldoende drank en een draagbare DVD speler om het publiek op de achterbank goed geluimd te houden.

We hadden met het vliegtuig op Firenze kunnen vliegen. Dan ben je er in twee uur of zo. Maar met de wagen doorkruis je het mooie Franse landschap, de imposante Alpen en Zwitserland en zak je via Milaan en Emilia Romagna af richting Toscane. Zoals zovelen verblijven we een nachtje in Mulhouse, op een half uurtje van Basel. Dat maakt het verhapstukken van de afstand toch wel aangenamer. Maar elke kilometer brengt ontegenzeggelijk de zon dichter bij en zodra je de San Gottardo door bent, is er geen ontkennen meer aan: dit is Zuid-Europa.

We verblijven in de streek rond Poggibonsi, een stad gelegen tussen Siena en Firenze en redelijk centraal in Toscane. Poggi is qua omvang iets kleiner dan Brugge, met een klein stadscentrum. Maar je vindt er wel alles terug. Er is een winkelstraat die nog niet al te erg is over genomen door de grote ketens en je vindt er in alle hoeken trattoria’s, gellateria’s en osteria’s. Buiten de stad vind je de iets grotere winkels. Met twee bezoekjes aan de Pam Superstore om boodschappen spring je al een heel eind ver.

Je zou denken dat je met de auto dan makkelijk overal naartoe kan, maar vergis je niet: de regionale tweevakswegen en de ontelbare kronkelbaantjes door de heuvels maken van elke uitstap een ware odyssee. Wat op de kaart dichtbij lijkt, is in werkelijkheid een uurtje rijden. Gelukkig is er het schilderachtige landschap die van elke roadtrip een waar plezier maakt.

Toscane in de zomer, da’s warmte. Alleen was het er dit jaar wel heel erg warm. Volgens onze italiaanse gastheer was de vorige zomer met zijn onweders niet zo fantastisch, maar de hittegolf met dagtemperaturen rond 40 graden was toch ook niet van de poes. Overdag bleven we in onze agriturismo gewoon aan of in het zwembad hangen met een goed boek. Meer hoefde dat eigenlijk niet te zijn om de batterijen op te laden.

’s Avonds trokken we dan op verkenning in de wijngaarden en de boomgaarden. Toscane, da’s een en al groen en natuur. Zelfs in het putje van de zomer is het er niet zo dor als je zou vermoeden. En het zit er vol met beesten. Een paar herten gespot – en gefotografeerd -, slangenhuid gevonden, lichtwormpjes, hagedissen,… Als je een beetje je ogen open houdt, dan zie je heel wat. Zeker bij valavond. En zodra de zon helemaal onder horizon was, ging het richting Poggi centrum om een ijsje. De hele stad komt in het donker terug tot leven. Pleinen en straten lopen vol en winkels gaan open: het leven herneemt als de ergste hitte wat geweken is.

En dus bleef het aantal uitstappen dit jaar eerder beperkt: Certaldo Alto, Colle di Val D’Elsa, San Barberino.  Eén avond trokken we uit voor Siena. Prachtige stad, zeer toeristisch (uiteraard) maar geweldig gezellig. Niets zo fijn als op de Campo een gelatto te lekken in de nachtelijke koelte. Vorig jaar hadden we Firenze bezocht, maar eerlijk gezegd viel me dat toen eerder tegen. Veel drukte, platgelopen toeristische paden, chaos aan en in het Uffizi en een stuk grootstedelijker dan Siena. Dus lieten we Firenze dit jaar voor wat het was.

Opnieuw vroegen we ons af of we ons niet eens aan cursus Italiaans zouden moeten wachten. Met dank aan Google Translate: Posse chiudere una bottiglia di vino rosso? Nuttige kennis als je appartement gelegen is naast de citernes in de wijnmakerij.

Een paar weken voor vertrek bleek dat we een nacht langer in Italië zouden verblijven door een miscommunicatie. Maar waar? En dus besloten we in drie etappes terug naar huis te keren met een verlijf in Parma dat op onze weg lag. Het was een mooie afsluiter voor onze reis.  Ons hotel lag vlak aan het statige Parco Ducale met het hertogelijke paleis van de Farneses.  De brug over en je bent meteen in het centrum. Parma is niet groot, maar het is wel een geweldig shoppingparadijs met heerlijke restaurantjes. We genoten er van heerlijke Parmezaanse ham en kaas, risotto en pasta, gelatti en lambrusco. Een prachtige afsluiter van de reis.

Categorieën
Leven

Ik trek naar Italië en ik neem mee

… mijn Kindle Paperwhite gevuld met deze titels:

Andy Weir – The Martian

Omdat Hollywood in het najaar de film gebaseerd op het boek uitbrengt. Met Matt “I’ve got to science the shit out of this” Damon.  Kan niet missen.  En natuurlijk ook omdat ik de titel al eerder enkele keren heb zien passeren, zelfs ooit eens de eerste paragrafen had gelezen, maar me er nooit echt in heb verdiept.

Op Goodreads.

Scott Berkun – The Year without Pants

De ondertitel “WordPress.com and the future of work” Klinkt een beetje blasé, maar ik kocht dit boek vooral omdat ik gewoon benieuwd ben om te weten hoe het is om voor Automattic en Photomatt te werken. En omdat ik zonder WordPress niet zou staan waar ik vandaag sta.

Op Goodreads.

Conn Iggulden – Emperor. The blood of gods

Het is het laatste gedeelte van de Emperor reeks. Leest als een trein dus ik verwacht deze in no time uit te hebben. Ik ontdekte trouwens zonet dat de man niet stil heeft gezeten. Zijn Conqueror series gaat over Kublai Khan en sinds kort is het bezig met een Wars of the Roses series. Juich ik alleen maar toe.

Op Goodreads.

John Green – Paper Towns

Guilty pleasure. Ik heb in het begin van het jaar Greens’ The Fault in our stars gelezen. Dit zou een coming-of-age young adult novelle moeten zijn. En ja, er komt ook een film van uit.

Op Goodreads.

Paula Hawkins – The Girl on the train

Een thriller die in het voorjaar 13 weken op nummer één in de NY Times Fiction best-sellers lijst heeft gestaan. Iets met een vrouw die regelmatig per trein pendelt en gaandeweg verhalen verzint bij de mensen en de huizen die ze door het raam ziet. Benieuwd of het de moeite is.

Op Goodreads.

We trekken tien dagen naar Poggibonsi, een stadje dat tussen Siena en Florence ligt. We logeren er in de agriturismo waar we vorig jaar ook verbleven. Het spreekt voor zich dat ik hard naar uit kijk om terug te keren.

Categorieën
Internet

Data becomes art in immersive visualizations

“Data becomes the new soil.”

We zijn beland in een tijdperk waarin de hoeveelheid informatie die we op korte tijd genereren, volkomen explodeert. De kunst bestaat er in om je weg te vinden in die data en er een beklijvend verhaal mee te vertellen.

The Creators Project ging in het kader van ReForm op zoek naar artiesten die geweldig mooie dingen doen met data.

Neig schoon!

Categorieën
Leven

Eerlijk vlees

Allen de hand op steken wie zijn vlees in de supermarkt koopt! Jawel, ook wij behoren tot die groep. Althans, tot voor kort. Het is een klassieker: bij je wekelijks rondje door de supermarkt is de vleesafdeling de vaste prik. Niks zo makkelijk om die piepschuim bordjes met een brok kip, varken of rund uit het koelvak in je karretje te mikken. Geen wachtrijen, snel en efficiënt.

Wij maken nogal wat gerechten met kip. Een ratatouille, wok, een pasta. Even een kipfilet versnijden en opbakken. Alleen ergerden we ons steeds meer aan de kwaliteit. Bakken was meer “koken in eigen vocht” en het resultaat was vaak droge, dradige onbestemde witte brokken met een bruinig randje. Afin, niet echt smakelijk.

En dus besloten we om eens kipfilets van de buurtslager te halen. De schellen vielen van onze ogen. Die eerste keer kwamen we thuis met oversized filets.  Maar ze bakten perfect en o wat smaakten ze heerlijk naar kip.

We weten natuurlijk hoe kip hoort te smaken. Vroeger kochten we regelmatig vlees bij de slager. Ik werd zelf er al eens op uit gestuurd door pa of ma met een lijstje en wat geld. Of er kwamen een paar pakketten mee van de zaterdagmarkt. Uiteindelijk waren wij nu zelf door het gemak van de supermarkt routine die smaak gewoon kwijt geraakt. Het was even wennen om ze terug te mogen proeven!

Sindsdien proberen we regelmatig vlees bij de slager te halen. En ja, we betalen er iets meer voor, maar dat proberen we dan op andere manieren op te vangen.  Meer restjes te eten of voor veggie kiezen. De realiteit is dat die meerprijs voor een lekker brok vlees ook de eerlijke prijs is die zoiets normaal kost. Wat in de supermarkt ligt, is immers massaproductie die je bezwaarlijk ecologisch kan noemen. Het zijn hier natuurlijk nog geen Amerikaanse toestanden, maar het verschil stemt wel tot nadenken over wat we eten en wat de impact is op onszelf en onze omgeving.

Categorieën
Media

Emperor

cover_emperor_the_gates_of_rome_265x407_170_261_c1

Iedereen heeft onderhand wel zo’n beetje Game of Thrones gelezen. Prachtige reeks. G.R.R. Martin heeft daar topwerk afgeleverd. En natuurlijk blijven we dan zo’n beetje op onze honger zitten terwijl The Winds of Winter en A Dream of Spring op zich laten wachten.

Niet getreurd. Martin haalt natuurlijk de mosterd ergens vandaan: de laatste 3.000 jaar geschiedschrijving zitten boordevol intriges, vetes, oorlogen, slechteriken, spionnen, mooie dames en stoere helden.  Het verhaal van Julius Caesar moet dus zo’n beetje gefundenes fressen zijn, dacht Conn Iggulden. En dus produceerde hij sinds 2003 de vijfdelige serie Emperor waar Caesar de centrale figuur is.

We beginnen de exploten van Gaius Julius te volgen als jonge snaak van zeven. We zien hem opgroeien tot een jonge vooraanstaande patriciër. Rome gaat door turbulente tijden en wordt geplaagd door burgeroorlogen. Caesar ontvlucht de stad en keert uiteindelijk via een ommetje langs Afrika terug.  Terwijl hij zich ontpopt als een tactisch genie, rijst zijn ster snel. De verovering van Gallië is geen walk in the park en vergt veel van de man. Bij zijn terugkeer steekt hij de befaamde Rubicon over om Pompejus uit de stad te verjagen.

Verwacht nu geen saaie hagiografie. Iggulden laat Caesar leven als een man met grote en kleine kantjes. Hij heeft wisselend succes bij de vrouwen, en door de keuzes die hij maakt kwetst hij zijn naaste omgeving. Net zoals in Game of Thrones, schakelt de auteur regelmatig over naar het standpunt van andere personages zoals Brutus of Servillia. Verschillende verhaallijnen lopen soms parallel met elkaar en komen elkaar terug tegen. Iggulden is ook een meester om, tijdens het vertellen, op een beklijvende manier de werking van de senaat of de functie van een tribuut uit te leggen zonder te vervallen in saaie beschrijvingen die het verhaal breken.  Uiteindelijk leest het geheel als een trein. Ik ben begonnen met lezen in het ziekenhuis en zonder mij te overhaasten zit ik nu reeds diep in het vierde boek.

Iggulden heeft zichzelf wel wat dichterlijke vrijheid gegeven. Sommige gebeurtenissen verliepen net iets anders en sommige personages hebben nooit bestaan. De auteur vermeldt dat ook expliciet in het nawoord en vermeldt duidelijk waar het verhaal afwijkt van de realiteit. Ik vergeef het hem graag omdat hij zelf aangeeft dat hij bovenal een goed verhaal wil vertellen.

Iggulden zelf heeft Engels gestudeerd en zelf onderwezen. De man weet dus van schrijven. Hij debuteerde met de Emperor reeks en dat merk je aan de eerste hoofdstukken van het eerste boek waar het nog wat zoeken is naar de juiste toon. Maar vanaf dan haalt hij een niveau dat zich gerust mag meten met G.R.R. Martin.

Aanrader? Aanrader! Te verkrijgen op Amazon.

Categorieën
Media

Peaky Blinders

Het eerste seizoen, 6 afleveringen, op Netflix. Met muziek van Nick Cave en The White Stripes. En een machtige Cillian Murphy. In een keer uitgekeken. Aanrader.